XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid

XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid

(VIII) Woorden over hoe je God moet gehoorzamen

92. Het werk van de Heilige Geest verandert met de dag, klimt hoger met elke stap; de openbaring van morgen is zelfs hoger dan die van vandaag, stap voor stap steeds hoger. Zo is het werk waardoor God de mens vervolmaakt. Wanneer de mens niet kan volgen, kan hij op ieder moment worden achtergelaten. Wanneer de mens geen gehoorzamend hart heeft, kan hij niet volgen tot het eind. De vroegere tijd is voorbij gegaan, dit is een nieuwe tijd. En in een nieuwe tijd moet nieuw werk worden gedaan. In het bijzonder in de laatste tijd waarin de mens zal worden vervolmaakt, zal God steeds sneller nieuw werk volbrengen. Daarom zal de mens het moeilijk vinden om in de voetstappen van God te treden, zonder gehoorzaamheid in zijn hart. God komt geen regels na, noch behandelt Hij enige fase van Zijn werk als onveranderlijk. Nee, het werk dat Hij doet is steeds nieuwer en hoger. Zijn werk wordt praktischer met elke stap, steeds meer in overeenstemming met de werkelijke noden van de mens. Alleen nadat de mens dit soort werk heeft ervaren, kan hij de uiteindelijke transformatie van zijn gezindheid bereiken. De kennis die de mens heeft van het leven bereikt steeds hogere niveaus en op dezelfde manier bereikt het werk van God steeds hogere niveaus. Alleen op deze manier kan de mens volmaakt gemaakt worden en geschikt worden om door God te worden gebruikt. God werkt enerzijds op deze manier om de opvattingen van de mens tegen te gaan en om te draaien en anderzijds om de mens te leiden tot een hogere en meer realistische staat, tot in de hoogste sferen van geloof in God, zodat op het einde, de wil van God gedaan kan worden.

uit ‘Zij die God met een oprecht hart gehoorzamen, zullen zeker door God worden gewonnen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

93. Het werk dat God doet verschilt van tijd tot tijd. Wanneer je grote gehoorzaamheid toont in een fase, maar in de volgende fase minder of zelfs geen enkele, dan zal God je in de steek laten. Als je gelijke tred houdt met God wanneer Hij deze trede opgaat, dan moet je gelijke tred blijven houden wanneer Hij de volgende opgaat. Alleen dan ben je iemand die de Heilige Geest gehoorzaam is. Aangezien je gelooft in God, moet je aanhoudend blijven in je gehoorzaamheid. Je kan niet simpelweg gehoorzamen en ongehoorzaam zijn wanneer je maar wilt. Dit soort gehoorzaamheid krijgt Gods goedkeuring niet. Wanneer je geen gelijke tred kan houden met het nieuwe werk dat ik communiceer en blijft vasthouden aan wat eerder gezegd is, hoe kan er dan ontwikkeling zijn in je leven? Gods werk is om jou te voorzien door Zijn woorden. Wanneer je gehoorzaamt en Zijn woorden accepteert, dan zal de Heilige Geest zeker in je werken. De Heilige Geest werkt precies op de manier zoals ik spreek. Doe zoals ik heb gezegd en de Heilige Geest zal meteen in je werken. Ik laat jullie een nieuw licht zien en breng jullie in het licht van de huidige tijd. Wanneer je in dit licht wandelt, zal de Heilige Geest onmiddellijk in je werken. Sommigen zullen opstandig zijn en zeggen: “Ik zal simpelweg niet doen wat u zegt.” Dan zeg ik jou dat je nu bent gekomen aan het eind van de rit, je bent uitgedroogd en hebt geen leven meer. Daarom, in het ervaren van de transformatie van jouw gezindheid, is het essentieel om gelijke tred te houden met het huidige licht.

uit ‘Zij die God met een oprecht hart gehoorzamen, zullen zeker door God worden gewonnen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

