17 Alle naties komen naar uw licht

17 Alle naties komen naar uw licht

I

U opent uw wijde omhelzing

om de mensheid te liefkozen in zijn kermen,

u wiegt uw armen van kracht en zorg,

en uw ogen van helderheid stralen!

En uw liefde en genade houden ons vast,

en uw glorieuze gezicht verschijnt.

In deze enorme, zo lang vage wereld,

zijn uw stralen van licht er nu.

En onze wereld is stervende, gevallen en slecht,

en ze schreeuwt om de Verlosser om opnieuw te komen.

U brengt hoop naar de hele mensheid,

en een einde aan twee millennia van wachten!

II

U opent uw wijde omhelzing

om de mensheid te liefkozen in zijn kermen,

u wiegt uw armen van kracht en zorg,

en uw ogen van helderheid stralen!

En onze wereld is stervende, gevallen en slecht,

en ze schreeuwt om de Verlosser om opnieuw te komen.

En onze wereld is stervende, gevallen en slecht,

en ze schreeuwt om de Verlosser om opnieuw te komen.

U brengt hoop naar de hele mensheid,

en een einde aan twee millennia van wachten, van wachten!

III

Kom, alle naties, kom naar uw licht,

bevrijd van de onderwerping van de kwade.

Uit het duister, zullen we voor altijd vrij zijn,

om te roepen “uw heilige naam zij geloofd tot in de eeuwigheid!”

Kom, alle naties, kom naar uw licht,

bevrijd van de onderwerping van de kwade.

Uit het duister, zullen we voor altijd vrij zijn,

om te roepen “uw heilige naam zij geloofd tot in de eeuwigheid!”

(Kom, alle naties.)

17 Alle naties komen naar uw licht