IX. Het verschil tussen het werk van God en dat van de mens

IX. Het verschil tussen het werk van God en dat van de mens

1. Het werk van God Zelf heeft betrekking op het werk van de gehele mensheid en het vertegenwoordigt ook het werk van het gehele tijdperk. Dat wil zeggen, dat Gods eigen werk de beweging en ontwikkeling van al het werk van de Heilige Geest vertegenwoordigt, terwijl het werk van de apostelen Gods eigen werk volgt en het tijdperk niet leidt, noch vertegenwoordigt het de werkende ontwikkeling van de Heilige Geest in het gehele tijdperk. Zij doen enkel het werk dat de mens behoort te doen, dat helemaal niets van het managementwerk omvat. Gods eigen werk is het project binnen het managementwerk. Het werk dat door de mens gedaan wordt is enkel de plicht van de mens die gebruikt wordt en heeft geen relatie met het managementwerk. Vanwege verschillende identiteiten en representaties van het werk, ook al zijn ze beiden het werk van de Heilige Geest, zijn er duidelijke en substantieve verschillen tussen Gods eigen werk en het werk van de mens. …

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

2. Het werk van de vleesgeworden God opent een nieuw tijdperk, en zij die Zijn werk voortzetten zijn de mensen die door Hem zijn gebruikt. Het werk dat door de mens wordt gedaan valt helemaal binnen de bediening van God in het vlees en kan dat niet overschrijden. Als de vleesgeworden God niet komt om Zijn werk te doen, kan de mens het oude tijdperk niet teneinde brengen of een nieuw tijdperk inluiden. Het werk dat de mens doet ligt enkel in de lijn van de menselijk mogelijke plicht en vertegenwoordigt niet het werk van God. Alleen de vleesgeworden God kan het werk dat Hij zou moeten doen komen afmaken, en behalve Hijzelf kan niemand anders dit voor Hem doen. Waar ik het over heb, gaat natuurlijk over het incarnatiewerk.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

3. De vleesgeworden God is wezenlijk anders dan de mensen die door God worden gebruikt. De vleesgeworden God kan het werk van goddelijkheid verrichten, terwijl de mensen die door God worden gebruikt dat niet kunnen. Aan het begin van ieder tijdperk spreekt Gods Geest persoonlijk om het nieuwe tijdperk van start te laten gaan en de mens naar een nieuw begin te brengen. Wanneer Hij klaar is met spreken, betekent dit dat Gods werk binnen Zijn goddelijkheid klaar is. Daarna volgen alle mensen hen die door God gebruikt worden om hun levenservaring binnen te gaan.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

4. Het werk van God moet door God Zelf worden gedaan. Hij zet Zijn werk in beweging en Hij voleindigt Zijn werk. Hij plant het werk en Hij bestuurt het, en bovendien brengt Hij het werk tot bloei. Zoals in de Bijbel staat: “Ik ben het Begin en het Einde; ik ben de Zaaier en de Maaier.” Alles wat met het werk van Zijn management te maken heeft, doet God Zelf. Hij heerst over het managementplan van zesduizend jaar; niemand kan Zijn werk in Zijn plaats doen en niemand kan Zijn werk voltooien, want Hij houdt alles in Zijn hand. Hij heeft de wereld geschapen en zal de hele wereld leiden om in Zijn licht te leven. Hij zal ook het hele tijdperk afsluiten en Zijn hele plan zo tot bloei brengen!

