Hoe kan men Christus’ goddelijke wezen kennen?

Bijbelverzen ter referentie:

Jezus​ zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien” (Joh 14:6-7).

Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet” (Joh. 14: 10–11).

Relevante woorden van God:

Het is niet moeilijk om zoiets te bestuderen, maar daar is wel voor nodig dat ieder van ons deze waarheid kent: Hij die de incarnatie van God is, zal de essentie van God hebben. Hij die de incarnatie van God is, zal de uitdrukking van God hebben. Omdat God vlees wordt, zal Hij het werk voortbrengen dat Hij moet doen. En omdat God vlees wordt, zal Hij uitdrukken wat Hij is en zal Hij in staat zijn de waarheid naar de mens te brengen, het leven te schenken en de weg te wijzen. Vlees dat niet de essentie van God bevat, is zeker niet de vleesgeworden God. Dat lijdt geen twijfel. Als de mens wil onderzoeken of dit het geïncarneerde vlees van God is, moet de mens dit vaststellen aan de hand van de gezindheid die Hij uitdrukt en de woorden die Hij spreekt. Dat betekent dat aan de hand van Zijn wezen beoordeeld moet worden of dit al dan niet het geïncarneerde vlees van God is en of dit al dan niet de ware weg is. Bij het vaststellen[a] of dit het geïncarneerde vlees van God is, is het dus het allerbelangrijkste om aandacht te schenken aan Zijn wezen (Zijn werk, Zijn woorden, Zijn gezindheid en nog veel meer dingen) in plaats van aan de uiterlijke schijn. Als de mens alleen Zijn uiterlijk ziet en aan Zijn wezen voorbijgaat, geeft dat blijk van de onwetendheid en naïviteit van de mens.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Kennis van God moet worden opgedaan door middel van het lezen en het begrijpen van Gods woord, het beoefenen en ervaren van Gods woord. Sommige mensen zeggen: “Ik heb de geïncarneerde God niet gezien, dus hoe zou ik God dan kunnen kennen?” In feite is Gods woord een uitdrukking van Gods gezindheid. Uit Gods woord kun je Gods liefde voor en redding van de mensheid opmaken, en Zijn manier om hen te redden. … Dit is omdat Gods woord door God Zelf wordt uitgedrukt en niet iets is waarvoor God de mens gebruikt om het uit te schrijven. Het wordt persoonlijk door God uitgedrukt. Hij drukt Zijn eigen woorden en Zijn innerlijke stem uit. Waarom wordt gezegd dat het oprechte woorden zijn? Omdat ze vanuit de diepte komen, Zijn gezindheid uitdrukken, Zijn wil, Zijn gedachten, Zijn liefde voor de mensheid, Zijn redding van de mensheid en Zijn verwachtingen van de mensheid … Onder Gods woorden bevinden zich strenge woorden, vriendelijke en zorgzame woorden, en er zijn ook enkele onthullende woorden, woorden die niet in lijn zijn met menselijke verlangens. Als je alleen naar de onthullende woorden kijkt, zul je voelen dat God behoorlijk streng is. Als je alleen naar de vriendelijke woorden kijkt, zul je denken dat God niet zo veel gezag heeft. Je moet ze daarom niet uit hun verband halen, maar ze vanuit elke hoek beschouwen. Soms spreekt God vanuit een vriendelijke en barmhartig perspectief en zien mensen Gods liefde voor de mensheid, soms spreekt Hij vanuit een streng perspectief en zien mensen Gods gezindheid die geen belediging duldt. De mens is betreurenswaardig vuil en het niet waard Gods aangezicht te aanschouwen of voor God te verschijnen. Dat mensen nu voor God kunnen verschijnen, is louter te danken aan Gods genade. Gods wijsheid kan worden gezien in de manier waarop Hij werkt en in de betekenis van Zijn werk. Zelfs als mensen niet in direct contact met God staan, kunnen ze toch deze dingen in Gods woord zien. Wanneer iemand met werkelijk begrip van God in contact komt met Christus, kan hij dit in overeenstemming brengen met het begrip van God dat hij al heeft, maar wanneer iemand die alleen maar theoretisch begrip heeft God ontmoet, kan hij het verband niet zien. De waarheid van de incarnatie is het diepste mysterie, het is moeilijk te doorgronden. Vat Gods woorden over het mysterie van de incarnatie samen en bekijk ze vanuit alle oogpunten. Bid vervolgens samen, overdenk het en communiceer verder over dit aspect van de waarheid. Dan zal de Heilige Geest je verlichten en je begrip schenken. Omdat de mens geen kans heeft om in contact met God te komen, dient hij te vertrouwen op dit soort ervaringen om op de tast zijn weg te vinden en beetje bij beetje binnen te gaan om zo werkelijk begrip van God te verwerven.

uit ‘Hoe de geïncarneerde God leren kennen’ in ‘Verslagen van de gesprekken met Christus’

Het proces waarbij mensen Gods woorden ervaren is hetzelfde proces als waardoor zij de verschijning van Gods woorden in het vlees kennen. Hoe meer mensen Gods woorden ervaren, hoe beter zij de Geest van God kennen; door het ervaren van Gods woorden, begrijpen mensen de principes van het werk van de Geest en leren ze de praktische God Zelf kennen. In feite, wanneer God mensen volmaakt maakt en hen voor Zich wint, leert Hij ze de daden van de praktische God kennen; Hij gebruikt het werk van de praktische God om mensen de werkelijke betekenis van de incarnatie te laten zien, en om hun te laten zien dat de Geest van God daadwerkelijk is verschenen aan de mens.

uit ‘Je zou moeten weten dat de praktische God, God Zelf is’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hoewel het voorkomen van de vleesgeworden God exact hetzelfde is als die van een mens, Hij menselijke kennis leert, menselijke taal spreekt en Hij zelfs Zijn ideeën soms uitdrukt in de vorm van menselijke methoden en uitdrukkingen, is de manier waarop Hij mensen ziet, de essentie van de dingen, en de manier waarop verdorven mensen de mensheid en de essentie van de dingen zien, absoluut niet dezelfde. Zijn perspectief en de hoogte waarop Hij staat zijn iets onbereikbaars voor een verdorven persoon. Dit is omdat God waarheid is; het vlees dat Hij draagt bezit ook de essentie van God en Zijn gedachten en wat wordt uitgedrukt door Zijn menselijkheid zijn ook de waarheid. Voor verdorven mensen zijn wat Hij in het vlees uitdrukt voorzieningen van de waarheid, en van het leven. Deze voorzieningen zijn er niet slechts voor één mens, maar voor de hele mensheid. In het hart van een verdorven mens is er slechts plaats voor die paar mensen waarmee hij verwant is. Het zijn alleen die paar mensen waar hij om geeft, waar hij zich zorgen over maakt. Wanneer er een ramp dreigt, denkt hij eerst aan zijn eigen kinderen, partner of ouders, en een meer filantropisch aangelegd persoon denkt hoogstens aan een familielid of een goede vriend; zijn er nog meer mensen waar hij aan denkt? Nooit! Omdat mensen per slot van rekening mensen zijn en alles alleen maar vanuit het perspectief en de hoogte van een mens kunnen bekijken. De vleesgeworden God verschilt echter volledig van een verdorven mens. Hoe gewoon, hoe normaal, hoe nederig Gods geïncarneerde vlees ook is, of zelfs hoe zeer de mensen ook op Hem neerkijken, Zijn gedachten over en Zijn houding ten opzichte van de mensheid zijn dingen die geen mens kon bezitten en die geen mens kon imiteren. Hij zal de mensheid altijd waarnemen vanuit het perspectief van goddelijkheid, vanuit de hoogte van Zijn positie als de Schepper. Hij zal de mensheid altijd zien via de essentie en de mentaliteit van God. Hij kan de mensheid absoluut niet zien vanuit de hoogte van een gemiddeld mens en vanuit het perspectief van een verdorven mens. Wanneer mensen naar de mensheid kijken, kijken ze met een menselijke blik en gebruiken ze dingen zoals menselijke kennis en menselijke regels en theorieën als maatstaf. Dit valt binnen het bestek van wat mensen met hun ogen kunnen zien; het valt binnen het bestek dat verdorven mensen kunnen bereiken. Wanneer God naar de mensheid kijkt, kijkt Hij met goddelijke blik en gebruikt Hij Zijn essentie en wat Hij heeft en is als een maatstaf. Dit bestek omvat dingen die mensen niet kunnen zien, en dit is waar de vleesgeworden God en verdorven mensen totaal verschillend zijn. Dit verschil wordt bepaald door de verschillende essenties die de mens en God hebben, het zijn deze verschillende essenties die hun identiteiten en posities bepalen, alsook het perspectief en de hoogte vanuit welke ze dingen zien.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Jullie zullen zien dat God dingen anders bekijkt dan mensen en bovendien zullen jullie Hem geen gebruik zien maken van menselijke gezichtspunten, kennis, wetenschap, filosofie of voorstellingen hoe dingen moeten worden aangepakt. In tegendeel, alles wat God doet en alles wat Hij openbaart is verbonden met waarheid. Dat wil zeggen, elk woord dat Hij spreekt en elke actie die Hij heeft ondernomen betreft de waarheid. Deze waarheid en deze woorden zijn niet zomaar een ongegronde fantasie, maar worden veeleer door God uitgedrukt omwille van Gods wezen en Zijn leven. Omdat deze woorden en het wezen van alles wat God heeft gedaan waarheid zijn, kunnen we zeggen dat Gods wezen heilig is. Met andere woorden, alles wat God zegt en doet, brengt mensen leven en licht; het stelt mensen in staat positieve dingen en de realiteit van deze positieve dingen te zien, en laat hen op het juiste pad wandelen. Deze dingen zijn bepaald vanwege Gods wezen en vastgesteld omwille van de essentie van Zijn heiligheid.

