Ik ben maar een klein geschapen wezen

Ik ben maar een klein geschapen wezen

I

Oh God! Het maakt niet uit of ik aanzien heb of niet, ik begrijp mezelf nu.

Als mijn aanzien groot is, is dat door uw verhoging.

Als mijn aanzien laag is, is dat door uw ordening.

Oh God! Ik heb geen keuzes, ik heb geen klachten.

Alles is in uw handen. U gebood dat ik geboren zou worden

in dit land, tussen deze mensen,

en ik moet alleen maar gehoorzaam zijn onder uw heerschappij.

Ik ben niet meer dan een klein schepsel,

tot leven gebracht door de Heer van de schepping.

U maakte me, en nu heeft u me geplaatst in uw hand, naar uw genade.

Ik wil uw werktuig en uw contrast zijn.

Want het is wat u gebood en niemand kan dat ooit veranderen.

Alle dingen zijn in uw handen.

II

Oh God! Ik focus niet op aanzien, dat doe ik niet.

Ik ben slechts één van de schepsels.

Als u me in het meer van vuur en zwavel gooide,

in de bodemloze put, ben ik niet meer dan een schepsel.

Ik ben niet meer dan een klein schepsel,

tot leven gebracht door de Heer van de schepping.

U maakte me, en nu heeft u me geplaatst in uw hand, naar uw genade.

Ik wil uw werktuig en uw contrast zijn.

Want het is wat u gebood en niemand kan dat ooit veranderen.

Alle dingen zijn in uw handen.

III

Als u mij gebruikt, ben ik een schepsel.

Als u me vervolmaakt, ben ik nog steeds een schepsel.

Als u me niet vervolmaakt, zal ik nog steeds van u houden

omdat ik slechts een schepsel ben.

Ik ben niet meer dan een klein schepsel,

tot leven gebracht door de Heer van de schepping.

U maakte me, en nu heeft u me geplaatst in uw hand, naar uw genade.

Ik wil uw werktuig en uw contrast zijn.

Want het is wat u gebood en niemand kan dat ooit veranderen.

Alle dingen zijn in uw handen.

Ik ben maar een klein geschapen wezen