94. Als je volgt en zoekt wat de Heilige Geest zegt, ben je iemand die Hem gehoorzaamt en op deze manier zul je in staat zijn om een verandering van gezindheid te bewerkstelligen. De gezindheid van de mens verandert met de huidige woorden van de Heilige Geest; als je altijd je oude ervaringen en regels uit het verleden handhaaft, zal je gezindheid niet veranderen. Als de Heilige Geest vandaag de dag heeft gesproken om alle mensen te vertellen om een leven van normale menselijkheid binnen te gaan, maar je blijft je richten op het oppervlakkige en je bent in de war over de realiteit en neemt het niet serieus, dan zul je iemand zijn die Zijn werk niet bijhoudt en zul je niet iemand zijn die de door de Heilige Geest geleide weg is ingegaan. Of je gezindheid al dan niet kan veranderen, hangt af van het feit of je al dan niet de huidige woorden van de Heilige Geest bijhoudt en werkelijk begrip hebt. Dit is anders dan wat jullie eerder hebben begrepen.

uit ‘Mensen wier gezindheid is veranderd, zijn zij die zijn binnengegaan in de realiteit van Gods woorden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

95. Hoe moet je Gods gezag en soevereiniteit kennen en begrijpen als je voor problemen in het echte leven staat? Als je niet weet hoe deze problemen te begrijpen, aan te pakken en te ervaren, welke houding zou je dan aan moeten nemen om je intentie, verlangen en jouw realiteit van het onderwerpen aan Gods soevereiniteit en regelingen te laten zien? Eerst moet je leren wachten; dan moet je leren zoeken; vervolgens leren te onderwerpen. ‘Wachten’ betekent het wachten op Gods tijd, de mensen, gebeurtenissen en dingen afwachten die Hij voor je heeft geregeld, het wachten tot Zijn wil zich langzamerhand aan je openbaart. ‘Zoeken’ betekent het waarnemen en begrijpen van Gods doordachte bedoelingen voor je door de mensen, gebeurtenissen en dingen die Hij voor je weggelegd heeft, het daardoor begrijpen van de waarheid, het begrijpen wat mensen bereiken moeten en de wegen die zij moeten gaan, begrijpen welke resultaten in mensen God bedoelt te bereiken en wat Hij beoogt te verwezenlijken in de mensheid. ‘Onderwerpen’ verwijst natuurlijk naar het accepteren van de mensen, gebeurtenissen en dingen die God georkestreerd heeft, het accepteren van Zijn soevereiniteit en daardoor te weten komen hoe de Schepper het lot van de mens voorschrijft, hoe Hij de mens van Zijn leven voorziet, hoe Hij de waarheid in de mens bewerkstelligt. Alles onder Gods regelingen en soevereiniteit gehoorzaamt natuurwetten en als je besluit om God alles voor je te laten regelen en voorschrijven, dan zou je moeten leren wachten, je zou moeten leren te zoeken, en je zou moeten leren je te onderwerpen. Dit is de houding die iedereen die zich wil onderwerpen aan Gods gezag moet aannemen, de vereiste basiseigenschap voor iedereen die Gods soevereiniteit en regelingen wil accepteren. Om die houding aan te nemen en die basiseigenschap te bezitten moeten jullie harder werken; en alleen dan zullen jullie de echte werkelijkheid binnengaan.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