uit ‘God Zelf, de unieke V’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gaat niet alles dat nu geopenbaard wordt in Gods huidige woorden over de verdorven gezindheid van de mensheid? Gods rechtvaardige gezindheid en heiligheid worden door jouw ideeën en motieven gedemonstreerd, en door wat jij laat zien. Hij, die ook in een land vol vuiligheid leeft, is niet in het minst door die vuiligheid besmet. Hij leeft in dezelfde vuile wereld als jij, maar Hij is in het bezit van rede en inzicht; Hij haat vuil. Jij kunt zelf de vuiligheid in je eigen woorden en daden niet zien, maar Hij wel – en Hij kan ze jou laten zien. Die oude dingen van jou – je gebrek aan beschaafdheid, inzicht en gevoeligheid, je onderontwikkelde levensstijl – zijn allemaal aan het licht gekomen door Hem. God is op aarde gekomen om zo te werken, zodat de mensen Zijn heiligheid en Zijn rechtvaardige gezindheid zien. Hij veroordeelt en tuchtigt jou, en Hij zorgt ervoor dat jij jezelf begrijpt. Soms steekt jouw duivelse gezindheid de kop op, dat kan Hij jou laten zien. Hij kent het wezen van de mensheid op Zijn duimpje. Hij leeft als jij, eet hetzelfde voedsel als jij, leeft in net zo'n huis als jij, en toch weet Hij veel meer dan jij. Maar waar Hij de grootste hekel aan heeft zijn de filosofieën van de mens, zijn bedrog en oneerlijkheid. Hij heeft daar een hekel aan en weigert er aandacht aan te besteden. Hij heeft vooral een hekel aan de vleselijke interactie tussen mensen. Hoewel Hij sommige algemene kennis van menselijke interactie niet helemaal begrijpt, is Hij zich er wel terdege van bewust wanneer mensen een deel van hun verdorven gezindheid laten zien. In Zijn werk spreekt en onderwijst Hij mensen met deze dingen die zij in zich hebben. En hiermee oordeelt Hij de mensen en openbaart Hij Zijn rechtvaardige en heilige gezindheid. Zo vormen de mensen het contrast met Zijn werk. Alleen de geïncarneerde God kan alle soorten verdorven gezindheid van de mensheid onthullen en alle lelijke gezichten van Satan. Hij straft je niet, Hij wil alleen dat je als contrast functioneert voor Gods heiligheid. Je kunt dan niet stevig op jezelf staan, omdat je te vies bent. Hij spreekt door die dingen die de mens laat zien en Hij legt ze bloot zodat de mens te weten komt hoe heilig God is. Hij laat zelfs het minste vuil in de mens niet los, niet het kleinste vuile idee in hun hart of woorden en daden dat niet in overeenstemming met Zijn wil is. Door Zijn woorden blijft er in geen mens of ding vuil achter – alles komt aan het licht. Dan pas zie je dat Hij echt anders is dan de mens. Hij verafschuwt zelfs het minste vuil in de mensheid door en door. Soms begrijpen de mensen dat niet en zeggen ze: “God, waarom bent u altijd boos? Waarom houdt u geen rekening met de zwakheden van de mens? Waarom kunt u de mens niet een beetje vergeven? Waarom houdt u helemaal geen rekening met de mens? U weet toch hoe verdorven de mensen zijn. Waarom blijft u de mensen dan zo behandelen?” Hij verafschuwt de zonde; Hij haat de zonde. En Hij verafschuwt in het bijzonder iedere opstandigheid die er in jou zou kunnen huizen. Als jij een opstandige gezindheid aan de dag legt, verafschuwt Hij die mateloos. Hierdoor kan Zijn gezindheid en wezen tot uitdrukking worden gebracht. Als je het met jezelf vergelijkt, zie je dat Hij, ook al eet Hij hetzelfde voedsel als jij, draagt Hij dezelfde kleding, en geniet Hij van dezelfde dingen als de mensen, ook al leeft Hij naast en met de mensheid, toch niet hetzelfde is. Is dit niet precies wat een contrast vormen inhoudt? Door deze dingen in de mens wordt de grote macht van God in scherp reliëf afgetekend; het duister laat het waardevolle bestaan van het licht goed uitkomen.

