642 Hoe de verdorven mensheid God behandelt

642 Hoe de verdorven mensheid God behandelt

1 Wie kan Gods hart begrijpen, dat als een liefdevolle moeder is? Wie kan Gods zeer bereidwillige hart vatten? Gods bevlogen hart en vurige verwachtingen zijn terugbetaald met kille harten, met verharde, onverschillige ogen, met de herhaalde uitbranders en beledigingen van de mens, met scherpe opmerkingen, sarcasme en kleinering, ze zijn terugbetaald met de spot van de mens, met zijn vertrappen en verwerping, met zijn onbegrip, klaagzang, vervreemding en vermijding, met niets anders dan bedrog, aanvallen en bitterheid.

2 Warme woorden zijn onthaald door fronsende wenkbrauwen en het kille verzet van duizend vermanende vingers. God kan slechts volharden, met gebogen hoofd, mensen dienend als een bereidwillige os. Hoeveel zonnen en manen, hoe vaak heeft Hij de sterren aanschouwd, hoe vaak is Hij in de ochtendschemer vertrokken en in de avondschemer teruggekeerd en heeft Hij liggen woelen en draaien van zielenpijn, duizend keer groter dan de pijn van Zijn vertrek bij de Vader, de aanvallen en het breken van de mens verdragen, plus de behandeling en snoeiing van de mens. Gods nederigheid en verborgenheid zijn terugbetaald met het vooroordeel van de mens, met de oneerlijke opvattingen en behandeling van de mens, en Zijn anonimiteit, verdraagzaamheid en tolerantie zijn terugbetaald met de gulzige blik van de mens; de mens probeert God dood te stampen, zonder wroeging, en probeert God de grond in te trappen.

Naar ‘Werk en intrede (9)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

642 Hoe de verdorven mensheid God behandelt