23. Wat is het verschil tussen het kaf en het koren?

23. Wat is het verschil tussen het kaf en het koren?

Relevante woorden van God:

Zoals ik al zei, heeft Satan degenen die mij dienen gestuurd om mijn management te verstoren. Deze dienstdoeners zijn onkruid, toch verwijst tarwe niet naar de eerstgeboren zonen, maar veeleer naar alle zonen en de mensen die niet de eerstgeboren zonen zijn. ‘Tarwe blijft tarwe, onkruid blijft onkruid’; dit betekent dat de natuur van wie van Satan zijn nooit kan veranderen. Kortom, zij blijven dus als Satan. Tarwe betekent de zonen en het volk want vóór de schepping van de wereld voorzag ik deze mensen van mijn kaliber. Ik heb al eerder gezegd dat de natuur van de mens niet verandert, zodat tarwe tarwe blijft.

uit ‘Hoofdstuk 113’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hoezeer ze ook beproefd worden, de trouw van de mensen die God in hun hart hebben, blijft onveranderd; maar mensen die God niet in hun hart hebben, veranderen hun kijk op God en zeggen God zelfs vaarwel zodra het werk van God hun geen voordelen voor het vlees oplevert. Zulke mensen zullen aan het einde niet standhouden, ze zoeken alleen Gods zegeningen en hebben geen verlangen om zich voor God uit te putten en zich aan Hem toe te wijden. Dergelijke barbaarse mensen zullen allemaal verbannen worden wanneer Gods werk ten einde loopt en verdienen geen enkel medeleven. Mensen zonder menselijkheid zijn niet in staat om God werkelijk lief te hebben. Wanneer de omgeving veilig en zeker is, of wanneer ze winst kunnen behalen, zijn ze volkomen gehoorzaam jegens God, maar als hun wensen in het gedrang komen of uiteindelijk afgewezen worden, komen ze meteen in opstand. Ze kunnen zelfs in slechts één nacht van een glimlachende, ‘zachtaardige’ persoon veranderen in een lelijke en woeste moordenaar die hun weldoener van gisteren plotseling als hun doodsvijand behandelt, zonder enige reden. Als deze demonen niet worden uitgeworpen, demonen die in een oogwenk zouden moorden, zullen ze dan niet de oorzaak van verder leed worden? … De mensen die God waarlijk volgen, zijn in staat om de test van hun werk te doorstaan, terwijl mensen die God niet waarlijk volgen, niet in staat zijn welke van Gods beproevingen dan ook te doorstaan. Vroeg of laat zullen ze verbannen worden, terwijl de overwinnaars in het koninkrijk zullen blijven. Of de mens God waarlijk zoekt of niet, wordt bepaald door de test van zijn werk, dat wil zeggen door Gods beproevingen, en heeft niets van doen met het besluit van de mens zelf. God wijst niemand in een opwelling af; alles wat Hij doet, is erop gericht de mens volledig te overtuigen. Hij doet niets dat voor de mens onzichtbaar is, noch enig werk dat de mens niet kan overtuigen. Of het geloof van de mens oprecht is of niet, wordt bewezen door de feiten en kan niet door de mens beslist worden. Dat ‘tarwe geen onkruid kan worden en onkruid geen tarwe kan worden’, staat vast. Allen die God werkelijk liefhebben, zullen uiteindelijk in het koninkrijk blijven en God zal niemand verkeerd behandelen die Hem waarlijk liefheeft.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Iedereen die met zijn tong de vleesgeworden God erkent, maar de waarheid van gehoorzaamheid aan de vleesgeworden God niet naleeft, zal uiteindelijk worden geëlimineerd en vernietigd. Ook zal iedereen die met zijn tong de zichtbare God belijdt en de waarheid, uitgedrukt door de zichtbare God, eet en drinkt, maar toch zoekt naar de vage en onzichtbare God, des te meer vernietigd worden in de toekomst. Geen van deze mensen kan overblijven tot de tijd van rust nadat Gods werk is beëindigd; niemand van dat soort mensen kan overblijven tot de tijd van rust. Het duivelse volk, dat zijn zij die de waarheid niet beoefenen; hun essentie is er een van weerstand bieden aan en ongehoorzaam zijn jegens God en ze hebben geen enkele intentie om God te gehoorzamen. Zulke mensen zullen allemaal worden vernietigd. Of je de waarheid hebt of weerstand biedt aan God, wordt bepaald door je wezen, niet door je uiterlijk of door wat je af en toe zegt of doet. Het wezen van elke persoon bepaalt of ze zullen worden vernietigd; dit wordt bepaald aan de hand van het wezen dat zichtbaar wordt door hun gedrag en hun streven naar de waarheid. Onder mensen die op dezelfde manier werken en dezelfde hoeveelheid werk doen, zijn degenen wiens menselijke wezen goed is en die de waarheid bezitten, de mensen die kunnen blijven, maar zij wiens menselijke wezen slecht is en die de zichtbare God ongehoorzaam zijn, zijn zij die zullen worden vernietigd. Alles van Gods werk of woorden gericht op de bestemming van de mensheid behandelt de mensheid op gepaste wijze overeenkomstig het wezen van elk persoon; er zullen geen toevalligheden zijn en er zal zeker geen enkele fout worden gemaakt. Alleen als iemand werk verricht, wordt de menselijke emotie of bedoeling ermee vermengd. Het werk dat God doet is volstrekt gepast; Hij zal absoluut geen ongegronde aanklachten maken tegen welk schepsel dan ook. Er zijn nu veel mensen die de toekomstige menselijke bestemming niet kunnen zien en die ook de woorden die ik spreek niet geloven; al degenen die niet geloven, samen met degenen die de waarheid niet beoefenen, zijn demonen!