uit ‘Hoe de tweede stap van het overwinningswerk vrucht draag’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Hij is Zich wel bewust van de essentie van de mens, Hij kan alle soorten praktijken openbaren met betrekking tot alle soorten mensen. Hij is zelfs nog beter in het openbaren van menselijke verdorven gezindheden en rebels gedrag. Hij leeft niet onder de wereldse mensen, maar Hij is Zich bewust van de aard van de stervelingen en alle verdorvenheden in de wereldse mensen. Dit is wat Hij is. Hoewel hij zich niet inlaat met de wereld, kent hij de regels van omgang met de wereld, omdat Hij volledig de menselijke aard begrijpt. Hij weet van het werk van de Geest dat het mensenoog niet kan zien en mensenoren niet kunnen horen, zowel vandaag als in het verleden. Hier hoort wijsheid bij die niet een levensfilosofie is, evenals verwondering die mensen moeilijk kunnen bevatten. Dit is wat Hij is, onthuld aan mensen en ook verborgen voor mensen. Wat Hij uitdrukt is niet wat een buitengewoon persoon is, maar de innerlijke eigenschappen en het wezen van de Geest. Hij reist niet over de wereld, maar Hij weet alles erover. Hij legt contact met de ‘mensachtigen’ die geen kennis of inzicht hebben, maar Hij uit woorden die hoger zijn dan kennis en vooraanstaande mensen te boven gaan. Hij leeft onder een groep onnozele, afgestompte mensen die geen menselijkheid bezitten en die de menselijke conventies en levens niet begrijpen, maar Hij kan de mensheid vragen uit normale menselijkheid te leven, terwijl Hij tegelijkertijd de minderwaardige en lage menselijkheid van de mensheid openbaart. Dit alles is wat Hij is, hoger dan enig persoon van vlees en bloed is. Voor Hem is het niet nodig om een gecompliceerd, omslachtig en smerig sociaal leven te ervaren om het werk te doen dat Hij moet doen en de essentie van de verdorven mensheid volledig te onthullen. Het smerige sociale leven is niet goed voor Zijn vlees. Zijn werk en woorden onthullen de ongehoorzaamheid van de mens alleen maar en bieden de mens geen ervaring en lessen om met de wereld om te gaan. Hij hoeft de maatschappij of het gezin van de mens niet te onderzoeken wanneer hij de mens van leven voorziet. Het blootstellen en oordelen van de mens is niet een uitdrukking van de ervaringen van Zijn vlees; het is bedoeld om de ongerechtigheid van de mens te openbaren na al lange tijd de ongehoorzaamheid van de mens te kennen en de corruptie van de mensheid te verafschuwen. Het werk dat Hij doet is allemaal bedoeld om Zijn gezindheid aan de mens te openbaren en Zijn wezen uit te drukken. Alleen Hij kan dit werk doen, het is niet iets dat een persoon van vlees en bloed zou kunnen bereiken. Met betrekking tot Zijn werk, kan de mens niet zeggen wat voor soort persoon Hij is. De mens is ook niet in staat om Hem te classificeren als een geschapen persoon op basis van Zijn werk. Wat Hij is maakt het ook onmogelijk om Hem te classificeren als een geschapen persoon. De mens kan Hem enkel zien als niet-menselijk, maar weet niet in welke categorie hij Hem moet plaatsen, waardoor de mens wordt gedwongen om Hem in de categorie God te plaatsen. Het is niet onredelijk voor de mens om dit te doen, want Hij heeft veel werk onder de mensen gedaan dat de mens zelf niet kan doen.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

