XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen

XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen

1. Wat is Gods kerk? Wat is een religieuze groepering?

Bijbelverzen ter referentie:

“Voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult” (Ef. 1: 22-23).

“Jezus​ ging de ​tempel​ binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van ​gebed​ zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’” (Mat. 21:12–13).

Met een krachtige stem riep hij: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad! Ze is een woonplaats voor demonen geworden, ze biedt onderdak aan elke ​onreine geest, elke onreine vogel en elk ​onrein, afschuwelijk dier. Alle volken hebben door haar ontucht de ​wijn​ van haar wellust gedronken, de koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd en de handelaars op aarde zijn van haar overvloedige weelde rijk geworden.’” (Openb. 18:2–3).

Relevante woorden van God:

Vandaag is iedereen die de huidige woorden van God volgt in de stroom van de Heilige Geest en staan mensen voor wie de woorden van God van vandaag vreemd zijn, buiten de stroom van de Heilige Geest en zulke mensen worden niet door God verheerlijkt. Dienstbaarheid die is afgescheiden van de tegenwoordige uitspraken van de Heilige Geest, is dienstbaarheid van het vlees en van opvattingen, en deze is onmogelijk in overeenstemming met Gods wil. … Het ‘volgen van het werk van de Heilige Geest’ betekent het begrijpen van Gods wil voor vandaag, het kunnen handelen in overeenstemming met de tegenwoordige eisen van God, het kunnen gehoorzamen en volgen van de God van vandaag, en het kunnen leven naar de meest recente uitspraken van God. Alleen zo iemand volgt het werk van de Heilige Geest en is in de stroom van de Heilige Geest.