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

5. Het werk dat God Zelf doet, is geheel het werk dat Hij beoogt te doen in Zijn eigen managementplan en heeft betrekking op het grootse management. Het werk van mensen (dat wil zeggen, mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt) voorziet in hun persoonlijke ervaring. Het bestaat uit het zoeken naar een nieuw ervaringspad buiten de platgetreden paden, en het begeleiden van hun broeders en zusters terwijl ze door de Heilige Geest geleid worden. Deze mensen voorzien in hun persoonlijke ervaring of de geestelijke geschriften van geestelijke mensen. Hoewel deze mensen door de Heilige Geest worden gebruikt, heeft het werk dat ze doen niets te maken met het grote managementwerk in het plan van zesduizend jaar. Het zijn slechts mensen die de Heilige Geest heeft doen opstaan in verschillende perioden om het volk in de stroom van de Heilige Geest te leiden, tot de taken aflopen die ze kunnen uitvoeren of tot hun leven erop zit. Het werk dat ze doen, is alleen om een geschikt pad te bereiden voor God Zelf of om een bepaald aspect van het management van God Zelf op aarde voort te zetten. Deze mensen zijn uit zichzelf niet in staat om het grotere werk in Zijn management te doen, evenmin kunnen ze nieuwe uitwegen openen en echt niemand van hen kan al Gods werk uit het voorgaande tijdperk afronden. Daarom vertegenwoordigt het werk dat ze doen slechts een schepsel dat zijn taak uitvoert en kan het niet God Zelf vertegenwoordigen die Zijn bediening ter hand neemt. Dit komt omdat het werk dat ze doen anders is dan wat God Zelf doet. Het werk om een nieuw tijdperk in te luiden, is niet iets wat de mens in Gods plaats kan doen. Dat kan niemand anders dan alleen God Zelf doen. Al het werk dat de mens doet, bestaat uit het uitvoeren van zijn taak als schepsel en wordt gedaan wanneer de Heilige Geest iemand daartoe aanspoort of verlicht. De leiding die deze mensen verschaffen, bestaat volledig uit het tonen van het pad van de praktijk aan de mens in het dagelijks leven en hoe hij dient te handelen in overeenstemming met Gods wil. Het werk van de mens behelst niet het management van God en vertegenwoordigt evenmin het werk van de Geest. … Aangezien het werk van de mens die door de Heilige Geest wordt gebruikt verschilt van het werk dat God Zelf doet, zijn hun identiteit en de personen ten behoeve van wie ze handelen eveneens verschillend. Het werk dat de Heilige Geest voor ogen heeft, is namelijk anders, daarom krijgen mensen die eveneens werk doen, verschillende identiteiten en statussen toegemeten. De mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt, kunnen ook wat nieuw werk doen en wat werk uit het voorgaande tijdperk elimineren, maar ze kunnen niet de gezindheid en de wil van God in het nieuwe tijdperk verwoorden. Ze werken alleen om het werk van het voorgaande tijdperk af te danken en niet om het nieuwe werk te doen met het doel de gezindheid van God Zelf rechtstreeks te vertegenwoordigen. Dus, hoeveel achterhaalde praktijken ze ook afschaffen of hoeveel nieuwe praktijken ze ook introduceren, ze vertegenwoordigen nog steeds de mens en schepselen. Wanneer God Zelf echter werk uitvoert, verklaart Hij niet openlijk de afschaffing van de praktijken van het oude tijdperk of kondigt Hij het begin van een nieuw tijdperk niet rechtstreeks aan. Hij is direct en duidelijk in Zijn werk. Hij is openhartig in de uitvoering van het werk dat Hij voor ogen heeft, Hij brengt het werk dat Hij verricht heeft direct tot uiting, doet direct Zijn oorspronkelijk beoogde werk, waardoor Hij Zijn wezen en gezindheid laat zien. In de ogen van de mens verschillen Zijn gezindheid en daarmee ook Zijn werk van die in voorbije tijdperken. Maar vanuit Gods eigen perspectief is dit slechts een voortzetting en verdere ontwikkeling van Zijn werk. Wanneer God Zelf werkt, uit Hij Zijn woord en begint Hij het nieuwe werk direct. Wanneer de mens werkt, daarentegen, is het na overdenking en studie, of is het een voortvloeisel van kennis en systematisering van praktijken op basis van het werk van anderen. Dat wil zeggen: de essentie van het werk dat de mens doet, is het volgen van een gevestigde orde en “oude paden bewandelen in nieuwe schoenen”. Dit betekent dat zelfs het pad dat de mensen bewandelen die door de Heilige Geest worden gebruikt, is gebaseerd op het pad dat God Zelf geopend heeft. De conclusie is dus: de mens blijft mens en God blijft God.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. De woorden en het werk van de profeten en van hen die door de Heilige Geest gebruikt werden, vervulden allemaal de plicht van de mens, voerden zijn functie als schepsel uit, en deden wat een mens hoort te doen. Maar de woorden en het werk van de vleesgeworden God waren bedoeld om Zijn bediening uit te dragen. Ook al was Zijn uiterlijke vorm die van een schepsel, Zijn werk was niet Zijn functie uitdragen, maar Zijn bediening. De term ‘plicht’ is van toepassing op schepselen, terwijl van ‘bediening’ wordt gesproken in verband met het vlees van de geïncarneerde God. Er bestaat een wezenlijk verschil tussen deze twee en ze zijn niet onderling verwisselbaar. Het werk van de mens bestaat slechts uit het vervullen van zijn plicht, terwijl het werk van God het beheren en uitdragen van Zijn bediening is. Dus, ook al werden er door de Heilige Geest veel apostelen gebruikt en waren veel profeten van Hem vervuld, hun werk en woorden waren alleen maar het vervullen van hun plicht als schepselen. Hoewel hun profetieën misschien hoger waren dan de weg van leven waarover de vleesgeworden God sprak, en misschien zelfs hun menselijkheid uitsteeg boven die van de vleesgeworden God, dan nog voerden ze hun plicht uit en vervulden ze niet hun bediening. De plicht van de mens verwijst naar de functie van de mens, en is voor de mens bereikbaar. Maar de bediening die door de vleesgeworden God wordt uitgevoerd, heeft te maken met Zijn management en is voor de mens onbereikbaar. Of de vleesgeworden God nu spreekt, werkt of wonderen verricht, Hij doet groot werk binnen Zijn management, en zulk werk kan niet in Zijn plaats door een mens worden gedaan. Het werk van de mens bestaat alleen uit het vervullen van zijn plicht als schepsel in enige fase van Gods managementwerk. Zonder Gods management, dat wil zeggen, als de bediening van de vleesgeworden God verloren zou gaan, zou ook de plicht van een schepsel verloren gaan. Gods werk in het uitvoeren van Zijn bediening bestaat uit het beheren van de mens, terwijl de mens die zijn plicht vervult, zijn verplichtingen nakomt om aan de eisen van de Schepper te voldoen, en dat kan op geen enkele manier opgevat worden als het uitdragen van iemands bediening. Voor de intrinsieke essentie van God, dat wil zeggen, Zijn Geest, is het werk van God Zijn management, maar voor de vleesgeworden God, die het uiterlijk van een schepsel heeft, is Zijn werk het uitdragen van Zijn bediening. Wat voor werk Hij ook doet, het is om Zijn bediening uit te dragen, en de mens kan alleen maar zijn best doen binnen het kader van Zijn management en onder Zijn leiderschap.

uit ‘Het verschil tussen de bediening van de vleesgeworden God en de plicht van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

7. Jezus representeerde de Geest van God en was de Geest van God rechtstreeks aan het werk. Hij deed het werk van een nieuwe tijd, het werk dat niemand eerder had gedaan. Hij opende een nieuwe weg, Hij representeerde Jehova en Hij representeerde God Zelf. Terwijl Petrus, Paulus en David, ongeacht hoe ze genoemd werden, slechts de identiteit van een schepsel van God representeerden, en werden gezonden door Jezus of Jehova. Dus hoe veel werk ze ook deden, hoe groot de wonderen die ze deden ook waren, ze waren uiteindelijk slechts schepselen van God en niet in staat om de Geest van God te representeren. Zij werkten in de naam van God of na gezonden te zijn door God. Bovendien werkten zij in de tijdperken die was begonnen door Jezus of Jehova en het werk dat zij deden stond niet los. Zij waren uiteindelijk slechts schepselen van God.

