I. Men moet getuigen van de waarheden over Gods vleeswording

I. Men moet getuigen van de waarheden over Gods vleeswording

5. Wat zijn de essentiële verschillen tussen de vleesgeworden God en degenen die door God worden gebruikt?

Bijbelverzen ter referentie:

“Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur” (Mat. 3:11).

Relevante woorden van God:

De vleesgeworden God heet Christus, en Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf; dit wezen staat Zijn eigen werk niet in de weg, en Hij zou met geen mogelijkheid ook maar iets kunnen doen dat Zijn eigen werk teniet zal doen of woorden spreken die tegen Zijn wil ingaan. …

… In God Zelf zijn er geen ongehoorzame elementen; Zijn wezen is goed. Hij is de uiting van schoonheid en goedheid, en van alle liefde. Zelfs in het vlees doet God niets wat God de Vader niet gehoorzaamt. Zelf wanneer Hij Zijn leven ervoor moet opofferen, wil Hij dit van ganser harte, en maakt geen andere keuze. In God zijn er geen elementen van zelfingenomenheid en gewichtigheid, of van ijdelheid of hoogmoed; Hij heeft geen onbetrouwbare elementen. Alles wat niet gehoorzaamt aan God komt van Satan; Satan is de bron van alles wat lelijk en kwaad is. De reden dat de mens kwaliteiten heeft zoals die van Satan, is omdat de mens door Satan is verdorven en bewerkt. Christus is niet verdorven door Satan, daarom heeft Hij alleen eigenschappen van God en geen enkele van Satan.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Omdat Hij een mens met de essentie van God is, staat Hij boven alle geschapen mensen, boven iedere mens die het werk van God kan uitvoeren. En dus is Hij, onder allen met een menselijk omhulsel net als Hij en onder allen die menselijkheid bezitten de enige die de geïncarneerde God Zelf is – alle anderen zijn geschapen mensen. Hoewel ze allen menselijkheid bezitten zijn geschapen mensen slechts menselijk, terwijl de vleesgeworden God anders is: in Zijn vlees heeft Hij niet alleen menselijkheid, maar ook – nog belangrijker – goddelijkheid.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Omdat God heilig en onbezoedeld is, waar en echt is, komt Zijn vlees voort uit de Geest. Dat is zeker, zonder enige twijfel. Hij kan niet alleen getuigen van God Zelf, maar bovendien Zijn wil volledig uitvoeren. Dat is één kant van Gods substantie. Dat het vlees voortkomt uit de Geest die een beeld heeft, wil zeggen dat er een verschil in aard is tussen het vlees waarin Gods Geest Zich kleedt en het vlees van mensen. Het verschil zit vooral in hun geest.

uit ‘Hoofdstuk 9’ van Interpretaties van de mysteriën van Gods woorden aan het gehele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het vlees dat gedragen wordt door de Geest van God is Gods eigen vlees. De Geest van God is superieur; Hij is almachtig, heilig, en rechtvaardig. Evenzo is Zijn vlees ook superieur, almachtig, heilig en rechtvaardig. Dergelijk vlees is enkel in staat om te doen wat rechtvaardig en heilzaam is voor de mensheid, dat wat heilig is, glorieus en machtig, en is niet in staat ook maar iets te doen dat de waarheid of moraliteit en rechtvaardigheid geweld aan doet, laat staan iets dat Gods Geest verraadt. De Geest van God is heilig, en aldus kan Zijn vlees niet verdorven worden door Satan; Zijn vlees is wezenlijk anders dan het vlees van de mens. Want het is de mens, niet God, die verdorven wordt door Satan; Satan zou onmogelijk het vlees van God kunnen verderven. Aldus, ondanks het feit dat de mens en Christus samen in dezelfde ruimte verblijven, is het enkel de mens die gedomineerd, gebruikt en verstrikt wordt door Satan. Daarbij vergeleken is Christus eeuwig ongevoelig voor de verdorvenheid van Satan, omdat Satan nooit in staat zal zijn om op te stijgen naar de allerhoogste plaats, en nooit in staat zal zijn om dicht bij God te komen. Vandaag moeten jullie allemaal begrijpen dat het enkel de mensheid is, die door Satan verdorven is, die mij verraadt, en dat dit probleem altijd irrelevant zal zijn voor Christus.

