XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen

XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen

Relevante woorden van God:

Het werk van de Heilige Geest gaat altijd voorwaarts en allen die in de stroom van de Heilige Geest zijn, behoren ook dieper voort te gaan en te veranderen, stap voor stap. Ze moeten niet stoppen bij een bepaalde fase. Alleen mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, zouden bij Zijn oorspronkelijke werk blijven en het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden. Alleen mensen die ongehoorzaam zijn, zouden niet in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Als de praktijk van de mens geen gelijke tred houdt met het nieuwe werk van de Heilige Geest, is de praktijk van de mens zeker afgesneden van het huidige werk en strookt die zeker niet met het huidige werk. Zulke ouderwetse mensen zijn simpelweg niet in staat om Gods wil te volbrengen en kunnen al helemaal geen mensen worden die uiteindelijk standvastig zullen staan in hun getuigenis voor God. Het gehele managementwerk kon bovendien niet afgesloten worden te midden van een dergelijke groep mensen. Voor mensen die zich eens aan de wet van Jehova hielden en voor mensen die eens voor het kruis leden, geldt dat als zij de fase van het werk in de laatste dagen niet kunnen aanvaarden, alles wat ze deden dan voor niets en nutteloos geweest zal zijn. De duidelijkste expressie van het werk van de Heilige Geest ligt in het omarmen van het hier en nu, niet het vastklampen aan het verleden. Mensen die geen gelijke tred hebben gehouden met het huidige werk en die zijn afgesneden van de praktijk van vandaag, zijn mensen die het werk van de Heilige Geest tegenwerken en niet aanvaarden. Zulke mensen tarten het huidige werk van God. Hoewel ze vasthouden aan het licht uit het verleden, betekent dit niet dat men kan ontkennen dat ze het werk van de Heilige Geest niet kennen. Waarom is er zoveel gesproken over de veranderingen in de praktijk van de mens, over de verschillen in de praktijk tussen het verleden en het heden, over hoe de praktijk werd beoefend in het vorige tijdperk en over hoe dat vandaag wordt gedaan? Er is altijd sprake geweest van die verschillen in de praktijk van de mens, omdat het werk van de Heilige Geest voortdurend voorwaarts gaat en de praktijk van de mens daarmee ook voortdurend moet veranderen. Als de mens in één fase blijft hangen, bewijst dit zijn onvermogen om gelijke tred te houden met Gods nieuwe werk en het nieuwe licht; het bewijst niet dat Gods managementplan niet veranderd is. Mensen buiten de stroom van de Heilige Geest denken altijd dat ze gelijk hebben, maar in feite is Gods werk in hen lang geleden opgehouden en is het werk van de Heilige Geest verre van hen. Het werk van God werd al lang geleden overgedragen aan een andere groep mensen, een groep met wie Hij Zijn nieuwe werk wil voltooien. Omdat mensen van religies niet in staat zijn om Gods nieuwe werk te aanvaarden en slechts vasthouden aan het oude werk van weleer, heeft God deze mensen verlaten en doet Hij Zijn nieuwe werk met de mensen die dit nieuwe aanvaarden. Dit zijn mensen die aan Zijn nieuwe werk meewerken en Zijn management kan alleen op deze manier tot stand gebracht worden.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Bij het volgen van God is het van het grootste belang dat alles is volgens de woorden van God van vandaag. Ongeacht of je er nu naar streeft om het leven binnen te treden of dat je streeft naar het volbrengen van Gods wil, tegenwoordig moet alles draaien om Gods woorden. Als bij wat je communiceert en nastreeft de woorden van God van vandaag niet centraal staan, dan ben je een vreemdeling voor de woorden van God en compleet verstoken van het werk van de Heilige Geest. Wat God wil, zijn mensen die in Zijn voetspoor treden. Ongeacht de pracht en puurheid van wat je voorheen begreep, God wil het niet, en als je niet in staat bent om zulke dingen terzijde te leggen, dan zal dat een enorm obstakel zijn voor je intrede