In God Zelf zijn er geen ongehoorzame elementen; Zijn wezen is goed. Hij is de uiting van schoonheid en goedheid, en van alle liefde. Zelfs in het vlees doet God niets wat God de Vader niet gehoorzaamt. Zelf wanneer Hij Zijn leven ervoor moet opofferen, wil Hij dit van ganser harte, en maakt geen andere keuze. In God zijn er geen elementen van zelfingenomenheid en gewichtigheid, of van ijdelheid of hoogmoed; Hij heeft geen onbetrouwbare elementen. Alles wat niet gehoorzaamt aan God komt van Satan; Satan is de bron van alles wat lelijk en kwaad is. De reden dat de mens kwaliteiten heeft zoals die van Satan, is omdat de mens door Satan is verdorven en bewerkt. Christus is niet verdorven door Satan, daarom heeft Hij alleen eigenschappen van God en geen enkele van Satan. Hoe zwaar het werk ook is, of hoe zwak het vlees, zolang God in het vlees leeft zal Hij nooit iets doen dat het werk van God Zelf in de weg staat, laat staan dat Hij in ongehoorzaamheid de wil van God de Vader verloochent. Hij lijdt liever vleselijke pijn dan dat Hij tegen de wil van God de Vader ingaat; het is precies zoals Jezus in Zijn gebed zei: “Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan: doch niet gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt.” De mens kiest, maar Christus niet. Hoewel Hij de identiteit van God Zelf heeft, zoekt Hij toch steeds de wil van God de Vader, en vervult Hij de taak die God de Vader aan Hem heeft toevertrouwd vanuit het perspectief van het vlees. Een mens kan dit nooit bereiken.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Zonder dat we het wisten heeft deze onbeduidende man ons stap voor stap naar Gods werk geleid. We ondergaan ontelbare beproevingen, worden onderworpen aan ontelbare kastijdingen en worden getest door de dood. We leren van Gods rechtvaardige en majestueuze gezindheid, genieten ook van Zijn liefde en compassie, leren de grote kracht en wijsheid van God te waarderen, getuigen van de lieflijkheid van God en aanschouwen Gods diepe verlangen om de mens te redden. In de woorden van deze gewone persoon leren we de gezindheid en substantie van God kennen, leren we Gods wil kennen, leren we de natuur en substantie van de mens kennen en zien we de weg van redding en perfectie. Zijn woorden veroorzaken onze ‘dood’ en veroorzaken onze ‘wedergeboorte’; Zijn woorden brengen ons troost, maar laten ons ook gebukt door gevoelens van verwijt en schuld; Zijn woorden brengen ons vreugde en vrede, maar ook grote pijn. Soms zijn we als lammeren voor de slachting in Zijn handen; soms zijn we als Zijn oogappel en ontvangen we Zijn liefde en genegenheid; soms zijn we als Zijn vijand, in as veranderd door Zijn toorn in Zijn ogen. Wij zijn de mensheid die door Hem is gered, wij zijn de maden in Zijn ogen en wij zijn de verloren lammeren aan wie Hij dag en nacht denkt om te vinden. Hij is genadig tegenover ons, Hij veracht ons, Hij heft ons op, Hij troost ons en vermaant ons, Hij leidt ons, Hij verlicht ons, Hij kastijdt en disciplineert ons, en Hij vervloekt ons zelfs. Hij maakt zich dag en nacht zorgen om ons, Hij beschermt en zorgt dag en nacht voor ons, Hij staat altijd naast ons, en Hij besteedt al Zijn zorg aan ons en betaalt elke prijs voor ons. In de woorden van dit kleine en gewone vlees hebben we het geheel van God ervaren en hebben we de bestemming gezien die God ons heeft geschonken. Toch, ondanks dit alles, blijft ijdelheid in onze harten rondsluipen, en zijn we nog steeds niet bereid om een dergelijk persoon als onze God in de praktische zin te accepteren. Hoewel Hij ons zoveel manna heeft gegeven, zoveel om van te genieten, kan niets van dit alles zich meester maken van de plaats van de Heer in onze harten. We eren de speciale identiteit en status van deze persoon alleen met grote terughoudendheid. Als Hij niet spreekt om ons te laten erkennen dat Hij God is, dan zullen we absoluut niet het initiatief tonen om Hem te erkennen als de God die spoedig zou moeten arriveren en die toch al zo lang onder ons werkt.