uit ‘Een heel ernstig probleem: verraad (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De vleesgeworden God is wezenlijk anders dan de mensen die door God worden gebruikt. De vleesgeworden God kan het werk van goddelijkheid verrichten, terwijl de mensen die door God worden gebruikt dat niet kunnen. Aan het begin van ieder tijdperk spreekt Gods Geest persoonlijk om het nieuwe tijdperk van start te laten gaan en de mens naar een nieuw begin te brengen. Wanneer Hij klaar is met spreken, betekent dit dat Gods werk binnen Zijn goddelijkheid klaar is. Daarna volgen alle mensen hen die door God gebruikt worden om hun levenservaring binnen te gaan.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hoewel de vleesgeworden God een gewoon menselijk verstand heeft is Zijn werk niet aangetast door menselijke gedachten. Hij onderneemt het werk in de menselijkheid met gewoon verstand waarvoor de eerste vereiste is dat Hij menselijkheid met verstand bezit, niet door gewone menselijke gedachten toe te passen. Hoe verheven de gedachten van Zijn vlees ook zijn, Zijn werk kan toch niet als logisch of als denkwerk bestempeld worden. Met andere woorden, Zijn werk is niet door het verstand van Zijn vlees bedacht, maar is een directe uitdrukking van het goddelijke werk in Zijn menselijkheid. Al Zijn werk is de bediening die Hij moet uitvoeren, en Hij heeft niets daarvan met Zijn eigen brein bedacht. Bijvoorbeeld, zieken genezen, duivels verdrijven en de kruisiging waren niet het product van Zijn menselijk verstand, een mens met een menselijk verstand zou daar niet in kunnen slagen. Het huidige overwinningswerk is evenzeer een bediening die uitgevoerd moet worden door de vleesgeworden God, maar het is niet het werk van de menselijke wil, het is het werk dat Zijn goddelijkheid moet uitvoeren, werk waar geen lichamelijk mens toe in staat is.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Door de eeuwen heen heeft God mensen gebruikt die allemaal een gezond verstand hebben en normaal kunnen denken. Ze kennen allemaal de principes van menselijk gedrag. Ze houden er normale menselijke ideeën op na en zijn uitgerust met alles wat gewone mensen moeten hebben. De meesten van hen hebben uitzonderlijk talent en een aangeboren intelligentie. Door te werken in deze mensen, maakt Gods Geest gebruik van hun talenten welke door God gegeven gaven zijn. Gods Geest laat hun talenten gelden en gebruikt hun talenten in Gods dienst. Het wezen van God is echter vrij van ideeën en vrij van denken, niet vervalst door menselijke intenties en mist zelfs datgene waar normale mensen mee zijn uitgerust. Dat wil zeggen dat Hij niet eens vertrouwd is met de principes van het menselijke gedrag. Zo zal het zijn wanneer de God van vandaag naar de aarde komt. Zijn werk en Zijn woorden zijn niet vervalst door menselijke intenties of menselijke gedachtegangen, maar ze zijn een directe manifestatie van de intenties van de Geest en Hij werkt rechtstreeks namens God. Dit betekent dat de Geest direct spreekt, oftewel de goddelijkheid doet het werk rechtstreeks, het is dus niet vermengd met ook maar enige menselijke intentie. Met andere woorden de vleesgeworden God belichaamt de goddelijkheid rechtstreeks, heeft geen menselijke gedachtegangen of ideeën en geen inzicht in de principes van het menselijke gedrag. Indien alleen de goddelijkheid aan het werk was (dus als alleen God Zelf aan het werk was), dan zou Gods werk geenszins op aarde uitgevoerd worden. Dus als God naar de aarde komt, moet Hij een klein aantal mensen hebben dat Hij gebruikt om te werken binnen de menselijkheid in samenhang met het werk dat God in goddelijkheid verricht. Met andere woorden: Hij gebruikt menselijk werk om Zijn goddelijke werk te handhaven. Anders zou er geen manier zijn waarop de mens rechtstreeks in contact kan komen met het goddelijke werk.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het werk van God Zelf is het werk van de Heilige Geest; het werk van de geïncarneerde God is niets minder dan de Heilige Geest aan het werk. Het werk van mensen die worden gebruikt is ook het werk van de Heilige Geest. Het enige is, dat het werk van God de complete uitdrukking is van de Heilige Geest en dat er geen verschil is, terwijl het werk van mensen die worden gebruikt wordt gemengd met vele menselijke dingen, en het niet de directe uitdrukking van de Heilige Geest is, laat staan complete uitdrukking. … Wanneer de Heilige Geest werkt aan mensen die worden gebruikt, worden zowel hun gaven als hun werkelijke kaliber ingezet en niet achtergehouden. Hun werkelijke kaliber wordt helemaal ingezet om het werk te dienen. Je kunt stellen dat Hij werkt door de beschikbare delen van een mens te gebruiken, om de werkresultaten te behalen. Het werk dat wordt gedaan in het vleesgeworden vlees daarentegen, is om het werk van de Geest direct uit te drukken en is niet gemengd met menselijk verstand en gedachten en is onbereikbaar voor de gaven van de mens, de beleving van de mens of zijn aangeboren toestand.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wat God uitdrukt, is wat God Zelf is en het is buiten het bereik van de mens, dat wil zeggen, het gaat verder dan een mens kan bedenken. Hij drukt Zijn werk van het leiden van de gehele mensheid uit; dit is niet relevant voor de details van de menselijke ervaring, maar betreft daarentegen Zijn eigen management. De man drukt zijn beleving uit, terwijl God Zijn wezen uitdrukt – dit wezen is Zijn eigenlijke gezindheid en het is buiten het bereik van de mens. De ervaring van de mens is zijn zicht en kennis die hij heeft verworven op basis van Gods uitdrukking van Zijn wezen. Dergelijk zicht en dergelijke kennis worden het wezen van de mens genoemd. Ze worden uitgedrukt op het fundament van de eigenlijke gezindheid van de mens en zijn werkelijke kaliber; derhalve worden zij ook het wezen van de mens genoemd. … Wat de mens zegt is wat zij hebben ervaren. Het is wat zij hebben gezien, wat hun verstand kan begrijpen en wat hun zintuigen kunnen voelen. Dat is waar zij over kunnen communiceren. De woorden die door Gods vleesgeworden vlees worden gesproken zijn de directe uitdrukking van de Geest en drukken het werk uit dat door de Geest is gedaan. Het vlees heeft het niet ervaren of gezien, maar uit toch Zijn wezen, omdat de substantie van het vlees de Geest is, en Hij het werk van de Geest uitdrukt. Hoewel het vlees niet in staat is het te bereiken, is het werk al gedaan door de Geest. Na de vleeswording, door de uitdrukking van het vlees, stelt Hij mensen in staat om Gods wezen te kennen en laat mensen Gods gezindheid zien, met de werken die Hij heeft gedaan. Het werk van de mens stelt mensen in staat om meer duidelijkheid te hebben over waar zij binnen zouden moeten gaan en wat zij zouden moeten begrijpen; het behelst het leiden van mensen naar het begrip en de ervaring van de waarheid. Het werk van de mens is de mens te ondersteunen; Gods werk is nieuwe paden te openen en nieuwe tijdperken voor de mensheid te openen, en om aan mensen dat wat stervelingen niet bekend is te openbaren, waardoor zij Zijn gezindheid zouden kennen. Gods werk is de gehele mensheid te leiden.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Niemand die in het vlees leeft, kan direct God vertegenwoordigen, tenzij hij een mens is die door de Heilige Geest wordt gebruikt. Maar zelfs voor zo iemand geldt dat zijn gezindheid en naleving God niet volledig vertegenwoordigen; iemand kan slechts zeggen dat zijn naleven wordt aangestuurd door de Heilige Geest. De gezindheid van zo’n mens kan God niet vertegenwoordigen.