uit ‘Ken het nieuwste werk van God en treed in het voetspoor van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Allen in de stroom van de Heilige Geest bezitten de tegenwoordigheid en discipline van de Heilige Geest; mensen die niet in de stroom van de Heilige Geest zijn, bevinden zich onder het bevel van Satan en zijn van elk werk van de Heilige Geest verstoken. Mensen in de stroom van de Heilige Geest aanvaarden het nieuw werk van God en werken mee in het nieuwe werk van God. Als de mensen in deze stroom niet in staat zijn om mee te werken en de waarheid niet in praktijk kunnen brengen zoals God dat in deze tijd vereist, zullen ze gedisciplineerd worden en in het ergste geval door de Heilige Geest verlaten worden. Mensen die het nieuwe werk van de Heilige Geest aanvaarden, zullen in de stroom van de Heilige Geest leven en de zorg en bescherming van de Heilige Geest genieten. Mensen die bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest verlicht; mensen die niet bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest gedisciplineerd en mogelijk zelfs bestraft. Wat voor persoon ze ook zijn, als ze zich in de stroom van de Heilige Geest bevinden, zal God de verantwoording nemen voor allen die Zijn nieuwe werk aanvaarden omwille van Zijn naam. Mensen die Zijn naam verheerlijken en bereid zijn om Zijn woorden in praktijk te brengen, zullen Zijn zegeningen ontvangen; mensen die Hem ongehoorzaam zijn en Zijn woorden niet in praktijk brengen, zullen Zijn bestraffing ondergaan. Mensen in de stroom van de Heilige Geest aanvaarden het nieuwe werk en omdat ze het nieuwe werk hebben aanvaard, behoren ze op gepaste wijze met God mee te werken en niet opstandig te handelen door hun plicht niet te vervullen. Dit is Gods enige eis aan de mens. Dat geldt niet voor de mensen die het nieuwe werk niet aanvaarden. Zij bevinden zich buiten de stroom van de Heilige Geest en de discipline en terechtwijzing van de Heilige Geest zijn niet op hen van toepassing. Deze mensen leven de hele dag in het vlees, ze leven volgens hun eigen gedachten; alles wat ze doen, is overeenkomstig de leer die voortkomt uit de analyse en het onderzoek van hun eigen brein. Dit zijn niet de eisen van het nieuwe werk van de Heilige Geest en er is al helemaal geen sprake van meewerken met God. Mensen die het nieuwe werk van God niet aanvaarden, ontberen de nabijheid van God en moeten het bovendien zonder de zegeningen en bescherming van God stellen. In hun woorden en daden houden ze veelal vast aan de vroegere eisen van het werk van de Heilige Geest; daarbij gaat het om leerstellingen, niet om waarheid. Zulke leerstellingen en regels bewijzen afdoende dat religie het enige is dat hen samenbrengt; ze zijn niet de uitverkorenen of het voorwerp van Gods werk. De vergadering van allen onder hen kan men wel een groot religieus congres, maar geen kerk noemen. Dit is een onveranderlijk feit.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Waarom zegt men dat de praktijk van mensen in de religieuze kerken achterhaald is? Dat komt omdat wat ze in praktijk brengen, losstaat van het huidige werk. In het Tijdperk van Genade was wat ze in praktijk brachten goed, maar het tijdperk is voorbij en Gods werk is veranderd, zodat hun praktijk gaandeweg achterhaald is geraakt. Het is achtergelaten door het nieuwe werk en het nieuwe licht. Op basis van het oorspronkelijke fundament is het werk van de Heilige Geest diverse stappen dieper gegaan. Toch blijven die mensen hangen in de oorspronkelijke fase van Gods werk en klampen ze zich nog steeds vast aan de oude praktijken en het oude licht. Gods werk kan in drie of vijf jaar tijd enorm veranderen, dus zouden er in de loop van 2000 jaar niet nog grotere transformaties optreden? Als de mens geen nieuw licht of nieuwe praktijk heeft, betekent dit dat hij geen gelijke tred met het werk van de Heilige Geest heeft gehouden. Dit is een gebrek van de mens; het bestaan van Gods nieuwe werk kan niet ontkend worden omdat mensen met het oorspronkelijke werk van de Heilige Geest zich vandaag nog steeds aan achterhaalde praktijken houden. Het werk van de Heilige Geest gaat altijd voorwaarts en allen die in de stroom van de Heilige Geest zijn, behoren ook dieper voort te gaan en te veranderen, stap voor stap. Ze moeten niet stoppen bij een bepaalde fase. Alleen mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, zouden bij Zijn oorspronkelijke werk blijven en het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden. Alleen mensen die ongehoorzaam zijn, zouden niet in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Als de praktijk van de mens geen gelijke tred houdt met het nieuwe werk van de Heilige Geest, is de praktijk van de mens zeker afgesneden van het huidige werk en strookt die zeker niet met het huidige werk. Zulke ouderwetse mensen zijn simpelweg niet in staat om Gods wil te volbrengen en kunnen al helemaal niet die laatste mensen worden die over God zullen getuigen. Het gehele managementwerk kon bovendien niet afgesloten worden te midden van een dergelijke groep mensen. Voor mensen die zich eens aan de wet van Jehova hielden en voor mensen die eens voor het kruis leden, geldt dat als zij de fase van het werk in de laatste dagen niet kunnen aanvaarden, alles wat ze deden dan voor niets en nutteloos geweest zal zijn. … Mensen buiten de stroom van de Heilige Geest denken altijd dat ze gelijk hebben, maar in feite is Gods werk in hen lang geleden opgehouden en is het werk van de Heilige Geest verre van hen. Het werk van God werd al lang geleden overgedragen aan een andere groep mensen, een groep met wie Hij Zijn nieuwe werk wil voltooien. Omdat mensen van religies niet in staat zijn om Gods nieuwe werk te aanvaarden en slechts vasthouden aan het oude werk van weleer, heeft God deze mensen verlaten en doet Hij Zijn nieuwe werk met de mensen die dit nieuwe aanvaarden. Dit zijn mensen die aan Zijn nieuwe werk meewerken en Zijn management kan alleen op deze manier tot stand gebracht worden.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hoe noemt God degenen die in Jehova geloofden? Judaïsme. Ze werden een soort religieuze groepering. En hoe definieert God degenen die in Jezus geloven? Ze worden gedefinieerd als onderdeel van de religieuze groep het christendom, nietwaar? In Gods ogen zijn het Judaïsme en het christendom religieuze groeperingen. Waarom definieert God ze aldus? Zijn er onder alle leden van deze door God gedefinieerde religieuze groeperingen ook mensen die God vrezen en kwaad vermijden, die Gods wil doen en de weg van God volgen? (Nee.) Kunnen in Gods ogen zij die God alleen in naam volgen allemaal mensen zijn die Hij erkent als gelovigen in God? Kunnen ze allemaal verbinding met God hebben? Kunnen ze allemaal het doel van Gods redding zijn? (Nee.) Hoewel jullie nu Gods werk van de laatste dagen hebben aanvaard, zal er een dag komen waarop jullie worden teruggebracht tot wat God ziet als een religieuze groepering? Dat lijkt onvoorstelbaar. Als jullie onderdeel worden van een religieuze groepering in Gods ogen, zullen jullie niet door Hem worden gered en betekent het dat jullie niet van het huis van God zijn. Probeer dus samen te vatten: deze mensen die in naam in de ware God geloven maar van wie God meent dat ze deel uitmaken van een religieuze groepering – wat voor pad bewandelen ze? Kan men zeggen dat deze mensen het pad bewandelen van wapperen met de vlag van geloof zonder Zijn weg ooit te volgen of Hem te aanbidden, en in plaats daarvan God verzaken? Dat wil zeggen: ze bewandelen het pad van geloven in God maar aanbidden Satan, voeren hun eigen management uit en proberen hun eigen koninkrijk te vestigen – komt het hierop neer? Hebben zulke mensen enige verbinding met Gods managementplan voor de redding van de mens? (Nee.) Hoeveel mensen er ook in God geloven, zodra God hun geloofsopvattingen definieert als religie of groep, heeft God bepaald dat ze niet gered kunnen worden. Waarom zeg ik dit? Wie aanbidden de mensen als zij in een groep of massa verkeren zonder het werk en de leiding van God, die Hem helemaal niet aanbidt? Wie volgen ze dan? In hun hart erkennen ze God, maar in feite zijn ze onderworpen aan menselijke manipulatie en controle. In naam volgen ze waarschijnlijk een persoon, maar in wezen volgen ze Satan, de duivel; ze volgen de machten die God vijandig zijn, die vijanden zijn van God. Kan God een dergelijk stel mensen redden? Zijn ze tot berouw in staat? Ze wapperen met de vlag van geloof, voeren menselijke ondernemingen en hun eigen management uit, en ze gaan in tegen Gods managementplan voor de redding van de mensheid. Hun uiteindelijke uitkomst is dat God ze verafschuwt en verwerpt; God kan deze mensen onmogelijk redden, ze kunnen zich onmogelijk bekeren, ze zijn al gevangen door Satan – ze zijn volkomen in Satans handen. … als mensen niet in staat zijn om de weg van God te volgen en niet in staat zijn om het pad van redding te bewandelen, wat zal hun uiteindelijke uitkomst dan zijn? Hun uiteindelijke uitkomst zal hetzelfde zijn als van hen die in het christendom en Judaïsme geloven; er zal geen verschil zijn. Dit is Gods rechtvaardige gezindheid! Hoeveel preken je ook hebt gehoord en hoeveel waarheden je ook hebt begrepen, als je uiteindelijk nog steeds mensen volgt en Satan volgt, en je uiteindelijk nog steeds niet in staat bent om de weg van God te volgen, God te vrezen en kwaad te vermijden, zulke mensen zal God verafschuwen en verwerpen. Deze mensen die God verafschuwt en verwerpt, kunnen kennelijk veel over woorden en leerstellingen praten, en toch zijn ze niet in staat om God te aanbidden; ze zijn niet staat om God te vrezen en kwaad te vermijden, en ze zijn niet in staat tot totale gehoorzaamheid aan God. God definieert ze in Zijn ogen als een religie, als gewoon een groep mensen en als een verblijfplaats voor Satan. Ze worden gezamenlijk de bende van Satan genoemd, volkomen verafschuwd door God.