uit ‘Over titels en identiteit’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. Johannes deed slechts het eerste deel van het werk; Jezus deed het grootste deel van het nieuwe werk. Johannes deed ook wel nieuw werk, maar hij luidde niet een nieuw tijdperk in. … Hoewel Johannes ook zei: “Jullie moeten je bekeren, want het koninkrijk van de hemel is nabij” en hij eveneens het evangelie van het koninkrijk van de hemel predikte, ontwikkelde zijn werk zich niet verder en vormde het slechts een begin. Jezus, daarentegen, luidde een nieuw tijdperk in en sloot het oude tijdperk af, maar Hij vervulde tevens de wet van het Oude Testament. Het werk dat Hij deed, was groter dan dat van Johannes en bovendien kwam Hij om de hele mensheid te verlossen – Hij volbracht die fase van het werk. Johannes bereidde slechts de weg. Hoewel zijn werk belangrijk was, zijn woorden veel waren en de discipelen die hem volgden talrijk, bracht zijn werk de mensen alleen een nieuw begin. Mensen kregen van hem nooit leven, de weg of diepere waarheden, evenmin kregen mensen door hem inzicht in de wil van God. Johannes van een groot profeet (Elia) die baanbrekend werk deed voor Jezus’ werk en de uitverkorenen voorbereidde; hij was de voorloper van het Tijdperk van Genade. Dergelijk zaken zijn niet zomaar te onderscheiden aan hun normale menselijke verschijningen. Dit geldt nog meer aangezien Johannes’ werk best aanzienlijk was en bovendien door de Heilige Geest beloofd was en door de Heilige Geest werd gesteund. Gezien dit feit kan men alleen door het werk dat ze doen onderscheid maken tussen hun respectieve identiteit, want men kan iemands wezen niet aflezen aan zijn uiterlijke verschijning, noch kan de mens vaststellen wat het getuigenis van de Heilige Geest is. Het werk dat Johannes deed en het werk dat Jezus deed, waren niet hetzelfde en hadden zelfs een ander karakter. Hieruit kan men opmaken of hij God is of niet. Het werk van Jezus was initiëren, voortgaan, afronden en tot bloei brengen. Hij voerde deze stappen allemaal uit, terwijl het werk van Johannes slechts een begin maakte. In het begin verspreidde Jezus het evangelie en predikte Hij de weg van bekering, daarna doopte Hij mensen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Uiteindelijk verloste Hij de mensheid van zonde en voltooide Hij Zijn werk voor het hele tijdperk. Hij trok ook in elke plaats rond, predikte daarbij tot de mensen en verspreidde het evangelie van het koninkrijk van de hemel. In dit opzicht leken Hij en Johannes op elkaar, met het verschil dat Jezus een nieuw tijdperk inluidde en het Tijdperk van Genade voor de mens introduceerde. Uit Zijn mond kwam het woord over wat de mens in praktijk moest doen en de weg die de mens diende te volgen in het Tijdperk van Genade, en uiteindelijk volbracht Hij het verlossingswerk. Johannes had dit werk nooit kunnen uitvoeren. En dus was het Jezus die het werk van God Zelf deed, is Hij is het die God Zelf is en Hij vertegenwoordigt God rechtstreeks.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

9. De woorden van de vleesgeworden God luiden een nieuw tijdperk in, bieden leiding aan de gehele mensheid, onthullen mysteriën en wijzen de mens richting in een nieuw tijdperk. De verlichting die door de mens is verkregen is slechts eenvoudige praktijk of kennis. Deze kan niet de hele mensheid een nieuw tijdperk inleiden of het mysterie van God Zelf onthullen. God is immers God en de mens is mens. God heeft het wezen van God en de mens heeft het wezen van de mens.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

10. Wat de mens zegt is wat zij hebben ervaren. Het is wat zij hebben gezien, wat hun verstand kan begrijpen en wat hun zintuigen kunnen voelen. Dat is waar zij over kunnen communiceren. De woorden die door Gods vleesgeworden vlees worden gesproken zijn de directe uitdrukking van de Geest en drukken het werk uit dat door de Geest is gedaan. Het vlees heeft het niet ervaren of gezien, maar uit toch Zijn wezen, omdat de substantie van het vlees de Geest is, en Hij het werk van de Geest uitdrukt. Hoewel het vlees niet in staat is het te bereiken, is het werk al gedaan door de Geest. Na de vleeswording, door de uitdrukking van het vlees, stelt Hij mensen in staat om Gods wezen te kennen en laat mensen Gods gezindheid zien, met de werken die Hij heeft gedaan. Het werk van de mens stelt mensen in staat om meer duidelijkheid te hebben over waar zij binnen zouden moeten gaan en wat zij zouden moeten begrijpen; het behelst het leiden van mensen naar het begrip en de ervaring van de waarheid. Het werk van de mens is de mens te ondersteunen; Gods werk is nieuwe paden te openen en nieuwe tijdperken voor de mensheid te openen, en om aan mensen dat wat stervelingen niet bekend is te openbaren, waardoor zij Zijn gezindheid zouden kennen. Gods werk is de gehele mensheid te leiden.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

