Wat is iemand die Gods wil volgt? En wat is een waar getuigenis van geloof in God?

Bijbelverzen ter referentie:

“Noach was een rechtvaardig en voorbeeldig man onder zijn tijdgenoten en Noach wandelde met God. En Noach kreeg drie zonen: Sem, Cham en Jafet. De aarde was toen verdorven voor Gods aangezicht en was vol geweld. God keek naar de aarde en zag dat zij verdorven was, want alle vlees hield er een verdorven levenswandel op na op de aarde. Toen zei God tegen Noach: ‘Ik ga een einde maken aan alle vlees, want de aarde is door hen vol geweld; en zie, ik ga ze met de aarde erbij vernietigen. Maak nu een ark van goferhout en maak er verschillende ruimten in. Je moet de ark bovendien aan de binnen- en buitenkant met pek bestrijken. … En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen” (Gen. 6:9-22).

“Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.’ De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken. […] Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten” (Gen. 22:1-10).

“In het land Us woonde een man die Job heette. Hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad” (Job 1:1).

“Toen Jobs zonen en dochters op een dag weer in het huis van hun oudste broer zaten te eten en te drinken, kwam er een boodschapper bij Job en zei: ‘De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen, maar plotseling werden we overvallen door de Sabeeërs, die het vee roofden en de knechten met hun zwaarden doodden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ Nog voordat de boodschapper uitgesproken was, kwam er een volgende met het bericht: ‘Een verwoestende bliksem uit de hemel trof de schapen en geiten en de knechten, en het vuur verbrandde en verteerde allen. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ En ook hij was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ Ook deze boodschapper was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘Uw zonen en uw dochters zaten in het huis van hun oudste broer te eten en wijn te drinken. Maar plotseling werd het huis getroffen door een hevige storm uit de woestijn, zodat de vier muren instortten, en uw kinderen onder het puin bedolven werden en de dood vonden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ Toen stond Job op en scheurde zijn kledij in stukken, schoor zijn hoofd en viel aanbiddend ter aarde. Hij zei: ‘Met niets ben ik uit mijn moeders baarmoeder gekomen en met niets zal ik daarheen terugkeren. Jehova heeft gegeven en Jehova heeft genomen. De naam van Jehova zij gezegend’” (Job 1:13-21).

Relevante woorden van God:

In de huidige tijd is God officieel begonnen met het vervolmaken van de mens. Om vervolmaakt te worden, moeten mensen de openbaring, het oordeel en de tuchtiging van Zijn woorden ondergaan, moeten ze de beproevingen en loutering ondergaan van Zijn woorden (zoals de beproeving van de dienstdoeners), en moeten ze in staat zijn de beproeving van de dood te weerstaan. Wat dit betekent, is dat onder het oordeel, de tuchtiging en de beproevingen van God diegenen die echt Gods wil tevredenstellen God kunnen loven vanuit het diepst van hun hart, God volstrekt kunnen gehoorzamen en zichzelf kunnen verzaken – zo hebben ze God lief met een hart dat oprecht, onverdeeld en puur is. Zo is een volmaakt iemand, en het is precies het werk dat God van plan is te doen, en het werk dat Hij zal volbrengen.

uit ‘Over de stappen van Gods werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Jezus kon Gods opdracht – het werk van de verlossing van de hele mensheid – voltooien omdat Hij alle aandacht schonk aan Gods wil, zonder enige plannen of regelingen voor Zichzelf te maken. Zo was Hij ook de vertrouweling van God – God Zelf – wat jullie allemaal goed begrijpen. (In feite was Hij de God Zelf van wie God had getuigd. Ik zeg dit hier om met het feit van Jezus de kwestie toe te lichten.) Hij was in staat van Gods managementplan het exacte middelpunt te maken, bad altijd tot de hemelse Vader en zocht de wil van de hemelse Vader. Hij bad en zei: “God de Vader! Volbreng dat wat uw wens is en handel niet naar mijn wensen, maar naar uw plan. De mens mag dan zwak zijn, maar waarom zou u om hem geven? Hoe kan de mens uw bezorgdheid waardig zijn, de mens die als een mier in uw hand is? In mijn hart wens ik alleen uw wil te volbrengen, en ik wil dat u in mij kunt doen wat u zou doen in overeenstemming met uw eigen wensen.” Op weg naar Jeruzalem leed Jezus hevige pijn, alsof er een mes werd rondgedraaid in Zijn hart, en toch had Hij niet het geringste voornemen om Zijn woord te breken. Steeds was er een sterke kracht die Hem voortdreef naar waar Hij zou worden gekruisigd. Uiteindelijk werd Hij aan het kruis genageld, werd Hij de gelijkenis van zondig vlees en voltooide Hij het werk van de verlossing van de mens. Hij brak los uit de ketens van de dood en het dodenrijk. Tegenover Hem verloren de sterfelijkheid, de hel en het dodenrijk hun kracht en werden door Hem overwonnen. Hij leefde drieëndertig jaar en gedurende die tijd spande Hij Zich altijd tot het uiterste in om aan Gods wil te voldoen in overeenstemming met Gods werk destijds. Hij dacht nooit aan Zijn eigen winst of verlies en had altijd de wil van God de Vader voor ogen. Daarom zei God na Zijn doop: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.” Vanwege Zijn dienst aan God die in harmonie was met Gods wil, legde God de zware last van de verlossing van de hele mensheid op Zijn schouders en zorgde ervoor dat Hij die volbracht, en Hij was bekwaam en gerechtigd om deze belangrijke taak te voltooien. Zijn hele leven verdroeg Hij onmetelijk lijden voor God en talloze malen werd Hij verzocht door Satan, maar nooit verloor Hij de moed. God gaf Hem zo’n immense taak omdat Hij Hem vertrouwde en liefhad, en daarom zei God persoonlijk: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.”

