6. Hoe God over de gehele heelal-wereld heerst en deze bestuurt

6. Hoe God over de gehele heelal-wereld heerst en deze bestuurt

Relevante woorden van God:

In de uitgestrektheid van het universum zijn er talloze schepsels die leven en zich reproduceren, die de cyclische wet van het leven volgen en zich aan één constante regel houden. En wie leeft, herhaalt dezelfde tragische geschiedenis van wie gestorven is. De mensheid kan niet anders dan zich afvragen: Waarom leven we? En waarom moeten we sterven? Wie bestuurt deze wereld? En wie heeft deze mensheid geschapen? Is de mensheid echt door moeder natuur geschapen? Heeft de mensheid haar eigen lot echt in eigen hand? … De mensheid vraagt zich dat al duizenden jaren steeds opnieuw af. Helaas is de mensheid steeds dorstiger geworden naar wetenschap naarmate zij meer geobsedeerd raakte door deze vragen. De wetenschap biedt kortstondige bevrediging en tijdelijke geneugten van het vlees, maar is verre van toereikend om de mens te verlossen van de eenzaamheid en nauwelijks verhulde angst en hulpeloosheid diep in zijn hart. De mens gebruikt uitsluitend wetenschappelijke kennis die hij met het blote oog kan waarnemen en die hij met zijn brein kan begrijpen om zijn hart te verdoven. Toch is dergelijke wetenschappelijke kennis niet voldoende om de mensheid tegen te houden om mysteriën te onderzoeken. De mens weet eenvoudigweg niet wie de Vorst van het universum en alle dingen is. Hij heeft al helemaal geen weet van de oorsprong en toekomst van de mensheid. De mensheid leeft gewoon, noodgedwongen, te midden van deze wet. Niemand kan eraan ontkomen en niemand kan er verandering in aanbrengen. Er is er onder alle dingen en in de hemel namelijk maar Een die van eeuwigheid tot eeuwigheid soevereiniteit over alles heeft. Hij is die Ene die nooit door de mens is aanschouwd, die Ene die nooit door de mensheid is gekend, in Wiens bestaan de mensheid nooit heeft geloofd. Toch is Hij die Ene die de adem in de voorouders van de mens blies en de mensheid leven gaf. Hij is die Ene die de mensheid voorziet en voedt voor haar bestaan. Hij leidt de mensheid tot op de dag van vandaag. Bovendien is de mensheid van Hem en Hem alleen afhankelijk om te kunnen overleven. Hij heeft soevereiniteit over alle dingen en bestuurt alle levende wezens in het universum. Hij beheerst de vier seizoenen en Hij roept wind, vorst, sneeuw en regen op. Hij geeft de mensheid zonneschijn en luidt de nacht in. Hij bereidde de hemelen en de aarde, voorzag de mens van bergen, meren en rivieren met al het leven daarin. Zijn daden zijn overal, Zijn macht is overal, Zijn wijsheid is overal en Zijn gezag is overal. Al deze wetten en regels zijn de belichaming van Zijn daden. Ze geven allemaal blijk van Zijn wijsheid en gezag. Wie kan zich aan Zijn soevereiniteit onttrekken? En wie kan zich buiten Zijn plannen plaatsen? Alle dingen bestaan onder Zijn blik, alle dingen leven bovendien onder Zijn soevereiniteit. Zijn daden en Zijn macht laten de mensheid geen andere keus dan te erkennen dat Hij werkelijk bestaat en soevereiniteit over alle dingen heeft. Niets of niemand anders dan Hij kan het universum gebieden, laat staan onophoudelijk voor deze mensheid zorgen. Of je de daden van God nu wel of niet herkent en of je nu wel of niet in het bestaan van God gelooft, het lijdt geen twijfel dat je lot binnen Gods ordening ligt. Het lijdt ook geen twijfel dat God altijd soevereiniteit over alle dingen zal hebben. Zijn bestaan en gezag zijn niet afhankelijk van het feit of de mens die nu wel of niet herkent en begrijpt. Alleen Hij kent het verleden, het heden en de toekomst van de mens. Alleen Hij kan het lot van de mensheid bepalen. Of je dit feit nu wel of niet kunt aanvaarden, de mensheid zal dit alles binnen afzienbare tijd met eigen ogen aanschouwen. Dit feit zal God spoedig aan het licht brengen. De mens leeft en sterft onder het toeziend oog van God. De mens leeft ter wille van het management van God. Wanneer hij zijn ogen voor het laatst sluit, is dat ook voor datzelfde management. De mens komt en gaat, steeds opnieuw, heen en weer. Dat maakt allemaal zonder uitzondering deel uit van de heerschappij en de plannen van God. Gods management gaat altijd voort en is nooit opgehouden. Hij zal de mensheid bewust maken van Zijn bestaan, in Zijn heerschappij laten vertrouwen, Zijn daden laten aanschouwen en tot Zijn koninkrijk laten terugkeren. Dit is Zijn plan en het werk dat Hij al duizenden jaren uitvoert.