in de toekomst. Allen die in staat zijn om het tegenwoordige licht van de Heilige Geest te volgen, zijn gezegend. De mensen van eeuwen geleden traden ook in het voetspoor van God. Maar zij konden niet volgen tot vandaag. Dit is de zegen van het volk van de laatste dagen. Zij die het tegenwoordige werk van de Heilige Geest kunnen volgen en in staat zijn om in het voetspoor van God te treden – waar hij hen maar naartoe leidt – zijn mensen die door God gezegend zijn. Zij die het tegenwoordige werk van de Heilige Geest niet volgen, zijn niet binnengegaan in het werk van Gods woorden en hoeveel zij ook maar werken of hoezeer zij ook maar lijden of hoeveel ze ook maar rondvliegen, het betekent allemaal niets voor God en Hij zal hen niet verheerlijken. Vandaag is iedereen die de huidige woorden van God volgt in de stroom van de Heilige Geest en staan mensen voor wie de woorden van God van vandaag vreemd zijn, buiten de stroom van de Heilige Geest en zulke mensen worden niet door God verheerlijkt. Dienstbaarheid die is afgescheiden van de tegenwoordige uitspraken van de Heilige Geest, is dienstbaarheid van het vlees en van opvattingen, en deze is onmogelijk in overeenstemming met Gods wil. Als mensen leven te midden van religieuze opvattingen, dan zijn ze niet in staat om iets te doen naar Gods wil, en hoewel ze God dienen, dienen ze naar hun verbeelding en opvattingen en zijn ze totaal ongeschikt om te dienen overeenkomstig Gods wil. Zij die het werk van de Heilige Geest niet kunnen volgen, begrijpen de wil van God niet en zij die de wil van God niet begrijpen, kunnen God niet dienen. God wil dienstbaarheid die naar Zijn eigen hart is. Hij wil geen dienstbaarheid die volgens opvattingen en naar het vlees zijn. Als mensen niet in staat zijn om de voetstappen van het werk van de Heilige Geest te volgen, dan leven ze te midden van opvattingen. De dienstbaarheid van zulke mensen is verstorend en hinderlijk, en dergelijke dienstbaarheid gaat in tegen God. Zodoende zijn zij, die niet in staat zijn om in Gods voetspoor te treden, niet in staat om God te dienen. Zij die niet in Gods voetspoor kunnen treden, gaan zeker tegen God in en zijn onverenigbaar met God. Het ‘volgen van het werk van de Heilige Geest’ betekent het begrijpen van Gods wil voor vandaag, het kunnen handelen in overeenstemming met de tegenwoordige eisen van God, het kunnen gehoorzamen en volgen van de God van vandaag, en het kunnen leven naar de meest recente uitspraken van God. Alleen zo iemand volgt het werk van de Heilige Geest en is in de stroom van de Heilige Geest. Zulke mensen zijn niet alleen in staat om Gods lof te ontvangen en God te zien, maar uit het nieuwste werk van God kunnen ze ook Gods gezindheid herleiden, en kennen ze de opvattingen en ongehoorzaamheid van de mens, en de natuur en het wezen van de mens. Bovendien kunnen ze in hun dienstbaarheid geleidelijk veranderingen in hun gezindheid teweegbrengen. Alleen zulke mensen kunnen God winnen en hebben echt de ware weg gevonden. Zij die geëlimineerd worden door het werk van de Heilige Geest, zijn mensen die niet in staat zijn om zich te voegen naar het nieuwste werk van God en die hiertegen in opstand komen. Dat zulke mensen openlijk tegen God in opstand komen, is omdat God een nieuw werk heeft gedaan en omdat het beeld van God niet overeenkomt met hun opvattingen. Hierdoor gaan zij openlijk tegen God in en oordelen zij over God, hetgeen ertoe leidt dat God een afkeer van hen krijgt en hen verwerpt. Het is niet eenvoudig om je de kennis van het nieuwste werk van God eigen te maken. Maar als mensen erop ingesteld zijn om gehoorzaam te zijn aan het werk van God en dat zoeken, dan hebben ze de kans om God te zien en de nieuwste leiding van de Heilige Geest te ontvangen. Zij die opzettelijk tegen het werk van God ingaan, kunnen de verlichting van de Heilige Geest en de leiding van God niet ontvangen. Dus of mensen al dan niet het nieuwste werk van God kunnen ontvangen, hangt af van Gods genade, hun streven en hun intenties.

