IX. Men moet duidelijk communiceren dat Christus de manifestatie van God Zelf is

IX. Men moet duidelijk communiceren dat Christus de manifestatie van God Zelf is

Bijbelverzen ter referentie:

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien’” (Joh. 14:6-7).

“Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet” (Joh. 14:10-11).

“En de Vader en ik zijn één” (Joh. 10:30).

Relevante woorden van God:

Hij die de incarnatie van God is, zal de essentie van God hebben. Hij die de incarnatie van God is, zal de uitdrukking van God hebben. Omdat God vlees wordt, zal Hij het werk voortbrengen dat Hij moet doen. En omdat God vlees wordt, zal Hij uitdrukken wat Hij is en zal Hij in staat zijn de waarheid naar de mens te brengen, het leven te schenken en de weg te wijzen. Vlees dat niet de essentie van God bevat, is zeker niet de vleesgeworden God. Dat lijdt geen twijfel. Als de mens wil onderzoeken of dit het geïncarneerde vlees van God is, moet de mens dit vaststellen aan de hand van de gezindheid die Hij uitdrukt en de woorden die Hij spreekt. Dat betekent dat aan de hand van Zijn wezen beoordeeld moet worden of dit al dan niet het geïncarneerde vlees van God is en of dit al dan niet de ware weg is. Bij het vaststellen of dit het geïncarneerde vlees van God is, is het dus het allerbelangrijkste om aandacht te schenken aan Zijn wezen (Zijn werk, Zijn woorden, Zijn gezindheid en nog veel meer dingen) in plaats van aan de uiterlijke schijn. Als de mens alleen Zijn uiterlijk ziet en aan Zijn wezen voorbijgaat, geeft dat blijk van de onwetendheid en naïviteit van de mens.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wat zou je moeten weten over de praktische God? De Geest, de Persoon en het Woord vormen de praktische God Zelf, en dit is de ware betekenis van de praktische God Zelf. Als je alleen de Persoon kent – als je Zijn gewoonten en persoonlijkheid kent – maar niet weet van het werk van de Geest, of wat de Geest doet in het vlees, en als je alleen aandacht geeft aan de Geest, en het Woord, en alleen bidt tegenover de Geest, niet weet van het werk van Gods Geest in de praktische God, dan bewijst dit toch dat je geen weet hebt van de praktische God. Kennis van de praktische God houdt ook het weten en ervaren van Zijn woorden in, en de regels en principes van het werk van de Heilige Geest begrijpen, en hoe de Geest van God in het vlees werkt. Zo omvat het ook het weten dat elke actie van God in het vlees wordt bestuurd door de Geest, en dat de woorden die Hij spreekt een regelrechte expressie zijn van de Geest. Dus, als je de praktische God wenst te kennen, dan moet je in de eerste plaats weten hoe God werkt in menselijkheid en in goddelijkheid; dit, op zijn beurt, heeft betrekking op de uitdrukkingen van de Geest, waar alle mensen zich mee bezig houden.