Degenen die zoeken en degenen die niet zoeken zijn nu twee verschillende soorten mensen en het zijn twee soorten mensen met twee verschillende bestemmingen. Degenen die kennis van de waarheid nastreven en de waarheid beoefenen, zijn de mensen die God zal redden. Degenen die de ware weg niet kennen, zijn demonen en vijanden; zij zijn de afstammelingen van de aartsengel en zullen worden vernietigd.

uit ‘God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Weet je werkelijk waarom je in mij gelooft? Ken je echt het doel en de betekenis van mijn werk? Ken je je plicht echt? Ken je mijn getuigenis echt? Als je slechts in mij gelooft, maar mijn glorie noch mijn getuigenis kunnen in jou ontwaard worden, dan heb ik je lang geleden al verworpen. Wat degenen betreft die alles weten, zij zijn zelfs nog meer een doorn in mijn oog, en in mijn huis zijn ze slechts een struikelblok. Ze zijn het kaf dat volledig van het koren van mijn werk moet worden gescheiden, zonder enige functie en zonder enig gewicht; ik heb ze lange tijd verafschuwd. Wat hen betreft die geen getuigenis hebben, op hen is mijn boosheid voortdurend gericht en mijn roede is nooit van hen geweken. Ik heb ze al lang geleden overgedragen in de handen van de boze en ze hebben geen enkele van mijn zegeningen. Op die dag zal hun straf veel pijnlijker zijn dan die van dwaze vrouwen. Nu doe ik alleen het werk dat mijn plicht is om te doen; ik zal alle tarwe in bundels binden, samen met het kaf. Dit is nu mijn werk. Het kaf zal van het koren worden gescheiden wanneer de tijd voor mij daar is, dan zullen de tarwekorrels in het pakhuis worden verzameld, en het kaf dat van het koren gescheiden is, zal in het vuur worden geplaatst om tot stof te worden verbrand. Mijn werk is nu alleen om alle mensen in bundels te binden, dat wil zeggen om ze volledig te overwinnen. Dan zal ik beginnen met de scheiding om het einde van alle mensen te openbaren. Dus je zou moeten weten hoe je mij nu tevreden zou moeten stellen en hoe je op het juiste pad zou moeten komen aangaande je geloof in mij. Wat ik nu zoek is je loyaliteit en gehoorzaamheid, je liefde en getuigenis. Zelfs als je op dit moment niet weet wat een getuigenis is of wat liefde is, zou je alles van jou tot mij moeten brengen, en de enige schatten die je hebt aan mij overdragen: je loyaliteit en gehoorzaamheid. Je moet weten dat het bewijs van mijn vernietiging van Satan ligt in de loyaliteit en gehoorzaamheid van de mens, evenals het bewijs van mijn volledige overwinning van de mens. De plicht van je geloof in mij is om van mij te getuigen, om loyaal te zijn aan mij en niemand anders, en om tot het einde gehoorzaam te zijn.

uit ‘Wat weet jij over het geloof?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gedeelten uit preken en communicatie als referentie:

De voornaamste manifestaties die zijn geopenbaard in degenen die de redding verkrijgen, zijn de volgende: ze zijn in staat zich te onderwerpen aan Gods werk, ongeacht hun persoonlijke voorkeuren. Ze volgen God waarheen Hij hen ook maar leidt, ook al bevinden ze zich in het midden van de beproevingen van dienstdoeners, dood, tijden van tuchtiging, of de grote rampspoed – onder al deze omstandigheden proberen ze niet er zich doorheen te scharrelen of met bedrog zich een weg te banen. Tijdens hun ervaring van moeilijkheden en ergernissen hebben ze de ware weg niet verlaten, en tot op de huidige dag onderwerpen ze zich nog steeds aan Gods beschikkingen en vervullen ze de plichten die ze moeten uitvoeren: dit is een gehoorzaam persoon die zich onderwerpt en uiteindelijk met zekerheid door God zal worden gered. Zo zijn personen die werkelijk verlangen naar God: ze zullen Hem volgen tot het einde, zelfs als dat betekent dat ze hun leven in de waagschaal moeten stellen. “Wat er ook gebeurt, ik zal niet van God weglopen. Ik kan afstand doen van het geluk van mijn gezin en ik kan mijn vrouw, kinderen of echtgenoot verwerpen. Dat is prima, zolang ik mezelf kan uitputten voor God.” Dit is het duidelijke onderscheid tussen degenen die zullen worden gered en degenen die zullen worden geëlimineerd. Tijdens hun ervaring van Gods werk, jagen degenen die zullen worden gered de waarheid na en richten ze hun aandacht op het leven; zij zijn het die waarlijk bevredigende resultaten bereiken en in verschillende gradaties een verandering in hun levensgezindheid verwezenlijken. Ze houden er steeds minder opvattingen en ongehoorzaamheid op na, en geleidelijk zijn ze de gelijkenis van een menselijk wezen gaan naleven. Hun omgang met andere mensen is veel normaler geworden en ze laten minder verdorvenheid zien. Ze hebben vooruitgang geboekt in de waarheid en ze zijn voortdurend op zoek naar diepere helderheid omtrent de waarheid. Ze hebben liefde voor en dorsten naar het woord van God. Op juiste wijze lezen ze Gods woord en communiceren ze over de waarheid; ze leggen nadruk op kennis van zichzelf en ze leggen er nadruk op hun gezindheid grondiger te veranderen. Welke taak ze ook uitvoeren, nooit treuzelen ze om het leven binnen te gaan. Je kunt zeggen dat ze in het juiste spoor van het geloof gaan en dat God Zich niet veel zorgen over hen hoeft te maken. Ze zijn mensen met wie God relatief tevreden is. Dit is een ander onderscheid tussen degenen die zullen worden gered en degenen die zullen worden geëlimineerd. Zij die zullen worden gered, putten zich allemaal naar hun beste vermogen uit voor God, en ze doen alles waarvoor ze geschikt zijn. Enthousiast nemen ze het initiatief; ze zijn geen treuzelaars noch lijntrekkers, en niets van hun werk is oppervlakkig of slordig geweest. Met heel hun hart en kracht zetten ze zich in voor welke taak ook maar voor hen ligt; die behandelen ze serieus, en wanneer ze met anderen samenwerken, zijn ze in staat te letten op het voordeel van Gods huis. Ze richten hun aandacht op het effect van het werk, ze zijn attent op Gods wil en ze proberen aan Gods eisen te voldoen. Bij het uitvoeren van hun taken hebben ze geen zelfzuchtige motieven, en ze intrigeren niet ten gunste van zichzelf noch maken ze zich druk over individueel gewin of verlies; ze kunnen de genoegens van het vlees opzij zetten, en ook ieder voordeel voor hun eigen familie. Indien vereist zijn ze