Allen die in staat zijn om de tegenwoordige uitspraken van de Heilige Geest te gehoorzamen, zijn gezegend. Het maakt niet uit hoe zij waren of hoe de Heilige Geest in hen werkzaam was. Zij die het nieuwste werk hebben, zijn het meest gezegend en zij die het nieuwste werk niet kunnen volgen, worden geëlimineerd. God wil hen die het nieuwe licht kunnen aanvaarden en Hij wil hen die Zijn nieuwste werk kennen en aanvaarden. Waarom wordt gezegd dat jullie een ingetogen maagd moeten zijn? Een ingetogen maagd is in staat om het werk van de Heilige Geest te zoeken en de nieuwe dingen te begrijpen, en is bovendien in staat om oude opvattingen terzijde te leggen en vandaag gehoorzaam te zijn aan het werk van God. Deze groep mensen, die het nieuwste werk van vandaag aanvaardt, was voor het begin van de tijd door God voorbestemd en zij zijn de meest gezegende van alle mensen. Jullie horen rechtstreeks de stem van God en aanschouwen de verschijning van God, en dus, binnen de hemelen en de aarde en door alle eeuwen heen is niemand meer gezegend dan jullie, deze groep mensen.

uit ‘Ken Gods nieuwste werk en treed in Zijn voetspoor’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Aangezien de mens in God gelooft, moet hij de voetstappen van God nauwgezet volgen, stap voor stap; hij dient ‘het Lam te volgen waarheen Hij ook gaat’. Alleen deze mensen zoeken de ware weg, alleen zij kennen het werk van de Heilige Geest. Mensen die slaafs letters en leerstellingen volgen, zijn geëlimineerd door het werk van de Heilige Geest. In elke tijdsperiode zal God nieuw werk beginnen en in elke periode zal er een nieuw begin onder de mensen zijn. Als de mens alleen de waarheden ‘Jehova is God’ en ‘Jezus is Christus’ blijft aanhangen, welke waarheden alleen in een bepaald tijdperk van toepassing zijn, dan zal de mens nooit gelijke tred houden met het werk van de Heilige Geest en nooit in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Hoe God ook werkt, de mens volgt zonder de minste twijfel en hij volgt nauwgezet. Hoe kan een mens op die manier door de Heilige Geest geëlimineerd worden? Wat God ook doet, zolang de mens zeker is dat dit het werk van de Heilige Geest is, zonder twijfels meewerkt in het werk van de Heilige Geest en aan de eisen van God probeert te voldoen, hoe zou hij dan bestraft kunnen worden? Het werk van God is nooit opgehouden, Zijn voetstappen zijn nooit gestopt en vóór de voltooiing van Zijn managementwerk is Hij altijd bezig geweest en zal Hij nooit stoppen. Maar bij de mens ligt het anders. Hij heeft slechts een minimum van het werk van de Heilige Geest verkregen en behandelt het daarna alsof het nooit zal veranderen; hij heeft wat kennis verkregen en hij volgt daarna niet verder de voetstappen van Gods nieuwere werk; hij heeft slechts een weinig van Gods werk gezien en schrijft God daarna onmiddellijk voor als een bepaalde houten figuur, met het geloof dat God deze vorm die hij voor zich ziet altijd zal aanhouden, dat dit zo was in het verleden en in de toekomst altijd zo zal blijven; hij heeft slechts wat oppervlakkige kennis verkregen en de mens is daarna zo trots dat hij zichzelf vergeet en moedwillig een gezindheid en wezen van God die simpelweg niet bestaan verkondigt; en hij is zeker geworden over één fase van het werk van de Heilige Geest en de mens aanvaardt daarna het nieuwe werk van God niet, wat voor persoon het ook verkondigt. Deze mensen kunnen het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden; zij zijn te conservatief en niet in staat om nieuwe dingen te aanvaarden. Zulke mensen geloven in God maar