VII. Vragen en antwoorden over de waarheid van de incarnatie

VII. Vragen en antwoorden over de waarheid van de incarnatie

Vraag 2: Nu ik jullie de afgelopen dagen heb horen praten en getuigen, is me duidelijk geworden dat de tweede komst van de Heer in de laatste dagen de incarnatie is om hier het werk van het oordeel te doen. Maar we begrijpen de waarheid van de incarnatie niet en laten ons dus makkelijk misleiden door de geruchten en onwaarheden van de communistische regering en de dominees en ouderlingen van de religieuze wereld. Als gevolg daarvan zullen we de geïncarneerde God slechts als mens behandelen en Hem zelfs tegenwerken en belasteren. Daarom wil ik jullie vragen naar de waarheid van de incarnatie. Wat is de incarnatie? Wat is het verschil tussen de geïncarneerde Christus en de profeten en apostelen die door God worden gebruikt?

Antwoorden: Over de vraag wat de incarnatie is en wat Christus is, zou je kunnen zeggen dat dit een mysterie van de waarheid is dat geen gelovige begrijpt. Hoewel gelovigen al duizenden jaren weten dat de Heer Jezus de geïncarneerde God is, begrijpt niemand de incarnatie en de wezenlijke essentie van de incarnatie. Pas nu Almachtige God van de laatste dagen is gekomen, is dit aspect van het mysterie van de waarheid aan de mens geopenbaard. Laten we eens kijken hoe Almachtige God het zegt. Almachtige God zegt: “De betekenis van incarnatie is dat God in het vlees verschijnt en dat Hij, naar het beeld van vlees, komt werken, tussen de mensen die Hij geschapen heeft. God moet dus om te incarneren eerst vlees zijn, vlees met een normale menselijkheid. Dit moet minimaal het geval zijn. De implicatie van Gods incarnatie is in feite dat God leeft en werkt in het vlees, dat God in Zijn ware essentie vlees wordt, mens wordt.” “De Christus met normale menselijkheid is vlees waarin de Geest gerealiseerd is met een normale menselijkheid, gewoon verstand en menselijke gedachten. ‘Gerealiseerd worden’ betekent dat God mens wordt, dat de Geest vlees wordt. Duidelijk gezegd, het is als God Zelf vlees bewoont met een normale menselijkheid en hierdoor Zijn goddelijk werk tot uitdrukking brengt. Dit is wat gerealiseerd of geïncarneerd betekent” (‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

“De vleesgeworden God heet Christus, en Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf; dit wezen staat Zijn eigen werk niet in de weg, en Hij zou met geen mogelijkheid ook maar iets kunnen doen dat Zijn eigen werk teniet zal doen of woorden spreken die tegen Zijn wil ingaan” (‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

Uit de woorden van Almachtige God blijkt dat de incarnatie betekent dat Gods Geest wordt verwezenlijkt in het vlees. Gods Geest is gehuld in vlees en wordt een gewone Mensenzoon om Zijn woord en werk op de aarde te brengen en aan de mens te verschijnen. Dat wil zeggen dat God in de hemel mens is geworden om te spreken, Zijn werk te doen, de mens te verlossen en te redden in de mensenwereld. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. In Zijn verschijning alleen lijkt Gods incarnatie slechts een gewoon en normaal menselijk wezen. Hij heeft dezelfde leefregels en neemt deel aan dezelfde activiteiten als ieder ander normaal mens. Hij bezit emoties, zoals elk ander normaal mens: Hij leeft praktisch en realistisch in het gezelschap van mensen. In Zijn uiterlijke verschijning lijkt Hij niet anders dan wie dan ook. Maar de ware essentie van de geïncarneerde God is goddelijkheid. Hij kan Gods gezindheid uitdrukken, alles wat God is en heeft. In overeenstemming met de behoeften van de mens kan Hij de waarheid uitdrukken om altijd en overal leven te geven en de mens te redden. Hij kan het werk van God Zelf doen waar niets anders in de hele schepping toe in staat is. We weten allemaal dat de Heer Jezus de incarnatie van God en dus Christus is. In Zijn uiterlijke verschijning lijkt Hij net als wij een gewoon en normaal mens. Ja, de Heer Jezus kan de waarheid uitdrukken en de mens de weg van berouw geven. Hij heeft het gezag om de mens zijn zonden te vergeven en gekruisigd te worden om het werk van de verlossing van de mensheid te voltooien. Geen mens is daartoe in staat. De Heer Jezus kan ook tekenen en wonderen verrichten. Hij kan de winden en de zee tot bedaren breng, vijfduizend mensen voeden met slechts vijf broden en twee vissen, en de doden opwekken enzovoort. Ook reisde de Heer Jezus ver om te prediken. In overeenstemming met de echte behoeften van de mens drukte Hij de waarheid uit om altijd en overal leven te geven en de mens te leiden, zodat de mens kon zien dat Zijn woorden en werk die van de ware en praktische God waren . De woorden en het werk van de Heer Jezus zijn een manifestatie van Gods levensgezindheid en alles wat God heeft en is. Geen geschapen mensen bezitten dit of zijn in staat om zulke verworvenheden te bereiken. Dit is het bewijs dat de Heer Jezus de geïncarneerde God is. Hoewel Hij normale menselijkheid bezit, is Zijn essentie goddelijk. Als zodanig kan Hij de waarheid en Gods stem uitdrukken. Hij kan als God werken om Gods werk te doen. Dus als we alleen de normale menselijkheid van Christus zouden zien, zouden we geneigd zijn Hem te behandelen als een gewoon mens. Maar als we zouden beseffen dat alles wat Christus zegt de waarheid is, dat Hij Gods gezindheid en alles wat God is en heeft manifesteert en de daden van God zouden zien in het vlees, alleen als we dit niveau zouden bereiken, zouden we de goddelijke essentie van Christus leren kennen.