uit ‘Je zou moeten weten dat de praktische God, God Zelf is’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Kennis van God moet bereikt worden door het lezen en het begrijpen van Gods woorden. Sommige mensen zeggen: “Ik heb de geïncarneerde God niet gezien, dus hoe zou ik God dan kunnen kennen?” In feite zijn Gods woorden een uitdrukking van Zijn gezindheid. Uit Gods woorden kun je Zijn liefde voor en redding van de mensen opmaken, evenals Zijn manier om hen te redden. … Dit is omdat Zijn woorden door God Zelf worden uitgedrukt en niet door mensen zijn geschreven. Ze zijn persoonlijk door God uitgedrukt; God Zelf drukt Zijn eigen woorden en Zijn innerlijke stem uit. Waarom worden ze dan woorden uit het hart genoemd? Dat komt omdat ze vanuit de diepte komen, en uitdrukking geven aan Zijn gezindheid, Zijn wil, Zijn gedachten, Zijn liefde voor de mensheid, Zijn redding van de mensheid en Zijn verwachtingen van de mensheid. … Onder Gods uitspraken bevinden zich strenge woorden, en vriendelijke en zorgzame woorden, en ook enkele onthullende woorden die niet in lijn zijn met menselijke verlangens. Als je alleen naar de onthullende woorden kijkt, krijg je misschien het gevoel dat God tamelijk streng is. Als je alleen naar de vriendelijke woorden kijkt, krijg je misschien het gevoel dat God niet zo erg gezaghebbend is. Je moet ze daarom niet uit hun verband halen, maar ze vanuit elke hoek beschouwen. Soms spreekt God vanuit een vriendelijk en barmhartig perspectief en dan zien de mensen Zijn liefde voor de mensheid, soms spreekt Hij vanuit een erg streng perspectief en dan zien de mensen de gezindheid van Hem die geen belediging duldt. De mens is ontzettend vuil en het niet waard Gods aangezicht te aanschouwen of voor Hem te verschijnen. Dat mensen nu voor Hem mogen verschijnen, komt louter door Zijn genade. Gods wijsheid kan worden gezien in de manier waarop Hij werkt en in de betekenis van Zijn werk. Zelfs als mensen niet in direct contact met Hem staan, kunnen ze toch deze dingen in Gods woorden zien. Wanneer iemand die God werkelijk kent in contact komt met Christus, kan zijn ontmoeting met Christus overeenkomen met de kennis van God die hij al heeft; maar wanneer iemand die alleen maar theoretisch begrip heeft God ontmoet, kan hij het verband niet zien. Dit aspect van de waarheid is het diepste van alle mysteries, het is moeilijk te doorgronden. Som Gods woorden op over het mysterie van de incarnatie en bekijk ze vanuit alle oogpunten, en bid vervolgens samen, overdenk het en communiceer verder over dit aspect van de waarheid. Daarbij zul je de verlichting van de Heilige Geest kunnen krijgen en tot begrip kunnen komen. Omdat mensen geen kans hebben om in direct contact met God te komen, dienen zij te vertrouwen op dit soort ervaringen om op de tast hun weg te vinden en beetje bij beetje binnen te gaan om werkelijke kennis over God te kunnen bereiken.