verwerpen God ook. De mens gelooft dat de Israëlieten fout zaten door ‘alleen in Jehova te geloven en niet in Jezus te geloven’, maar de meeste mensen spelen een rol waarin ze ‘alleen in Jehova geloven en Jezus verwerpen’ en ‘verlangen naar de wederkomst van de Messias, maar tegen de Messias zijn die Jezus heet’. Het is dan ook geen wonder dat mensen nog steeds leven onder het domein van Satan nadat ze één fase van het werk van de Heilige Geest aanvaard hebben en nog steeds Gods zegeningen niet ontvangen. Is dit niet het resultaat van de opstandigheid van de mens? Christenen over de hele wereld die geen gelijke tred hebben gehouden met het nieuwe werk van vandaag, houden zich allemaal vast aan de hoop dat ze geluk zullen hebben en gaan ervan uit dat God al hun wensen zal vervullen. Toch kunnen ze niet met zekerheid zeggen waarom God ze zal opnemen tot in de derde hemel, zijn ze onzeker hoe Jezus ze zal komen verzamelen, varend op een witte wolk, en kunnen ze al helemaal niet met absolute zekerheid zeggen of Jezus werkelijk op een witte wolk zal verschijnen op de dag die zij voor ogen hebben. Ze zijn allemaal bang en onzeker; ze weten zelfs niet of God ieder van hen wel zal opnemen, de gemêleerde, kleine groepjes mensen van allerlei denominaties. Het werk dat God nu doet, het huidige tijdperk, Gods wil – ze hebben daar allemaal geen begrip van en kunnen niets anders doen dan de dagen op hun vingers aftellen. Alleen de mensen die de voetstappen van het Lam tot het einde toe volgen, kunnen de ultieme zegen verkrijgen, terwijl die ‘slimme mensen’, die niet tot het einde toe kunnen volgen en toch geloven dat ze alles hebben verkregen, niet in staat zijn om de verschijning van God mee te maken. Ze geloven allemaal dat ze de slimste persoon op aarde zijn, ze kappen de voortdurende ontwikkeling van Gods werk zonder enige reden af en lijken met absolute zekerheid te geloven dat God ze in de hemel zal opnemen, omdat ze ‘God uitermate trouw zijn, God volgen en zich aan de woorden van God houden’. Hoewel ze ‘uitermate trouw’ zijn jegens de door God gesproken woorden, voelen hun woorden en daden toch zo weerzinwekkend omdat die tegen het werk van de Heilige Geest ingaan en bedrog en kwaad inhouden. Mensen die niet tot het einde toe volgen, die geen gelijke tred houden met het werk van de Heilige Geest en die zich alleen vastklampen aan het oude werk, zijn er niet alleen niet in geslaagd om God trouw te blijven, maar zijn juist mensen geworden die zich tegen God keren, mensen die door het nieuwe tijdperk worden verworpen en die bestraft zullen worden. Zijn er mensen die meelijwekkender zijn? Velen geloven zelfs dat allen die de oude wet verwerpen en het nieuwe werk aanvaarden geen geweten hebben. Deze mensen, die alleen over het ‘geweten’ praten en het werk van de Heilige Geest niet kennen, zullen hun vooruitzichten uiteindelijk afgesneden zien worden door hun eigen geweten. Gods werk houdt niet vast aan leerstellingen en God klampt Zich er ook niet aan vast, ook al is het Zijn eigen werk. Wat ontkend moet worden, wordt ontkend, wat geëlimineerd moet worden, wordt geëlimineerd. Toch stelt de mens zich vijandig op tegen God door vast te houden aan slechts één klein onderdeel van het werk van Gods management. Is dit niet de dwaasheid van de mens? Is dit niet de onwetendheid van de mens? Hoe meer mensen timide en te voorzichtig worden omdat ze bang zijn dat ze Gods zegeningen mislopen, hoe minder ze in staat zijn om grotere zegeningen te verkrijgen en om de ultieme zegen te ontvangen. De mensen die zich slaafs aan de wet houden, tonen