11. De profeten van het Oude Testament verkondigden profetieën en Jezus kon dat eender doen. Waarom is dat? Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het werk. Om dit duidelijk te zien, kun je de aard van het vlees niet in beschouwing nemen en moet je de diepte of oppervlakkigheid van iemands woorden niet in beschouwing nemen. Je moet altijd eerst zijn werk en de effecten van zijn werk op de mens in beschouwing nemen. De profetieën die destijds door de profeten werden uitgesproken voorzagen niet in het leven van de mens, en de boodschappen die ontvangen werden door mensen als Jesaja en Daniël waren slechts profetieën en niet de levensweg. Zonder de rechtstreekse openbaring van Jehova had geen van hen dat werk kunnen doen, wat onmogelijk is voor stervelingen. Ook Jezus sprak veel, maar zulke woorden waren de levensweg waardoor de mens een weg naar het praktiseren kon vinden. Dat wil zeggen: allereerst kon Hij voorzien in het leven van de mens, want Jezus is leven; ten tweede kon Hij de afwijkingen van de mens omkeren; ten derde kon Zijn werk dat van Jehova opvolgen om het tijdperk voort te zetten; ten vierde kon Hij de innerlijke behoeften van de mens bevatten en begrijpen wat de mens tekortkomt; ten vijfde kon Hij een nieuw tijdperk inluiden en het vorige afsluiten. Daarom wordt Hij God en Christus genoemd. Hij is niet alleen anders dan Jesaja, maar ook anders dan alle andere profeten. Neem Jesaja als vergelijking voor het werk van de profeten. Ten eerste kon hij niet in het leven van de mens voorzien; ten tweede kon hij geen nieuw tijdperk inluiden. Hij werkte onder het leiderschap van Jehova en niet om een nieuw tijdperk in te luiden. Ten derde, wat hij zelf sprak ging zijn eigen bevattingsvermogen te boven. Hij ontving openbaringen rechtstreeks van de Geest van God, en anderen zouden het niet begrepen hebben, zelfs als ze ernaar geluisterd hadden. Alleen al deze paar dingen zijn genoeg om te bewijzen dat zijn woorden niet meer waren dan profetieën, niet meer dan een aspect van het werk uitgevoerd namens Jehova. Hij kon echter Jehova niet helemaal vertegenwoordigen. Hij was Jehova’s dienaar, een werktuig van Jehova’s werk. Hij deed alleen werk in het Tijdperk van de Wet en binnen het bereik van Jehova’s werk; buiten het Tijdperk van de Wet deed hij geen werk. Het werk van Jezus was daarentegen anders. Hij overtrof het bereik van Jehova’s werk, Hij werkte als de vleesgeworden God en onderging kruisiging om heel de mensheid te verlossen. Dat wil zeggen, Hij deed nieuw werk, buiten het werk dat door Jehova was gedaan. Dit was het inluiden van een nieuw tijdperk. Een andere omstandigheid is dat Hij kon spreken over wat de mens niet kon bereiken. Zijn werk was werk binnen het management van God en had betrekking op heel de mensheid. Hij werkte niet in maar enkele mensen, en evenmin was het Zijn werk om een beperkt aantal mensen te leiden. … Uit Zijn werk blijkt ten eerste dat Hij een nieuw tijdperk kan laten ingaan; en ten tweede dat Hij in het leven van de mens kan voorzien en de mens kan tonen welke weg hij moet volgen. Dit is genoeg om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Op zijn minst kan het werk dat Hij doet de Geest van God helemaal vertegenwoordigen, en uit zulk werk blijkt dat de Geest van God in Hem is. Aangezien het werk dat uitgevoerd werd door de vleesgeworden God voornamelijk bedoeld was om een nieuw tijdperk in te luiden, nieuw werk te leiden en nieuwe omstandigheden te ontsluiten, zijn deze paar omstandigheden op zich al voldoende om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Dit onderscheidt Hem dus van Jesaja, Daniël en de andere grote profeten.

uit ‘Het verschil tussen de bediening van de vleesgeworden God en de plicht van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

12. Jullie moeten weten hoe je Gods werk onderscheidt van het werk van de mens. Wat kan je zien uit het werk van de mens? Er zijn een hoop elementen van de ervaring van de mens in het werk van de mens; wat een mens uitdrukt is wat hij is. Gods eigen werk uit ook wat Hij is, maar wat Hij is, is verschillend van wat de mens is. Wat de mens is, vertegenwoordigt de ervaring en het leven van de mens (wat de mens ervaart of tegenkomt in zijn leven, of levensfilosofieën die hij heeft). Mensen die in verschillende omgevingen leven, drukken verschillende wezens uit. Of je wel of geen sociale ervaringen hebt en hoe je daadwerkelijk leeft en dingen ervaart in je familie kan worden gezien in wat je uitdrukt, hoewel je niet kan zien aan het werk van de geïncarneerde God of Hij wel of geen sociale ervaringen heeft. Hij is Zich wel bewust van de essentie van de mens, Hij kan alle soorten praktijken openbaren met betrekking tot alle soorten mensen. Hij is zelfs nog beter in het openbaren van menselijke verdorven gezindheden en rebels gedrag. Hij leeft niet onder de wereldse mensen, maar Hij is Zich bewust van de aard van de stervelingen en alle verdorvenheden in de wereldse mensen. Dit is wat Hij is. Hoewel hij zich niet inlaat met de wereld, kent hij de regels van omgang met de wereld, omdat Hij volledig de menselijke aard begrijpt. Hij weet van het werk van de Geest dat het mensenoog niet kan zien en mensenoren niet kunnen horen, zowel vandaag als in het verleden. Hier hoort wijsheid bij die niet een levensfilosofie is, evenals verwondering die mensen moeilijk kunnen bevatten. Dit is wat Hij is, onthuld aan mensen en ook verborgen voor mensen. Wat Hij uitdrukt is niet wat een buitengewoon persoon is, maar de innerlijke eigenschappen en het wezen van de Geest. Hij reist niet over de wereld, maar Hij weet alles erover. Hij legt contact met de ‘mensachtigen’ die geen kennis of inzicht hebben, maar Hij uit woorden die hoger zijn dan kennis en vooraanstaande mensen te boven gaan. Hij leeft onder een groep onnozele, afgestompte mensen die geen menselijkheid bezitten en die de menselijke conventies en levens niet begrijpen, maar Hij kan de mensheid vragen uit normale menselijkheid te leven, terwijl Hij tegelijkertijd de minderwaardige en lage menselijkheid van de mensheid openbaart. Dit alles is wat Hij is, hoger dan enig persoon van vlees en bloed is. Voor Hem is het niet nodig om een gecompliceerd, omslachtig en smerig sociaal leven te ervaren om het werk te doen dat Hij moet doen en de essentie van de verdorven mensheid volledig te onthullen. Het smerige sociale leven is niet goed voor Zijn vlees. Zijn werk en woorden onthullen de ongehoorzaamheid van de mens alleen maar en bieden de mens geen ervaring en lessen om met de wereld om te gaan. Hij hoeft de maatschappij of het gezin van de mens niet te onderzoeken wanneer hij de mens van leven voorziet. Het blootstellen en oordelen van de mens is niet een uitdrukking van de ervaringen van Zijn vlees; het is bedoeld om de ongerechtigheid van de mens te openbaren na al lange tijd de ongehoorzaamheid van de mens te kennen en de corruptie van de mensheid te verafschuwen. Het werk dat Hij doet is allemaal bedoeld om Zijn gezindheid aan de mens te openbaren en Zijn wezen uit te drukken. Alleen Hij kan dit werk doen, het is niet iets dat een persoon van vlees en bloed zou kunnen bereiken. Met betrekking tot Zijn werk, kan de mens niet zeggen wat voor soort persoon Hij is. De mens is ook niet in staat om Hem te classificeren als een geschapen persoon op basis van Zijn werk. Wat Hij is maakt het ook onmogelijk om Hem te classificeren als een geschapen persoon. De mens kan Hem enkel zien als niet-menselijk, maar weet niet in welke categorie hij Hem moet plaatsen, waardoor de mens wordt gedwongen om Hem in de categorie God te plaatsen. Het is niet onredelijk voor de mens om dit te doen, want Hij heeft veel werk onder de mensen gedaan dat de mens zelf niet kan doen.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

13. Wanneer God naar de aarde komt, doet Hij Zijn werk alleen op een goddelijke manier. Dit is wat de hemelse Geest heeft toevertrouwd aan de vleesgeworden God. Wanneer Hij komt, komt Hij alleen maar om overal te spreken, om op verschillende manieren en vanuit verschillende perspectieven uiting te geven aan Zijn uitspraken. Zijn doel en het principe volgens welke Hij werkt is om de mens voornamelijk te voorzien en te onderwijzen, en Hij houdt Zich niet bezig met interpersoonlijke relaties of de details van het leven van de mensen. Zijn belangrijkste bediening is om te spreken namens de Geest. Wanneer Gods Geest tastbaar verschijnt in het vlees, voorziet Hij alleen in het leven van de mens en maakt Hij de waarheid bekend. Hij raakt niet betrokken bij het werk van de mens. Dat wil zeggen dat Hij niet deelneemt aan het werk van de menselijkheid. Mensen kunnen geen goddelijk werk verrichten en God neemt geen deel aan het werk van de mens.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

14. Satan kan slechts geheel verslagen worden als God in het vlees de verdorvenheid van de mensheid oordeelt. Hoewel Hij hetzelfde is als een mens met een normale menselijkheid, kan God in het vlees toch rechtstreeks over de onrechtvaardigheid van de mens oordelen. Dit is het teken van Zijn natuurlijke heiligheid, en van Zijn buitengewoonheid. Alleen God is bevoegd en in de positie om over de mens te oordelen, want Hij bezit de waarheid en de rechtvaardigheid en dus is Hij in staat over de mens te oordelen. Degenen zonder de waarheid en rechtvaardigheid zijn niet geschikt om over anderen te oordelen.

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

15. Het werk dat door mensen wordt gedaan vertegenwoordigt slecht een beperkte reikwijdte. Wanneer God Zijn werk doet, spreekt Hij niet tot een bepaald persoon maar tot de hele mensheid en tot eenieder die Zijn woorden aanvaardt. Het einde dat Hij verkondigt is het einde van alle mensen, niet slechts het einde van een zeker persoon. Hij geeft niemand een voorkeursbehandeling, maar Hij maakt ook van niemand een slachtoffer; Hij werkt en spreekt tot de hele mensheid. …

uit ‘De verdorven mensheid heeft de redding van de vleesgeworden God harder nodig’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

16. Gods werk heeft geen regels en is niet onderworpen aan beperkingen van tijd of plaats. Hij kan uitdrukken wat Hij is op elk gegeven moment en overal. Hij werkt zoals Hij dat wil. Het werk van de mens heeft voorwaarden en context; anders is hij niet in staat om te werken en kan hij zijn kennis van God of zijn ervaring van de waarheid niet uitdrukken. Je moet gewoon hun onderlinge verschillen met elkaar vergelijken om te kunnen zeggen of het Gods eigen werk is of het werk van de mens.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

17. Het werk van de mens heeft een bepaald bereik en beperkingen. Een persoon is alleen in staat om werk te doen van een bepaalde fase en kan niet het werk doen van het gehele tijdperk, want anders zou hij mensen leiden tot regels. Het werk van de mens kan enkel worden toegepast op een bepaalde tijd of fase. Dit komt doordat de menselijke ervaring een bepaalde reikwijdte heeft. Men kan het werk van de mens niet met het werk van God vergelijken. De praktijk van de mens en zijn kennis van de waarheid zijn allemaal toepasbaar op een bepaalde reikwijdte. Je kunt niet zeggen dat het pad dat de man gaat compleet de wil is van de Heilige Geest, want de mens kan enkel worden verlicht door de Heilige Geest en kan niet volledig worden gevuld met de Heilige Geest. De dingen die de mens kan ervaren liggen allemaal binnen de reikwijdte van de normale menselijkheid en kunnen het bereik van gedachten in het normale menselijke verstand niet overstijgen. Eenieder met praktische uitdrukking, ervaart binnen dit bereik.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

18. De reikwijdte waarbinnen de waarheid wordt ervaren door de mens is altijd gebaseerd op de verschillende omstandigheden van individuen en is daarom niet hetzelfde. Op deze manier is kennis van dezelfde waarheid die wordt uitgedrukt door verschillende mensen niet hetzelfde. Dat wil zeggen dat de ervaring van de mens altijd beperkingen met zich meebrengt en de wil van de Heilige Geest niet volledig kan vertegenwoordigen. Het werk van de mens kan niet worden opgevat als het werk van God, zelfs al komt datgene dat wordt uitgedrukt door de mens zeer goed overeen met Gods wil, zelfs al is de ervaring van de mens bijna gelijk aan het vervolmakingswerk dat door de Heilige Geest moet worden uitgevoerd. De mens kan enkel Gods dienaar zijn, door het werk te doen dat God aan hem toevertrouwt. De mens kan enkel de kennis uiten onder de verlichting van de Heilige Geest en de waarheden die hij uit zijn persoonlijke ervaringen heeft opgedaan. De mens is niet geschikt en voldoet niet aan de voorwaarden om een mond te zijn voor de Heilige Geest. Hij is niet bevoegd om te zeggen dat het werk van de mens het werk van God is. De mens heeft de werkprincipes van een mens en ieder mens heeft verschillende ervaringen en variërende omstandigheden. Het werk van de mens omvat al zijn ervaringen onder de verlichting van de Heilige Geest. Deze ervaringen kunnen enkel het wezen van de mens vertegenwoordigen en vertegenwoordigen niet het wezen van God of de wil van de Heilige Geest. Daarom kan het pad dat door de mens wordt bewandeld niet het pad dat de Heilige Geest bewandelt worden genoemd, want het werk van de mens kan niet het werk van God vertegenwoordigen en het werk van de mens en zijn ervaringen zijn niet de volledige wil van de Heilige Geest.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

19. Het werk van de mens is geneigd om in regels te vervallen en de methode van zijn werk wordt gemakkelijk beperkt tot een beperkte reikwijdte en is niet in staat om mensen tot een vrije weg te leiden. De meeste volgelingen leven binnen een beperkte reikwijdte en hun manier van ervaren heeft ook een beperkte reikwijdte. De ervaring van de mens is altijd beperkt; de methode van zijn werk is ook altijd beperkt tot een paar types en kan niet worden vergeleken met het werk van de Heilige Geest of het werk van God Zelf – dit komt doordat de ervaring van de mens uiteindelijk beperkt is. Hoe God Zijn werk ook doet, er zijn geen regels in te vinden; hoe het ook wordt uitgevoerd, het is niet beperkt tot één manier. Er zijn in zijn geheel geen regels in Gods werk, al Zijn werk wordt onbelemmerd vrijgegeven. Het maakt niet uit hoeveel tijd de mens spendeert in het volgen van Hem, ze kunnen niet één wet opnoemen in de wegen van Zijn werken. Hoewel Zijn werk principieel is, wordt het altijd weer op nieuwe manieren uitgevoerd en ondergaat het elke keer weer nieuwe ontwikkelingen, die de mens niet kan vatten. Tijdens een bepaalde periode kan God op veel verschillende manieren werken en op verschillende manieren leiden, waardoor mensen altijd op nieuwe manieren kunnen binnengaan en verandering kunnen ondergaan. Je kunt de wetten van Zijn werk niet ontdekken, omdat Hij altijd op nieuwe manieren werkt. Alleen zo vervallen Gods volgelingen niet in regels. Het werk van God Zelf vermijdt altijd de opvattingen van mensen en gaat daar juist tegenin. Alleen zij die Hem volgen en najagen met een oprecht hart kunnen hun gezindheden zien transformeren en zijn in staat om vrijelijk te leven zonder aan wat voor regels dan ook onderhevig te zijn, of door enige religieuze opvattingen te worden beperkt. Datgene dat het werk van de mens van mensen verlangt, is gebaseerd op zijn eigen ervaring en wat hijzelf kan bereiken. De standaard van deze vereisten is beperkt binnen een bepaalde reikwijdte en de methodes van praktijk zijn ook zeer beperkt. Volgelingen leven dus onbewust binnen deze beperkte reikwijdte; naarmate de tijd vordert worden het regels en rituelen.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

20. Wanneer mensen werken, zoeken en tasten ze in het rond, waarbij ze om dieper in te treden altijd anderen imiteren en zich bewust baseren op de fundering die door andere is gelegd. Gods werk is het voorzien van wat Hij is, en Hij doet het werk dat Hij Zelf dient te doen. Hij voedt de kerk niet met kennis die afkomstig is uit het werk van enig mens. In plaats daarvan presenteert Hij werk dat is gebaseerd op de gesteldheid van mensen. Aldus is Gods werk duizenden malen vrijer dan het werk dat mensen doen. Het lijkt mensen zelfs alsof God zich niet aan Zijn plicht houdt en werkt zoals het Hem uitkomt. Al het werk dat Hij doet is nieuw. Je moet echter weten dat het werk van de vleesgeworden God nooit op gevoelens is gebaseerd.

uit ‘Praktijk (5)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

21. Het werk van de mens vertegenwoordigt zijn eigen ervaring en zijn menselijkheid. Wat de mens biedt en het werk dat de mens doet vertegenwoordigt hem. Het zicht, de beredenering, de logica en het rijke inbeeldingsvermogen van de mens worden allemaal in zijn werk betrokken. De beleving van de mens is met name meer in staat om zijn werk te vertegenwoordigen en de dingen die een mens heeft ervaren zullen de onderdelen zijn van zijn werk. Het werk van de mens kan zijn ervaring uitdrukken. … Het werk van de Heilige Geest verandert vaak met zijn toestand. Hij werkt naargelang de menselijke ervaring en dwingt mensen niet, maar verlangt van de mens in overeenstemming met de normale gang van zijn ervaring. Dit wil zeggen dat de communicatie van mensen verschilt van het woord van God. De communicatie van mensen betuigt hun individuele zicht en beleving, waarmee ze uiten wat zij zien en beleven op het fundament van Gods werk. Hun verantwoordelijkheid is om, nadat God werkt of spreekt, uit te vinden wat zij behoren te praktiseren of binnen horen te gaan, en het vervolgens aan volgelingen door te geven. Daarom vertegenwoordigt het werk van de mens zijn eigen intrede en handelswijze. Natuurlijk is dergelijk werk vermengd met menselijke lessen en ervaring of iets van de menselijke gedachten. … Wat een man uitdrukt is wat hij ziet, beleeft en zich kan inbeelden. Zelfs als het doctrines of opvattingen zijn, deze zijn allemaal bereikbaar door de gedachten van de mens. Los van de grootte van het werk van de mens, kan het niet de reikwijdte van zijn beleving overstijgen, dat wat hij ziet, of wat hij zich kan inbeelden of zich kan voorstellen. Wat God uitdrukt, is wat God Zelf is en het is buiten het bereik van de mens, dat wil zeggen, het gaat verder dan een mens kan bedenken. Hij drukt Zijn werk van het leiden van de gehele mensheid uit; dit is niet relevant voor de details van de menselijke ervaring, maar betreft daarentegen Zijn eigen management. De man drukt zijn beleving uit, terwijl God Zijn wezen uitdrukt – dit wezen is Zijn eigenlijke gezindheid en het is buiten het bereik van de mens. De ervaring van de mens is zijn zicht en kennis die hij heeft verworven op basis van Gods uitdrukking van Zijn wezen. Dergelijk zicht en dergelijke kennis worden het wezen van de mens genoemd. Ze worden uitgedrukt op het fundament van de eigenlijke gezindheid van de mens en zijn werkelijke kaliber; derhalve worden zij ook het wezen van de mens genoemd.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