uit ‘Hoe de geïncarneerde God leren kennen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Hoewel het voorkomen van de vleesgeworden God exact hetzelfde is als dat van een mens, Hij menselijke kennis leert, menselijke taal spreekt en Hij zelfs Zijn ideeën soms uitdrukt in de vorm van menselijke methoden en uitdrukkingen, is de manier waarop Hij mensen ziet, de essentie van de dingen, en de manier waarop verdorven mensen de mensheid en de essentie van de dingen zien, absoluut niet dezelfde. Zijn perspectief en de hoogte waarop Hij staat zijn iets onbereikbaars voor een verdorven persoon. Dit is omdat God waarheid is; het vlees dat Hij draagt bezit ook de essentie van God en Zijn gedachten en wat wordt uitgedrukt door Zijn menselijkheid zijn ook de waarheid. Voor verdorven mensen zijn wat Hij in het vlees uitdrukt voorzieningen van de waarheid, en van het leven. Deze voorzieningen zijn er niet slechts voor één mens, maar voor de hele mensheid. In het hart van een verdorven mens is er slechts plaats voor die paar mensen waarmee hij verwant is. Het zijn alleen die paar mensen waar hij om geeft, waar hij zich zorgen over maakt. Wanneer er een ramp dreigt, denkt hij eerst aan zijn eigen kinderen, partner of ouders, en een meer filantropisch aangelegd persoon denkt hoogstens aan een familielid of een goede vriend; zijn er nog meer mensen waar hij aan denkt? Nooit! Omdat mensen per slot van rekening mensen zijn en alles alleen maar vanuit het perspectief en de hoogte van een mens kunnen bekijken. De vleesgeworden God verschilt echter volledig van een verdorven mens. Hoe gewoon, hoe normaal, hoe nederig Gods geïncarneerde vlees ook is, of zelfs hoe zeer de mensen ook op Hem neerkijken, Zijn gedachten over en Zijn houding ten opzichte van de mensheid zijn dingen die geen mens kon bezitten en die geen mens kon imiteren. Hij zal de mensheid altijd waarnemen vanuit het perspectief van goddelijkheid, vanuit de hoogte van Zijn positie als de Schepper. Hij zal de mensheid altijd zien via de essentie en de mentaliteit van God. Hij kan de mensheid absoluut niet zien vanuit de hoogte van een gemiddeld mens en vanuit het perspectief van een verdorven mens. Wanneer mensen naar de mensheid kijken, kijken ze met een menselijke blik en gebruiken ze dingen zoals menselijke kennis en menselijke regels en theorieën als maatstaf. Dit valt binnen het bestek van wat mensen met hun ogen kunnen zien; het valt binnen het bestek dat verdorven mensen kunnen bereiken. Wanneer God naar de mensheid kijkt, kijkt Hij met goddelijke blik en gebruikt Hij Zijn essentie en wat Hij heeft en is als een maatstaf. Dit bestek omvat dingen die mensen niet kunnen zien, en dit is waar de vleesgeworden God en verdorven mensen totaal verschillend zijn. Dit verschil wordt bepaald door de verschillende essenties die de mens en God hebben, het zijn deze verschillende essenties die hun identiteiten en posities bepalen, alsook het perspectief en de hoogte vanuit welke ze dingen zien.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Jullie zullen zien dat God dingen anders bekijkt dan mensen en bovendien zullen jullie Hem geen gebruik zien maken van menselijke gezichtspunten, kennis, wetenschap, filosofie of voorstellingen hoe dingen moeten worden aangepakt. In tegendeel, alles wat God doet en alles wat Hij openbaart is verbonden met waarheid. Dat wil zeggen, elk woord dat Hij spreekt en elke actie die Hij heeft ondernomen betreft de waarheid. Deze waarheid en deze woorden zijn niet zomaar een ongegronde fantasie, maar worden veeleer door God uitgedrukt omwille van Gods wezen en Zijn leven. Omdat deze woorden en het wezen van alles wat God heeft gedaan waarheid zijn, kunnen we zeggen dat Gods wezen heilig is. Met andere woorden, alles wat God zegt en doet, brengt mensen leven en licht; het stelt mensen in staat positieve dingen en de realiteit van deze positieve dingen te zien, en laat hen op het juiste pad wandelen. Deze dingen zijn bepaald vanwege Gods wezen en vastgesteld omwille van de essentie van Zijn heiligheid.

