XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid

XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid

(XI) Woorden over de relatie van de mens met God

128. Gods gezindheid is open voor iedereen en niet verborgen, omdat God nooit enig mens bewust heeft ontweken en nooit bewust heeft geprobeerd Zichzelf te verbergen zodat de mens Hem niet kan kennen of begrijpen. Gods gezindheid is altijd open geweest en heeft altijd elke persoon onbevangen aan kunnen kijken. Tijdens Gods management doet God Zijn werk, kijkt Hij iedereen aan; en Zijn werk wordt gedaan in ieder persoon. Terwijl Hij Zijn werk doet, onthult Hij voortdurend Zijn gezindheid, gebruikt Hij voortdurend Zijn essentie en wat Hij heeft en is om ieder persoon te leiden en deze van het nodige te voorzien. In elk tijdperk en op elk toneel, waarbij het niet uitmaakt of de omstandigheden goed of slecht zijn, is Gods gezindheid altijd open voor elk individu en zijn ook Zijn eigendommen en wezen altijd open voor elk individu, op dezelfde manier als Zijn leven voortdurend en onophoudelijk voorziet voor de mensheid en de mensheid ondersteunt. Ondanks dit alles blijft Gods gezindheid verborgen voor sommigen. Waarom is dat zo? Dat is omdat deze mensen, hoewel ze binnen Gods werk wonen en God volgen, nooit hebben geprobeerd God te begrijpen of God wilden leren kennen, laat staan dichter bij God wilden komen. Voor deze mensen betekent het begrijpen van Gods gezindheid dat hun einde nadert; het betekent dat ze geoordeeld en veroordeeld zullen worden door Gods gezindheid. Daarom hebben deze mensen nooit het verlangen gehad God of Zijn gezindheid te begrijpen; en hebben ze nooit een dieper begrijpen of kennen van Gods wil begeerd. Ze zijn niet van plan Gods wil te begrijpen door bewuste samenwerking. Ze genieten alleen maar altijd en worden nooit moe van het doen van de dingen die ze doen. Ze geloven in de God waarin zij willen geloven. Ze geloven in de God die alleen in hun verbeelding bestaat, de God die alleen in hun gedachten bestaat en geloven in een God die niet van hen gescheiden kan worden in hun dagelijkse leven. Als het gaat om de ware God Zelf, zijn ze volledig afwijzend, zonder het verlangen Hem te begrijpen, Hem in acht te nemen en hebben ze nog minder de bedoeling meer naar Hem toe te groeien. Ze gebruiken de woorden die God uitspreekt alleen maar om zichzelf te verbergen, zichzelf te verpakken. Zij vinden dat ze daardoor al succesvolle gelovigen zijn en mensen zijn met het vertrouwen in God in hun hart. In hun hart worden ze geleid door hun verbeelding, hun opvattingen en zelfs hun persoonlijke definitie van God. Aan de andere kant heeft de ware God Zelf helemaal niets met hun te maken. Want zodra zij de ware God Zelf begrijpen, Gods ware gezindheid begrijpen en begrijpen wat God heeft en is, betekent dit dat hun acties, hun geloof en hun streven veroordeeld zullen worden. Daarom zijn ze niet bereid Gods essentie te begrijpen, en zijn ze terughoudend en niet bereid God actief te zoeken of te bidden om Hem beter te begrijpen, Zijn wil beter te kennen, en Zijn gezindheid beter te begrijpen. Ze zien God liever als iets dat bedacht is, dat leeg en ongrijpbaar is. Ze zouden God liever zien als iemand die precies zo is als zij zich hadden voorgesteld, iemand die naast hen kan staan en altijd voor hen klaarstaat, onuitputtelijk is in Zijn voorzieningen en altijd beschikbaar is. Als zij van Gods genade willen genieten, vragen ze God die genade te zijn. Als ze Gods zegen nodig hebben, vragen ze God die zegen te zijn. Als ze met tegenspoed te kampen krijgen, vragen ze God om hen kracht te geven, hun vangnet te zijn. De kennis van God van deze mensen zit vast in het domein van genade en zegen. Hun begrip van Gods werk, Gods gezindheid en God is ook beperkt tot hun verbeelding en slechts brieven en doctrines. Maar er zijn ook sommige mensen die ernaar verlangen Gods gezindheid te begrijpen, die God Zelf oprecht willen zien, en Gods gezindheid en wat Hij heeft en is werkelijk willen begrijpen. Deze mensen streven de werkelijkheid na van waarheid en Gods redding, en proberen Gods overwinning, redding en vervolmaking te ontvangen. Deze mensen gebruiken hun hart om Gods woord te lezen, gebruiken hun hart om elke situatie en elke persoon, gebeurtenis en ding dat God voor hen heeft geregeld, te waarderen, en bidden en zoeken oprecht. Wat zij het allerliefst willen, is Gods wil kennen en Gods ware gezindheid en essentie kennen. Dit willen ze zodat ze God niet langer beledigen en door hun ervaringen meer van Gods lieflijkheid en Zijn ware kant kunnen zien. Het is bovendien zo dat een oprecht waarachtige God bestaat in hun hart, en opdat God een plaats in hun hart krijgt, zodat ze niet langer leven tussen verbeeldingen, opvattingen of ongrijpbaarheid. Voor deze mensen is de reden dat zij een dringend verlangen hebben om Gods gezindheid en Zijn essentie te begrijpen, dat Gods gezindheid en essentie dingen zijn die de mensheid ooit in zijn ervaringen nodig zou kunnen hebben, dingen die in leven voorzien gedurende hun leven. Als ze Gods gezindheid eenmaal begrijpen, kunnen ze God beter eerbied bewijzen, beter samenwerken met Gods werk, en meer open staan voor Gods wil en kunnen ze hun plicht naar hun beste vermogen vervullen. Dit zijn twee soorten mensen als het gaat over hun houding ten opzichte van Gods gezindheid. De eerste soort wil Gods gezindheid niet begrijpen. Zelfs als ze zeggen dat ze Gods gezindheid willen begrijpen, God Zelf willen leren kennen, willen zien wat God heeft en is en Gods wil oprecht waarderen, diep van binnen zouden ze willen dat God niet bestond. Omdat deze soort mensen God voortdurend ongehoorzaam is en weerstaat, strijden ze met God om positie in hun eigen hart en betwijfelen of zelfs ontkennen ze vaak Gods bestaan. Ze willen niet dat Gods gezindheid of God Zelf een plaats inneemt in hun hart. Ze willen alleen hun eigen verlangens, verbeeldingen en ambities vervullen. Deze mensen geloven misschien in God, volgen God en kunnen ook hun familie en baan opgeven voor Hem, maar ze beëindigen hun kwaadaardige gedrag niet. Sommigen stelen of verkwisten zelfs offergaven, of vervloeken God in stilte, terwijl anderen hun positie kunnen gebruiken om herhaaldelijk over zichzelf te getuigen, zichzelf te vergroten en met God strijden om mensen en status. Ze gebruiken verschillende methodes en maatregelen om te zorgen dat mensen hen aanbidden, proberen voortdurend mensen over te halen en de controle over ze te hebben. Sommigen misleiden mensen zelfs bewust om te denken dat zij God zijn, zodat ze als God behandeld zullen worden. Ze zouden mensen nooit vertellen dat ze verdorven zijn, dat zij ook verdorven en arrogant zijn, en dat zij niet aanbeden moeten worden, en dat, hoe goed ze het ook doen, het allemaal het gevolg is van Gods verhoging en wat ze eigenlijk zouden moeten doen. Waarom zeggen ze deze dingen niet? Omdat ze ten diepste bang zijn hun plaats in het hart van mensen te verliezen. Daarom verhogen zulke mensen God nooit en zullen ze nooit getuigen van God, omdat ze nooit hebben geprobeerd God te begrijpen. Kunnen zij God kennen zonder Hem te begrijpen? Onmogelijk! Daarom verschilt hun mening van die van alle anderen, ook al zijn de woorden in het onderwerp ‘Gods werk, Gods gezindheid, en God Zelf’ nog zo eenvoudig. Voor iemand die God vaak ongehoorzaam is, Hem weerstaat en vijandig tegenover God staat, betekent dit veroordeling; terwijl voor iemand die de werkelijkheid van de waarheid zoekt en vaak voor God verschijnt om Gods wil te zoeken, is dit ongetwijfeld net als een vis in het water.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

