Zijn alle religieuze dominees en ouderlingen echt allemaal door God aangesteld? Kan iemands aanvaarding van en gehoorzaamheid aan religieuze dominees en ouderlingen betekenen dat hij God gehoorzaamt en volgt?

Bijbelverzen ter referentie:

De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de ​Egyptenaren​ hen onderdrukken. Daarom stuur ik jou nu naar de ​farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit ​Egypte​ wegleiden’” (Ex. 3:9–10).

“Jezus sprak Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ … Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ … Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen’” (Joh. 21:15–16).

Ik zal je de sleutels van het ​koninkrijk van de hemel​ geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mat. 16:19).

“We dienen God te gehoorzamen in plaats van de mens” (Hand. 5:29).

Relevante woorden van God:

Het werk dat uitgevoerd wordt door degene die gebruikt wordt door God draagt bij aan het werk van Christus of de Heilige Geest. God heeft deze mens doen opstaan onder de mensen; hij is hier om alle uitverkorenen van God te leiden en God heeft hem ook op doen staan om het werk van de menselijke samenwerking uit te voeren. Met zo iemand, die het werk van de menselijke samenwerking kan uitvoeren, kunnen meer eisen van God tegenover de mens en het werk dat de Heilige Geest onder de mensen uit moet voeren via hem verwezenlijkt worden. Een andere manier om dit te zeggen is: Gods doel bij het gebruiken van deze mens is dat alle mensen die God volgen Gods wil beter kunnen begrijpen en meer van Gods vereisten kunnen verwezenlijken. God heeft iemand op doen staan, die wordt gebruikt om zulk werk uit te voeren, omdat de mens niet in staat is om Gods woorden of Gods wil meteen te begrijpen. Deze persoon die gebruikt wordt door God kan ook worden beschreven als een medium waarmee God de mens begeleid, als de ‘vertaler’ die communiceert tussen God en de mens. Dus zo een mens is niet zoals zij die in Gods huishouden werken of die Zijn apostelen zijn. Net als zij is hij iemand die God dient, maar in het wezen van zijn werk en doordat God hem eerder gebruikt heeft, verschilt hij in grote mate van de andere werkers en apostelen. Wat betreft het wezen van zijn werk en de achtergrond van het gebruikt worden, laat God de mens die door Hem gebruikt wordt opstaan. Hij wordt door God voorbereid op Gods werk en doet mee aan het werk van God Zelf. Geen enkele persoon zou zijn werk over kunnen nemen, het is de menselijke samenwerking die een integraal deel vormt van het goddelijke werk. Het werk dat uitgevoerd wordt door andere werkers of apostelen is ondertussen slechts de overdracht en implementatie van de vele aspecten van de bepalingen voor de kerken tijdens elke periode, of het werk van het eenvoudig geven van leven om het kerkleven te behouden. Deze werkers en apostelen zijn niet aangesteld door God, laat staan dat zij kunnen worden gezien als degenen die door de Heilige Geest worden gebruikt. Ze worden gekozen uit de kerken en nadat ze training hebben ondergaan en gedurende een tijd gevormd zijn, mogen zij die geschikt zijn blijven, terwijl zij die ongeschikt zijn terug worden gestuurd naar waar zij vandaan kwamen. Doordat deze mensen zijn gekozen uit de kerken zullen sommigen van hen hun ware aard laten zien wanneer zij leiders worden en sommigen zullen zelfs slechte dingen doen en zullen worden verwijderd. Hij die door God gebruikt wordt, is echter iemand die door God is voorbereid en die een zeker kaliber bezit en menselijkheid heeft. Hij is van tevoren voorbereid en volmaakt gemaakt door de Heilige Geest en wordt volledig geleid door de Heilige Geest en vooral als het om zijn werk gaat, wordt hij geleid en geïnstrueerd door de Heilige Geest, als gevolg daarvan wijkt hij niet af van het pad van het leiden van de uitverkorenen van God, want God neemt zeker verantwoordelijkheid voor Zijn eigen werk en doet altijd Zijn eigen werk.

uit ‘Over het gebruik door God van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Werk in het verstand van de mens wordt te gemakkelijk bereikt door de mens. Pastors en leiders in de religieuze wereld, bijvoorbeeld, vertrouwen op hun gaven en posities om hun werk te doen. Mensen die hen een lange tijd volgen, zullen worden geïnfecteerd door hun gaven en zullen worden beïnvloed door delen van wat zij zijn. Zij richten zich op de gaven, vaardigheden en kennis van mensen en ze geven aandacht aan sommige bovennatuurlijke dingen en vele diepgaande onrealistische doctrines (deze diepgaande doctrines zijn natuurlijk onbereikbaar). Ze richten zich niet op veranderingen aan de gezindheid van de mens, maar richten zich liever op het trainen van het preken, de werkvaardigheden en de kennis van de mens en rijke religieuze doctrines. Zij richten zich niet op hoezeer de gezindheid van mensen wordt veranderd, of hoezeer mensen de waarheid begrijpen. Ze geven geen aandacht aan de substantie van mensen, en proberen nog minder de normale en abnormale toestanden van de mens te kennen. Ze gaan niet in tegen de opvattingen van de mens, openbaren deze niet en herstellen hun tekortkomingen of corruptie al helemaal niet. De meeste mensen die hen volgen, dienen met hun natuurlijke gaven en wat zij uitdrukken is kennis en vage religieuze waarheid, die de realiteit uit het oog zijn verloren en absoluut niet in staat zijn mensen van leven te voorzien. In werkelijkheid is de substantie van hun werk het koesteren van talent, het voeden van een persoon die niets heeft tot een afgestudeerd seminarist die later doorgaat in het werk en leiding gaat geven.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Bij het volgen van God is het van het grootste belang dat alles is volgens de woorden van God van vandaag. Ongeacht of je er nu naar streeft om het leven binnen te treden of dat je streeft naar het volbrengen van Gods wil, tegenwoordig moet alles draaien om Gods woorden. Als bij wat je communiceert en nastreeft de woorden van God van vandaag niet centraal staan, dan ben je een vreemdeling voor de woorden van God en compleet verstoken van het werk van de Heilige Geest. Wat God wil, zijn mensen die in Zijn voetspoor treden. Ongeacht de pracht en puurheid van wat je voorheen begreep, God wil het niet, en als je niet in staat bent om zulke dingen terzijde te leggen, dan zal dat een enorm obstakel zijn voor je intrede in de toekomst. Allen die in staat zijn om het tegenwoordige licht van de Heilige Geest te volgen, zijn gezegend. De mensen van eeuwen geleden traden ook in het voetspoor van God. Maar zij konden niet volgen tot vandaag. Dit is de zegen van het volk van de laatste dagen. Zij die het tegenwoordige werk van de Heilige Geest kunnen volgen en in staat zijn om in het voetspoor van God te treden – waar hij hen maar naartoe leidt – zijn mensen die door God gezegend zijn. Zij die het tegenwoordige werk van de Heilige Geest niet volgen, zijn niet binnengegaan in het werk van Gods woorden en hoeveel zij ook maar werken of hoezeer zij ook maar lijden of hoeveel ze ook maar rondvliegen, het betekent allemaal niets voor God en Hij zal hen niet verheerlijken. Vandaag is iedereen die de huidige woorden van God volgt in de stroom van de Heilige Geest en staan mensen voor wie de woorden van God van vandaag vreemd zijn, buiten de stroom van de Heilige Geest en zulke mensen worden niet door God verheerlijkt. Dienstbaarheid die is afgescheiden van de tegenwoordige uitspraken van de Heilige Geest, is dienstbaarheid van het vlees en van opvattingen, en deze is onmogelijk in overeenstemming met Gods wil. Als mensen leven te midden van religieuze opvattingen, dan zijn ze niet in staat om iets te doen naar Gods wil, en hoewel ze God dienen, dienen ze naar hun verbeelding en opvattingen en zijn ze totaal ongeschikt om te dienen overeenkomstig Gods wil. Zij die het werk van de Heilige Geest niet kunnen volgen, begrijpen de wil van God niet en zij die de wil van God niet begrijpen, kunnen God niet dienen. God wil dienstbaarheid die naar Zijn eigen hart is. Hij wil geen dienstbaarheid die volgens opvattingen en naar het vlees zijn. Als mensen niet in staat zijn om de voetstappen van het werk van de Heilige Geest te volgen, dan leven ze te midden van opvattingen. De dienstbaarheid van zulke mensen is verstorend en hinderlijk, en dergelijke dienstbaarheid gaat in tegen God. Zodoende zijn zij, die niet in staat zijn om in Gods voetspoor te treden, niet in staat om God te dienen. Zij die niet in Gods voetspoor kunnen treden, gaan zeker tegen God in en zijn onverenigbaar met God. Het ‘volgen van het werk van de Heilige Geest’ betekent het begrijpen van Gods wil voor vandaag, het kunnen handelen in overeenstemming met de tegenwoordige eisen van God, het kunnen gehoorzamen en volgen van de God van vandaag, en het kunnen leven naar de meest recente uitspraken van God. Alleen zo iemand volgt het werk van de Heilige Geest en is in de stroom van de Heilige Geest. Zulke mensen zijn niet alleen in staat om Gods lof te ontvangen en God te zien, maar uit het nieuwste werk van God kunnen ze ook Gods gezindheid herleiden, en kennen ze de opvattingen en ongehoorzaamheid van de mens, en de natuur en het wezen van de mens. Bovendien kunnen ze in hun dienstbaarheid geleidelijk veranderingen in hun gezindheid teweegbrengen. Alleen zulke mensen kunnen God winnen en hebben echt de ware weg gevonden.