uit ‘God Zelf, de unieke V’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Ook God is geboren in het land vol smerigheid, maar toch blijft Hij er onbevlekt door. Hij leeft in dezelfde smerige wereld als jij, maar Hij is in bezit van rede en inzicht, en Hij veracht de smerigheid. Misschien ben je zelfs niet in staat iets smerigs te ontdekken in je woorden en daden, maar Hij kan dat wel en Hij wijst je erop. Die vroegere dingen van jou − je gebrek aan beschaving, inzicht en verstand en je achterlijke manier van leven − zijn nu aan het licht gebracht door de huidige openbaringen. Alleen doordat God op aarde is gekomen om zo te werken, zien de mensen Zijn heiligheid en rechtvaardige gezindheid. Hij oordeelt en tuchtigt je, waardoor je begrip krijgt. Soms wordt je demonische aard duidelijk en dan wijst Hij je daarop. Hij kent het wezen van de mens op Zijn duimpje. Hij leeft onder jullie, Hij eet hetzelfde voedsel als jij, Hij leeft in dezelfde omgeving, maar toch weet Hij meer, Hij kan je ontmaskeren en de verdorven essentie van de mensheid doorzien. Hij veracht niets zozeer als valsheid, bedrieglijkheid en de filosofieën van de mens over het leven. Hij verafschuwt vooral de vleselijke interactie tussen mensen. Hij is dan misschien niet vertrouwd met de levensfilosofieën van de mens, maar Hij kan duidelijk de verdorven gezindheden die mensen laten zien, ontwaren en blootleggen. Hij werkt om door middel van deze dingen tot de mens te spreken en hem te onderwijzen, Hij gebruikt deze dingen om over de mens te oordelen en om Zijn eigen rechtvaardige en heilige gezindheid te laten zien. Zo vormen de mensen een contrast voor Zijn werk. Alleen de vleesgeworden God kan de verdorven gezindheid van de mens en alle lelijke gezichten van Satan duidelijk maken. Hoewel Hij je niet straft, en je alleen maar gebruikt als contrast voor Zijn rechtvaardigheid en heiligheid, schaam je je en weet je niet waar je je moet verstoppen, want je bent te smerig. Als Hij spreekt, gebruikt Hij die dingen die in de mens worden geopenbaard en pas als die aan het licht komen, worden de mensen er zich bewust van hoe heilig God is. Hij ziet zelfs de geringste onzuiverheid in de mensen niet over het hoofd, zelfs niet de smerige gedachten in hun hart. Als de woorden en daden van de mensen in strijd zijn met Zijn wil, neemt Hij hen dat kwalijk. In Zijn woorden is er geen plaats voor de smerigheid van mensen of van iets anders − alles moet aan het licht worden gebracht. Pas dan zie je dat Hij werkelijk anders is dan een mens. Als er ook maar de geringste smerigheid in mensen is, dan verafschuwt Hij ze volkomen. Er zijn zelfs momenten dat mensen dit niet kunnen begrijpen. Ze zeggen dan: “God, waarom bent u zo boos? Waarom houdt u geen rekening met de zwakheden van de mens? Waarom kunt u de mens niet een beetje vergeven? Waarom staat u zo onverschillig tegenover de mens? Kennelijk weet u in hoeverre mensen verdorven zijn, waarom behandelt u ze dan nog steeds zo?” Hij veracht de zonde, Hij walgt ervan, en Hij walgt vooral als er een spoor van ongehoorzaamheid in jou zit. Als je een opstandige gezindheid toont, ziet Hij dat en walgt er diep en buitengewoon van. Hierdoor manifesteert zich Zijn gezindheid en wat God is. Als je jezelf hiermee vergelijkt, zie je dat Hij weliswaar hetzelfde voedsel eet als de mens, dezelfde kleren draagt, van dezelfde dingen geniet en met hen leeft en woont, maar dat Hij toch anders is dan de mens. Is dit niet de betekenis van een contrast? Deze menselijke dingen tonen de kracht van God; het duister laat het kostbare bestaan van het licht goed uitkomen.