96. Er is een ultiem principe voor hoe de Heer van de schepping de voorwerpen van de schepping behandelt, en dit is tevens het meest fundamentele principe. Hoe Hij de voorwerpen van de schepping behandelt, is geheel op Zijn managementplan en op Zijn vereisten gebaseerd. Hij hoeft met niemand overleg te plegen en ook hoeft Hij niemand te overtuigen. Hij doet wat Hij moet doen en Hij behandelt mensen zoals Hij ze moet behandelen. Wat Hij ook doet en hoe Hij de mensen ook behandelt, het is allemaal volgens de principes, de principes die de Heer van de schepping volgt. De voorwerpen van de schepping hoeven zich alleen maar te onderwerpen; ze zouden geen andere keuze moeten hebben. Wat blijkt hieruit? De Heer van de schepping zal altijd de Heer van de schepping zijn. Hij heeft de macht en de bevoegdheid om de voorwerpen van de schepping te orkestreren en erover te regeren zoals het Hem belieft, en heeft daar geen reden voor nodig. Dit is Zijn gezag. Hoe zit het dan met de voorwerpen van de schepping? Geen enkel voorwerp van de schepping heeft de macht of de bevoegdheid om te oordelen over hoe de Schepper zou moeten handelen of over wat Hij doet goed of slecht is. Geen enkel voorwerp van de schepping is bevoegd om te kiezen of hij geregeerd, georkestreerd of gearrangeerd wil worden door de Heer van de schepping. En zo heeft ook geen enkel voorwerp van de schepping de bevoegdheid om te kiezen hoe er over hem wordt geregeerd en hoe hij door de Heer van de schepping wordt gearrangeerd. Dit is de hoogste waarheid. Wat de Heer van de schepping de voorwerpen van de schepping ook heeft aangedaan, en hoe Hij dat ook heeft gedaan, de mensen die Hij heeft geschapen zouden maar één ding moeten doen: dit feit dat de Heer van de schepping heeft gerealiseerd, zoeken, weten en aanvaarden en zich eraan onderwerpen. Het uiteindelijke resultaat is dat de Heer van de schepping Zijn managementplan heeft volbracht en dat Zijn werk is gedaan, waardoor Zijn managementplan zonder belemmeringen kan vorderen. Ondertussen, omdat zij de regering en regelingen van de Schepper hebben aanvaard en omdat zij zich aan Zijn regering en regelingen hebben onderworpen, zullen de voorwerpen van de schepping de waarheid hebben verworven, de wil van de Schepper hebben begrepen en Zijn gezindheid hebben leren kennen.

uit ‘Alleen door de waarheid te zoeken kun je Gods daden kennen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

97. Toen Noach deed wat God van hem vroeg, wist hij niet wat Gods bedoelingen waren. Hij wist niet wat God wilde bereiken. God had hem enkel een bevel gegeven en hem opgedragen iets te doen, maar zonder veel uitleg, en vervolgens ging hij aan de slag. Hij probeerde niet binnenskamers te achterhalen wat Gods bedoelingen waren. Evenmin verzette hij zich tegen God of was hij dubbelhartig. Hij ging gewoon aan de slag met een zuiver en eenvoudig hart. Hij deed alles wat God hem liet doen, vanuit de overtuiging dat hij Gods woord wilde gehoorzamen en daarnaar wilde luisteren. Zo simpel en direct ging hij om met wat God toevertrouwde. Zijn wezen – het wezen van zijn daden was gehoorzaamheid, geen kritiek achteraf, geen weerstand en bovendien dacht hij niet aan zijn eigen persoonlijke belangen en aan wat hij er zelf door zou winnen en verliezen. Verder, toen God zei dat Hij de wereld door een vloed zou vernietigen, vroeg hij niet wanneer dat zou gebeuren en probeerde hij niet het naadje van de kous te weten te komen, en hij vroeg God zeker niet hoe Hij de wereld ging vernietigen. Hij deed gewoon wat God hem opdroeg. God gaf aan hoe hij moest bouwen en waarmee en hij deed precies wat God van hem vroeg. Hij ging ook meteen aan de slag. Hij handelde volgens Gods instructies en zijn grondhouding daarbij was dat hij God tevreden wilde stellen. Deed hij het om de ramp voor zichzelf af te wenden? Nee. Vroeg hij God hoe lang het zou duren voordat de wereld zou worden vernietigd? Dat deed hij niet. Vroeg hij God of wist hij hoeveel tijd het bouwen van de ark in beslag zou nemen? Dat wist hij ook niet. Hij gehoorzaamde gewoon, luisterde en handelde daarnaar.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

