156 De ware belichaming van het gezag van de Schepper

156 De ware belichaming van het gezag van de Schepper

Vers 1

Het lot van de mens en het universum zijn nauw verstrengeld

met de Scheppers soevereiniteit.

Ze zijn verbonden met Zijn orkestraties en ook met Zijn gezag.

Door de wetten van alle dingen, leert de mens de macht begrijpen

van Zijn regelingen en soevereiniteit,

met al wat Hij beheerst en al wat Hij orkestreert.

Door de regels van overleving, door het lot van alle dingen,

weet de mens hoe God alles regeert.

Zijn gezag is oppermachtig.

Geen schepsel kan Gods soevereiniteit schenden.

Niets kan door God voorbestemde dingen veranderen.

Het is door Zijn wetten dat leven leeft en zich eeuw na eeuw voortzet.

Dit is de waarheid, dit is de waarheid,

dit is de waarheid over Zijn gezag.

Vers 2

Door de levenscycli van alle dingen, ervaart de mens werkelijk

al Gods regelingen en hoe die alle aardse wetten

overstijgen en alle andere machten verslaan.

Door de regels van overleving, door het lot van alle dingen,

weet de mens hoe God alles regeert.

Zijn gezag is oppermachtig.

Geen schepsel kan Gods soevereiniteit schenden.

Niets kan door God voorbestemde dingen veranderen.

Het is door Zijn wetten dat leven leeft en zich eeuw na eeuw voortzet.

Dit is de waarheid, dit is de waarheid,

dit is de waarheid over Zijn gezag.

Door de regels van overleving, door het lot van alle dingen,

weet de mens hoe God alles regeert.

Zijn gezag is oppermachtig.

Geen schepsel kan Gods soevereiniteit schenden.

Niets kan door God voorbestemde dingen veranderen.

Het is door Zijn wetten dat leven leeft en zich eeuw na eeuw voortzet.

Dit is de waarheid, dit is de waarheid,

dit is de waarheid over Zijn gezag.

Vers 3

Hoewel de mens, door objectieve wetten,

Gods bestuur van alle dingen ziet,

hoeveel begrijpen het principe van Zijn bestuur van het heelal,

of kennen en onderwerpen zich aan Zijn bestuur van hun lot?

Wie kan echt begrijpen dat het menselijk lot geheel in Zijn handen rust?

Naar ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

156 De ware belichaming van het gezag van de Schepper