838 De geïncarneerde God heeft lang onder de mensen geleefd

838 De geïncarneerde God heeft lang onder de mensen geleefd

1 Toen God vlees werd en lange tijd onder de mensen woonde, nadat Hij de verschillende levensstijlen van de mens had ervaren en geobserveerd, dacht Hij er niet over na hoe Hij een goed leven zou kunnen leiden of hoe Hij vrijer, comfortabeler zou kunnen leven. Toen Hij een authentiek menselijk leven ervoer, ervoer Hij ook hoe hulpeloos de mensen waren die te midden van verdorvenheid leefden en zag en ervoer Hij de ellende van degenen die in zonde leefden, die verloren waren in de marteling door Satan, door het kwaad. Alles wat Hij zag deed Hem het belang en de noodzaak beseffen van het werk dat Hij tijdens deze periode in het vlees op zich had genomen.

2 Je zou kunnen zeggen dat de Heer Jezus tijdens dit proces steeds duidelijker het werk dat Hij moest doen en wat Hem was toevertrouwd begon te begrijpen. Hij was er ook steeds meer op gebrand het werk dat Hij op zich had genomen te voltooien – alle zonden van de mensheid op zich te nemen, boete te doen voor de mensheid zodat ze niet langer in zonde leefde en God in staat zou zijn de zonden van de mens te vergeten vanwege het zondoffer, zodat Hij voort kon gaan met Zijn werk van het redden van de mensheid. Er kan worden gezegd dat de Heer Jezus in Zijn hart bereid was Zichzelf aan te bieden voor de mensheid, Zichzelf op te offeren. Hij was ook bereid als zondoffer te dienen en aan het kruis genageld te worden. Toen Hij de ellendige omstandigheden van het leven van de mens zag, wilde Hij zelfs nog meer Zijn missie zo snel mogelijk vervullen, zonder ook maar een minuut of seconde vertraging.

3 Toen Hij dit gevoel van urgentie had, dacht Hij niet na over Hoe verschrikkelijk Zijn eigen pijn zou zijn en dacht Hij ook niet langer na over hoeveel vernedering Hij zou moeten verduren – Hij koesterde slechts één overtuiging in Zijn hart: zolang Hij Zichzelf zou opofferen, zolang Hij aan het kruis zou worden genageld als zondoffer, zou Gods wil worden uitgevoerd en zou Hij in staat zijn nieuw werk te beginnen. De levens van de mensheid in zonde, hun gesteldheid van leven in zonde, zou compleet veranderd worden. Zijn overtuiging en wat Hij vastbesloten was te doen hadden betrekking op het redden van de mens. Hij had slechts één doel: Gods wil uit te voeren zodat Hij met succes kon beginnen met de volgende fase van Zijn werk. Dit was het dat de Heer Jezus in die periode in gedachte had.

Naar ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

838 De geïncarneerde God heeft lang onder de mensen geleefd