uit ‘Hoe te dienen in harmonie met Gods wil’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Zij die God dienen, moeten Gods vertrouwelingen zijn, moeten God welgevallig zijn en moeten God uiterst trouw kunnen blijven. Of je nu privé of publiek handelt, je kunt in Gods bijzijn de vreugde van God verkrijgen, je kunt overeind blijven in Gods bijzijn en hoe andere mensen je ook behandelen, je bewandelt altijd het pad dat je moet gaan en schenkt alle aandacht aan Gods last. Alleen zulke mensen zijn vertrouwelingen van God. Dat Gods vertrouwelingen Hem direct kunnen dienen, komt doordat ze Gods grote opdracht en Gods last hebben ontvangen, zich Gods hart kunnen toe-eigenen, Gods last op zich kunnen nemen als hun eigen, en geen aandacht schenken aan hun toekomstperspectieven: zelfs wanneer ze geen perspectieven hebben en er voor hen geen winst in het verschiet ligt, zullen ze altijd in God geloven met een liefhebbend hart. Zodoende is dit soort persoon Gods vertrouweling. Gods vertrouwelingen zijn ook Zijn intimi; alleen Gods intimi kunnen Zijn rusteloosheid en Zijn gedachten delen, en hoewel hun vlees pijnlijk en zwak is, kunnen ze pijn verdragen en verzaken wat ze liefhebben om God tevreden te stellen. God geeft zulke mensen meer lasten en wat God wenst te doen, wordt bevestigd door de getuigenis van zulke mensen. Daarom zijn deze mensen aangenaam voor God. Ze zijn dienaren van God die naar Zijn eigen hart zijn, en alleen zulke mensen kunnen samen met God heersen.

