622 De gevolgen van het stelen van Gods offers

622 De gevolgen van het stelen van Gods offers

1 Ik zie nu je ongeremde vlees dat mij zou misleiden, en ik heb alleen een kleine waarschuwing voor je. Ik onderneem beslist geen actie door tuchtiging om jou te ‘bedienen’. Jij moet jouw rol in mijn werk kennen en dan zal ik tevreden zijn. Daarbij kan het mij niets schelen als jullie weerstand bieden tegen mij of mijn geld uitgeven, of de voor mij, Jehova, bestemde offers opeten, of als jullie maden elkaar bijten, of er ruzie of schending heerst onder jullie hondachtige wezens. Jullie hoeven alleen maar te weten wat voor dingen jullie zijn, dan ben ik tevreden.

2 Jullie, stinkende kleine wormen stelen offergaven van het altaar van mij, Jehova; kunnen jullie door dat te doen jullie verdorven, falende namen redden om het uitverkoren volk van Israël te worden? Jullie zijn schaamteloze ellendelingen! Die offers op het altaar werden aan mij opgedragen door mensen, en drukten de welwillende gevoelens uit van hen die mij vrezen. Ze zijn in mijn beheer en voor mijn gebruik, dus hoe haal jij het in je hoofd mij te beroven van de kleine tortelduifjes, gegeven door mensen? Ben je niet bang om een Judas te zijn? Ben je niet bang dat je land in een bloedig slagveld verandert? Jij schaamteloos geval! Denk je echt dat al die door mensen geofferde tortelduiven bedoeld zijn om die buik van jou, made, te vullen?

3 Wat ik je heb gegeven, gaf ik je met plezier en van harte; wat ik je niet heb gegeven, staat tot mijn beschikking, en je kunt niet zomaar mijn offerandes stelen. Degene die het werk doet, ben ik, Jehova - de Heer van de schepping, en het komt door mij dat mensen offers brengen. Denk je soms dat het een beloning is voor al jouw rondrennen? Je bent werkelijk schaamteloos! Voor wie ren je rond? Is het soms niet voor jezelf? Waarom steel je mijn offers? Waarom steel je geld uit mijn geldbuidel? Ben je soms niet de zoon van Judas Iskariot? Mijn, Jehova's, offers moeten door de priesters worden genoten. Ben jij soms een priester? Je durft zelfvoldaan mijn offers op te eten en je spreidt ze zelfs uit op tafel; je bent niets waard! Jij waardeloze ellendeling! Jehova’s vuur zal jou verteren!

Naar ‘Wanneer de vallende bladeren terugkeren naar hun wortels, zullen jullie spijt krijgen van al het kwaad dat jullie hebben gedaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

622 De gevolgen van het stelen van Gods offers