22. Werk in het verstand van de mens wordt te gemakkelijk bereikt door de mens. Pastors en leiders in de religieuze wereld, bijvoorbeeld, vertrouwen op hun gaven en posities om hun werk te doen. Mensen die hen een lange tijd volgen, zullen worden geïnfecteerd door hun gaven en zullen worden beïnvloed door delen van wat zij zijn. Zij richten zich op de gaven, vaardigheden en kennis van mensen en ze geven aandacht aan sommige bovennatuurlijke dingen en vele diepgaande onrealistische doctrines (deze diepgaande doctrines zijn natuurlijk onbereikbaar). Ze richten zich niet op veranderingen aan de gezindheid van de mens, maar richten zich liever op het trainen van het preken, de werkvaardigheden en de kennis van de mens en rijke religieuze doctrines. Zij richten zich niet op hoezeer de gezindheid van mensen wordt veranderd, of hoezeer mensen de waarheid begrijpen. Ze geven geen aandacht aan de substantie van mensen, en proberen nog minder de normale en abnormale toestanden van de mens te kennen. Ze gaan niet in tegen de opvattingen van de mens, openbaren deze niet en herstellen hun tekortkomingen of corruptie al helemaal niet. De meeste mensen die hen volgen, dienen met hun natuurlijke gaven en wat zij uitdrukken is kennis en vage religieuze waarheid, die de realiteit uit het oog zijn verloren en absoluut niet in staat zijn mensen van leven te voorzien. In werkelijkheid is de substantie van hun werk het koesteren van talent, het voeden van een persoon die niets heeft tot een afgestudeerd seminarist die later doorgaat in het werk en leiding gaat geven. Kan jij in zesduizend jaar van Gods werk één enkele wet vinden? Er zijn veel regels en beperkingen in het werk dat de mens doet en het menselijk brein is te dogmatisch. Dus wat een mens uitdrukt is wat kennis en besef binnen al zijn ervaringen. De mens is niet in staat om iets hierbuiten uit te drukken. De ervaringen van de mens of zijn kennis komen niet voort uit zijn aangeboren gaven of zijn instinct; ze ontstaan door Gods leiding en Gods directe werk als herder. De mens heeft enkel het orgaan om deze hoede te accepteren en niet het orgaan om op directe wijze uit te drukken wat goddelijkheid is. De mens is niet in staat de bron te zijn, hij kan enkel een vat zijn dat water accepteert van de bron; dit is het menselijke instinct, het orgaan dat iemand dient te hebben als menselijk wezen. Als een persoon het orgaan verliest om Gods woord te accepteren en het menselijke instinct verliest, zal die persoon ook verliezen wat het meeste waard is en de plicht van de geschapen mens verliezen. Als een persoon geen kennis of ervaring van Gods woord of Zijn werk heeft, zal die persoon zijn plicht verliezen, de plicht die hij behoort uit te voeren als een schepsel, en zal hij de waardigheid van een geschapen wezen verliezen.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

23. Gods werk is tenslotte anders dan het werk van de mens, dus hoe kunnen de uitdrukkingen van God en van de mens dan hetzelfde zijn? God heeft Gods eigen bijzondere gezindheid, terwijl de mens plichten heeft die hij dient te volbrengen. Gods gezindheid komt in Zijn werk tot uitdrukking, terwijl de plichten van de mens vorm krijgen in de ervaringen en bezigheden van de mens. Door hun werk kun je er dus achter komen of het de uitdrukking van God of van de mens is. Het hoeft niet door God Zelf uitgelegd te worden, heeft de mens niet nodig om er naar te streven getuigenissen af te leggen en heeft bovendien God niet nodig om iemand te onderdrukken. Dit is allemaal een natuurlijke openbaring; het is niet opgelegd of iets waarbij de mens kan ingrijpen. De mens kan zijn plicht kennen door zijn ervaring en hij hoeft er geen extra emprisch werk voor te verrichten. De hele essentie van de mens komt aan het licht zodra hij zijn plicht vervult, terwijl God Zijn eigenlijke gezindheid uitdrukt in de uitvoering van Zijn werk. Als het mensenwerk is, kan het niet verdoezeld worden. Als het Gods werk is, dan is het nog onmogelijker dat iemand Gods gezindheid verdoezelt, en bovendien heeft niemand daar enige zeggenschap over. Er kan niet gezegd worden dat een mens God is, en bovendien kunnen zijn werk en zijn woorden niet gezien worden als heilig of onveranderlijk. Van God kan worden gezegd dat Hij mens is, omdat Hij Zichzelf in het vlees heeft gekleed, maar Zijn werk kan niet als het werk of de plicht van de mens worden beschouwd. Evenmin kunnen de uitspraken van God en de brieven van Paulus worden gelijkgesteld, noch kun je het oordeel en de kastijding van God en de instructieve woorden van de mens op één lijn stellen. Er zijn daarom principes waarmee je het werk van God en het werk van de mens kunt onderscheiden. Ze onderscheiden zich naar hun essentie, niet naar de reikwijdte of de tijdelijke doelmatigheid van het werk. De meeste mensen vergissen zich bij dit onderwerp in het principe. …

uit ‘Hoe sta jij tegenover de dertien brieven?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

24. Omdat mensen per slot van rekening mensen zijn en alles alleen maar vanuit het perspectief en de hoogte van een mens kunnen bekijken. De vleesgeworden God verschilt echter volledig van een verdorven mens. Hoe gewoon, hoe normaal, hoe nederig Gods geïncarneerde vlees ook is, of zelfs hoe zeer de mensen ook op Hem neerkijken, Zijn gedachten over en Zijn houding ten opzichte van de mensheid zijn dingen die geen mens kon bezitten en die geen mens kon imiteren. Hij zal de mensheid altijd waarnemen vanuit het perspectief van goddelijkheid, vanuit de hoogte van Zijn positie als de Schepper. Hij zal de mensheid altijd zien via de essentie en de mentaliteit van God. Hij kan de mensheid absoluut niet zien vanuit de hoogte van een gemiddeld mens en vanuit het perspectief van een verdorven mens. Wanneer mensen naar de mensheid kijken, kijken ze met een menselijke blik en gebruiken ze dingen zoals menselijke kennis en menselijke regels en theorieën als maatstaf. Dit valt binnen het bestek van wat mensen met hun ogen kunnen zien; het valt binnen het bestek dat verdorven mensen kunnen bereiken. Wanneer God naar de mensheid kijkt, kijkt Hij met goddelijke blik en gebruikt Hij Zijn essentie en wat Hij heeft en is als een maatstaf. Dit bestek omvat dingen die mensen niet kunnen zien, en dit is waar de vleesgeworden God en verdorven mensen totaal verschillend zijn. Dit verschil wordt bepaald door de verschillende essenties die de mens en God hebben, het zijn deze verschillende essenties die hun identiteiten en posities bepalen, alsook het perspectief en de hoogte vanuit welke ze dingen zien.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