129. Toen God van Zijn bed opstond, was Zijn eerste gedachte deze: een levend wezen te scheppen, een echt, levend mens – iemand om mee te leven en die Zijn constante metgezel zou zijn. Deze mens zou naar Hem kunnen luisteren en God zou hem in vertrouwen kunnen nemen en met hem spreken. Toen, voor de eerste keer, greep God een hand stof en gebruikte het om de allereerste mens die Hij zich voorgesteld had te scheppen. Vervolgens gaf Hij dit levende schepsel een naam: Adam. Hoe voelde God zich nadat Hij deze levende en ademende mens had verkregen? Voor het eerst voelde Hij de vreugde van het hebben van een dierbare, een metgezel. Hij voelde ook voor de eerste keer de verantwoordelijkheid van het vaderschap en de zorg die daarmee gepaard gaat. Deze levende en ademende mens bracht God blijdschap en vreugde; Hij voelde zich voor de eerste keer getroost. Dit was het eerste ding dat God ooit had gedaan dat niet met Zijn gedachten en zelfs niet met Zijn woorden bewerkstelligd was, maar met Zijn eigen twee handen was verricht. Toen dit wezen – een levend en ademend mens – gemaakt van vlees en bloed, met lichaam en vorm voor God stond en in staat was met God te spreken, ervoer Hij een soort vreugde dat Hij nooit eerder had gevoeld. Hij voelde echt Zijn verantwoordelijkheid en het levende wezen ontroerde Hem niet alleen, maar elke kleine beweging van hem raakte Hem en verwarmde Zijn hart. Toen dit levende wezen dus voor God stond, was het de eerste keer dat Hij het idee kreeg meer mensen zoals deze te verwerven. Dit was de serie gebeurtenissen die begon bij deze eerste gedachte van God. Voor God vonden al deze gebeurtenissen voor de eerste keer plaats, maar tijdens deze eerste gebeurtenissen, wat Hij ook voelde op dat moment – vreugde, verantwoordelijkheid, zorg – er was niemand waarmee Hij het kon delen. Vanaf dat moment voelde God een eenzaamheid en verdriet zoals Hij nog nooit eerder had ervaren. Hij voelde dat de menselijke wezens Zijn liefde, zijn zorg en bedoelingen voor de mensheid niet zouden kunnen accepteren en begrijpen, en voelde dus nog steeds smart en pijn in Zijn hart. Hoewel Hij deze dingen voor de mens had gedaan, was de mens zich hier niet van bewust en begreep hij het niet. Naast de blijdschap, vreugde en troost die de mens Hem bracht, bezorgde hij Hem ook snel de eerste gevoelens van smart en eenzaamheid. Dit waren de gedachten en gevoelens van God op dat moment. Terwijl God al deze dingen deed, veranderde in Zijn hart de gevoelens van vreugde in smart en van smart in pijn, alles vermengd met bezorgdheid. Alles wat Hij wilde doen is deze mens, dit menselijk ras, zo snel mogelijk te laten weten wat er in Zijn hart was en hem sneller Zijn intenties te laten begrijpen. Vervolgens konden zij Zijn volgelingen worden en in overeenstemming met Hem zijn. Zij zouden niet langer naar God luisteren maar sprakeloos blijven; ze zouden niet langer onbewust zijn van hoe zij zich bij God en Zijn werk kunnen aansluiten, en bovenal zouden ze niet langer mensen zijn die onverschillig staan tegenover Gods eisen. Deze eerste dingen die God heeft volbracht zijn bijzonder betekenisvol en van grote waarde voor Zijn managementplan en voor de mens van vandaag.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

