674 De houding van Job tegenover beproevingen

674 De houding van Job tegenover beproevingen

1 De Schrift geeft het volgende verslag: “Toen stond Job op en scheurde zijn kledij in stukken, schoor zijn hoofd en viel aanbiddend ter aarde.” Dit was Jobs eerste reactie nadat hij hoorde dat hij zijn kinderen en al zijn bezit verloren had. Boven alles leek hij niet verrast of in paniek, laat staan dat hij boosheid of haat uitte. Zo zie je dat hij in zijn hart al erkende dat deze rampspoed geen toevalligheid was, niet iets menselijks, laat staan de uitvoering van een of andere vergelding of straf. In plaats daarvan waren de beproevingen van Jehova God op hem neergedaald; het was Jehova God die zijn bezit en kinderen wenste te nemen.

2 Job was toen erg kalm en helder. Zijn rechtschapen en onberispelijke menselijkheid maakte het hem mogelijk om rationeel, logisch en precies te oordelen en beslissingen te nemen over de rampspoed die hem overkomen was, en als gevolg daarvan gedroeg hij zich uitzonderlijk kalm: “Toen stond Job op en scheurde zijn kledij in stukken, schoor zijn hoofd en viel aanbiddend ter aarde.” “Scheurde zijn kledij in stukken” betekent dat hij ongekleed was en niets bezat, “schoor zijn hoofd” gaf aan dat hij teruggekeerd was voor God als pasgeborene; “viel aanbiddend ter aarde” betekent dat hij naakt de wereld in was gekomen, en nog steeds bezitloos was vandaag, hij tot God was teruggekeerd als pasgeboren baby.

3 Geen enkel ander schepsel van God had dezelfde houding als Job kunnen aannemen ten aanzien van alles wat hem was overkomen. Zijn vertrouwen op Jehova God steeg uit boven het domein van het geloof. Dit was zijn ontzag voor God, zijn gehoorzaamheid aan God, en hij was niet alleen in staat God te danken voor het geven, maar ook voor het nemen. Meer nog, hij was in staat om alles wat hij bezat, inclusief zijn leven, terug te geven.

Naar ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

674 De houding van Job tegenover beproevingen