98. Job sprak niet over handel met God en deed geen verzoeken of eisen aan God. Zijn lof voor Gods naam was vanwege de grote macht en gezag van God in het besturen van alle dingen, en was niet afhankelijk van het feit of hij zegeningen had gekregen of door rampspoed werd getroffen. Hij geloofde dat, ongeacht of God mensen zegent of rampspoed over hen brengt, Gods macht en gezag niet zullen veranderen, en dat daarom, ongeacht iemands omstandigheden, Gods naam geprezen moet worden. Dat de mens is gezegend door God is vanwege Gods soevereiniteit, en wanneer de mens een ramp overkomt, is het ook vanwege Gods soevereiniteit. Gods macht en gezag heersen over alles van de mens en bepalen dit; de grillen van het geluk van de mens zijn de manifestatie van Gods macht en gezag, en ongeacht iemands standpunt zou Gods naam geprezen moeten worden. Dit is wat Job in de jaren van zijn leven heeft meegemaakt en heeft leren kennen. Alle gedachten en handelingen van Job kwamen God ter ore, belandden bij God en werden door God als belangrijk gezien. God koesterde deze kennis van Job en koesterde Job vanwege het hebben van zo’n hart. Dit hart wachtte altijd op Gods gebod, overal, het maakte niet uit op welk tijdstip of welke plek, het wachtte op wat hem toekwam. Job stelde geen eisen aan God. Wat hij van zichzelf eiste, was het afwachten, accepteren, aanschouwen en gehoorzamen van alles wat van God kwam; Job geloofde dat dit zijn plicht was en dat was precies wat God wilde.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

99. Gedurende Gods tijd in het vlees, vereist Hij geen gehoorzaamheid aan wat mensen zelf verzinnen − dat ze geen oordeel vellen of zich niet verzetten. Maar wat Hij wel vereist is dat mensen Zijn woorden als hun principe voor het leven maken en het fundament voor hun overleving, dat ze absoluut de essentie van Zijn woorden naleven en dat ze absoluut aan Zijn wil voldoen. Een aspect dat van mensen wordt gevraagd om de vleesgeworden God te gehoorzamen, verwijst naar het in de praktijk brengen van Zijn woorden en een ander aspect verwijst naar het kunnen gehoorzamen aan Zijn normaliteit en praktische kant. Deze moeten beiden absoluut zijn. Degenen die in beide aspecten kunnen bereiken, zijn diegenen met een hart gevuld met oprechte liefde voor God. Dat zijn allemaal mensen die door God zijn gewonnen en ze houden allemaal van God zoals ze van hun eigen leven houden.

uit ‘Degenen die God waarlijk beminnen zijn diegenen die zich absoluut kunnen onderwerpen aan Zijn werkelijkheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

