333 Leef Gods wil na door de tien geboden te volgen

333 Leef Gods wil na door de tien geboden te volgen

1. De mens moet zichzelf niet groter maken of verheerlijken. Hij moet God aanbidden en verheerlijken. Je moet alles doen dat Gods werk ten goede komt, en alles laten dat de belangen van Gods werk schaadt. Je moet Gods naam, Gods getuigenis en Gods werk verdedigen. Het geld, materiële objecten en alle eigendommen in Gods huishouden zijn offerandes die door de mens gegeven moeten worden. Niemand mag van deze offerandes genieten, behalve de priesters en God, want de offerandes van de mens zijn voor het genot van God, God deelt deze offerandes alleen met de priesters en niemand anders is bevoegd of heeft het recht om ook maar van enig deel te genieten.

2. Je mag geen oordeel vellen over God, of zaken die met God te maken hebben terloops bespreken. Je moet doen wat de mens hoort te doen, en spreken zoals de mens hoort te spreken, je mag niet over je limiet heengaan of je grenzen overschrijden. Bewaak je eigen tong en wees voorzichtig waar je je voeten neerzet. Dit zal er allemaal voor zorgen dat je niets doet wat Gods gezindheid zal beledigen. Je moet doen wat de mens hoort te doen en je verplichtingen nakomen, je verantwoordelijkheden nakomen en je aan je plicht houden. Omdat je in God gelooft, moet je een bijdrage leveren aan Gods werk; als je dat niet doet, ben je ongeschikt om de woorden van God te eten en te drinken, en ben je ongeschikt om in Gods huishouden te wonen.

3. Mensen die in God geloven, moeten God gehoorzamen en Hem aanbidden. Je moet geen enkele persoon verheerlijken of naar hem opkijken; je moet niet God op de eerste plaats, de mensen naar wie je opkijkt op de tweede en jezelf op de derde plaats zetten. Geen enkele persoon zou een plaats in jouw hart moeten hebben en je moet niet denken dat mensen – vooral hen die je vereert – op gelijk niveau staan met God, dat ze Zijn gelijke zijn. Dit is voor God onverdraaglijk. Bij het werk en kerkzaken moet je, naast aan God gehoorzamen, bij alles wat je doet de instructies opvolgen van de persoon die door de Heilige Geest gebruikt wordt. Zelfs de kleinste overtreding is onacceptabel. Je moet volkomen meegaand zijn en geen analyse maken van goed of fout; wat goed of fout is, heeft niets met jou te maken. Jij moet je alleen bezighouden met absolute gehoorzaamheid.

4. De gezindheid van de mens is verdorven en bovendien is hij bezeten van emoties. Daarom is het absoluut verboden dat twee personen van verschillende geslachten samenwerken wanneer ze God dienen. Ieder die daarop wordt betrapt, zal zonder uitzondering worden verbannen, en niemand is gevrijwaard. Al diegenen die niet van harte geloven, moeten niet in de kerk binnengeleid worden. Jouw gedachten moeten gaan over het werk van de kerk. Je moet de vooruitzichten van jouw eigen vlees opzij zetten, je moet beslist zijn in familieaangelegenheden, je met heel je hart toewijden aan het werk van God, en Gods werk op de eerste plaats zetten en je eigen leven op de tweede. Dit is de betamelijkheid van een heilige.

Naar ‘De tien bestuurlijke decreten waaraan Gods uitverkoren volk moet gehoorzamen in het Tijdperk van het Koninkrijk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

333 Leef Gods wil na door de tien geboden te volgen