uit ‘De mens kan alleen gered worden onder Gods management’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Voordat deze mensheid ontstond, bestond de kosmos al – alle planeten, alle sterren aan de hemel. Deze hemellichamen cirkelen met regelmatigheid op macroniveau onder Gods leiding, al zolang ze bestaan, hoeveel jaren dat ook zo is geweest. Welke planeet gaat waar naartoe, op welke tijd; welke planeet heeft welke taak en wanneer; welke planeet cirkelt langs welke baan in de ruimte en wanneer verdwijnt ze of wordt ze vervangen – al deze dingen vinden feilloos voortgang. De posities van de planeten en de afstanden ertussen volgen strikte patronen, wat allemaal met zeer exacte gegevens beschreven kan worden; de wegen waarlangs zij reizen, de snelheid en de patronen van hun banen, ook de tijden waarin zij in verschillende posities verkeren, kunnen zeer exact gekwantificeerd en beschreven worden in speciale wetmatigheden. Al eeuwenlang hebben deze planeten deze wetmatigheden gevolgd zonder ooit zelfs maar een beetje af te wijken. Geen macht kan deze gevolgde banen en patronen veranderen of onderbreken. Omdat de speciale wetmatigheden die hun beweging sturen en de exacte gegevens die deze wetmatigheden beschrijven, door het gezag van de Schepper zijn voorbestemd, gehoorzamen zij deze wetten vanuit zichzelf, onder de soevereiniteit en controle van de Schepper. Op macroniveau is het niet moeilijk voor de mens om enkele patronen te vinden, wat gegevens, evenals wat vreemde en onbegrijpelijke wetmatigheden of fenomenen. Hoewel de mens niet toegeeft dat God bestaat en het feit niet accepteert dat de Schepper alles heeft gemaakt en daarover heerschappij heeft, en dat de mens bovendien het bestaan van het gezag van de Schepper niet erkent, ontdekken menselijke wetenschappers, astronomen en fysici steeds meer dat het bestaan van alle dingen in het universum en de principes en patronen die hun bewegingen voorschrijven, geregeerd worden en onder controle staan van een immense en onzichtbare, duistere energie. Dit feit dwingt de mens om onder ogen te zien en te erkennen dat er te midden van deze patronen en bewegingen een Machtige is die alles orkestreert. Zijn kracht is buitengewoon en, hoewel niemand Zijn werkelijke gezicht kan zien, regeert Hij over alles en heeft over alles controle op elk moment. Geen mens of kracht gaat Zijn soevereiniteit te boven. Geconfronteerd met dit feit moet de mens erkennen dat de wetten die over het bestaan van alle dingen regeren niet door de mens beheerst kunnen worden, noch door iemand veranderd kunnen worden, en tegelijkertijd moet de mens toegeven dat menselijke wezens deze wetten niet volledig kunnen begrijpen. Ze zijn geen natuurlijke verschijnselen, maar voorgeschreven door een Heer en Meester. Al deze dingen zijn uitdrukkingen van het gezag van God die mensen op macroniveau kunnen waarnemen.