allemaal uiterste trouw jegens de wet; hoe meer ze die trouw jegens de wet tonen, hoe meer ze zich opstandig tegen God keren. Want nu is er sprake van het Tijdperk van het Koninkrijk en niet van het Tijdperk van de Wet; het werk van vandaag en het werk van het verleden kunnen niet in één adem worden genoemd en evenmin kan het werk van het verleden worden vergeleken met het werk van vandaag. Het werk van God is veranderd en de praktijk van de mens is ook veranderd; het is niet meer vasthouden aan de wet of dragen van het kruis. De trouw van mensen jegens de wet en het kruis zal Gods goedkeuring dan ook niet krijgen.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Elke dag zoeken ze naar sporen van mij in de Bijbel en vinden willekeurig ‘passende’ passages die ze eindeloos lezen en die ze reciteren als geschriften. Ze weten niet hoe ze met mij verenigbaar kunnen zijn, weten niet wat het betekent om in vijandschap met mij te zijn en lezen de geschriften slechts blindelings. Ze beperken binnen de Bijbel een vage God die ze nooit hebben gezien en ze zijn niet bij machte om die te zien en ze kijken wel als ze eens vrije tijd hebben. Ze geloven alleen in mijn bestaan binnen de reikwijdte van de Bijbel. Voor hen ben ik hetzelfde als de Bijbel; zonder de Bijbel ben ik er niet en zonder mij is er geen Bijbel. Ze besteden geen aandacht aan mijn bestaan of daden, maar in plaats daarvan besteden ze extreme en speciale aandacht aan elk afzonderlijk woord van de Schrift en velen van hen geloven zelfs dat ik niets dat ik zou willen doen zou moeten doen, tenzij het door de Schrift is voorzegd. Ze hechten teveel waarde aan de Schrift. Je zou kunnen zeggen dat ze woorden en uitdrukkingen als te belangrijk zien en gaan zelfs zo ver dat ze verzen uit de Bijbel gebruiken om elk woord dat ik zeg af te wegen en om mij te veroordelen. Wat zij zoeken is niet de weg van verenigbaarheid met mij, of de weg van verenigbaarheid met de waarheid, maar de weg van verenigbaarheid met de woorden van de Bijbel en zij geloven dat alles wat niet overeenkomt met de Bijbel, zonder uitzondering, niet mijn werk is. Zijn zulke mensen niet de plichtsgetrouwe afstammelingen van de farizeeën? De Joodse farizeeën gebruikten de wet van Mozes om Jezus te veroordelen. Ze zochten niet naar verenigbaarheid met de Jezus van die tijd, maar volgden ijverig de wet naar de letter en gingen zelfs zo ver dat ze uiteindelijk de onschuldige Jezus aan het kruis nagelden, nadat ze Hem ervan beschuldigden dat Hij de Oudtestamentische wet niet naleefde en dat Hij de Messias niet was. Wat was hun essentie? Was het niet, dat ze niet zochten naar de weg van verenigbaarheid met de waarheid? Ze waren geobsedeerd door elk woord van de Schrift, terwijl ze geen aandacht schonken aan mijn wil en de stappen en methoden van mijn werk. Het waren geen mensen die de waarheid zochten, maar mensen die zich stevig aan woorden vastklampten; het waren geen mensen die in God geloofden, maar mensen die in de Bijbel geloofden. In wezen waren zij waakhonden van de Bijbel. Om de belangen van de Bijbel te beschermen en de waardigheid van de Bijbel te handhaven en de reputatie van de Bijbel te beschermen, gingen ze zo ver dat ze de genadige Jezus aan het kruis nagelden. Dit deden ze alleen om de Bijbel te verdedigen en om de status van elk woord van de Bijbel in de harten van mensen te handhaven. Dus gaven ze de voorkeur aan het verzaken van hun toekomst en het zondoffer, om Jezus, die Zich niet aan de doctrine van de Schrift hield, ter dood te veroordelen. Waren zij niet de lakeien van elk woord van de Schrift?

En hoe zit het met de mensen tegenwoordig? Christus is gekomen om de waarheid vrij te geven, maar zij willen Hem liever uit de mensheid verdrijven om zodoende de hemel binnen te gaan en genade te ontvangen. Ze zouden de komst van de waarheid liever volledig ontkennen om de belangen van de Bijbel te beschermen en zouden liever de Christus die het vlees weer aannam opnieuw aan het kruis nagelen om het eeuwige bestaan van de Bijbel te garanderen. Hoe kan de mens mijn redding ontvangen, wanneer zijn hart zo kwaadaardig is en zijn aard zo vijandig tegenover mij? Ik leef onder de mensen, maar de mensen weten niets van mijn bestaan. Wanneer ik mijn licht op de mens schijn, blijft hij nog steeds onwetend van mijn bestaan. Wanneer ik mijn toorn over de mens ontketen, ontkent hij mijn bestaan met nog grotere kracht. De mens zoekt naar verenigbaarheid met woorden, met de Bijbel, maar toch nadert geen enkele persoon tot mij om de weg van verenigbaarheid met de waarheid te zoeken. De mens kijkt naar mij op in de hemel en besteedt bijzondere zorg aan mijn bestaan in de hemel, maar niemand geeft om mij in het vlees, want ik die onder de mensen leef, ben gewoon te onbeduidend. Degenen die alleen naar verenigbaarheid met de woorden van de Bijbel zoeken en die alleen naar verenigbaarheid met een vage God zoeken, zijn voor mij een ellendige vertoning. Dat is omdat wat ze aanbidden dode woorden zijn en een God die in staat is om ze ongekende schatten te geven. Wat zij aanbidden is een God die Zichzelf overgeeft aan de genade van de mens en die niet bestaat. Wat kunnen zulke mensen dan van mij verkrijgen? De mens is simpelweg te min voor woorden. Degenen die tegen mij zijn, die ongebreidelde eisen aan mij stellen, die geen liefde voor de waarheid hebben, die opstandig zijn jegens mij – hoe zouden die verenigbaar met mij kunnen zijn?

uit ‘Je zou de weg van verenigbaarheid met Christus moeten zoeken’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Demonen en kwade geesten zijn op hol geslagen op aarde en hebben de wil en moeizame poging van God afgesloten, waardoor ze ondoordringbaar zijn geworden. Wat een doodzonde! Hoe zou God zich niet bezorgd kunnen voelen? Hoe zou God zich niet wraaklustig kunnen voelen? Ze veroorzaken smartelijke hinder en tegenwerking aan het werk van God. Te opstandig! Zelfs die grote en kleine demonen worden hoogmoedig op de kracht van de machtiger duivel en beginnen deining te maken. Zij weerstaan opzettelijk de waarheid ondanks het feit dat ze zich er duidelijk bewust van zijn. Zonen van verzet! Het is alsof ze, nu hun hellekoning de koninklijke troon bestegen heeft, zelfgenoegzaam worden en alle anderen met verachting behandelen. Hoeveel zoeken er de waarheid en volgen gerechtigheid? Ze zijn allemaal beesten zoals varkens en honden, aan het hoofd van een bende stinkende vliegen in het midden van een mesthoop, wiebelen met hun hoofd uit zelfvoldane borstklopperij en veroorzaken allerlei problemen.[1] Ze geloven dat hun hellekoning de grootste van alle koningen is, zonder te beseffen dat zijzelf niet meer zijn dan stinkende vliegen. En toch profiteren ze van de macht van de varkens en honden die hun ouders zijn om het bestaan van God te belasteren. Als nietige vliegjes geloven ze dat hun ouders zo groot zijn als tandwalvissen.[2] Ze beseffen niet dat, hoewel zijzelf miniem zijn, hun ouders onreine varkens en honden zijn, honderden miljoenen malen groter dan zijzelf. Zich niet bewust van hun eigen laagheid slaan zij op hol op de basis van die doordringende stank van die varkens en honden en hebben ze het waanidee toekomstige generaties voort te brengen. Dat is volkomen schaamteloos! Met groene vleugels op hun rug (dit verwijst naar hun bewering dat zij in God geloven), beginnen ze hoogmoedig te worden en scheppen overal op over hun eigen schoonheid en aantrekkelijkheid, terwijl ze stiekem hun onzuiverheden op de mens gooien. En ze zijn zelfs zelfvoldaan, alsof een paar vleugels in de kleuren van de regenboog hun eigen onzuiverheden konden verhullen, en op deze manieren oefenen zij hun onderdrukking uit tegen het bestaan van de ware God (dit verwijst naar wat er gebeurt achter de schermen van de religieuze wereld). Hoe zou de mens kunnen weten dat, hoe betoverend mooi de vleugels van een vlieg ook kunnen zijn, de vlieg zelf uiteindelijk niet meer is dan een miniem wezen met een buik vol smerigheid en een lijf dat bedekt is met ziektekiemen? Op de kracht van hun varkens en honden van ouders slaan zij op hol in dit land (dit verwijst naar de religieuze functionarissen die God vervolgen op basis van sterke ondersteuning van het land, waarbij zij de ware God en de waarheid verraden) met overweldigende felheid. Het is alsof de geesten van de Joodse farizeeërs zijn teruggekeerd samen met God naar de natie van de grote rode draak, terug naar hun oude nest. Ze zijn met nog weer een ronde van vervolging begonnen, waarmee ze hun werk van meerdere duizenden jaren geleden hervatten. Deze groep ontaarde figuren zal zeker sterven op aarde, aan het eind! Het lijkt er op dat na verscheidene millennia, de onreine geesten nog listiger en geniepiger zijn geworden. Ze bedenken onophoudelijk manieren om in het geheim het werk van God te ondermijnen. Ze zijn sluw en geraffineerd en wensen in hun vaderland de tragedie te herhalen van verscheidene duizenden jaren geleden. Dit daagt God haast uit een luide kreet te slaken en Hij kan Zich er nauwelijks van weerhouden naar de derde hemel terug te keren om hen uit te roeien.

uit ‘Werk en intrede (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hoe noemt God degenen die in Jehova geloofden? Judaïsme. Ze werden een soort religieuze groepering. En hoe definieert God degenen die in Jezus geloven? (Christendom.) In Gods ogen zijn het Judaïsme en het christendom religieuze groeperingen. Waarom definieert God ze aldus? Zijn er onder alle leden van deze door God gedefinieerde religieuze groeperingen ook mensen die God vrezen en kwaad vermijden, die Gods wil doen en de weg van God volgen? (Nee.) Dit maakt het duidelijk. Kunnen, in Gods ogen, al diegenen die God alleen in naam volgen degenen zijn die God als gelovigen erkent? Hebben zij allemaal een verbinding met God? Kunnen ze allemaal het doel van Gods redding zijn? (Nee.) Zal er dan een dag komen waarop jullie worden teruggebracht tot wat God ziet als een religieuze groepering? (Het is mogelijk.) Wanneer jullie worden teruggebracht tot een religieuze groepering, lijkt zoiets ondenkbaar. Als mensen in Gods ogen deel gaan uitmaken van een religieuze groepering, zullen ze dan door Hem worden gered? Zijn ze van het huis van God? (Nee, dat zijn ze niet). Probeer dat dus maar eens samen te vatten: deze mensen die alleen in naam in de ware God geloven maar van wie God meent dat ze deel uitmaken van een religieuze groepering – wat voor pad bewandelen ze? Kan men zeggen dat deze mensen het pad bewandelen van wapperen met de vlag van geloof zonder Zijn weg ooit te volgen, van in God geloven maar Hem nooit aanbidden, en in plaats daarvan Hem verzaken? Dat wil zeggen: ze bewandelen het pad van geloven in God, maar ze volgen de weg van God niet en verzaken God; het pad dat zij bewandelen is het pad waarbij ze in God geloven maar Satan aanbidden, ze aanbidden de duivel en proberen hun eigen management uit te voeren en hun eigen koninkrijk te vestigen. Is dit de essentie ervan? Hebben zulke mensen enige verbinding met Gods managementplan voor de redding van de mens? (Nee.) Hoeveel mensen er ook in God geloven, zodra God hun geloofsopvattingen definieert als religie of groep, heeft God bepaald dat ze niet gered kunnen worden. Waarom zeg ik dit? Wie aanbidden de mensen als zij in een groep of massa verkeren zonder het werk en de leiding van God, die Hem helemaal niet aanbidt? Wie volgen ze dan? Voor de vorm en in naam volgen ze een persoon, maar wie volgen ze eigenlijk? In hun hart erkennen ze God, maar in feite zijn ze onderworpen aan menselijke manipulatie, regelingen en controle. Zij volgen Satan, de duivel; ze volgen de machten die God vijandig zijn, die vijanden zijn van God. Zou God een dergelijk stel mensen redden? (Nee.) Waarom niet? Zijn ze tot berouw in staat? (Nee.) Ze wapperen met de vlag van geloof, voeren menselijke ondernemingen en hun eigen management uit, en ze gaan in tegen Gods managementplan voor de redding van de mensheid. Hun uiteindelijke uitkomst is dat God ze verafschuwt en verwerpt; God kan deze mensen onmogelijk redden, ze kunnen zich onmogelijk bekeren, ze zijn al gevangen door Satan – ze zijn volkomen in Satans handen. […] Hoeveel preken je ook hebt gehoord en hoeveel waarheden je ook hebt begrepen, als je uiteindelijk nog steeds mensen volgt en Satan volgt, en je uiteindelijk nog steeds niet in staat bent om de weg van God te volgen, God te vrezen en kwaad te vermijden, zulke mensen zal God verafschuwen en verwerpen. Deze mensen die God verafschuwt en verwerpt, kunnen kennelijk veel over woorden en leerstellingen praten, zijn vele waarheden gaan begrijpen en toch zijn ze niet in staat om God te aanbidden; ze zijn niet staat om God te vrezen en kwaad te vermijden, en ze zijn niet in staat tot totale gehoorzaamheid aan God. God definieert ze in Zijn ogen als een religie, als gewoon een groep mensen, een troep mensen en als een verblijfplaats voor Satan. Ze worden gezamenlijk de bende van Satan genoemd, volkomen verafschuwd door God.

uit ‘Alleen als je te allen tijde voor Gods aangezicht leeft, kun je het pad van redding bewandelen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Voetnoten:

1. “Veroorzaken allerlei problemen” verwijst naar de manier waarop mensen die demonisch zijn, in opstand komen, waardoor zij het werk van God hinderen en weerstaan.

2. “Tandwalvissen” is spottend bedoeld. Het is een metafoor voor het feit dat vliegen zo klein zijn dat varkens en honden voor hen zo groot als walvissen lijken.

XIV. Men moet duidelijk communiceren over de verschillen tussen Gods kerk en religieuze groeperingen