Het is cruciaal voor ons gelovigen om de goddelijke essentie van Christus te kennen. Als we de goddelijke essentie van Christus niet herkennen, zullen we Christus aanzien voor een gewoon mens en zelfs de profeten en apostelen die God gebruikt, beschouwen als God Zelf. Dat is geen kleinigheid. Laten we nu communiceren over het verschil tussen Christus en de apostelen en profeten die door God worden gebruikt. Iedereen weet dat Gods incarnatie in uiterlijke verschijning normale menselijkheid bezit en een gewoon en normaal mens is, maar eigenlijk is Hij Gods Geest, verwezenlijkt in het vlees. Hij is in essentie goddelijk. Daarom kan Hij het werk van God Zelf doen en de waarheid, Gods gezindheid en de wil en eisen tegenover de mensheid altijd en overal uitdrukken. Hij kan over de mens oordelen en hem ontmaskeren en zelfs vervloeken, net zoals Hij de mens kan verlossen, zuiveren en redden. De profeten en apostelen zijn mensen die God gebruikt. Ze bezitten alleen normale menselijkheid, maar hebben niet Gods goddelijke essentie. Daarom kunnen ze alleen het werk van mensen doen. In Gods managementplan kunnen ze niets meer doen dan menselijke plichten vervullen. Geen van hen kan de waarheid uitdrukken, laat staan het werk van God Zelf doen. Hoewel hun communicaties begiftigd zijn met de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest en in overeenstemming zijn met de waarheid, zijn ze niet de waarheid zelf, maar slechts een uitdrukking van hun begrip van en ervaring met Gods woord. Als we kijken naar de apostelen van het Tijdperk van Genade, was wat ze communiceerden, voornamelijk een uitdrukking van hun begrip van en ervaring met de woorden en het werk van de Heer Jezus. Ze getuigden van het ervaren van Gods werk. Als we kijken naar de brieven van de apostelen, zien we dat ze duidelijk zijn geschreven door mensen. Het zijn verslagen van hun ervaringen en getuigenis. Geen woord van deze brieven bevat de waarheid die God uitdrukt. Geen woord van deze brieven bevat het gezag en de kracht van het woord van de Heer Jezus. Zoals we kunnen zien, verschillen de woorden van de apostelen en die van de Heer Jezus enorm. We kunnen ze niet in hetzelfde licht zien. Als de profeten Gods woord uitdrukken, doen ze dat alleen omdat God ze heeft opgedragen om Zijn woord over te brengen. De profeten kunnen Gods woord niet uitdrukken en daarbij Gods identiteit gebruiken. Ze kunnen niet spreken in de eerste persoon. Ook kunnen ze de waarheid niet naar goeddunken uitdrukken. Dat komt omdat ze gewoon mensen zijn die God gebruikt. Ze zijn zelf niet God. Ze brengen alleen Gods woord over en wat ze kunnen overbrengen, is heel beperkt. Dus als de profeten Gods woord overbrengen, verklaren ze duidelijk dat ze het woord van God spreken. Het is niet hun eigen woord. Dit alles bewijst dat de profeten en de apostelen slechts mensen zijn die God gebruikt. Ze zijn geen incarnaties van God. Gods incarnatie kan God worden genoemd, omdat Hij een goddelijke essentie heeft. De profeten en apostelen bezitten alleen menselijkheid. Ze hebben geen goddelijke essentie en kunnen daarom alleen als mensen worden beschouwd. Dat is het verschil in essentie tussen Gods incarnatie en de profeten en apostelen.

uit het filmscenario van ‘Het mysterie van de goddelijkheid: het vervolg’

VII. Vragen en antwoorden over de waarheid van de incarnatie