uit ‘Hoe het resultaat van de tweede stap in het overwinningswerk wordt behaald’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hij is Zich wel bewust van de essentie van de mens, Hij kan alle soorten praktijken openbaren met betrekking tot alle soorten mensen. Hij is zelfs nog beter in het openbaren van menselijke verdorven gezindheden en rebels gedrag. Hij leeft niet onder de wereldse mensen, maar Hij is Zich bewust van de aard van de stervelingen en alle verdorvenheden in de wereldse mensen. Dit is wat Hij is. Hoewel hij zich niet inlaat met de wereld, kent hij de regels van omgang met de wereld, omdat Hij volledig de menselijke aard begrijpt. Hij weet van het werk van de Geest dat het mensenoog niet kan zien en mensenoren niet kunnen horen, zowel vandaag als in het verleden. Hier hoort wijsheid bij die niet een filosofie is om volgens te leven, evenals wonderen die voor mensen te moeilijk zijn om te bevatten. Dit is wat Hij is, onthuld aan mensen en ook verborgen voor mensen. Wat Hij uitdrukt is niet wat een buitengewoon persoon is, maar de innerlijke eigenschappen en het wezen van de Geest. Hij reist niet over de wereld, maar Hij weet alles erover. Hij legt contact met de ‘mensachtigen’ die geen kennis of inzicht hebben, maar Hij uit woorden die hoger zijn dan kennis en vooraanstaande mensen te boven gaan. Hij leeft onder een groep onnozele, afgestompte mensen die geen menselijkheid bezitten en die de menselijke conventies en levens niet begrijpen, maar Hij kan de mensheid vragen uit normale menselijkheid te leven, terwijl Hij tegelijkertijd de minderwaardige en lage menselijkheid van de mensheid openbaart. Dit alles is wat Hij is, hoger dan enig persoon van vlees en bloed is. Voor Hem is het niet nodig om een gecompliceerd, omslachtig en smerig sociaal leven te ervaren om het werk te doen dat Hij moet doen en de essentie van de verdorven mensheid volledig te onthullen. Het smerige sociale leven is niet goed voor Zijn vlees. Zijn werk en woorden onthullen de ongehoorzaamheid van de mens alleen maar en bieden de mens geen ervaring en lessen om met de wereld om te gaan. Hij hoeft de maatschappij of het gezin van de mens niet te onderzoeken wanneer hij de mens van leven voorziet. Het blootstellen en oordelen van de mens is niet een uitdrukking van de ervaringen van Zijn vlees; het is bedoeld om de ongerechtigheid van de mens te openbaren na al lange tijd de ongehoorzaamheid van de mens te kennen en de verdorvenheid van de mensheid te verafschuwen. Het werk dat Hij doet is allemaal bedoeld om Zijn gezindheid aan de mens te openbaren en Zijn wezen uit te drukken. Alleen Hij kan dit werk doen, het is niet iets dat een persoon van vlees en bloed zou kunnen bereiken. Met betrekking tot Zijn werk, kan de mens niet zeggen wat voor soort persoon Hij is. De mens is ook niet in staat om Hem te classificeren als een geschapen persoon op basis van Zijn werk. Wat Hij is maakt het ook onmogelijk om Hem te classificeren als een geschapen persoon. De mens kan Hem enkel zien als niet-menselijk, maar weet niet in welke categorie hij Hem moet plaatsen, waardoor de mens wordt gedwongen om Hem in de categorie God te plaatsen. Het is niet onredelijk voor de mens om dit te doen, want Hij heeft veel werk onder de mensen gedaan dat de mens zelf niet kan doen.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De Geest van God heeft het gezag over de hele schepping. Het vlees met het wezen van God heeft ook gezag, maar de vleesgeworden God kan al het werk verrichten dat luistert naar de wil van de Vader in de hemel. Geen mens kan dit bereiken of begrijpen. God is Zelf gezag, maar Zijn vlees kan Zich aan Zijn gezag onderwerpen. Dit is de diepere betekenis van de woorden: “Christus gehoorzaamt de wil van God de Vader.” God is een Geest en kan het reddingswerk verrichten, zoals God ook mens kan worden. Trouwens, God verricht Zijn eigen werk: Hij onderbreekt niet en grijpt niet in, laat staan dat Hij onderling tegenstrijdige werken verricht, want het wezen van het werk door de Geest en door het vlees zijn gelijk. Of het nu de Geest of het vlees is, beiden werken om één wil te vervolbrengen