De uiting van God gaat verder en Hij maakt gebruikt van verschillende methoden en perspectieven om ons te vermanen wat te doen en de stem van Zijn hart tot uitdrukking te brengen. Zijn woorden dragen levenskracht en laten ons het pad zien dat we moeten lopen en laten ons begrijpen wat de waarheid is. We beginnen aangetrokken te worden tot Zijn woorden, we beginnen ons te concentreren op de toon en manier van Zijn spreken, en beginnen onbewust een interesse in de stem van het hart van deze onopvallende persoon te krijgen. Hij doet nauwgezette pogingen voor ons, verliest de slaap en eetlust voor ons, weent voor ons, zucht voor ons, kermt in ziekte voor ons, lijdt vernedering omwille van onze bestemming en redding, en Zijn hart bloedt en huilt tranen voor onze ongevoeligheid en opstandigheid. Wat Hij heeft en is gaat een gewoon persoon te boven, en kan door geen van de verdorvenen worden bezeten of bereikt. Hij heeft tolerantie en geduld dat geen gewoon persoon heeft, en geen enkel schepsel bezit Zijn liefde. Niemand anders dan Hij kan al onze gedachten kennen, of onze aard en substantie snappen, of de opstandigheid en corruptie van de mensheid beoordelen, of tot ons spreken en zo onder ons werken in naam van de God des hemels. Niemand behalve Hij kan het gezag, de wijsheid en de waardigheid van God bezitten; de gezindheid van God en wat Hij heeft en is, worden in hun geheel van Hem uit uitgegeven. Niemand anders dan Hij kan ons de weg wijzen en ons licht brengen. Niemand anders dan Hij kan de mysteries onthullen die God niet heeft geopenbaard vanaf de schepping tot nu toe. Niemand anders dan Hij kan ons redden van Satans slavernij en onze verdorven gezindheid. Hij vertegenwoordigt God, en drukt de stem van het hart van God uit, de vermaningen van God, en de woorden van oordeel van God voor de hele mensheid. Hij is een nieuw tijdvak begonnen, een nieuw tijdperk, en heeft een nieuwe hemel en aarde gebracht, nieuw werk, en Hij heeft ons hoop gebracht, en een einde gemaakt aan het leven dat we leidden in onduidelijkheid, en heeft ons toegestaan om het pad van redding ten volle te aanschouwen. Hij heeft ons hele wezen overwonnen en ons hart gewonnen. Vanaf dat moment worden onze geesten bewust en lijken onze zielen opnieuw te worden gerevitaliseerd: deze gewone, onbeduidende persoon, die onder ons leeft en lange tijd door ons is verworpen – is Hij niet de Heer Jezus, die voor altijd in onze gedachten is, en naar wie we dag en nacht verlangen? Het is Hij! Het is Hem echt! Hij is onze God! Hij is de waarheid, de weg en het leven! Hij heeft ons toegestaan om weer te leven, het licht te zien en heeft ervoor gezorgd dat onze hartenniet langer dwalen. We zijn teruggekeerd naar het huis van God, we zijn teruggekeerd voor Zijn troon, we staan oog in oog met Hem, we hebben Zijn aangezicht aanschouwd en de weg die voor ons ligt gezien. In die tijd zijn onze harten volledig door Hem overwonnen; we twijfelen er niet langer aan wie Hij is en werken niet langer Zijn werk en woord tegen, en we vallen helemaal neer voor Hem. We wensen niets anders dan de voetsporen van God voor de rest van ons leven te volgen en door Hem te worden vervolmaakt en Zijn genade terug te betalen en Zijn liefde voor ons terug te betalen en Zijn orkestraties en arrangementen te gehoorzamen, en samen te werken met Zijn werk, en alles te doen wat we kunnen om te voltooien wat Hij ons toevertrouwt.

