Alleen Gods dierbaren zijn het waardig om Hem te dienen

Alleen Gods dierbaren zijn het waardig om Hem te dienen

I

Zij die God dienen moeten Zijn dierbaren zijn,

geliefd door God en trouw aan Hem zijn.

Of je nu vooraan of achter and'ren staat,

Gods vreugde kun je winnen en je zult stevig voor God staan.

Hoe een ander je ook behandelt,

jij bewandelt je eigen pad, geef je zorgen aan Gods lasten.

Enkel zo ben je een dierbare van God.

Enkel zo ben je een dierbare van God.

Een dierbare van God is Zijn vertrouweling.

Zij delen in Gods zorgen en behoeftes.

Ondanks lijden en zwakte, konden zij pijn doorstaan,

ze gaven op waarvan ze hielden voor 't tevreden stellen van God.

Tevreden stellen van God.

II

Gods dierbaren kunnen Hem dienen

want aan hen werden Gods opdracht en lasten geschonken.

Ze nemen Gods hart als het hunne aan,

denken niet na over of zij iets zullen winnen of verliezen.

Ook zonder vooruitzichten, geloven zij met een Godlievend hart.

Daarom is zo iemand een dierbare van God.

Enkel zo ben je een dierbare van God.

Enkel zo ben je een dierbare van God.

Een dierbare van God is Zijn vertrouweling.

Zij delen in Gods zorgen en behoeftes.

Ondanks lijden en zwakte, konden zij pijn doorstaan,

ze gaven op waarvan ze hielden voor 't tevreden stellen van God.

Tevreden stellen van God.

III

God geeft meer lasten aan mensen als zij.

Door hen drukt God uit wat Hij zal doen.

Daardoor houdt God van mensen als zij.

Dienaren zijn zij naar Zijn eigen hart.

Een dierbare van God is Zijn vertrouweling.

Zij delen in Gods zorgen en behoeftes.

Ondanks lijden en zwakte, konden zij pijn doorstaan,

ze gaven op waarvan ze hielden voor 't tevreden stellen van God.

Tevreden stellen van God.

uit 'Het Woord verschijnt in het vlees'

Alleen Gods dierbaren zijn het waardig om Hem te dienen