130. Genesis 2:15-17 En Jehova God voerde de mens naar de hof van Eden om die te cultiveren en ervoor te zorgen. En Jehova God gaf het volgende gebod aan de mens: “Je mag van iedere boom in de hof eten wat je wilt. Je moet alleen niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, want zodra je daarvan eet, zul je sterfelijk worden.”

Hebben jullie iets uit deze verzen gehaald? Wat voor gevoel hebben jullie bij dit Schriftgedeelte? Waarom werd “Gods gebod aan Adam” uit de Schrift gelicht? Heeft elk van jullie nu een momentopname van God en Adam in gedachten? Jullie kunnen proberen je er een voorstelling van te maken: als jullie in die scène zouden figureren, hoe zou de God in jullie hart er dan uitzien? Wat voor emoties maakt dit beeld bij jullie los? Dit is een ontroerend en hartverwarmend beeld. Hoewel alleen God en de mens erin voorkomen, is de intimiteit tussen hen erg benijdenswaardig: Gods overvloedige liefde wordt gratis aan de mens geschonken en omgeeft de mens; de mens is naïef en onschuldig, zonder last en zonder zorgen en leeft gelukzalig onder Gods toeziend oog; God toont zorg voor de mens, terwijl de mens onder de bescherming en zegen van God leeft; alle dingen die de mens doet en zegt, zijn nauw en onlosmakelijk met God verbonden.