en om hetzelfde werk te beheren. Hoewel de Geest en het vlees twee niet te vergelijken kwaliteiten hebben, zijn zij in wezen hetzelfde: beiden bezitten het wezen van God Zelf en de identiteit van God Zelf. In God Zelf zijn er geen ongehoorzame elementen; Zijn wezen is goed. Hij is de uiting van schoonheid en goedheid, en van alle liefde. Zelfs in het vlees doet God niets wat God de Vader niet gehoorzaamt. Zelf wanneer Hij Zijn leven ervoor moet opofferen, wil Hij dit van ganser harte, en maakt geen andere keuze. In God zijn er geen elementen van zelfingenomenheid en gewichtigheid, of van ijdelheid of hoogmoed; Hij heeft geen onbetrouwbare elementen. Alles wat niet gehoorzaamt aan God komt van Satan; Satan is de bron van alles wat lelijk en kwaad is. De reden dat de mens kwaliteiten heeft zoals die van Satan, is omdat de mens door Satan is verdorven en bewerkt. Christus is niet verdorven door Satan, daarom heeft Hij alleen eigenschappen van God en geen enkele van Satan. Hoe zwaar het werk ook is, of hoe zwak het vlees, zolang God in het vlees leeft zal Hij nooit iets doen dat het werk van God Zelf in de weg staat, laat staan dat Hij in ongehoorzaamheid de wil van God de Vader verloochent. Hij lijdt liever vleselijke pijn dan dat Hij tegen de wil van God de Vader ingaat; het is precies zoals Jezus in Zijn gebed zei: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” De mens kiest, maar Christus niet. Hoewel Hij de identiteit van God Zelf heeft, zoekt Hij toch steeds de wil van God de Vader, en vervult Hij de taak die God de Vader aan Hem heeft toevertrouwd vanuit het perspectief van het vlees. Een mens kan dit nooit bereiken.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Zonder dat we het wisten heeft deze onbeduidende man ons stap voor stap naar Gods werk geleid. We ondergaan ontelbare beproevingen, worden onderworpen aan ontelbare kastijdingen en worden getest door de dood. We leren van Gods rechtvaardige en majestueuze gezindheid, genieten ook van Zijn liefde en compassie, leren de grote kracht en wijsheid van God te waarderen, getuigen van de lieflijkheid van God en aanschouwen Gods diepe verlangen om de mens te redden. In de woorden van deze gewone persoon leren we de gezindheid en substantie van God kennen, leren we Gods wil kennen, leren we de natuur en substantie van de mens kennen en zien we de weg van redding en perfectie. Zijn woorden veroorzaken onze ‘dood’ en veroorzaken onze ‘wedergeboorte’; Zijn woorden brengen ons troost, maar laten ons ook gebukt door gevoelens van verwijt en schuld; Zijn woorden brengen ons vreugde en vrede, maar ook grote pijn. Soms zijn we als lammeren voor de slachting in Zijn handen; soms zijn we als Zijn oogappel en ontvangen we Zijn liefde en genegenheid; soms zijn we als Zijn vijand, in as veranderd door Zijn toorn in Zijn ogen. Wij zijn de mensheid die door Hem is gered, wij zijn de maden in Zijn ogen en wij zijn de verloren lammeren aan wie Hij dag en nacht denkt om te vinden. Hij is genadig tegenover ons, Hij veracht ons, Hij heft ons op, Hij troost ons en vermaant ons, Hij leidt ons, Hij verlicht ons, Hij kastijdt en disciplineert ons, en Hij vervloekt ons zelfs. Hij maakt zich dag en nacht zorgen om ons, Hij beschermt en zorgt dag en nacht voor ons, Hij staat altijd naast ons, en Hij besteedt al Zijn zorg aan ons en betaalt elke prijs voor ons. In de woorden van dit kleine en gewone vlees hebben we het geheel van God ervaren en hebben we de bestemming gezien die God ons heeft geschonken. Toch, ondanks dit alles, blijft ijdelheid in onze harten rondsluipen, en zijn we nog steeds niet bereid om een dergelijk persoon als onze God in de praktische zin te accepteren. Hoewel Hij ons zoveel manna heeft gegeven, zoveel om van te genieten, kan niets van dit alles zich meester maken van de plaats van de Heer in onze harten. We eren de speciale identiteit en status van deze persoon alleen met grote terughoudendheid. Als Hij niet spreekt om ons te laten erkennen dat Hij God is, dan zullen we absoluut niet het initiatief tonen om Hem te erkennen als de God die spoedig zou moeten arriveren en die toch al zo lang onder ons werkt.

