318 Gods wonderbaarlijke daden om alle dingen te beheren

318 Gods wonderbaarlijke daden om alle dingen te beheren

1. Door de eeuwen heen druppelde het stroompje zachtjes rondom de voet van de berg. Het volgde de koers die de berg had gemaakt, en kwam zo weer thuis; het sloot zich aan bij de rivier en stroomde de zee in. De berg zorgde voor het stroompje, en het verdwaalde niet. Het beekje en de berg vertrouwden op elkaar, ze beteugelden elkaar en waren van elkaar afhankelijk.

2. Door de eeuwen heen bleef de felle wind steeds huilen naar de berg. De felle wind blies grote draaikolken van zand op, toen hij de berg ‘bezocht’, net als altijd. Hij bedreigde de berg, maar brak nooit de berg doormidden. De woeste wind en de grote berg vertrouwden op elkaar, ze hielden elkaar in toom en waren van elkaar afhankelijk.

3. Door de eeuwen heen rustte de gigantische golf ook niet en hij werd steeds groter. Hij brulde en sloeg steeds weer tegen de berg op, maar de berg bewoog nooit een centimeter. De berg waakte over de zee en zo groeiden en bloeiden de schepselen in de zee. De gigantische golf en de grote berg vertrouwden op elkaar, ze beteugelden elkaar en waren van elkaar afhankelijk.

Naar ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

318 Gods wonderbaarlijke daden om alle dingen te beheren