Jullie kunnen zeggen dat dit het eerste gebod is dat God de mens gaf nadat Hij hem had geschapen. Wat omvat dit gebod? Het omvat Gods wil, maar ook Zijn zorgen over de mensheid. Dit is Gods eerste gebod en het is ook de eerste keer dat God zich zorgen maakt over de mens. Dit betekent dat God een verantwoordelijkheid jegens de mens had vanaf het moment dat Hij hem schiep. Wat is Zijn verantwoordelijkheid? Hij moet de mens beschermen, voor de mens zorgen. Hij hoopt dat de mens Zijn woorden kan vertrouwen en gehoorzamen. Dit is ook de eerste verwachting die God van de mens heeft. Vanuit deze verwachting zegt God het volgende: “Je mag van iedere boom in de hof eten wat je wilt. Je moet alleen niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, want zodra je daarvan eet, zul je sterfelijk worden.” Deze eenvoudige woorden vormen de uitdrukking van Gods wil. Ze laten ook zien dat Gods hart reeds zorg voor de mens begint te tonen. Van alle dingen was alleen Adam naar Gods beeld gemaakt; Adam was het enige levende wezen dat Gods levensadem bezat; hij kon met God wandelen en met God spreken. Daarom gaf God hem dit gebod. Met dit gebod maakte God heel duidelijk wat de mens kan doen, en wat hij niet kan doen.

In deze paar eenvoudige woorden zien we Gods hart. Maar wat voor hart zien we? Is er liefde in Gods hart? Zit er enige vorm van zorg in? Gods liefde en zorg in deze verzen kunnen niet alleen door mensen worden doorgrond, maar ook goed en werkelijk worden gevoeld. Is dat niet zo? Nu ik deze dingen heb gezegd, denken jullie dan nog steeds dat het slechts een paar eenvoudige woorden zijn? Niet zo eenvoudig, toch? Konden jullie dit eerder ook al zien? Als God persoonlijk deze woorden tegen jou zou zeggen, hoe zou je je dan van binnen voelen? Als je geen menselijke persoon bent, als je hart ijskoud is, zou je niets voelen, zou je geen besef hebben van Gods liefde en niet proberen Gods hart te begrijpen. Maar als je een gewetensvolle, menselijke persoon bent, zou je je anders voelen. Je zou warmte voelen, ervaren dat er voor je wordt gezorgd en je geliefd voelen, en je zou geluk ervaren. Klopt dat? Wanneer je deze dingen voelt, hoe zou je je dan tegenover God gedragen? Zou je je met God verbonden voelen? Zou je God liefhebben en ontzag voor Hem hebben vanuit het diepst van je hart? Zou je hart dichter naar God toe groeien? Hieraan kun je zien hoe belangrijk Gods liefde voor de mens is. Maar nog wezenlijker is dat de mens Gods liefde doorgrondt en begrijpt.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