…………

Alle handelingen en daden van Satan worden zichtbaar in de mens. Alle handelingen en daden van de mens zijn een uitdrukking van Satan en kunnen daarom God niet vertegenwoordigen. De mens is de belichaming van Satan en de gezindheid van de mens is niet in staat om de gezindheid van God te vertegenwoordigen. Sommige mensen hebben een goed karakter. God kan wat werk doen door het karakter van zulke mensen en het werk dat zij doen wordt aangestuurd door de Heilige Geest. Maar ook hun gezindheid is niet in staat om God te vertegenwoordigen. Het werk dat God aan hen doet is niet meer dan een werken met en uitbreiden van wat al in hen aanwezig is. Of het nu profeten zijn of mensen uit vroeger tijden die door God zijn gebruikt, niemand is in staat om God direct te vertegenwoordigen. … geen enkel mens met een zondige natuur kan God vertegenwoordigen, en de zonde van de mens vertegenwoordigt Satan. Dat wil zeggen, de zonde is geen vertegenwoordiger van God en God is zonder zonde. Zelfs het werk in de mens door de Heilige Geest, kan alleen gezien worden als aangestuurd door de Heilige Geest. Men kan niet zeggen dat dit door de mens wordt gedaan in naam van God. Integendeel, wat de mens betreft, vertegenwoordigt noch zijn zonde, noch zijn gezindheid God.

uit ‘De verdorven mens kan God niet vertegenwoordigen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Een mens die door God wordt gebruikt, is niet de vleesgeworden God en de vleesgeworden God is geen mens die door God wordt gebruikt. Hier is sprake van een wezenlijk verschil. … De woorden van de vleesgeworden God luiden een nieuw tijdperk in, bieden leiding aan de gehele mensheid, onthullen mysteriën en wijzen de mens richting in een nieuw tijdperk. De verlichting die door de mens is verkregen is slechts eenvoudige praktijk of kennis. Deze kan niet de hele mensheid een nieuw tijdperk inleiden of het mysterie van God Zelf onthullen. God is immers God en de mens is mens. God heeft het wezen van God en de mens heeft het wezen van de mens. Als een mens de woorden die God heeft gesproken als eenvoudige verlichting door de Heilige Geest ziet en de woorden van de apostelen en profeten beschouwt als woorden die door God persoonlijk zijn gesproken, heeft de mens het bij het verkeerde eind.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

I. Men moet getuigen van de waarheden over Gods vleeswording