bereid fysieke ontbering te verduren. Voor hen komt het goed uitvoeren van een taak op de eerste plaats, net als het verspreiden van het evangelie om mensen te redden, en het verbreiden van het evangeliewerk van God. Dit is hun motto. Wanneer iemand in staat is zijn plicht loyaal uit te voeren, is dat een bewijs van zijn geweten en verstand. Zelfs nog meer lofwaardig is hun vermogen om attent te zijn op Gods wil, en hun bereidheid om ontbering te lijden om Gods hart te troosten. Omdat deze mensen de waarheid liefhebben en het leven zoeken, is de Heilige Geest altijd in hen werkzaam. Ze bezitten de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest, wanneer ze communiceren over Gods woord, en ze zijn in staat de waarheid te accepteren. Zodoende raakt hun hart steeds verder opgeklaard, ze voeren hun taak steeds krachtiger uit, hun toestand wordt steeds beter en hun verhouding tot andere broeders en zusters wordt steeds normaler. Ze kunnen elkaar liefhebben, maar ook zijn ze in staat om duidelijke grenzen te trekken tussen henzelf en degenen die worden ontmaskerd als mensen die God niet liefhebben en hun taken niet uitvoeren; ze weten hoe ze wijs met zulk soort mensen kunnen omgaan. In het bijzonder hebben ze een volstrekt heldere kijk op de wereld en op ongelovigen; voor hen koesteren ze een bittere haat en als ze met hen in contact komen, krijgen ze schoon genoeg van hen. Ze willen alleen omgang hebben met andere broeders en zusters. In hun ogen zijn alleen hun broeders en zusters hun familie, en ze hebben het gevoel dat ze niet verder zouden kunnen leven als ze gescheiden werden van Gods familie en dat het beter zou zijn om te sterven dan om niet voor God te leven. Deze mensen zijn eerlijk en oprecht van hart; daarom zullen ze, als God iets haat, dat opgeven en doen wat God verlangt, zolang Hij maar tevreden is. Ze hebben zelfrespect en in hun hart willen ze graag uitblinken en daadkrachtig zijn. Ze zijn bereid dienst te doen voor God, en een loyale dienstdoener zijn beschouwen ze als hun eigen roem. Ze streven ernaar God tevreden te stellen; zelfs als het alleen maar dienst doen betreft, zullen ze hun dienst verrichten tot het eind, tot hun laatste ademtocht. Ze geloven dat het najagen van zegeningen heel verachtelijk is, dat het laag is om persoonlijke verlangens te hebben en dat ze verplicht zijn om een fatsoenlijke, oprechte dienstdoener te zijn. God wordt verheerlijkt door deze mensen. Hoewel er enige ongehoorzaamheid en verderf in hen aanwezig zijn, hebben ze de waarheid lief en zoeken ze rechtvaardigheid. Ze zijn niet bang voor moeilijkheden, volharden altijd in het vervullen van hun plicht en verkrijgen uiteindelijk Gods zegen. We zien dat de resultaten van Gods werk in hen bijzonder duidelijk zijn: hun levensgezindheid is in verschillende gradaties veranderd, hun kijk op het leven, hun denken, levensstijl en visie op de dingen ondergaan allemaal een significante verandering; en tot op zekere hoogte worden ze nieuwe mensen. Deze mensen die gered zullen worden, zijn door het dal van de schaduw des doods heen gegaan en hebben het eerste licht van de dageraad gezien, alsof ze uit de doden zijn opgewekt. Wanneer het einde nadert, neemt hun levenskracht toe, en ze stralen jeugdige frisheid uit. Terwijl ze God volgen, houden ze krachtig vast aan hun getuigenis. Dit is precies de groep mensen die God heeft uitverkoren om vandaag Zijn grote redding te ontvangen.