Op microniveau zijn alle bergen, rivieren, meren, zeeën en landmassa’s die de mens aanschouwt op de aarde, alle seizoenen die hij ervaart, alles wat de aarde bewoont, inclusief de planten, dieren, micro-organismen en mensen, allemaal onderworpen aan Gods soevereiniteit, en onder controle van God. Onder Gods soevereiniteit en controle komen alle dingen tot stand of verdwijnen ze in overeenstemming met Zijn gedachten. Hun levens worden allemaal geregeerd door bepaalde wetmatigheden, en in overeenstemming daarmee groeien en vermenigvuldigen ze. Geen mens of ding staat boven deze wetten. Waarom is dat? Het enige antwoord is: vanwege Gods gezag. Of, om het anders te zeggen, vanwege Gods gedachten en Gods woorden; want God doet alles Zelf. Dat wil zeggen dat het Gods gezag en Gods gedachten zijn die aanleiding geven tot deze wetmatigheden; ze zullen verschuiven en veranderen in overeenstemming met Zijn gedachten en deze verschuivingen en veranderingen gebeuren allemaal of verdwijnen allemaal omwille van Zijn plan.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Toen God alle dingen schiep, stelde Hij grenzen vast voor bergen, vlakten, woestijnen, heuvels, rivieren en meren. Er zijn bergen, vlakten, woestijnen, heuvels en ook uiteenlopende watervlakten op aarde. Is er niet sprake van verschillende terreinen? God stelde grenzen vast tussen al deze verschillende soorten terreinen. Wanneer we spreken over het vaststellen van grenzen, betekent het dat bergen zijn afgebakend, vlakten zijn afgebakend, woestijnen een bepaalde omvang hebben en heuvels een vast gebied beslaan. Er is ook een vaste hoeveelheid watervlakten zoals rivieren en meren. Dat wil zeggen: God deelde bij de schepping alles heel duidelijk in. God heeft de straal en de omvang van een berg al vastgesteld, hoeveel kilometer die is. Hij heeft ook de straal en de omvang van een vlakte al vastgesteld, hoeveel kilometer die is. Toen Hij alle dingen schiep, stelde Hij ook de grenzen van de woestijnen en de reikwijdte van de heuvels en hun proporties vast, alsmede waardoor ze begrensd zijn – dat stelde Hij tevens allemaal vast. Hij stelde de omvang van rivieren en meren vast toen Hij ze schiep – ze hebben allemaal hun grenzen. Wat bedoelen we met ‘grenzen’? We spraken net al over hoe God heerst over alle dingen door voor alle dingen wetten vast te stellen. Zo zullen dus, de omvang en grenzen van bergen door de draaiing van de aarde of het verstrijken van de tijd niet groter of kleiner worden. Dit staat vast: dit ‘vast’ is Gods heerschappij. Wat de vlakten, hun omvang en hun begrenzingen aangaan: die zijn door God vastgesteld. Ze hebben een grens en er ontstaat niet zomaar een bult midden in een vlakte. De vlakte verandert niet zomaar in een berg – dat zal niet gebeuren. De wetten en grenzen waar we net over spraken, hebben daarmee te maken. Wat de woestijn aangaat: we noemen de rollen van de woestijn of andere terreinen of geografische locaties hier niet, maar alleen de grenzen ervan. De woestijn zal zich onder Gods heerschappij evenmin uitbreiden. Dat komt omdat God er een wet, een omvang voor heeft vastgesteld. De oppervlakte en rol ervan, wat de begrenzingen en locaties ervan zijn: die zijn allemaal al door God vastgesteld. De woestijn zal zijn grenzen niet te buiten gaan, niet van locatie veranderen en zich niet zomaar uitbreiden. Hoewel de waterstromen, zoals rivieren en meren, allemaal volgens een vaste orde en continu zijn, zijn ze nooit buiten hun gebied of hun grenzen getreden. Ze stromen allemaal op ordelijke wijze in één richting, in de beoogde richting. Onder de wetten van Gods heerschappij valt er dus geen rivier of meer zomaar droog, of verandert de richting of hoeveelheid van de stroom niet zomaar door de draaiing van de aarde of het verstrijken van de tijd. Dit alles is onder Gods zeggenschap. Dat wil zeggen: alle dingen die God te midden van de mensheid heeft geschapen, hebben een eigen vaste plaats, gebieden en grenzen. Toen God alles schiep, werden hun grenzen vastgesteld. Die kunnen niet zomaar aangepast, vernieuwd of veranderd worden. Wat bedoelen we met ‘zomaar’? Dat betekent dat ze niet willekeurig van plaats veranderen, zich uitbreiden of een andere vorm aannemen ten gevolge van het weer, de temperatuur of de draaisnelheid van de aarde. Een berg heeft bijvoorbeeld een specifieke hoogte, de voet beslaat een bepaalde oppervlakte, ligt op een zekere hoogte en heeft een bepaalde hoeveelheid begroeiing. Dit is allemaal door God gepland en berekend en het zal dan ook niet zomaar veranderd worden. Wat vlakten betreft: de meeste mensen leven op de vlakten en klimaatveranderingen zullen geen gevolgen hebben voor hun gebieden of de waarde van hun bestaan. Niets in deze verschillende door God geschapen terreinen en geografische omgevingen zal zomaar veranderd worden. Wat bijvoorbeeld de componenten van de woestijn zijn, welke mineraalafzettingen zich onder de grond bevinden, hoeveel zand er is en welke kleur het zand heeft, de dikte – dit alles verandert niet zomaar. Waarom verandert dat alles niet zomaar? Dat komt door Gods heerschappij en Zijn management. God bestuurt al deze verschillende door Hem geschapen terreinen en geografische omgevingen op een geplande en ordelijke wijze. Al deze geografische omgevingen bestaan dus nog steeds duizenden, tienduizenden jaren nadat ze door God zijn geschapen. Ze vervullen nog steeds hun beoogde rol. Hoewel er in bepaalde perioden vulkanen uitbarsten, zich aardbevingen voordoen en er grote landverschuivingen plaatsvinden, staat God absoluut niet toe dat een bepaald soort terrein zijn oorspronkelijke functie verliest. Alleen door dit management van God, Zijn heerschappij over en grip op deze wetten, kan dit alles – dit alles wat de mensheid geniet en ziet – op ordelijke wijze op aarde overleven.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Alle door God geschapen dingen – of ze nu aan één plek zijn gebonden of door hun neusgaten kunnen ademen – hebben allemaal hun eigen wetten voor overleving. Lang voordat God deze levende wezens schiep, had Hij voor hen hun eigen woonplaats, hun eigen omgeving voor overleving bereid. Deze levende wezens hadden hun eigen vaste omgeving voor overleving, hun eigen voedsel, hun eigen vaste woonplaats, hun eigen geschikte vaste plekken voor hun overleving, plekken met geschikte temperaturen voor hun overleving. Op die manier zouden ze niet ronddolen of de overleving van de mensheid ondermijnen of inbreuk maken op hun leven. Zo bestuurt God alle dingen. Hij zorgt zo voor de beste omgeving waarin de mensheid kan overleven. De levende wezens in alle dingen hebben hun eigen voedsel voor levensonderhoud in hun eigen omgeving voor overleving. Door dat voedsel zijn ze gebonden aan hun eigen natuurlijke omgeving voor overleving. In een dergelijke omgeving zijn ze nog steeds aan het overleven, vermenigvuldigen en voortbestaan overeenkomstig de wetten die God voor hen heeft vastgesteld. Dankzij dergelijke wetten, dankzij Gods voorbestemming, leven alle dingen in harmonie met de mens en bestaat de mens samen met alle dingen in wederzijdse afhankelijkheid.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Toen God alle dingen schiep, gebruikte Hij allerlei methoden en manieren om ze in balans te brengen. Hij zorgde voor een balans in de leefomstandigheden voor de bergen en meren, voor een balans in de leefomstandigheden voor de planten en alle soorten dieren, vogels en insecten. Zijn doel was dat alle soorten levende wezens konden leven en zich voortplanten binnen de wetten die Hij had vastgesteld. Geen van de dingen van de schepping kan buiten deze wetten treden en de wetten kunnen niet worden gebroken. Alleen binnen een dergelijke basisomgeving kunnen mensen veilig overleven en zich voortplanten, generatie na generatie. Als een levende soort over het aantal of de grens gaat die God heeft vastgesteld, of als deze de groei ratio, frequentie of het aantal overstijgt onder Zijn heerschappij, zou de omgeving voor overleving van de mensheid in uiteenlopende mate worden aangetast. Tegelijkertijd zou de overleving van de mensheid daarmee op het spel staan. Als er van één levende soort te veel zijn, worden mensen van hun voedsel beroofd. Ook worden hun waterbronnen en woonplekken aangetast. Op die manier komt de voortplanting of staat van overleving van de mensheid direct in het geding. Water is bijvoorbeeld erg belangrijk voor alles. Als er te veel muizen, mieren, sprinkhanen en kikkers zijn, of allerlei andere soorten dieren, zullen ze meer water drinken. Naarmate ze meer water gebruiken, binnen deze vaste gebieden met bronnen voor drinkwater en waterrijke gebieden, slinken het drinkwater en de waterbronnen voor de mensen en is gebrek aan water het gevolg. Als het drinkwater voor mensen wordt aangetast, verontreinigd of afgesloten omdat allerlei soorten dieren in aantal zijn toegenomen, zal het voortbestaan van de mensheid onder een dergelijke moeilijke omgeving voor overleving ernstig bedreigd worden. Als een of meer soorten levende wezens hun toegemeten aantal overschrijden, zal de lucht, temperatuur, vochtigheid en zelfs de inhoud van de lucht in de ruimte voor overleving van de mensheid worden vergiftigd en vernietigd in uiteenlopende mate. Evenzo, gaat er onder die omstandigheden voor de overleving en het lot van de mensen nog steeds de dreiging van dat type omgeving uit. Als mensen deze balans dus kwijtraken, wordt de lucht die ze inademen aangetast en het water dat ze drinken verontreinigd. Ook de temperaturen die ze nodig hebben, krijgen in verschillende mate met veranderingen en de gevolgen daarvan te maken. Als dat gebeurt, krijgen de omgevingen om te overleven, die van nature aan de mensheid toebehoren, te maken met enorme gevolgen en uitdagingen. Welk lot en welke vooruitzichten zou de mensheid hebben in een dergelijk scenario waarbij hun basisomgeving voor overleving is vernietigd? Dat is een heel ernstig probleem! God weet om welke reden alle dingen van de schepping bestaan omwille van de mensheid, Hij kent de rol van alles wat Hij heeft geschapen, Hij weet wat voor invloed ze op mensen hebben en wat voor voordelen ze de mensheid brengen – daarom is er in Gods hart een plan voor dit alles en beheert Hij elk aspect van alle dingen die Hij heeft geschapen. Dus voor mensen is elk afzonderlijk ding wat Hij doet van groot belang – het is allemaal noodzakelijk. Wanneer je dus een of ander ecologisch verschijnsel ziet of bepaalde natuurwetten onder alle dingen, dan zul je niet meer twijfelen aan de noodzaak van elk afzonderlijk ding dat God heeft geschapen. Je zult in je onwetendheid geen woorden meer gebruiken om Gods regelingen van alle dingen en Zijn verschillende manieren om de mensheid te voorzien naar believen te veroordelen. Je zult ook geen willekeurige conclusies meer trekken over Gods wetten voor alle dingen die Hij heeft geschapen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Vanaf het moment dat je huilend ter wereld komt, begin je je taak uit te voeren. Je neemt je rol aan in Gods plan en binnen Gods ordening. Je begint aan de reis van het leven. Wat je achtergrond ook is, of wat de reis die voor je ligt ook is, niemand kan ontkomen aan de orkestratie en de regeling die de Hemel in petto heeft en niemand is meester over zijn eigen lot. Alleen Hij, die regeert over alle dingen is tot dergelijk werk in staat. Vanaf de dag dat de mens is ontstaan, heeft God steeds aan de volgende zaken gewerkt: het beheren van het universum, het bepalen van de regels volgens welke alle dingen veranderden en de baan waarin zij zich bewegen. Net als alle dingen, ontvangt de mens rustig en onbewust de voeding van de zoetheid en de regen en dauw van God. Net als alle dingen, leeft de mens onbewust onder de orkestratie van Gods hand. Hart en geest van de mens zijn in Gods hand en al het leven van de mens wordt door Gods ogen aanschouwd. Of je dit nu gelooft of niet, alle dingen, of ze nu levend of dood zijn, zullen verplaatsen, veranderen, vernieuwen en verdwijnen in overeenstemming met Gods gedachten. Zo regeert God over alle dingen.

uit ‘God is de bron van het leven van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

God heeft deze wereld geschapen, Hij heeft deze mensheid geschapen, en was ook de architect van de klassieke Griekse cultuur en menselijke beschaving. Alleen God troost deze mensheid, en alleen God zorgt dag en nacht voor deze mensheid. Menselijke ontwikkeling en vooruitgang is onscheidbaar van de soevereiniteit van God, en de geschiedenis en toekomst van de mensheid zijn onlosmakelijk met het ontwerp van God verweven. Als je een ware christen bent dan zul je zeker geloven dat de opkomst en ondergang van elk land of natie volgens het ontwerp van God verloopt. God alleen kent het lot van een land of natie, en God alleen beschikt over het verloop van deze mensheid. Als de mensheid een goed lot wil hebben, als een land een goed lot wil hebben, dan moet de mens in aanbidding naar God toe buigen, zich bekeren en belijden voor God, want anders zal het lot en de bestemming van de mensheid onvermijdelijk in een catastrofe eindigen.

…………

Misschien is jouw land momenteel welvarend, maar als je je mensen toelaat om van God af te dwalen, dan zal je land steeds meer de zegeningen van God mislopen. De beschaving van je land zal steeds meer onder de voet worden gelopen, en weldra zullen de mensen tegen God opstaan en de hemel vervloeken. En zo zal het lot van een land buiten medeweten van de mens worden geruïneerd. God zal machtige naties laten opstaan om de landen die God vervloekt heeft onder handen te nemen, en misschien zelfs van de aardbodem te laten verdwijnen. De opkomst en ondergang van een land of natie hangt ermee samen of haar leiders God aanbidden, en of zij hun mensen dichter tot God brengen en ze Hem laten aanbidden. En toch, in dit laatste tijdperk, omdat de mensen die God waarlijk zoeken en aanbidden steeds zeldzamer zijn, verschaft God speciale genade aan landen waarin het christendom de staatsreligie is. Hij brengt ze samen om een relatief rechtvaardige partij te vormen, terwijl atheïstische landen, of die landen die niet de ware God aanbidden, de tegenstanders worden van de rechtvaardige partij. Op deze manier heeft God niet alleen een plaats in de mensheid van waaruit Hij Zijn werk kan doen, maar heeft Hij ook landen tot Zijn beschikking die een rechtvaardig gezag kunnen uitoefenen, om zodoende landen die weerstand bieden aan God sancties en beperkingen op te leggen. Toch, ondanks dit alles, zijn er niet meer mensen die naar voren komen om God te aanbidden, want de mens is te ver van Hem afgedwaald, en God is te lang afwezig geweest in de gedachten van de mens. Op aarde blijven alleen landen die rechtvaardigheid uitoefenen en weerstand bieden aan onrechtvaardigheid. Maar dit is verre van de wensen van God, want geen enkele regering staat God toe om aan het hoofd te staan van hun volk, en geen enkele politieke partij zal haar mensen bijeenroepen om God te aanbidden. God heeft Zijn rechtmatige plaats in het hart van elk land, elke natie, elke regeringspartij en zelfs het hart van elk mens verloren. Ook al bestaan er rechtvaardige invloeden in de wereld, een regering waarbij God geen plaatst heeft in het hart van de mensheid is fragiel. Zonder de zegen van God zal het politieke strijdperk een chaos worden die gemakkelijk aangevallen kan worden. Om zonder de zegen van God te leven is voor de mens als leven zonder zon. Ongeacht hoe ijverig regeringsleiders aan hun volk bijdragen, ongeacht hoeveel rechtvaardige conferenties de mensen beleggen, niets van dat alles zal dingen veranderen of het lot van de mensheid wijzigen. De mens gelooft dat een land waarin mensen gevoed en gekleed zijn, waarin ze vreedzaam samenleven, een goed land is en een goede leiding heeft. Maar God denkt van niet. Hij gelooft dat een land waarin niemand Hem aanbidt er een is dat Hij zal vernietigen. De gedachtegang van de mens verschilt te veel van die van God. Dus als een staatshoofd God niet aanbidt, dan is het lot van dat land tragisch en het land zal geen bestemming hebben.

God doet niet mee met de politiek van mensen, maar het lot van een land of natie wordt bestuurd door God. God bestuurt deze wereld en het hele heelal. Het lot van de mens en het plan van God zijn nauw verbonden, en geen enkel mens, land of natie is van de soevereiniteit van God ontheven. Als de mens zijn lot wil kennen moet hij voor God verschijnen. God zal hen die Hem volgen en aanbidden laten gedijen, en zal hen die zich tegen Hem verzetten en Hem afwijzen in verval doen geraken en laten uitsterven.

uit ‘God beschikt over het lot van de gehele mensheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het bestaan van de spirituele wereld is onlosmakelijk verbonden met de materiële wereld van de mensheid. Het speelt een belangrijke rol in de cyclus van leven en dood van de mens in Gods heerschappij over alle dingen; dat is de rol van de spirituele wereld, en een van de redenen waarom haar bestaan van belang is. Omdat het een plek is die niet waarneembaar is voor de vijf zintuigen, kan niemand goed beoordelen of zij bestaat of niet. Het reilen en zeilen van de spirituele wereld is nauw verbonden met het bestaan van de mensheid, waardoor de levensorde van de mens ook enorm wordt beïnvloed door de spirituele wereld. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit? Jazeker. Als ik dit zeg, begrijpen jullie meteen waarom ik dit onderwerp bespreek: Omdat het gaat om Gods soevereiniteit en Zijn bestuur. In een wereld als deze – één die onzichtbaar is voor mensen – overstijgt elk hemels bevel, decreet en bestuurlijk systeem de wetten en systemen van elk land in de materiële wereld, en geen wezen dat in deze wereld leeft, zou het lef hebben ze te overtreden of naar zich toe te trekken. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit en bestuur? In deze wereld bestaan duidelijke bestuurlijke decreten, duidelijke hemelse bevelen en duidelijke statuten. Op verschillende niveaus en op verschillende gebieden volgen opzichters strikt hun plicht en houden zich aan regels en voorschriften omdat ze de consequentie kennen van het overtreden van een hemels bevel, zijn ze zich heel erg bewust van hoe God het kwade bestraft en het goede beloont, en van hoe Hij alle dingen bestuurt, hoe Hij over alle dingen heerst, en bovendien zien ze heel goed hoe God Zijn hemelse bevelen en statuten uitvoert. Verschillen die van de materiële wereld, bewoond door de mens? Ze zijn totaal verschillend. Het is een totaal andere wereld dan de materiële wereld. Omdat er hemelse bevelen en statuten bestaan, gaat het over Gods soevereiniteit, bestuur en, bovendien, Gods gezindheid en wat Hij heeft en is.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het lot van de mens en van het universum zijn nauw verstrengeld met de soevereiniteit van de Schepper en onafscheidelijk verbonden met de orkestraties van de Schepper; uiteindelijk kunnen deze niet ontrafeld worden van het gezag van de Schepper. Door de wetten van alle dingen leert de mens de orkestraties en soevereiniteit van de Schepper te begrijpen; door de regels voor overleving neemt hij de regering van de Schepper waar; vanuit het lot van alle dingen trekt hij conclusies over de manieren waarop de Schepper Zijn soevereiniteit en heerschappij over mensen uitoefent; en in de levenscycli van menselijke wezens en alle dingen ervaart de mens werkelijk de orkestraties en regelingen van de Schepper voor alle dingen en levende wezens, en is hij er werkelijk getuige van hoe deze orkestraties en regelingen alle aardse wetten, regels, instituties, alle machten en krachten overstijgen. In dat licht is de mensheid gedwongen te erkennen dat de soevereiniteit van de Schepper niet geschonden kan worden door enig schepsel, dat geen enkele kracht zich met gebeurtenissen en door de Schepper voorbestemde dingen kan bemoeien of die kan veranderen. Het is vanwege deze goddelijke wetten en regels dat mensen en alle dingen leven en zich voortzetten, van generatie op generatie. Is dit niet de ware belichaming van het gezag van de Schepper?

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

God is die Ene die heerst over alle dingen en alle dingen bestuurt. Hij heeft alles wat er is geschapen, Hij bestuurt alles wat er is, heerst over alles wat er is en zorgt voor alles wat er is. Dit is de status van God en de identiteit van God. Voor alle dingen en alles wat er is, is Gods ware identiteit die van de Schepper en de Heerser over alle dingen. Dit is de identiteit die God bezit, en Hij is uniek onder alle dingen. Geen van Gods schepsels – of ze nu onder de mensheid leven of in de spirituele wereld – kan op enige manier Gods identiteit en status imiteren of er de plaats van innemen, noch er enig excuus voor aanvoeren dit te proberen te doen, want er is er slechts één onder alle dingen die deze identiteit, deze kracht, dit gezag en dit vermogen om over alle dingen te heersen bezit: onze unieke God Zelf. Hij leeft en beweegt zich onder alle dingen. Hij kan opstijgen tot de hoogste plaats, boven alle dingen, en Hij kan Zichzelf vernederen door een mens te worden, een van degenen van vlees en bloed te worden, van aangezicht tot aangezicht te komen met mensen en met hen wel en wee te delen. Tegelijkertijd beveelt Hij over alles wat er is, en bepaalt het lot van alles wat er is en in welke richting het beweegt. Bovendien stuurt Hij het lot van de mensheid en de richting van de mensheid. Een God als deze moet worden aanbeden, gehoorzaamd en gekend door alle levende wezens. En dus, ongeacht tot welke groep en welk type onder de mensheid je behoort, is geloven in God, God volgen, God vereren, Gods regering accepteren en Gods regelingen voor je lot aanvaarden, de enige keuze, en de noodzakelijke keuze, voor elk mens, voor elk levend wezen. In Gods uniciteit zien mensen dat Zijn gezag, Zijn rechtvaardige gezindheid, Zijn wezen en de middelen waarmee Hij voor alle dingen zorgt alle uniek zijn. Zijn uniciteit bepaalt de ware identiteit van God Zelf, en het stelt ook Zijn status vast. En als er dus onder alle schepsels enig levend wezen, in de spirituele wereld of onder de mensheid, Gods plaats zou willen innemen of Hem zou proberen te imiteren, dan zou dat onmogelijk zijn. Dit is een feit.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. Hoe God over de gehele heelal-wereld heerst en deze bestuurt