25. Misschien is de ervaring van de persoon in zijn werk bijzonder hoog, of zijn zijn inbeeldingsvermogen en beredenering bijzonder hoog en is zijn menselijkheid bijzonder goed; zij kunnen enkel de bewondering van mensen winnen, maar zij kunnen niet hun vrees en ontzag opwekken. Alle mensen bewonderen hen die in staat zijn om te werken en die bijzonder diepe ervaring hebben en de waarheid in praktijk kunnen brengen, maar ze kunnen nooit ontzag ontlokken, enkel bewondering en afgunst. Maar mensen die Gods werk hebben ervaren bewonderen God niet, in plaats daarvan voelen ze dat Zijn werk verder reikt dan een mens kan bevatten en dat het fris en wonderbaarlijk is. Wanneer mensen Gods werk ervaren is hun eerste kennis van Hem dat Hij niet te bevatten is, wijs en wonderbaarlijk, en dat zij onbewust ontzag voor Hem hebben en het mysterie voelen van het werk dan Hij doet, wat verder reikt dan het menselijke verstand. Mensen willen gewoon in staat zijn om aan Zijn eisen te voldoen, om Zijn verlangens te vervullen; ze willen Hem niet overtreffen, omdat het werk dat Hij doet verder gaat dan een mens kan bedenken of zich kan inbeelden en dat het niet in Zijn plaats door een mens kan worden gedaan. Zelfs de mens zelf kent zijn eigen tekortkomingen niet, terwijl Hij een nieuw pad heeft geopend en is gekomen om de mens in een nieuwere en mooiere wereld te brengen, zodat de mensheid nieuwe vooruitgang zal boeken en een nieuwe start zou krijgen. Wat de mens voor Hem voelt is niet bewondering, of liever, niet bewondering alleen. Hun diepste ervaring is ontzag en liefde. Hun gevoel is dat God inderdaad wonderbaarlijk is. Hij doet werk dat de mens niet kan doen, Hij zegt dingen die de mens niet kan zeggen. Mensen die Zijn werk hebben ervaren, ervaren altijd een onbeschrijfelijk gevoel. Mensen met diepere ervaringen, hebben God met name lief. Ze voelen Zijn schoonheid voortdurend en voelen dat Zijn werk zo wijs en wonderbaarlijk is en dit wekt onder hen weer kracht op. Het is niet angst of incidentele liefde en respect, maar een diep gevoel van Gods barmhartigheid en tolerantie jegens de mens. Maar de mensen die Zijn tuchtiging en oordeel hebben ervaren voelen dat Hij majesteitelijk en onbeledigbaar is. Zelfs mensen die veel van Zijn werk hebben ervaren zijn niet in staat om Hem te bevatten; alle mensen die Hem werkelijk vereren, weten dat Zijn werk niet in overeenstemming is met de opvattingen van de mens, maar dat het altijd tegen hun opvattingen ingaat. Hij heeft niet nodig dat mensen volledige bewondering hebben of de indruk wekken dat zij zich aan Hem onderwerpen, maar liever heeft Hij oprechte eerbied en werkelijke onderwerping. In zo veel van Zijn werk, voelt iedereen met echte ervaring eerbied voor Hem, die hoger is dan bewondering. Mensen hebben Zijn gezindheid gezien, als gevolg van Zijn werk van tuchtiging en oordeel, en vereren Hem daarom in hun hart. God dient vereerd en gehoorzaamd te worden, omdat Zijn wezen en Zijn gezindheid niet hetzelfde zijn als die van een schepsel, en zij verder gaan dan die van een schepsel. God is een niet-geschapen wezen en Hij alleen is alle eerbied en onderwerping waardig; de mens is hier niet voor gekwalificeerd. Dus alle mensen die Zijn werk hebben ervaren en Hem echt kennen voelen oprechte eerbied voor Hem. Zij die hun opvattingen over Hem echter niet loslaten, namelijk zij die Hem simpelweg niet als God beschouwen, hebben geen enkele eerbied voor Hem. Ook al volgen ze Hem, ze zijn niet overwonnen; het zijn ongehoorzame mensen van aard. Hij doet dit werk om het resultaat te bereiken dat alle schepselen de Schepper kunnen vereren, Hem aanbidden en zich onvoorwaardelijk aan Zijn heerschappij onderwerpen. Dit is het uiteindelijke resultaat dat al Zijn werk beoogt te bereiken.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

26. Als de mens dit werk zou doen, dan zou het te beperkt zijn: het zou de mens tot een zeker punt kunnen brengen, maar het zou niet in staat zijn de mens bij de eeuwige bestemming te brengen. De mens is niet in staat om het lot van de mens te bepalen, laat staan dat hij in staat is om de vooruitzichten en toekomstige bestemming van de mens te garanderen. Het werk dat door God wordt gedaan is echter anders. Omdat Hij de mens schiep, leidt Hij hem; omdat Hij de mens redt, zal Hij hem volledig redden en zal Hij hem compleet winnen; omdat Hij de mens leidt, zal Hij hem naar de juiste bestemming brengen; en omdat Hij de mens schiep en beheert, moet Hij verantwoordelijkheid nemen voor het lot en de vooruitzichten van de mens. Dit is het werk dat door de Schepper wordt gedaan.

uit ‘Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

IX. Het verschil tussen het werk van God en dat van de mens