uit ‘Hoe te dienen in harmonie met Gods wil’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voor God maakt het niet uit of een persoon groot of onbetekenend is. Zolang iemand naar Hem kan luisteren, Zijn instructies of wat Hij toevertrouwt kan gehoorzamen en met Zijn werk, Zijn wil en Zijn plan kan samenwerken, zodat Zijn wil en Zijn plan soepel kunnen worden uitgevoerd, is dat gedrag het waard om door Hem herinnerd te worden en Zijn zegen te ontvangen. God koestert zulke mensen en Hij koestert hun daden en hun liefde en genegenheid voor Hem. Dat is Gods houding.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Toen Job zijn eerste beproevingen onderging was hij van al zijn bezittingen en kinderen ontdaan, maar viel hij, als gevolg daarvan niet neer en zei hij niets zondigs tegen God. Hij had Satans verleidingen doorstaan, hij was boven zijn materiële goederen en nakomelingen uitgestegen en had de test doorstaan van het verliezen van zijn aardse bezittingen, wat wil zeggen dat hij het feit dat God die dingen wegnam gehoorzaam kon accepteren en God daarvoor kon danken en prijzen. Zo was Jobs gedrag tijdens Satans eerste verleiding en zo was Jobs getuigenis ook tijdens Gods eerste beproeving. Bij de tweede beproeving strekte Satan zijn hand uit om Job letsel toe te brengen en ook al ervaarde Job een grotere pijn dan ooit tevoren, zijn getuigenis was afdoende genoeg om mensen te verbazen. Hij gebruikte zijn kracht, overtuiging en gehoorzaamheid aan God, alsook zijn godvrezendheid om nogmaals Satan te verslaan en zijn gedrag en getuigenis vonden nogmaals Gods goedkeuring en voorkeur. Tijdens deze verleiding maakte Job gebruik van zijn eigenlijke gedrag om tegenover Satan te verkondigen dat de vleselijke pijn zijn geloof en zijn gehoorzaamheid aan God niet kon veranderen of zijn toewijding aan God en zijn vrees voor God niet kon wegnemen. Hij zou, als gevolg van oog in oog staan met de dood, God nooit verzaken of zijn eigen volmaaktheid en oprechtheid opgeven. Jobs vastberadenheid maakte van Satan een lafaard, zijn geloof liet Satan schichtig en bevend achter. De kracht van zijn gevecht om leven en dood met Satan kweekte een diepe haat en verbittering in Satan. Zijn volmaaktheid en oprechtheid ontnam Satan’s enig overgebleven middelen nog iets tegen Job te doen, zodat Satan zijn aanvallen op hem achterwege liet en zijn beschuldigingen tegen Job voor Jehova God opgaf. Dit betekende dat Job de wereld had overwonnen, hij had het lichaam overwonnen, hij had Satan overwonnen en hij had de dood overwonnen; hij behoorde geheel en al God toe. Tijdens deze twee beproevingen bleef Job in zijn getuigenis standvastig staan en doorleefde hij zijn volmaaktheid en oprechtheid en verbreedde hij de reikwijdte van zijn levende grondbeginselen van godvrezendheid en het mijden van kwaad. Door deze twee beproevingen te hebben ondergaan, was er een rijkere ervaring geboren in Job en deze ervaring maakte hem meer volwassen en doorgewinterd, het maakte hem sterker, en sterker van overtuiging en gaf hem meer vertrouwen in de juistheid en waarde van de integriteit waar hij zo sterk aan vasthield. Jobs beproevingen door Jehova God gaven hem een diepgaand begrip en gewaarwording van Gods bezorgdheid om de mens en stelde hem in staat de kostbaarheid van Gods liefde waar te nemen, van waaruit aandacht en liefde voor God aan zijn godvrezendheid werden toegevoegd. De beproevingen van Jehova God brachten niet alleen geen verwijdering tussen Job en Hem teweeg, maar brachten zijn hart dichter bij God. Toen de lichamelijke pijn die Job leed een piek bereikte, gaf de zorg die hij van Jehova God voelde hem geen andere keuze dan zijn geboortedag te vervloeken. Dit gedrag was niet lang van tevoren gepland, maar een natuurlijke openbaring van de aandacht en liefde voor God vanuit zijn hart; het was een natuurlijke openbaring die voortkwam uit zijn aandacht en liefde voor God. Wat wil zeggen dat, omdat hij zichzelf verafschuwde en niet bereid was om God te kwellen en dat ook niet kon verdragen, die aandacht en liefde voor God het punt van onzelfzuchtigheid bereikte. Op dat moment bereikte Job’s langdurige bewondering en verlangen voor God en toewijding aan God het niveau van aandacht en liefhebben. Tegelijkertijd bereikte zijn geloof in en gehoorzaamheid tot God en zijn godvrezendheid het niveau van aandacht en liefhebben. Hij stond zichzelf niet toe ook maar iets te doen wat God zou schaden. Hij stond zichzelf geen gedrag toe dat God pijn zou doen en stond zichzelf niet toe God enig smart, verdriet of zelfs ongelukkigheid aan te doen om zijn eigen redenen. Al was Job nog steeds dezelfde Job van daarvoor, in Gods ogen had Jobs geloof, gehoorzaamheid en godvrezendheid God volledige voldoening en vreugde gebracht. Op dat moment had Job de volmaaktheid bereikt die God van hem verwachtte, was hij het waarlijk waard geworden om in Gods ogen ‘volmaakt en oprecht’ genoemd te worden. Zijn rechtvaardige daden stelden hem in staat Satan te overwinnen en standvastig te staan in zijn getuigenis tot God. Zo maakten zijn rechtvaardige daden hem eveneens volmaakt en maakten het mogelijk de waarde van zijn leven te verheffen en dat meer dan ooit te overstijgen en hem de eerste persoon te maken die niet langer aangevallen en verleid werd door Satan. Omdat Job rechtvaardig was, werd hij beschuldigd en verleid door Satan; omdat Job oprecht was, werd hij aan Satan overgeleverd; en omdat Job oprecht was, overwon en versloeg hij Satan, en bleef standvastig in zijn getuigenis staan. Job werd voortaan de eerste mens die nooit meer overgeleverd zou worden aan Satan, hij kwam waarlijk voor Gods troon en leefde in het licht, onder de zegeningen van God zonder dat Satan hem kon bespieden of ruïneren … Hij was werkelijk mens geworden in de ogen van God, hij was bevrijd …