uit ‘Ken het nieuwste werk van God en treed in het voetspoor van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. Mensen die in God geloven, moeten God gehoorzamen en Hem aanbidden. Je moet geen enkele persoon verheerlijken of naar hem opkijken; je moet niet God op de eerste plaats, de mensen naar wie je opkijkt op de tweede en jezelf op de derde plaats zetten. Geen enkele persoon zou een plaats in jouw hart moeten hebben en je moet niet denken dat mensen – vooral hen die je vereert – op gelijk niveau staan met God, dat ze Zijn gelijke zijn. Dit is voor God onverdraaglijk.

uit ‘De tien bestuurlijke decreten waaraan Gods uitverkoren volk moet gehoorzamen in het Tijdperk van het Koninkrijk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige mensen verheugen zich niet in de waarheid en nog minder in het oordeel. In plaats daarvan verheugen ze zich in hun macht en rijkdommen. Dat soort mensen wordt beschouwd als snobs. Zij komen uitsluitend af op die geloofsgemeenschappen in de wereld die invloed hebben en op die geestelijk leiders en leraren die van een theologische hogeschool komen. Ondanks dat ze de weg van de waarheid hebben aanvaard, blijven ze sceptisch en zijn ze niet in staat zichzelf volledig toe te wijden. Ze praten over offers brengen voor God, maar hun ogen zijn gericht op de grote geestelijk leiders en leraren, en Christus wordt opzijgeschoven. Hun hart is vol van roem, fortuin en glorie. Ze geloven er niets van dat zo'n onaanzienlijke man in staat is zovelen te overwinnen, dat iemand die zo onopvallend is, in staat is mensen te vervolmaken. Ze geloven er niets van dat deze stumperds die tussen het vuil en de mesthopen leven de mensen zijn die door God zijn uitverkoren. Als dát soort mensen door God gered zou worden, denken ze, zou het de wereld op zijn kop zijn en iedereen zou in een deuk liggen van het lachen. Ze geloven dat als God zulke sukkelaars uitkiest om te worden vervolmaakt, die hoge heren God Zelf zouden worden. Hun perspectief is besmet met ongeloof; sterker nog, het zijn belachelijke beesten. Want zij hechten alleen waarde aan positie, prestige en macht. Wat zij hoogachten, zijn grote groepen en geloofsgemeenschappen. Ze hebben geen enkel respect voor diegenen die geleid worden door Christus. Ze zijn niet meer dan verraders die zich van Christus, de waarheid en het leven hebben afgekeerd.