uit ‘Alleen als je te allen tijde voor Gods aangezicht leeft, kun je het pad van redding bewandelen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Onder de vijf religies waarover we hebben gesproken, is het christendom enigszins speciaal. Wat is er speciaal aan het christendom? Dit zijn mensen die in de ware God geloven. Hoe kunnen degenen die in de ware God geloven hier worden vermeld? Omdat het christendom een soort geloof is, heeft het zonder twijfel alleen te maken met geloof – het is een soort ceremonie, een soort denominatie, een soort religie, en iets dat apart staat van het geloof van degenen die God echt volgen. De reden waarom ik het christendom heb vermeld als een van de vijf grote religies is omdat het christendom is afgedaald tot hetzelfde niveau als het jodendom, het boeddhisme en de islam. De meeste christenen geloven niet dat er een God is of dat Hij over alle dingen regeert, laat staan dat ze geloven in Zijn bestaan. In plaats daarvan gebruiken ze de Schrift slechts om over theologie te spreken en gebruiken ze theologie om de mensen te onderwijzen vriendelijk te zijn, lijden te verdragen en goede dingen te doen. Dit is het soort religie dat het christendom is: een religie die zich slechts concentreert op theologische theorieën en absoluut niets te maken heeft met Gods werk van het managen en redden van de mens, een religie van degenen die God volgen die niet door God wordt erkend.

