556 De misleiding van God door de mens dringt in al hun daden door

556 De misleiding van God door de mens dringt in al hun daden door

1 Er zijn veel mensen die mij werkelijk willen liefhebben, maar ze hebben geen controle over zichzelf omdat hun hart niet van henzelf is. Veel mensen houden echt van me tijdens de beproevingen die ik hen opleg, maar zijn toch niet in staat te begrijpen dat ik echt besta, en houden louter van me in het midden van de leegheid en niet vanwege mijn werkelijke bestaan. Veel mensen schenken nadat ze mij hun hart hebben geschonken geen aandacht meer aan hun hart en laten hun hart door Satan weggraaien zodra hij de kans krijgt, waarna ze mij verlaten. Veel mensen houden echt van mij wanneer ik hen mijn woorden schenk, maar koesteren mijn woorden niet in hun geest. In plaats daarvan gebruiken ze mijn woorden achteloos als openbaar bezit en werpen zij ze terug naar waar ze vandaan kwamen wanneer het hen uitkomt.

2 De mens zoekt me in het midden van de pijn en kijkt naar me op tijdens beproevingen. In tijden van vrede verheugt hij zich in mij, wanneer hij in gevaar is loochent hij mij, wanneer hij te druk is vergeet hij mij en wanneer hij tijd heeft doet hij plichtmatig wat ik van hem verwacht – en toch heeft niemand zijn hele leven van mij gehouden. Ik wil dat de mens ten opzichte van mij eerlijk is: ik vraag niet dat hij me iets geeft, maar alleen dat alle mensen me serieus nemen, dat ze, in plaats van mij te misleiden, mij toestaan de eerlijkheid van de mens terug te brengen.

3 Mijn verlichting, mijn illuminatie en de kosten van mijn inspanningen dringen tot alle mensen door, maar aan de ander kant dringt ook de ware aard van elke handeling van de mens tot alle mensen door, evenals hun misleiding van mij. Ik heb me nooit in de war laten brengen door de mooie praatjes en trucjes van de mens, ik heb zijn essentie al heel lang geleden doorzien. Wie weet hoeveel onreinheid er door zijn bloed stroomt en hoeveel gif van Satan er in zijn merg zit? De mens raakt er elke dag meer aan gewend, zozeer dat hij ongevoelig wordt voor de teistering van Satan en niet meer geïnteresseerd is in het zoeken naar de ‘kunst van een gezond bestaan’.

Naar ‘Hoofdstuk 21’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

556 De misleiding van God door de mens dringt in al hun daden door