Laten we nu eens kijken naar het gedrag van die slechte mensen die zijn ontmaskerd. Ze stellen mensen bitter teleur en boezemen hen angst in; ze zijn een schoolvoorbeeld van het spreekwoord: een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Hoewel ze in het verleden hebben gewerkt voor of dienst hebben verleend aan Gods familie, zijn ze uiteindelijk, toen God hen ontmaskerde, teruggevallen en hebben ze hun ware aard laten zien. Ze zijn binnengeslopen in de hoop zegeningen te verwerven, maar uiteindelijk gingen ze hun einde tegemoet door een verpletterende, beschamende nederlaag. Ze hebben de waarheid helemaal niet lief en hebben geen belangstelling voor Gods werk. Nooit hebben ze het lezen van Gods woord serieus genomen. Voor hen is het moeilijker om Gods woord te lezen dan een geneesmiddel in te nemen en nog minder willen ze communiceren over de waarheid. Dit is hun voornaamste kenmerk. Voor hen is het uitgesloten dat ze de waarheid begrijpen en zoeken, laat staan dat ze zichzelf kennen. Ze zijn ongelovigen; ze zijn het onkruid dat door Satan is gezaaid. Ze hebben ten diepste geen leven dat iets voorstelt. Toen ze de kerk binnenkwamen, hadden ze geen goede bedoelingen. De voornaamste manifestaties van deze mensen zijn: ze willen nooit iets afstaan en ze willen altijd baten en voordelen verkrijgen. Allerlei gelegenheden grijpen ze aan om te profiteren. Als er geen voordeel valt te behalen, staan ze ook niet vroeg op. Ze zijn mensen die alleen uit zijn op profijt, en ze voeren hun taak niet met plezier of bereidwillig uit. Hun gezindheid is vijandig, terwijl ze in hun hart geen medeleven of invoelingsvermogen voor anderen hebben. Ze zijn afschuwelijk hebzuchtig en onverzadigbaar. Ze pakken iedereen beet die voor hen van voordeel kan zijn en hun winst kan opleveren; ze zorgen ervoor dat zo iemand in hun dienst staat. Altijd verkondigen ze leugens. Alles wat ze zeggen bevat leugens of onzuiverheden. Niets van wat ze zeggen is nauwkeurig, zodat je nooit weet welke van de woorden die ze zeggen de waarheid en welke leugens zijn. Alles doen ze heimelijk, zonder ook maar iets te doen wat rechtvaardig en eervol is. Nooit zouden ze hun hart openen en iets eerlijks tegen anderen zeggen, tenzij ze op het punt staan te sterven en enige tranen plengen bij het zien van de doodskist. Wat er meestal uit hun mond komt, is kwaadaardig gepraat over andere mensen, roddel en kritiek, woorden die tweedracht zaaien en woorden die verwijten, en ook woorden die anderen beledigen. Waar ze het meest van houden is dat andere mensen hen vleien en vereren; ze vinden het heerlijk als andere mensen om hen heen draaien. In alle ernst wensen ze de koningin te zijn, of de hoogste macht waarop iedereen wacht. Wanneer het hun voor de wind gaat en ze veel geluk hebben, kunnen ze hun staart intrekken en voor een korte tijd voorwenden goede mensen te zijn. Maar wanneer ze een nederlaag lijden en door God worden verlaten, laten ze onmiddellijk hun ware aard zien; meteen schreeuwen ze beledigingen, uiten ze enorme grieven en worden ze duivels. Dan zijn ze tot alles in staat. Als een plaag die zich tot in de verre omtrek uitbreidt, verspreiden ze overal vergif en verbreiden ze geruchten om mensen te misleiden. Al zulke slechte mensen die allerlei soorten kwaad bedrijven, stemmen overeen in hun natuur, hoewel hun gedrag kan verschillen. Allemaal verkeren ze in dezelfde psychologische toestand; alleen verschillen ze in de ernst van de slechtheid die naar buiten komt. Dit soort mensen kun je op elke plaats aantreffen en het is gemakkelijk om hen te identificeren. Dat kun je als volgt verklaren: alle mensen die eerder uit zijn op persoonlijk gewin dan dat ze hun handelingen baseren op de waarheid, zijn slechte mensen. Alle mensen die het leven niet najagen en geen enkele zelfkennis hebben, zijn slechte mensen. Alle mensen die geen bijdrage leveren, hoewel ze geld hebben, en onwillig zijn hun plicht te doen, zijn slechte mensen. Alle mensen die slordig zijn in het uitvoeren van hun taak, zo dat ze zelfs willekeur gaan behandelen, zijn slechte mensen. Alle mensen die wedijveren om een goede positie, het leven van de kerk verstoren en niemand gehoorzamen, zijn slechte mensen. Alle mensen die handelen naar eigen wil, die onverantwoordelijk handelen en niet naar iemand anders luisteren, zijn slechte mensen. Alle mensen die Gods stem horen zonder te vrezen of zelfs maar berouw te hebben, zijn slechte mensen. Alle mensen met een felle, brute gezindheid, die mensen wreed behandelen, die links en rechts mensen aanvallen met hun beledigende taal en die helemaal niets veranderen in hun zienswijzen, zijn zelfs nog meer schuldig aan de meest gruwelijke zonden. Al degenen die terugvallen en terugkeren tot hun oorspronkelijke aard, zijn net als de ongelovigen; ze zijn allemaal duivels die hun ware hoedanigheid laten zien. Het werk van de Heilige Geest heeft deze mensen allang verlaten. God heeft hen al overgeleverd aan Satan, en ze horen niet bij Gods familie.

uit ‘communicatie van boven’

23. Wat is het verschil tussen het kaf en het koren?