100. Het dragen van een klinkende getuigenis voor God heeft voornamelijk te maken met of je een goed begrip van de praktische God hebt of niet en of je al dan niet in staat bent om te gehoorzamen aan deze persoon die niet alleen gewoon, maar normaal is en deze zelfs te gehoorzamen tot de dood. Als je werkelijk een getuigenis voor God draagt door deze gehoorzaamheid, betekent dit dat je door God bent gewonnen. In staat zijn om gehoorzaam te zijn tot aan de dood en verschoond te zijn van klachten ten overstaan van Hem, geen oordelen te vellen, niet te lasteren, geen opvattingen te hebben en geen andere bedoelingen te hebben − op deze manier zal God aan glorie winnen. Gehoorzaamheid aan een gewoon persoon op wie door de mens wordt neergekeken en in staat zijn om tot de dood te gehoorzamen zonder enige opvattingen − dan spreek je van een ware getuigenis. De werkelijkheid, welke God de mensen vereist om binnen te gaan, houdt in dat je in staat bent om Zijn woorden te gehoorzamen, in staat bent om Zijn woorden in praktijk te brengen, in staat bent om voor de werkelijke God te buigen en je eigen verdorvenheid te kennen, in staat bent om je hart te openen voor Hem en uiteindelijk door Hem gewonnen te worden door Zijn woorden. God krijgt glorie wanneer deze woorden je overwinnen en jou volledig gehoorzaam aan Hem maken; hierdoor brengt Hij Satan schade toe en volbrengt Hij Zijn werk. Wanneer je geen enkele opvattingen hebt ten aanzien van de werkelijkheid van de vleesgeworden God, dat wil zeggen, als je standhoudt in deze beproeving, dan ben je een ware getuige. Als de dag aanbreekt waarop je volledig begrip hebt van de praktische God en je kunt gehoorzamen tot de dood, zoals Petrus deed, dan zul je door God worden gewonnen en door Hem worden vervolmaakt. Wat God doet, dat niet in lijn is met jouw eigen opvattingen, dat is je beproeving. Als het wel in overeenstemming zou zijn met jouw opvattingen, zou je niet uitgedaagd worden om te lijden of om geraffineerd te worden. Het is omdat Zijn werk zo praktisch is en dat het niet in overeenstemming is met jouw eigen opvattingen, vereist van jou dat je je eigen opvattingen loslaat. Daarom is het ook een beproeving voor je. Het is vanwege Gods praktische kant dat alle mensen zich te midden van beproevingen bevinden; Zijn werk is praktisch, niet bovennatuurlijk. Door Zijn praktische woorden en Zijn praktische uitspraken zonder enige opvattingen volledig te begrijpen en in staat te zijn om oprecht van Hem te houden, des te praktischer is Zijn werk; hierdoor zal je door Hem worden gewonnen. De groep mensen die God zal winnen, zijn zij die God kennen, dat wil zeggen, diegenen die Zijn praktische kant kennen en nog meer, diegenen die het lukt aan Gods praktische werk te gehoorzamen.

uit ‘Degenen die God waarlijk beminnen zijn diegenen die zich absoluut kunnen onderwerpen aan Zijn werkelijkheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

101. De groep mensen die de vleesgeworden God vandaag de dag wil winnen, zijn zij die zich voegen naar Zijn wil. Mensen hoeven alleen maar Zijn werk te gehoorzamen, niet zich altijd maar bezig te houden met de ideeën van God in de hemel, te leven in vaagheid of dingen moeilijk te maken voor de vleesgeworden God. Degenen die Hem kunnen gehoorzamen zijn degenen die zonder voorbehoud naar Zijn woorden luisteren en en zich aan Zijn afspraken houden. Deze mensen houden zich niet bezig met wie God in de hemel werkelijk is of wat voor soort werk God in de hemel nu aan het doen is in de mensheid, maar zij geven hun hart volledig aan God op aarde en zij plaatsen hun hele wezen voor Hem. Ze houden zich nooit bezig met hun eigen veiligheid en ze maken zich nooit druk over de normaliteit en praktische kant van de vleesgeworden God. Zij die de vleesgeworden God gehoorzamen, kunnen door Hem vervolmaakt worden. Zij die enkel in de God in de hemel geloven, zullen niets vergaren. Dit komt omdat het niet God in de hemel is, maar het is God op aarde die de beloften en zegeningen schenkt aan mensen. Mensen zouden niet steeds God in de hemel moeten verheerlijken en God op aarde moeten zien als een doorsnee persoon. Dit is oneerlijk. God in de hemel is geweldig en wonderbaarlijk met prachtige wijsheid, maar Hij kan niet door mensen gezien worden. De God in de hemel die mensen zich voorstellen bestaat eenvoudigweg niet. God op aarde is heel doorgaans en onbetekenend; Hij is ook heel normaal. Hij heeft geen buitengewone geest of doet geen wereldschokkende handelingen. Hij werkt en spreekt gewoon op een heel normale en praktische manier. Terwijl Hij niet spreekt door donder, of de wind en de regen sommeert, is Hij waarlijk de incarnatie van God in de hemel en is Hij waarlijk de God die onder de mensen leeft. Mensen moeten niet degene die ze begrijpen verheerlijken, degene die correspondeert met hun eigen verbeelding van God en zij moeten niet de Ene die ze niet accepteren en ze zich absoluut niet kunnen voorstellen als laag bestempelen. Dit kan allemaal gezien worden als opstandigheid van mensen; het is allemaal de bron van weerstand van de mensheid tegen God.