Wat jij bewondert, is niet de nederigheid van Christus, maar die valse herders met aanzien. Je houdt niet van de lieflijkheid of de wijsheid van Christus, maar van die lichtzinnige figuren die omgang hebben met de verachtelijke wereld. Je lacht om de pijn van Christus, die geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen, maar bewondert die levenloze wezens die offeranden wegkapen en zich wentelen in losbandigheid. Je bent niet bereid zij aan zij met Christus te lijden, maar stort je maar al te graag in de armen van die roekeloze antichristenen, hoewel ze je alleen maar vlees, alleen maar letters en alleen maar controle geven. Zelfs nu keert je hart zich nog steeds naar hen, hun reputatie, hun status en hun invloed. maar je blijft je verzetten tegen het werk van Christus en blijft weigeren het te aanvaarden. Daarom zeg ik dat je niet het geloof hebt dat inhoudt dat je Christus erkent. De enige reden waarom je Hem tot op de dag van vandaag hebt gevolgd, is dat je daartoe gedwongen werd. In je hart rijzen altijd maar weer imposante beelden op. Je kunt alles wat ze zeggen en doen, hun invloedrijke woorden en handen, maar niet vergeten. In jullie hart zijn ze voor altijd oppermachtig en voor altijd helden. Maar de Christus van vandaag niet. Hij is altijd maar weer onbetekenend in je hart en altijd maar weer is Hij je eerbied niet waard. Want Hij is veel te gewoon, heeft veel te weinig invloed en is allesbehalve verheven.

uit ‘Ben jij een ware gelovige van God?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Kijk maar naar de leiders van elke denominatie. Allemaal zijn ze arrogant en zelfgenoegzaam. Ze interpreteren de Bijbel buiten de context en volgens hun eigen verbeelding. Ze rekenen allemaal op gaven en belezenheid om hun werk te doen. Als zij niet in staat waren om over iets te preken, zouden die mensen hen dan volgen? Want het is waar dat ze wat kennis hebben, dat ze over sommige doctrines kunnen spreken, of dat ze weten hoe ze anderen voor zich kunnen winnen en gebruik kunnen maken van kunstgrepen. Ze gebruiken deze om mensen naar zich toe te trekken en te misleiden. Deze mensen geloven symbolisch in God, maar in werkelijkheid volgen ze hun leiders. Als ze iemand tegenkomen die de ware weg preekt, dan zouden sommigen van hen zeggen: “We moeten onze leider raadplegen over ons geloof.” Hun geloof moet via een mens gaan. Is dat niet een probleem? Wat is er dan van deze leiders terechtgekomen? Zijn ze niet farizeeërs, valse herders, antichristen en struikelblokken geworden voor mensen in de aanvaarding van de ware weg? …

In het geloof in God van mensen, of ze nu anderen plachten te volgen of ze Gods wil niet tevreden stelden, moeten ze uiteindelijk voor God komen gedurende deze fase van het werk van de laatste dagen. Als je het fundament hebt dat je door deze fase van het werk bent gegaan en je toch anderen blijft volgen, is dat onvergeeflijk en zul je net zo eindigen als Paulus.

uit ‘Alleen het najagen van de waarheid is het ware geloof in God’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Het zou het beste zijn voor die mensen die zeggen dat ze God volgen om hun ogen te openen en goed te kijken om precies te zien in wie ze geloven: is het echt God waar je in gelooft of Satan? Als je weet dat waar je in gelooft niet God is maar je eigen afgoden, dan kun je het beste niet zeggen dat je een gelovige bent. Als je echt niet weet in wie je gelooft, kun je, weer, het beste niet zeggen dat je een gelovige bent. Dat zeggen zou godslastering zijn! Niemand dwingt je om in God te geloven. Zeg niet dat jullie in mij geloven, want ik heb dat soort woorden lang genoeg gehoord en ik wens ze niet opnieuw te horen, want waar jullie in geloven zijn de afgoden in jullie hart en de lokale vileine slangen onder jullie. Degenen die hun hoofd schudden als ze de waarheid horen, die breed glimlachen als ze over de dood horen spreken, zijn het nageslacht van Satan en het zijn allemaal objecten die geëlimineerd moeten worden.

uit ‘Een waarschuwing aan degenen die de waarheid niet in praktijk brengen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Gerelateerde media