Wat zijn de verschillen tussen het kerkelijke leven in het Tijdperk van Genade en het kerkelijke leven in het Tijdperk van het Koninkrijk?

Bijbelverzen ter referentie:

“Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, ​brak het brood​ en gaf de ​leerlingen​ ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een ​beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de ​beker​ met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het ​verbond, dat voor velen wordt vergoten tot ​vergeving​ van ​zonden” (Mat. 26:26-28).

Ik ging naar de ​engel​ toe en vroeg om het boekje. Hij reikte het mij aan en zei: ‘Eet het op. Het zal branden in je maag, maar in je mond zo zoet zijn als honing’” (Openb. 10:9).

Relevante woorden van God:

Toen God in het Tijdperk van Genade terugkeerde naar de derde hemel, was Gods werk van verlossing van de gehele mensheid eigenlijk al in de slotfase beland. Alles wat op aarde achterbleef, waren het kruis dat Jezus droeg, het fijne linnen waarin Jezus was gewikkeld, de doornenkroon en de scharlaken mantel die Jezus aanhad (dit waren voorwerpen waarmee de Joden de spot met Hem dreven). Dat wil zeggen, het werk van Jezus’ kruisiging had enige tijd voor oproer gezorgd en was daarna weer geluwd. Van toen af begonnen Jezus’ discipelen Zijn werk voort te zetten, overal in de kerken te hoeden en te bewateren. De inhoud van hun werk was dit: alle mensen tot bekering brengen, hun zonden laten belijden en zich laten dopen; de apostelen verspreidden allemaal uit eerste hand het verhaal van Jezus’ kruisiging en wat er feitelijk was gebeurd, iedereen kon niet anders dan voor Jezus neervallen om zijn zonden te belijden, en bovendien verspreidden de apostelen overal de woorden die Jezus had gesproken en de wetten en geboden die Hij had ingesteld. Vanaf dat punt begon het opbouwen van de kerken in het Tijdperk van Genade.

uit ‘Werk en intrede (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Al het werk dat de mens doet, bestaat uit het uitvoeren van zijn taak als schepsel en wordt gedaan wanneer de Heilige Geest iemand daartoe aanspoort of verlicht. De leiding die deze mensen verschaffen, bestaat volledig uit het tonen van het pad van de praktijk aan de mens in het dagelijks leven en hoe hij dient te handelen in overeenstemming met Gods wil. Het werk van de mens behelst niet het management van God en vertegenwoordigt evenmin het werk van de Geest. Het werk van Witness Lee en Watchman Nee was bijvoorbeeld om voor te gaan op de weg. Of de weg nu nieuw of oud was, het werk was gericht op het principe om Bijbels te blijven. Of het nu was om de lokale kerk te herstellen of de lokale kerk op te bouwen, hun werk had te maken met het vestigen van kerken. Het werk dat ze deden, was een voortzetting van het werk dat Jezus en Zijn apostelen niet hadden afgemaakt of niet verder hadden ontwikkeld in het Tijdperk van Genade. Wat ze deden in hun werk was herstellen wat Jezus in Zijn vroege werk aan de generaties na Hem had gevraagd te doen, zoals hun hoofd bedekken, de doop ondergaan, brood breken of wijn drinken. Je kunt zeggen dat het hun werk was zich aan de Bijbel te houden en paden binnen de Bijbel te zoeken. Ze zetten geen nieuwe stappen voorwaarts. Men kan in hun werk dan ook alleen de ontdekking van nieuwe wegen in de Bijbel zien, alsmede betere en realistischere praktijken. Maar men kan in hun werk niet de huidige wil van God vinden en al helemaal niet het nieuwe werk dat God in de laatste dagen plant te doen. Het pad dat ze bewandelden was namelijk nog steeds een oud pad; er was geen vernieuwing en geen vooruitgang. Ze bleven zich vasthouden aan het feit van Jezus’ kruisiging, aan de praktijk om mensen tot bekering en het belijden van hun zonden aan te sporen, aan de gezegden dat wie tot het einde volhardt, gered zal worden, dat de man het hoofd van de vrouw is en de vrouw haar man moet gehoorzamen, en nog meer aan de traditionele opvatting dat zusters niet mogen prediken, maar alleen gehoorzamen.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

In het verleden kwam tijdens speciale bijeenkomsten of de grote bijeenkomsten op verschillende plaatsen maar één aspect van het pad van de praktijk ter sprake. Die praktijk was dat wat tijdens het Tijdperk van Genade in praktijk gebracht moest worden en had vrijwel niets met de kennis van God te maken, want de visie van het Tijdperk van Genade was slechts de visie van Jezus’ kruisiging en er waren geen verhevener visies. De mens werd geacht niet meer te kennen dan het werk van Zijn verlossing van de mensheid door de kruisiging, dus tijdens het Tijdperk van Genade waren er geen andere visies die de mens kon leren kennen. Op die manier had de mens slechts zeer karige kennis van God en naast de kennis van Jezus’ liefde en ontferming waren er maar enkele eenvoudige en jammerlijke dingen die hij in praktijk kon brengen, dingen die bij lange na niet kunnen tippen aan vandaag. In het verleden kon de mens niet spreken over een praktische kennis van Gods werk, welke vorm zijn samenkomst ook had, laat staan dat iemand duidelijk kon zeggen wat het meest geschikte pad van de praktijk voor de mens was om te bewandelen. Hij voegde slechts enkele eenvoudige details toe aan een fundament van verdraagzaamheid en geduld; er was simpelweg geen verandering in het wezen van zijn praktijk, want binnen hetzelfde tijdperk deed God geen nieuwer werk. De enige eisen die Hij aan de mens stelde, waren verdraagzaamheid en geduld, of het kruis dragen. Buiten zulke praktijken waren er geen hogere visies dan de kruisiging van Jezus.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Als zulke religieuze mensen samenkomen, vragen ze: “Zuster, hoe gaat het met je de laatste tijd?” Zij antwoordt: “Ik voel dat ik God veel verschuldigd ben en dat ik Zijn hartsverlangen niet kan vervullen.” Iemand anders zegt: “Ik ben God dank verschuldigd en kan Hem niet tevreden stellen.” Deze paar zinnen en woorden alleen al zijn uitingen van hun laaghartigheid. Dergelijke woorden zijn weerzinwekkend en erg stuitend. De natuur van zulke mensen gaat tegen God in. Zij die zich op de werkelijkheid richten, dragen alles uit wat er in hun binnenste leeft en openen hun hart in communicatie. Er is van geen enkele valse praktijk sprake, geen beleefdheden of loze grapjes. Ze zijn altijd rechtdoorzee en houden zich niet aan aardse regels. Er zijn er die geneigd zijn tot uiterlijk vertoon; zelfs zonder enig verstand. Als iemand anders zingt, begint hij te dansen, zonder te beseffen dat ‘de rijst in zijn pot al is aangebrand’. Dergelijke mensen zijn niet vroom of eerzaam en veel te frivool. Dit zijn allemaal manifestaties van gebrek aan realiteitszin! Wanneer sommigen communiceren over zaken in het leven in de geest en hoewel ze niet spreken over schuldenlast aan God, hebben ze echte liefde voor Hem in hun hart. Wat je aan God verschuldigd bent heeft niets met anderen van doen; je bent God iets verschuldigd, niet mensen. Dus wat heeft het voor zin om voortdurend hierover met anderen te spreken? Je moet belang hechten aan het in de praktijk brengen, niet aan uiterlijke ijver of aan uiterlijk vertoon.

uit ‘Geloven in God moet zich richten op werkelijkheid, niet op religieuze rituelen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

“Ervaringen delen en communiceren” betekent spreken over elke gedachte in je hart, over je gesteldheid, over je ervaringen en kennis van Gods woord, en over de verdorven gesteldheid binnen in je. En daarna onderscheiden anderen deze dingen: ze accepteren wat positief is en erkennen wat negatief is. Alleen dit is delen en alleen dit is werkelijk communiceren. Het betekent niet eenvoudigweg inzicht hebben in de woorden van God of een gedeelte van een lofzang, zomaar communiceren en er vervolgens niets mee doen, en niets zeggen dat betrekking heeft op je eigen werkelijke leven. Iedereen praat over leerstellingen en theoretische kennis en zegt niets over kennis geput uit werkelijke ervaringen. Jullie allen vermijden het te spreken over zulke dingen, over je persoonlijk leven, over je leven in de kerk met je broeders en zusters, en over je eigen innerlijke wereld. Hoe kan er op die manier werkelijke communicatie zijn tussen mensen? Hoe kan er werkelijk vertrouwen zijn? Dat kan er niet zijn! Als broeders en zusters elkaar in vertrouwen moeten kunnen nemen, elkaar moeten kunnen helpen en voor elkaar moeten kunnen zorgen wanneer ze samen zijn, dan moet iedereen over zijn eigen werkelijke ervaringen spreken. Als je niet over je eigen werkelijke ervaringen spreekt, en alleen maar hoogdravende woorden spreekt, en woorden die leerstellig en oppervlakkig zijn, dan ben je geen eerlijk mens en ben je niet in staat eerlijk te zijn.

uit ‘De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Wanneer jullie van God getuigen, zouden jullie vooral moeten spreken over hoe God mensen oordeelt en tuchtigt, welke beproevingen Hij gebruikt om mensen te louteren en de gezindheid van mensen te veranderen, hoeveel jullie hebben verdragen, hoeveel opstandigheid en verdorvenheid in jullie is geopenbaard, en op welke manieren jullie je hebben verzet tegen God. Daarna kunnen jullie spreken over hoe jullie uiteindelijk door God zijn overwonnen en hoe jullie God zouden moeten terugbetalen. Gebruik stevige taal en spreek op een eenvoudige manier. Maak geen gebruik van diepzinnig klinkende, lege theorieën om met jezelf te pronken. Dat maakt een arrogante en onzinnige indruk. Anderen hebben er het meest profijt van als jullie meer spreken over feitelijk dingen vanuit praktische ervaringen, over de woorden uit jullie harten. Dit is voor hen het meest geschikt om te zien. Jullie waren degenen die zich het meest tegen God verzetten, degenen die het minst geneigd waren God te gehoorzamen, maar vandaag zijn jullie overwonnen – vergeet dat nooit. Zaken van dit aspect vereisen toegewijde bezinning. Denk meer na over deze dingen, zodat jullie geen schaamteloze en onzinnige handelingen uitvoeren.

uit ‘Het fundamentele besef dat de mens dient te bezitten’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Bij het volgen van God is het van het grootste belang dat alles is volgens de woorden van God van vandaag. Ongeacht of je er nu naar streeft om het leven binnen te treden of dat je streeft naar het volbrengen van Gods wil, tegenwoordig moet alles draaien om Gods woorden. Als bij wat je communiceert en nastreeft de woorden van God van vandaag niet centraal staan, dan ben je een vreemdeling voor de woorden van God en compleet verstoken van het werk van de Heilige Geest. Wat God wil, zijn mensen die in Zijn voetspoor treden. Ongeacht de pracht en puurheid van wat je voorheen begreep, God wil het niet, en als je niet in staat bent om zulke dingen terzijde te leggen, dan zal dat een enorm obstakel zijn voor je intrede in de toekomst. Allen die in staat zijn om het tegenwoordige licht van de Heilige Geest te volgen, zijn gezegend. … Het ‘volgen van het werk van de Heilige Geest’ betekent het begrijpen van Gods wil voor vandaag, het kunnen handelen in overeenstemming met de tegenwoordige eisen van God, het kunnen gehoorzamen en volgen van de God van vandaag, en het kunnen leven naar de meest recente uitspraken van God. Alleen zo iemand volgt het werk van de Heilige Geest en is in de stroom van de Heilige Geest. Zulke mensen zijn niet alleen in staat om Gods lof te ontvangen en God te zien, maar uit het nieuwste werk van God kunnen ze ook Gods gezindheid herleiden, en kennen ze de opvattingen en ongehoorzaamheid van de mens, en de natuur en het wezen van de mens. Bovendien kunnen ze in hun dienstbaarheid geleidelijk veranderingen in hun gezindheid teweegbrengen. Alleen zulke mensen kunnen God winnen en hebben echt de ware weg gevonden.

uit ‘Ken het nieuwste werk van God en treed in het voetspoor van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Gerelateerde media