De uiting van God gaat verder en Hij maakt gebruikt van verschillende methoden en perspectieven om ons te vermanen wat te doen en de stem van Zijn hart tot uitdrukking te brengen. Zijn woorden dragen levenskracht en laten ons het pad zien dat we moeten lopen en laten ons begrijpen wat de waarheid is. We beginnen aangetrokken te worden tot Zijn woorden, we beginnen ons te concentreren op de toon en manier van Zijn spreken, en beginnen onbewust een interesse in de stem van het hart van deze onopvallende persoon te krijgen. Hij doet nauwgezette pogingen voor ons, verliest de slaap en eetlust voor ons, weent voor ons, zucht voor ons, kermt in ziekte voor ons, lijdt vernedering omwille van onze bestemming en redding, en Zijn hart bloedt en huilt tranen voor onze ongevoeligheid en opstandigheid. Wat Hij heeft en is gaat een gewoon persoon te boven, en kan door geen van de verdorvenen worden bezeten of bereikt. Hij heeft tolerantie en geduld dat geen gewoon persoon heeft, en geen enkel schepsel bezit Zijn liefde. Niemand anders dan Hij kan al onze gedachten kennen, of onze aard en substantie snappen, of de opstandigheid en verdorvenheid van de mensheid beoordelen, of tot ons spreken en zo onder ons werken in naam van de God des hemels. Niemand behalve Hij kan het gezag, de wijsheid en de waardigheid van God bezitten; de gezindheid van God en wat Hij heeft en is, worden in hun geheel van Hem uit uitgegeven. Niemand anders dan Hij kan ons de weg wijzen en ons licht brengen. Niemand anders dan Hij kan de mysteries onthullen die God niet heeft geopenbaard vanaf de schepping tot nu toe. Niemand anders dan Hij kan ons redden van Satans slavernij en onze verdorven gezindheid. Hij vertegenwoordigt God, en drukt de stem van het hart van God uit, de vermaningen van God, en de woorden van oordeel van God voor de hele mensheid. Hij is een nieuw tijdvak begonnen, een nieuw tijdperk, en heeft een nieuwe hemel en aarde gebracht, nieuw werk, en Hij heeft ons hoop gebracht, en een einde gemaakt aan het leven dat we leidden in onduidelijkheid, en heeft ons toegestaan om het pad van redding ten volle te aanschouwen. Hij heeft ons hele wezen overwonnen en ons hart gewonnen. Vanaf dat moment worden onze geesten bewust en lijken onze zielen opnieuw te worden gerevitaliseerd: deze gewone, onbeduidende persoon, die onder ons leeft en lange tijd door ons is verworpen – is Hij niet de Heer Jezus, die voor altijd in onze gedachten is, en naar wie we dag en nacht verlangen? Het is Hij! Het is Hem echt! Hij is onze God! Hij is de waarheid, de weg en het leven! Hij heeft ons toegestaan om weer te leven, het licht te zien en heeft ervoor gezorgd dat onze harten niet langer dwalen. We zijn teruggekeerd naar het huis van God, we zijn teruggekeerd voor Zijn troon, we staan oog in oog met Hem, we hebben Zijn aangezicht aanschouwd en de weg die voor ons ligt gezien. In die tijd zijn onze harten volledig door Hem overwonnen; we twijfelen er niet langer aan wie Hij is en werken niet langer Zijn werk en woord tegen, en we vallen helemaal neer voor Hem. We wensen niets anders dan de voetsporen van God voor de rest van ons leven te volgen en door Hem te worden vervolmaakt en Zijn genade terug te betalen en Zijn liefde voor ons terug te betalen en Zijn orkestraties en arrangementen te gehoorzamen, en samen te werken met Zijn werk, en alles te doen wat we kunnen om te voltooien wat Hij ons toevertrouwt.