uit ‘Degenen die God waarlijk beminnen zijn diegenen die zich absoluut kunnen onderwerpen aan Zijn werkelijkheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

102. Het belangrijkste bij het meten of mensen al dan niet God gehoorzamen, is kijken of ze iets buitensporigs verlangen van God en of ze al dan niet andersoortige bedoelingen hebben. Als mensen altijd maar eisen stellen aan God, is dat het bewijs dat ze Hem niet hebben gehoorzaamd. Wat er ook met je gebeurt, als je het niet van God kunt ontvangen, de waarheid niet kunt zoeken, altijd vanuit je eigen subjectieve redenering spreekt en altijd het gevoel hebt dat jij alleen gelijk hebt en zelfs nog steeds aan God weet te twijfelen, dan heb je een probleem. Dit zijn de meest arrogante mensen, en zij zijn God ongehoorzaam. Mensen die voortdurend eisen stellen aan God kunnen Hem nooit echt gehoorzamen. Als je eisen stelt aan God, is dat het bewijs dat je een deal afsluit met God, dat je je eigen gedachten uitkiest en volgens je eigen gedachten handelt. Hierin verraad je God en ben je zonder gehoorzaamheid. Het is niet verstandig eisen te stellen aan God. Als je oprecht gelooft dat Hij God is, dan durf je geen eisen te stellen aan Hem, en ben je ook niet geschikt om eisen te stellen aan Hem, of ze nu redelijk zijn of niet. Als je oprecht gelooft en gelooft dat Hij God is, dan kun je niet anders dan Hem aanbidden en gehoorzamen. De mensen van tegenwoordig hebben niet alleen een keuze, maar verlangen zelfs dat God overeenkomstig hun eigen gedachten handelt, die kiezen dan hun eigen gedachten uit en vragen God dan om in overeenstemming daarmee te handelen en eisen niet van zichzelf dat ze in overeenstemming met Gods bedoeling handelen. Derhalve is er geen waar geloof in hen, noch het wezen dat in dit geloof wordt vervat. Wanneer je in staat bent minder eisen te stellen aan God, zullen je ware geloof en je gehoorzaamheid toenemen en zal je verstand ook relatief normaal worden.

uit ‘Mensen eisen te veel van God’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

103. Iedereen die geen gehoorzaamheid aan God zoekt in zijn geloof in God, verzet zich tegen God. God vraagt dat mensen de waarheid zoeken en dat ze naar Gods woorden dorsten, Gods woorden eten en drinken en ze in de praktijk brengen zodat ze gehoorzaamheid aan God kunnen bereiken. Als dat werkelijk je motivatie is, dan zal God je zeker opheffen en genadig zijn. Niemand kan hieraan twijfelen en niemand kan het veranderen. Als je motivatie niet is gericht op gehoorzaamheid aan God en je andere doelen hebt, dan is alles wat je zegt en doet – je gebeden tot God en zelfs elke handeling die je verricht – in verzet tegen God. Al spreek je aardig en ben je beleefd, al lijkt alles wat je doet en elke uitdrukking die je bezigt helemaal in orde, en al lijk je te gehoorzamen, als het op je motivatie en je visie op geloof in God aankomt, dan is alles wat je doet in verzet tegen God en kwaad van aard. Mensen die zo mak als schapen lijken, maar in wiens harten kwade bedoelingen huizen, zijn wolven in schaapskleren. Ze geven aanstoot aan God zelf en God zal niet één van hen sparen. De Heilige Geest zal ze allemaal ontmaskeren, zodat iedereen kan zien dat al die hypocriete figuren zeker zullen worden verafschuwd en verworpen door de Heilige Geest. Maak je maar geen zorgen: God zal hen één voor één onder handen nemen en passend aanpakken.

uit ‘In je geloof in God zou je God moeten gehoorzamen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid