636 Hoe kan God hen vergeven die Zijn woorden verzaken?

636 Hoe kan God hen vergeven die Zijn woorden verzaken?

1 Toen ik de hemelen uitstrekte en alle dingen schiep, liet ik niet toe dat er ook maar een schepsel was dat deelnam naar zijn eigen goeddunken, in nog veel mindere mate stond ik toe dat iets naar eigen believen mijn werk en mijn management verstoorde. Ik tolereerde noch mens noch object; hoe zou ik nu degenen kunnen sparen die wreed en inhumaan tegen mij zijn? Hoe kan ik degenen vergeven die tegen mijn woorden rebelleren? Hoe kan ik degenen sparen die mij ongehoorzaam zijn? Als je mij, Jehova, trouw zou zijn, zou je dan voor jezelf de offergaven van mijn altaar kunnen pakken? Zou je je giftige tong kunnen gebruiken om mijn heilige naam te lasteren? Zou je op deze manier tegen mij kunnen rebelleren? Zou je mijn glorie en heilige naam kunnen behandelen als instrument om Satan, de boze, te dienen?

2 Mijn leven is gegeven voor de vreugde van de heiligen. Hoe kan ik jullie toestaan naar jullie goeddunken met mijn leven te spelen, en het te gebruiken als instrument om jullie onderlinge conflicten uit te vechten? Hoe kunnen jullie zo harteloos zijn en zodoende gebrekkig zijn op de weg van het goede, in hoe jullie je tegenover mij gedragen? Weten jullie niet dat ik reeds al jullie kwade praktijken in deze levenswoorden heb beschreven? Hoe kunnen jullie ontsnappen aan de dag van toorn wanneer ik Egypte tuchtig? Hoe kan ik je toestaan mij op deze manier keer op keer tegen te werken en te weerstaan? Mijn verdraagzaamheid was voorbereid op jullie kwade praktijken en bestaat omwille van jullie tuchtiging op die dag. Zijn jullie niet degenen die zullen lijden onder het toornig oordeel wanneer ik het eind van mijn verdraagzaamheid heb bereikt?

3 Liggen niet alle dingen in de handen van de Almachtige? Hoe zou ik jullie toe kunnen laten mij aldus onder de hemelen ongehoorzaam te zijn? Jullie levens zullen heel zwaar zijn omdat jullie de Messias hebben ontmoet, van wie gezegd wordt dat Hij zou komen, maar nooit kwam. Zijn jullie niet Zijn vijanden? Jezus is jullie vriend geweest, toch zijn jullie vijanden van de Messias. Weten jullie niet dat, ondanks het feit dat jullie vrienden van Jezus zijn, jullie kwade praktijken de vaten van hen die verachtelijk zijn hebben gevuld? Weten jullie ondanks het feit dat jullie heel dicht bij Jehova zijn niet dat jullie boosaardige woorden de oren van Jehova hebben bereikt en Zijn toorn hebben opgewekt? Hoe zou Hij je nabij kunnen zijn en hoe zou Hij jouw vaten niet verbranden, de vaten gevuld met kwade praktijken? Hoe zou Hij niet je vijand kunnen zijn?

Naar ‘Niemand van vlees en bloed kan ontsnappen aan de dag van toorn’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

636 Hoe kan God hen vergeven die Zijn woorden verzaken?