Worden overwonnen door God is te vergelijken met een vechtsport wedstrijd.

Elk woord van God slaat op onze dodelijke plek en maakt ons bedroefd en bang. Hij onthult onze opvattingen, onthult onze verbeeldingen en onthult onze verdorven gezindheid. Door alles wat we zeggen en doen, en elk van onze gedachten en ideeën, worden onze natuur en substantie onthuld door Zijn woorden, hetgeen ons vernederd en bevend van angst laat zijn. Hij vertelt ons over al onze acties, onze bedoelingen en intenties, en zelfs de verdorven gezindheid die we zelf nooit hebben ontdekt, waardoor we voelen dat we in al onze armzalige onvolkomenheid worden blootgelegd en raken we zelfs volledig overtuigd. Hij oordeelt ons voor onze opstand tegen Hem, tuchtigt ons voor onze godslastering en veroordeling van Hem, en geeft ons het gevoel dat we in Zijn ogen waardeloos zijn en dat we de levende Satan zijn. Onze hoop wordt vernietigd, we durven geen onredelijke eisen meer te stellen en pogingen aan Hem te doen, en zelfs onze dromen verdwijnen van de ene dag op de andere. Dit is een feit dat niemand van ons zich kan voorstellen, en dat niemand van ons kan accepteren. Onze gedachten raken voor een moment uit balans, en we weten niet hoe we verder moeten gaan op het pad dat voor ons ligt, we weten niet hoe we verder moeten gaan in onze overtuigingen. Het lijkt erop dat ons geloof terug is gegaan naar het allereerste begin en dat we de Heer Jezus nooit hebben ontmoet en geen kennis met Hem gemaakt hebben. Alles voor onze ogen verbijstert ons en geeft ons het gevoel dat we op drift zijn gezet. We zijn wanhopig, we zijn teleurgesteld en diep in ons hart is er een onbedwingbare woede en schande. We proberen stoom af te blazen, proberen een uitweg te vinden, en bovendien proberen we te blijven wachten op onze Heiland Jezus en onze harten naar Hem uit te storten. Hoewel er momenten zijn dat we noch hoogmoedig noch nederig zijn aan de buitenkant, zijn we in onze harten geteisterd door een gevoel van verlies als nooit tevoren. Hoewel we soms ongebruikelijk kalm lijken aan de buitenkant, ondergaan we van binnen golvende massa’s pijniging. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons alle hoop en dromen ontnomen, hebben ons zonder onze buitensporige verlangens laten zitten, en niet bereid om te geloven dat Hij onze Redder is en in staat om ons te redden. Zijn oordeel en tuchtiging hebben een diepe kloof geopend tussen ons en Hem en niemand is zelfs bereid die over te steken. Zijn oordeel en tuchtiging zijn de eerste keer dat we zo’n grote tegenslag en zo’n grote vernedering ondergaan. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons in staat gesteld om Gods eer en intolerantie voor de overtredingen van de mens oprecht te waarderen, in vergelijking waarmee we zo laaghartig en onzuiver zijn. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons voor het eerst doen beseffen hoe arrogant en pompeus we zijn, en dat de mens nooit de gelijke van God zal zijn, of op één lijn met God. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons doen verlangen om niet langer in zo’n verdorven gezindheid te leven, en hebben ons ertoe aangezet om zo snel mogelijk van die natuur en substantie af te komen, en niet langer door Hem verafschuwd te worden en walgelijk voor Hem te zijn. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ervoor gezorgd dat wij graag Zijn woorden gehoorzamen, en niet langer bereid te zijn om tegen Zijn orkestraties en arrangementen te rebelleren. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons opnieuw het verlangen gegeven om te blijven leven en hebben ervoor gezorgd dat wij hem graag als onze Redder accepteren. … We zijn het overwinningswerk uitgelopen, zijn uit de hel gestapt, zijn uit het dal van de schaduw van de dood gestapt. … Almachtige God heeft ons gewonnen, deze groep mensen! Hij heeft over Satan gezegevierd en al Zijn vijanden verslagen!

uit ‘Het aanschouwen van de verschijning van God in Zijn oordeel en tuchtiging’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

IX. Men moet duidelijk communiceren dat Christus de manifestatie van God Zelf is