620 De woorden en daden van de mens kunnen het branden van God niet ontlopen

620 De woorden en daden van de mens kunnen het branden van God niet ontlopen

1 Ik stel vast dat jullie levens bestaan uit het drinken van het bloed van die onreine geesten en het eten van het vlees van die onreine geesten, omdat jullie elke dag voor mijn ogen hun vorm aannemen. Ten aanzien van mij was jullie gedrag bijzonder slecht, dus hoe zou ik iets anders kunnen voelen dan walging? In wat jullie zeggen, zitten de onzuiverheden van onreine geesten: jullie bedriegen, verbergen en vleien precies zoals zij die tovenarij verrichten, zoals zij die bedriegen en het bloed van de onrechtvaardigen drinken. Alle uitingen van de mensheid zijn zeer onrechtvaardig, dus hoe kunnen alle mensen in het heilige land worden geplaatst waar de rechtvaardigen zijn? Denk je dat dat verachtelijke gedrag van jou, jou als heilig kan onderscheiden van diegenen die onrechtvaardig zijn?

2 Die slangachtige taal van jou zal uiteindelijk jouw vlees, dat verwoesting aanricht en gruwelen verricht, kapot maken; die handen van jou, die bedekt zijn met het bloed van onreine geesten, zullen uiteindelijk ook je ziel naar de hel trekken. Dus waarom benut je deze kans niet om je handen, die bedekt zijn met vuil, te reinigen? En waarom maak je geen gebruik van deze gelegenheid om je tong, die onrechtvaardige woorden spreekt, uit te snijden? Zou het kunnen zijn dat je voor je twee handen en je tong en je lippen bereid bent om onder de vlammen van de hel te lijden? Ik bewaak het hart van alle mensen met mijn twee ogen, want lang voordat ik de mensheid schiep, hield ik hun harten in mijn handen. Ik heb lang geleden het menselijke hart doorzien, dus hoe zouden de gedachten in het hart van de mensen aan mijn ogen kunnen ontglippen? En hoe zouden ze op tijd het branden van mijn Geest kunnen ontlopen?

Naar ‘Je karakter is zo laag-bij-de-gronds!’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

620 De woorden en daden van de mens kunnen het branden van God niet ontlopen