uit ‘God zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wanneer de Heer Jezus zegt “op deze plek iemand is die belangrijker is dan de tempel”, naar wie verwijst ‘Iemand’ dan? Het is duidelijk dat ‘Iemand’ de Heer Jezus in het vlees is, omdat alleen Hij groter dan de tempel was. Waartoe riepen deze woorden de mensen op? Ze riepen de mensen op de tempel te verlaten – God had de tempel reeds verlaten en werkte er niet meer. De mensen zouden dus Gods voetstappen buiten de tempel moeten zoeken en Zijn stappen in Zijn nieuwe werk moeten volgen. De achtergrond van de woorden van de Heer Jezus was dat onder de wet mensen de tempel waren gaan beschouwen als iets groters dan God Zelf. Dat wil zeggen, de mensen vereerden de tempel in plaats van God. Daarom waarschuwde de Heer Jezus hen geen afgoden te vereren maar God, omdat Hij oppermachtig is. Daarom zei Hij: “Barmhartigheid wil ik, geen offers,” Het is duidelijk dat in de ogen van de Heer Jezus, de meeste mensen onder de wet niet langer Jehova vereerden, maar slechts de stappen van het offerproces afwerkten. De Heer Jezus stelde vast dat dit proces afgodenverering was. Deze afgodendienaars zagen de tempel als iets groters, en hoger dan God. In hun harten was alleen plaats voor de tempel, niet voor God, en als zij de tempel kwijtraakten, raakten ze hun woonplaats kwijt. Zonder de tempel hadden ze geen plek om te aanbidden en konden ze hun offers niet brengen. Hun zogenaamde woonplaats was de plek waar ze opereerden onder het vaandel van het vereren van Jehova God, hierdoor konden ze in de tempel verblijven en hun eigen zaken afhandelen. Hun zogenaamde offerdienst was alleen maar bedoeld om hun eigen persoonlijke, schandelijke transacties uit te voeren onder het mom van hun dienst in de tempel. Dit was de reden dat mensen in die tijd de tempel als groter dan God beschouwden. Omdat ze de tempel als dekmantel gebruikten en offers als voorwendsel om mensen en God te bedriegen, sprak de Heer Jezus deze woorden om de mensen te waarschuwen. Als jullie deze woorden toepassen op het heden zijn ze nog steeds even valide en even relevant. Hoewel de mensen vandaag ander werk van God hebben ervaren dan de mensen in het Tijdperk van de Wet, is de essentie van hun natuur dezelfde.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen