836 God ondergaat diepe vernedering

836 God ondergaat diepe vernedering

1 Tweeduizend jaar geleden woonde Hij een aantal jaar bij zondaars. Dat was in het belang van de verlossing. Vandaag leeft Hij onder een groep smerige, eenvoudige mensen. Dit is in het belang van de zaligheid. Als het niet was geweest om de mensheid te redden, waarom zou Hij dan voor de tweede keer terugkeren als mens, geboren in dit land waar demonen samenkomen en leven met deze mensen die diep verdorven zijn door Satan? Dit alles betekent alleen maar dat Gods liefde voor de mensheid zo onbaatzuchtig is, het lijden en de vernedering die Hij doorstaat zijn zo veelomvattend! Weten jullie niet dat Hij zulke diepe vernedering ondergaat omwille van jullie allen en jullie lot?

2 Hij wilde liever in een smerig land geboren worden en alle vernedering ondergaan omwille van de overleving van de hele mensheid. God is heel waarlijk – Hij doet geen oneigenlijk werk. Is niet elk onderdeel van Zijn werk vanuit echtheid gedaan? Hoewel veel mensen boosaardig over Hem spreken en zeggen dat Hij aan tafel zit met zondaars, hoewel mensen Hem gezamenlijk bespotten en zeggen dat Hij leeft met de zonen van vuil, met de laagste mensen, heeft Hij nog steeds een onbaatzuchtige toewijding en wordt Hij nog steeds op deze manier door de mensen afgewezen. Is het lijden dat Hij doorstaat niet zwaarder dan jullie lijden? Gaat Zijn werk niet verder dan de prijs die jullie hebben betaald?

Naar ‘Het belang van het redden van de afstammelingen van Moab’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

836 God ondergaat diepe vernedering