Worden overwonnen door God is te vergelijken met een vechtsport wedstrijd.

Elk woord van God slaat op onze dodelijke plek en maakt ons bedroefd en bang. Hij onthult onze opvattingen, onthult onze verbeeldingen en onthult onze verdorven gezindheid. Door alles wat we zeggen en doen, en elk van onze gedachten en ideeën, worden onze natuur en substantie onthuld door Zijn woorden, hetgeen ons vernederd en bevend van angst laat zijn. Hij vertelt ons over al onze acties, onze bedoelingen en intenties, en zelfs de verdorven gezindheid die we zelf nooit hebben ontdekt, waardoor we voelen dat we in al onze armzalige onvolkomenheid worden blootgelegd en raken we zelfs volledig overtuigd. Hij oordeelt ons voor onze opstand tegen Hem, tuchtigt ons voor onze godslastering en veroordeling van Hem, en geeft ons het gevoel dat we in Zijn ogen waardeloos zijn en dat we de levende Satan zijn. Onze hoop wordt vernietigd, we durven geen onredelijke eisen meer te stellen en pogingen aan Hem te doen, en zelfs onze dromen verdwijnen van de ene dag op de andere. Dit is een feit dat niemand van ons zich kan voorstellen, en dat niemand van ons kan accepteren. Onze gedachten raken voor een moment uit balans, en we weten niet hoe we verder moeten gaan op het pad dat voor ons ligt, we weten niet hoe we verder moeten gaan in onze overtuigingen. Het lijkt erop dat ons geloof terug is gegaan naar het allereerste begin en dat we de Heer Jezus nooit hebben ontmoet en geen kennis met Hem gemaakt hebben. Alles voor onze ogen verbijstert ons en geeft ons het gevoel dat we op drift zijn gezet. We zijn wanhopig, we zijn teleurgesteld en diep in ons hart is er een onbedwingbare woede en schande. We proberen stoom af te blazen, proberen een uitweg te vinden, en bovendien proberen we te blijven wachten op onze Heiland Jezus en onze harten naar Hem uit te storten. Hoewel er momenten zijn dat we noch hoogmoedig noch nederig zijn aan de buitenkant, zijn we in onze harten geteisterd door een gevoel van verlies als nooit tevoren. Hoewel we soms ongebruikelijk kalm lijken aan de buitenkant, ondergaan we van binnen golvende massa’s pijniging. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons alle hoop en dromen ontnomen, hebben ons zonder onze buitensporige verlangens laten zitten, en niet bereid om te geloven dat Hij onze Redder is en in staat om ons te redden. Zijn oordeel en tuchtiging hebben een diepe kloof geopend tussen ons en Hem en niemand is zelfs bereid die over te steken. Zijn oordeel en tuchtiging zijn de eerste keer dat we zo’n grote tegenslag en zo’n grote vernedering ondergaan. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons in staat gesteld om Gods eer en intolerantie voor de overtredingen van de mens oprecht te waarderen, in vergelijking waarmee we zo laaghartig en onzuiver zijn. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons voor het eerst doen beseffen hoe arrogant en pompeus we zijn, en dat de mens nooit de gelijke van God zal zijn, of op één lijn met God. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons doen verlangen om niet langer in zo’n verdorven gezindheid te leven, en hebben ons ertoe aangezet om zo snel mogelijk van die natuur en substantie af te komen, en niet langer door Hem verafschuwd te worden en walgelijk voor Hem te zijn. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ervoor gezorgd dat wij graag Zijn woorden gehoorzamen, en niet langer bereid te zijn om tegen Zijn orkestraties en arrangementen te rebelleren. Zijn oordeel en tuchtiging hebben ons opnieuw het verlangen gegeven om het leven te zoeken en hebben ervoor gezorgd dat wij hem graag als onze Redder accepteren. … We zijn het overwinningswerk uitgelopen, zijn uit de hel gestapt, zijn uit het dal van de schaduw van de dood gestapt. … Almachtige God heeft ons gewonnen, deze groep mensen! Hij heeft over Satan gezegevierd en al Zijn vijanden verslagen!

uit ‘Het aanschouwen van de verschijning van God in Zijn oordeel en tuchtiging’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voetnoot:

a. In de oorspronkelijke tekst staat ‘ten aanzien van’.

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Gerelateerde media