125 Een geschapen wezen moet ten genade van God zijn

125 Een geschapen wezen moet ten genade van God zijn

I

Wat God ook van je vragen mag, ga er volledig voor.

Toon Hem je loyaliteit helemaal tot het einde.

Als je Hem ziet op de troon met een blije lach

op de dag dat je deze wereld achter je laat,

kan je lachen van vreugd als je je ogen sluit.

Wat kan je doen voor God, oh geschapene?

Geef je over aan Zijn genade.

Laat God doen zoals Hij wil, zolang Hij gelukkig en tevreden is.

Hoe kan iemand klagen vanbinnen?

II

Zolang je hier op aarde bent, met alle macht,

en vervul je plicht voor God, stel Hem tevreden, oh~

Zoals Petrus, die van God hield tot de dood,

en werd gekruisigd voor Hem.

Met al wat je doet, stel Hem tevreden.

Wat kan je doen voor God, oh geschapene?

Geef je over aan Zijn genade.

Laat God doen zoals Hij wil, zolang Hij gelukkig en tevreden is.

Hoe kan iemand klagen vanbinnen? Oh~

Laat Hem doen zoals Hij wil, geef je over aan Zijn genade. Oh~

Wat kan je doen voor God, oh geschapene?

Geef je over aan Zijn genade.

Laat God doen zoals Hij wil, zolang Hij gelukkig en tevreden is.

Hoe kan iemand klagen vanbinnen?

uit 'Het Woord verschijnt in het vlees'

125 Een geschapen wezen moet ten genade van God zijn