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Petrus voelde zich ongemakkelijk bij alles in het leven dat niet aan het verlangen van God voldeed. Als het niet voldeed aan Gods wens, voelde hij berouw en zocht een passende weg waarop hij kon proberen Gods hart tevreden te stellen. Zelfs in de kleinste en meest onbeduidende aspecten van zijn leven eiste hij nog van zichzelf dat hij aan Gods verlangen voldeed. Hij was niet minder veeleisend met betrekking tot zijn vroegere gezindheid, altijd strikt in zijn eis aan zichzelf om dieper tot de waarheid door te dringen. […] In zijn geloof in God wilde Petrus God in alles tevredenstellen en wilde hij alles gehoorzamen wat van God kwam. Zonder ook maar de minste klacht kon hij tuchtiging en oordeel accepteren, evenals loutering, rampspoed en ontbering in zijn leven. Niets van dit alles kon zijn liefde voor God veranderen. Was dat niet de ultieme liefde voor God? Was dat niet de vervulling van de plicht van een schepsel van God? Of je nu tuchtiging, oordeel of rampspoed ondergaat, je kunt altijd gehoorzaamheid tot aan de dood bereiken. Dit is wat een schepsel van God zou moeten bereiken, dit is de zuiverheid van de liefde voor God. Als de mens zoveel kan bereiken, dan is hij een geschikt schepsel van God, en is er niets dat beter aan het verlangen van de Schepper voldoet.

uit ‘Succes of mislukking zijn afhankelijk van het pad dat de mens bewandelt’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Zodra Petrus wordt genoemd, zijn allen vol lof, omdat ze onmiddellijk herinnerd worden aan de vele verhalen over Petrus – hoe hij tot driemaal toe God verloochende en ook nog eens een dienst verleende aan Satan door God te beproeven, maar uiteindelijk ondersteboven werd gekruisigd voor Hem, enzovoort. Nu hecht ik er grote waarde aan om jullie te vertellen hoe Petrus mij heeft leren kennen en tenslotte aan zijn einde kwam. Deze man, Petrus, was van uitstekend kaliber, maar zijn achtergrond was heel anders dan die van Paulus. Zijn ouders vervolgden mij, zij behoorden demonen toe die bezeten waren door Satan. Daarom kun je niet zeggen dat zij de weg aan Petrus hebben doorgegeven. Petrus was gevat, had een aangeboren intelligentie en werd van jongs af aan door zijn ouders geadoreerd. Maar toen hij opgroeide werd hij hun vijand, want hij wilde mij leren kennen en dat bracht hem ertoe om zijn ouders de rug toe te keren. Dat deed hij omdat hij in de allereerste plaats geloofde dat de hemelen en de aarde en alle dingen in handen zijn van de Almachtige, en dat al het goede van God afkomstig is en rechtstreeks van Hem komt, zonder enige bemoeienis van Satan. Met het voorbeeld van zijn ouders als contrast was het voor hem des te gemakkelijker om mijn liefde en genade te herkennen, waardoor hij een nog grotere passie kreeg om mij te zoeken. Hij concentreerde zich niet alleen op het eten en drinken van mijn woorden, maar bovendien op het begrijpen van mijn wil. Hij was altijd verstandig en behoedzaam met zijn gedachten, steeds scherpzinnig van geest, en daarom in staat om mij te behagen in alles wat hij deed. In het dagelijks leven besteedde hij veel aandacht aan het leren van mensen die in het verleden hadden gefaald om zichzelf aan te sporen tot nog meer ijver. Hij was bang om in de netten van het falen te geraken. Hij besteedde ook veel aandacht aan het in zich opnemen van het geloof en de liefde van allen die door de eeuwen heen van God hadden gehouden. Zo groeide hij niet alleen heel snel in het negatieve, maar wat veel belangrijker was, ook in het positieve, totdat hij in mijn aanwezigheid de mens werd die mij het beste kende. Om die reden is het niet moeilijk om je voor te stellen hoe hij mij alles wat hij had in handen kon geven en niet langer zijn eigen meester was, zelfs niet bij het eten, aankleden, slapen, of op de plek waar hij verbleef. Voor hem werd het behagen van mij in alle dingen de basis waarop hij genoot van mijn overdaad. Ik heb hem zo vaak beproefd, waarbij hij halfdood was. Maar zelfs te midden van die honderden beproevingen verloor hij nooit het geloof in mij. Nooit was hij gedesillusioneerd. Zelfs toen ik zei dat ik hem had verworpen, verslapte hij niet en verviel niet tot wanhoop. Hij ging door zoals daarvoor en voerde zijn principes uit om mij op een praktische manier lief te hebben. Ik vertelde hem – hoewel hij van me hield – dat ik hem niet zou belonen, maar hem aan het einde van zijn leven aan Satan zou overleveren. Te midden van deze beproevingen, die zijn vlees niet raakten, maar die beproevingen waren aan de hand van woorden, bad hij nog steeds tot mij: o God! Onder de hemelen en de aarde en de ontelbare dingen, is er één mens, één schepsel of iets wat niet in handen is van u, de Almachtige? Wanneer u mij genade wilt betonen, verheugt mijn hart zich in afwachting van uw genade. Wanneer u het oordeel over mij wenst te vellen, dan voel ik – hoe onwaardig ik ook mag zijn – des te meer het diepe mysterie van uw daden, omdat u vervuld bent van gezag en wijsheid. Ook al lijdt mijn vlees ontberingen, mijn geest wordt getroost. Hoe zou ik uw wijsheid en daden niet kunnen verheerlijken? Zelfs als ik zou sterven na u te hebben leren kennen, zou ik er altijd gewillig en klaar voor zijn. O, Almachtige! Het is toch niet zo dat u uzelf niet echt aan mij wilt laten zien? Het is toch niet zo dat ik echt onwaardig ben om uw oordeel te ontvangen? Kan het zijn dat er iets in mij is dat u niet wilt zien? Hoewel Petrus te midden van dit soort beproevingen niet in staat was om mijn bedoelingen precies te begrijpen, is het duidelijk dat hij het als een kwestie van trots en persoonlijke glorie zag om door mij gebruikt te worden (zij het dan alleen om mijn oordeel te ontvangen zodat de mensheid mijn majesteit en toorn zou kunnen zien). Hij was allesbehalve bedroefd door deze beproevingen. Vanwege zijn trouw in mijn aanwezigheid, en vanwege mijn zegeningen voor hem, is hij duizenden jaren lang een voorbeeld en een model voor de mensheid geweest.

uit ‘Hoofdstuk 6’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Toen hij door God werd getuchtigd, bad Petrus: “O God! Mijn vlees is ongehoorzaam en u tuchtigt mij en oordeelt mij. Ik verheug me over uw tuchtiging en oordeel en zelfs als u mij niet wilt, zie ik in uw oordeel uw heilige en rechtvaardige gezindheid. Wanneer u mij oordeelt, zodat anderen uw rechtvaardige gezindheid in uw oordeel kunnen aanschouwen, voel ik mij tevreden. Als daardoor uw gezindheid getoond kan worden en uw rechtvaardige gezindheid door alle schepselen gezien kan worden, en daardoor mijn liefde voor u zuiverder wordt, zodat ik daardoor op iemand kan gaan lijken die rechtvaardig is, dan is uw oordeel goed, want zo is uw genadige wil. Ik weet dat er nog steeds veel in mij is hetgeen opstandig is en dat ik nog steeds niet in staat ben om voor u te verschijnen. Ik wens dat u mij nog meer oordeelt, hetzij door een vijandige omgeving of grote beproevingen; het maakt niet uit wat u doet, voor mij is het waardevol. Uw liefde is zo diepzinnig en ik ben bereid me over te geven aan uw genade zonder enige klacht.” Dit is de kennis van Petrus nadat hij het werk van God had ervaren en het is ook een getuigenis van zijn liefde voor God. […] Aan het einde van zijn leven, nadat hij volmaakt was gemaakt, zei Petrus: “O God! Als ik nog een paar jaar zou leven, zou ik een zuiverdere en diepere liefde voor u willen bereiken.” Toen hij op het punt stond aan het kruis genageld te worden, bad hij in zijn hart: “O God! Uw tijd is nu aangebroken, de tijd die u voor me hebt bereid is aangebroken. Ik moet voor u worden gekruisigd, ik moet deze getuigenis naar u uitdragen en ik hoop dat mijn liefde aan uw eisen kan voldoen en dat het zuiverder kan worden. Vandaag is het, om voor u te kunnen sterven en voor u aan het kruis genageld te worden, troostend en geruststellend voor mij, want niets is meer bevredigend voor mij dan om voor u gekruisigd te kunnen worden en aan uw verlangens te voldoen en om in staat te zijn om mezelf aan u te geven, om mijn leven aan u op te offeren. Oh God! U bent zo lieflijk! Zou u mij toestaan om te leven, dan zou ik zelfs nog meer bereid zijn om van u te houden. Zolang ik leef, zal ik van u houden. Ik wil meer van u houden. U oordeelt mij, tuchtigt mij en beproeft mij, omdat ik niet rechtvaardig ben, omdat ik gezondigd heb. En uw rechtschapen gezindheid wordt mij duidelijker. Dit is een zegen voor mij, want ik ben in staat om u nog meer lief te hebben en ik ben bereid om op deze manier van u te houden, zelfs als u niet van mij houdt. Ik ben bereid om uw rechtvaardige gezindheid te aanschouwen, want dit maakt me beter in staat om een leven van betekenis te leven. Ik voel dat mijn leven nu zinvoller is, want ik ben voor u gekruisigd en het is zinvol om voor u te sterven. Toch voel ik me nog steeds niet tevreden, want ik weet te weinig van u, ik weet dat ik uw wensen niet volledig kan vervullen en heb u te weinig terugbetaald. In mijn leven ben ik niet in staat geweest om mijn hele wezen aan u terug te geven; ik ben verre van dat. Als ik terugkijk op dit moment, voel ik me zo veel aan u verschuldigd en ik heb slechts dit moment om al mijn fouten en alle liefde die ik u niet heb terugbetaald, goed te maken.”

uit ‘De ervaringen van Petrus: zijn kennis van tuchtiging en oordeel’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Nu moet je weten hoe je overwonnen kunt worden, en hoe mensen zich gedragen nadat ze overwonnen zijn. Je kunt wel zeggen dat je overwonnen bent, maar kun je gehoorzaam zijn tot in de dood? Je moet in staat zijn om te volgen tot het bittere eind, ongeacht of er vooruitzichten zijn, en je mag het geloof in God niet verliezen ongeacht de omstandigheden. Uiteindelijk moet je twee aspecten van getuigenis bereiken: het getuigenis van Job – gehoorzaamheid tot in de dood – en het getuigenis van Petrus – de hoogste liefde van God. Aan de ene kant moet je zijn als Job: hij had geen bezittingen en werd ondergedompeld in de pijn van het vlees, toch verwierp hij de naam van Jehova niet. Dit was Jobs getuigenis. Petrus was in staat God lief te hebben tot in de dood. Toen hij stierf – toen hij gekruisigd werd – had hij God nog steeds lief; hij dacht niet aan zijn eigen verwachtingen en streefde geen glorieuze dromen of overdreven ideeën na en hij streefde er alleen naar om God lief te hebben en aan al Gods plannen te gehoorzamen. Dat is de norm waaraan je moet voldoen voordat je kunt zeggen dat je getuigenis hebt gegeven, voordat je kunt worden beschouwd als iemand die na overwonnen te zijn is vervolmaakt.

uit ‘De innerlijke waarheid van het werk van de overwinning (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wat is precies een waar getuigenis? Het getuigenis waar we het hier over hebben heeft twee delen: het ene is getuigen van overwonnen zijn en het andere is getuigen van vervolmaakt zijn (wat natuurlijk een getuigenis is dat volgt op de grotere beproevingen van de toekomst). Met andere woorden, als je in staat bent om standvastig te blijven tijdens beproevingen, dan heb je de tweede stap van het getuigenis doorstaan. Wat nu cruciaal is, is de eerste stap van het getuigenis: in staat zijn om standvastig te blijven staan gedurende elk stadium van de beproevingen van tuchtiging en oordeel. Dat is getuigen van overwonnen zijn. Dat is zo omdat het nu de tijd van de overwinning is. (Je moet weten dat het nu de tijd is van Gods werk op aarde; de belangrijkste taak van de vleesgeworden God op aarde is het gebruik van oordeel en tuchtiging om deze groep mensen op aarde te overwinnen die Hem volgen). Of je wel of niet in staat bent om te getuigen van het overwonnen zijn, is niet alleen afhankelijk van of je in staat bent om tot het einde toe te volgen, maar nog belangrijker, van of je, terwijl je elke stap van Gods werk ervaart, ontvankelijk bent voor het ware begrip van Gods tuchtiging en oordeel, en van of je werkelijk al dit werk ziet. Het is niet zo dat je erdoorheen kunt sukkelen als je tot het einde toe volgt. Je moet in staat zijn om je bereidwillig over te geven bij elk geval van tuchtiging en oordeel, om de ware kennis van elke stap van het werk dat je ervaart te vatten, en om kennis te verkrijgen van en gehoorzaam te zijn aan Gods gezindheid. Dat is het ultieme getuigenis van overwonnen worden dat van jou wordt vereist. Getuigen van overwonnen zijn gaat vooral over jouw kennis van de incarnatie van God. Een uiterst belangrijk punt is dat het bij deze stap van het getuigenis gaat om de incarnatie van God. Het maakt niet uit wat je doet of zegt tegen de mensen van de wereld of tegen machthebbers; waar het boven alles om gaat is of je in staat bent om alle woorden uit Gods mond en al Zijn werk te gehoorzamen. Daarom is deze stap van het getuigenis gericht tegen Satan en alle vijanden van God – de demonen en vijanden die niet geloven dat God een tweede keer vlees zal worden en zal komen om nog groter werk te doen en die bovendien niet geloven in het feit van Gods terugkeer in het vlees. Met andere woorden, deze stap is gericht tegen alle antichristen – alle vijanden die niet geloven in de vleeswording van God.

…………

De laatste stap van het getuigenis is het getuigen van of je wel of niet vervolmaakt kunt worden. Dat wil zeggen, het laatste getuigenis is dat, nadat je alle woorden die gesproken zijn door de mond van de geïncarneerde God hebt geaccepteerd en de kennis van God hebt verkregen en zeker bent van Hem, je al deze woorden uit Gods mond naleeft en voldoet aan de voorwaarden die God aan je stelt – de stijl van Petrus en het geloof van Job, zodanig dat je kunt gehoorzamen tot de dood, je helemaal aan Hem kunt overgeven en uiteindelijk een beeld van de mens kunt bereiken dat voldoet aan de eisen – dit betekent het beeld van iemand die overwonnen en vervolmaakt is, nadat hij Gods oordeel en tuchtiging heeft ervaren. Dit is het toppunt van getuigenis – het is de getuigenis die uitgedragen hoort te worden door iemand die uiteindelijk vervolmaakt is. Dit zijn de twee stadia van getuigenis die je zou moeten geven; ze hangen met elkaar samen, en elk van beiden is onmisbaar. Maar er is een ding dat je moet weten: het getuigenis dat ik nu van je vraag is niet gericht tot de mensen van de wereld, noch tot een enkel individu, maar tot dat wat ik van jou vraag. Het wordt gemeten aan de vraag of je in staat bent mij tevreden te stellen en of je in staat bent om helemaal te voldoen aan de maatstaven van wat ik van ieder van jullie vereis. Dit is wat jullie zouden moeten begrijpen.

uit ‘Praktijk (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Geloof in God vereist gehoorzaamheid aan Hem en het ervaren van Zijn werk. God heeft zo veel werk gedaan – men zou kunnen stellen dat het voor mensen allemaal vervolmaking, loutering en, meer nog, tuchtiging is. Er is niet één stap van Gods werk geweest die overeenkwam met menselijke noties; wat mensen hebben genoten, zijn Gods strenge woorden. Wanneer God komt, moeten mensen Zijn majesteit en Zijn toorn genieten. Maar hoe streng Zijn woorden eventueel ook zijn, Hij komt om de mensheid te redden en te vervolmaken. Als schepselen moeten mensen de plichten vervullen die ze horen te vervullen, en standvastig staan in hun getuigenis te midden van loutering. Bij elke beproeving moeten ze de getuigenis in stand houden die ze moeten geven, en dit klinkend doen omwille van God. Wie dit doet, is een overwinnaar. Ongeacht hoe God je loutert, je blijft vol vertrouwen en verliest nooit het vertrouwen in Hem. Je doet wat de mens hoort te doen. Dit is wat God van de mens vereist, en het hart van de mens moet in staat zijn om volledig naar Hem terug te keren en zich op elk moment dat voorbijgaat naar Hem toe te wenden. Dan is men een overwinnaar. Degenen naar wie God verwijst als ‘overwinnaars’ zijn degenen die nog altijd standvastig kunnen staan in hun getuigenis, en die hun vertrouwen in en toewijding aan God kunnen behouden terwijl ze onder invloed van Satan staan en door Satan worden belegerd – dat wil zeggen: wanneer ze zich onder de duistere machten bevinden. Als je ten overstaan van God, wat er ook gebeurt, nog altijd een zuiver hart kunt behouden en je oprechte liefde voor God kunt behouden, sta je standvastig in je getuigenis ten overstaan van God. Dit is waar God naar verwijst met een ‘overwinnaar’ zijn. Als je streven uitstekend is wanneer God je zegent, maar je je terugtrekt zonder Zijn zegeningen, is dat dan zuiverheid? Aangezien je er zeker van bent dat deze weg waar is, moet je hem tot het einde volgen; je moet je toewijding aan God in stand houden. Aangezien je hebt gezien dat God Zelf naar de aarde is gekomen om je te vervolmaken, moet je je hart volledig aan Hem geven. Als je Hem kunt blijven volgen, ongeacht wat Hij doet, zelfs als Hij helemaal aan het einde een ongunstige uitkomst voor je vaststelt, dan is dat het in stand houden van zuiverheid ten overstaan van God. Een heilig geestelijk lichaam en een zuivere maagd aan God offeren betekent het behouden van een oprecht hart ten overstaan van God. Voor de mensheid is oprechtheid zuiverheid, en is het vermogen om oprecht te zijn richting God het in stand houden van zuiverheid. Dit is wat je in praktijk moet brengen. Wanneer je hoort te bidden, bid je; wanneer je in communicatie bij elkaar hoort te komen, doe je dat; wanneer je lofzangen hoort te zingen, zing je lofzangen; en wanneer je het vlees hoort te verzaken, verzaak je het vlees. Wanneer je je plicht doet, modder je niet maar wat aan; wanneer je voor beproevingen staat, blijf je standvastig. Dit is toewijding aan God.

uit ‘Je moet je toewijding aan God in stand houden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Een klinkend getuigenis geven van God hangt er bovenal mee samen of je wel of geen begrip hebt van de praktische God, en met of je je wel of niet kunt onderwerpen aan deze persoon die niet alleen gewoon is, maar ook normaal, en of je je zelfs tot de dood kunt onderwerpen. Als je, door zulke onderwerping, echt getuigt van God, betekent dat dat je door God bent verkregen. Als je je tot de dood kunt onderwerpen en ten overstaan van Hem vrij van klachten kunt zijn, je kunt onthouden van oordelen en laster, geen noties hebt en geen bijbedoelingen hebt, dan zal God op deze manier glorie verwerven. Onderwerping aan een normale persoon op wie de mens neerkijkt, en je tot de dood kunnen onderwerpen zonder enige noties – dit is waar getuigenis. De werkelijkheid waarvan God vereist dat mensen haar binnengaan, is dat je Zijn woorden kunt gehoorzamen, ze in praktijk kunt brengen, je kunt buigen ten overstaan van de praktische God en je eigen verdorvenheid kunt kennen, je hart kunt openen tegenover Hem en uiteindelijk door Hem kunt worden gewonnen door deze woorden van Hem. God wint glorie wanneer deze uitspraken je overwinnen en je volledig gehoorzaam aan Hem maken; hierdoor beschaamt Hij Satan en voltooit Hij Zijn werk. Wanneer je geen enkele notie hebt over de praktische aspecten van de vleesgeworden God – dat wil zeggen: wanneer je standvastig bent geweest tijdens deze beproeving – dan heb je dit getuigenis goed gegeven. Als er een dag komt waarop je een volledig begrip hebt van de praktische God en jezelf tot de dood kunt onderwerpen, zoals Petrus deed, dan zul je door God worden gewonnen en vervolmaakt. Alles wat God doet wat niet overeenstemt met je noties, is voor jou een beproeving. Als Gods werk zou overeenstemmen met je noties, zou het niet vereisen dat je lijdt of wordt gelouterd. Het is doordat Zijn werk zo praktisch is en niet overeenstemt met je noties, dat het van je vereist dat je zulke noties laat varen. Dit is waarom het een beproeving voor je is. Het is vanwege Gods praktische aspecten dat alle mensen zich te midden van beproevingen bevinden; Zijn werk is praktisch, niet bovennatuurlijk. Door Zijn praktische woorden en Zijn praktische uitspraken volledig te begrijpen zonder enige noties, en door oprecht van Hem te kunnen houden terwijl Zijn werk steeds praktischer wordt, zul je door Hem worden gewonnen. De groep mensen die God zal winnen, zijn degenen die God kennen, dat wil zeggen, degenen die Zijn praktische aspecten kennen. Ook zijn zij degenen die zich kunnen onderwerpen aan Gods praktische werk.

uit ‘Degenen die God waarlijk beminnen zijn diegenen die zich absoluut kunnen onderwerpen aan Zijn praktische aspecten’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Contact
Neem contact op via Whatsapp

Gerelateerde media

  • Wat is Gods wil volgen? Volgt men Gods wil als men alleen predikt en werkt voor de Heer?

    Stel je eens voor dat je voor God kunt werken, maar dat je Hem niet gehoorzaam bent en niet waarachtig van Hem kunt houden. Je hebt dan niet alleen je plicht als schepsel van God niet vervuld, maar ook zul je door God veroordeeld worden. Je bent immers iemand die de waarheid niet bezit, die niet in staat is God te gehoorzamen, die ongehoorzaam is aan God. Je geeft er alleen maar om dat je voor God kan werken. Maar de waarheid in praktijk brengen of jezelf kennen kan je niet schelen. Je begrijpt en kent de Schepper niet, en je gehoorzaamt Hem niet en hebt Hem niet lief. Jij bent iemand die van nature ongehoorzaam is aan God. De Schepper houdt niet van zulke mensen.

  • De relatie tussen elke fase van Gods werk en Zijn naam

    Eens ben ik aangeduid met Jehova. Ik ben ook de Messias genoemd en de mensen noemden me Jezus de Redder, omdat ze van mij hielden en mij respecteerden. Maar in deze tijd ben ik niet de Jehova of Jezus die de mensen in het verleden hebben gekend – ik ben de God die is teruggekeerd in de laatste dagen, de God die het tijdperk tot het einde zal voeren.

  • Is het een waar getuigenis van geloof in God als men alleen Gods genade geniet?

    Jullie kunnen niet alleen maar tevreden zijn door te genieten van Gods genade. Dit soort denken is te vulgair. Zelfs als je dagelijks het woord van God leest, elke dag bidt en je geest voelt bijzonder genot en vrede, maar uiteindelijk kun je niet spreken over enige kennis van God en Zijn werk of heb je er geen ervaring mee, ongeacht hoeveel van Gods woord je hebt gegeten en gedronken, als je enkel vrede en genot in je geest voelt en dat het woord van God onvergelijkelijk zoet is, alsof je er niet genoeg van kunt genieten, maar je hebt geen echte ervaring met en geen realiteit van het woord van God, wat kun je dan ontvangen door op zo’n manier in God te geloven? Als je niet kunt leven naar de essentie van Gods woord, zijn je eten en drinken van Gods woorden en gebeden totaal gericht op religie. Dan kan zo iemand niet worden vervolmaakt en kan hij niet door God worden gewonnen.

  • Gods naam kan wel veranderen, maar Zijn wezen zal nooit veranderen

    maar het verwijst naar de onveranderlijkheid van Gods gezindheid en Zijn substantie. Veranderingen in Zijn naam en werk bewijzen niet dat Zijn substantie is veranderd; met andere woorden, God zal altijd God zijn, en dit zal nooit veranderen.