131. Gezien dit beeld van “Jehova God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van dierenhuiden en kleedde hen daarmee.” wat voor rol speelt God dan wanneer Hij bij Adam en Eva is? Wat voor rol heeft God in een wereld met slechts twee mensen? … Sommigen van jullie denken dat God fungeert als een gezinslid van Adam en Eva, terwijl anderen zeggen dat God fungeert als hoofd van het gezin en weer anderen als een ouder. Dat klopt allemaal. Maar waar doel ik op? God schiep deze twee mensen en behandelde hen als Zijn metgezellen. Als hun enige familie zorgde God voor hun levensonderhoud en voorzag Hij ook in hun basisbehoeften. Hier fungeert God als een ouder van Adam en Eva. Wanneer God dit doet, ziet de mens niet hoe verheven God is; hij ziet niet Gods opperste superioriteit, Zijn raadselachtigheid en vooral niet Zijn toorn of majesteit. Al wat hij ziet, is Gods nederigheid, Zijn affectie, Zijn zorg voor de mens en Zijn verantwoordelijkheid en aandacht voor hem. Gods houding en de wijze waarop Hij met Adam en Eva omging, lijken op hoe menselijke ouders zorg voor hun eigen kinderen tonen. Ze lijken ook op hoe menselijke ouders hun eigen zoons en dochters liefhebben en zorg en aandacht voor hen hebben – reëel, zichtbaar en tastbaar. In plaats van Zichzelf op een hoogverheven positie te plaatsen, maakte God persoonlijk kleding van dierenvellen voor de mens. Het maakt niet uit of deze bontjas werd gebruikt om hun schaamte te bedekken of hen tegen de kou te beschermen. Kort gezegd, deze kleding die werd gebruikt om het lichaam van de mens te bedekken, was eigenhandig door God gemaakt. God heeft deze niet simpelweg via een gedachte of wonderbaarlijke methodes gecreëerd zoals mensen zich voorstellen, maar Hij heeft op legitieme wijze iets gedaan waarvan de mens denkt dat God dat niet zou kunnen en moeten doen. Dit is wellicht iets eenvoudigs waarvan sommigen zelfs kunnen denken dat het niet de moeite waard is om te noemen. Hierdoor kunnen echter allen die God volgen, maar voorheen allemaal vage ideeën over Hem hadden, een inzicht in Zijn waarachtigheid en beminnelijkheid krijgen en Zijn trouwe en nederige natuur waarnemen. Het zorgt ervoor dat onuitstaanbaar arrogante mensen die denken dat ze hoog verheven zijn, hun verwaande hoofd schaamtevol buigen in het licht van Gods waarachtigheid en nederigheid. Dankzij Gods waarachtigheid en nederigheid kunnen mensen tevens zien hoe beminnelijk Hij is. Daarentegen is de immense God, de beminnelijke God en de almachtige God in de harten van mensen heel klein, onaantrekkelijk en niet in staat om ook maar aan één klap weerstand te bieden. Wanneer je dit vers ziet en dit verhaal hoort, kijk je dan neer op God, omdat Hij zoiets heeft gedaan? Voor sommige mensen geldt dat misschien, maar voor anderen is het precies andersom. Zij zullen denken dat God waarachtig en beminnelijk is, en het is nu juist Gods waarachtigheid en beminnelijkheid die hen raakt. Hoe meer zij de ware kant van God ontdekken, hoe meer zij de ware aanwezigheid van Gods liefde en het belang van God in hun hart kunnen doorgronden, en hoe Hij op elk moment naast hen staat.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

132. Van het vroegste begin tot de dag van vandaag is alleen de mens in staat geweest met God een gesprek te voeren. Dat wil zeggen, van alle levende dingen en schepselen van God, is er behalve de mens geen enkel wezen geweest dat een gesprek met God kon hebben. De mens heeft oren om te horen, ogen om te zien, taal, zijn eigen ideeën, en vrije wil. De mens bezit alles wat nodig is om God te horen spreken, Gods wil te begrijpen en Gods opdracht te accepteren, en dus maakt God de mens al Zijn wensen kenbaar, om de mens tot metgezel te maken die één van geest is met Hem en samen met Hem kan wandelen. Vanaf het moment dat Hij begon met het beheer, heeft God gewacht tot de mens Hem zijn hart gaf, om God het hart te laten zuiveren en het toe te rusten, zodat hij aan God voldoet en door God geliefd wordt, en om te zorgen dat hij God vreest en het kwaad mijdt. God heeft altijd naar deze uitkomst uitgezien en erop gewacht.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

133. God beschouwt deze fase van het managen van de mensheid, het redden van mensen, als belangrijker dan wat dan ook. Hij doet deze dingen niet alleen met Zijn geest, noch alleen met Zijn woorden, en Hij doet het vooral niet nonchalant – Hij doet al deze dingen met een plan, met een doel, met standaarden en met Zijn wil. Het is duidelijk dat dit werk van het redden van de mensheid voor zowel God als de mens van groot belang is. Hoe moeilijk het werk ook is, hoe groot de obstakels ook zijn, hoe zwak de mensen ook zijn, hoe diep de rebellie van de mensheid ook gaat, niets van dit alles is moeilijk voor God. God houdt Zichzelf bezig, Hij breidt Zijn moeizame inspanningen uit en managet het werk dat Hij Zelf wil uitvoeren. Hij regelt ook alles en heerst over alle mensen en het werk dat Hij wil voltooien – geen van deze dingen zijn ooit eerder gedaan. Het is de eerste keer dat God deze methoden heeft gebruikt en Hij heeft een hoge prijs betaald voor dit grote project van het managen en redden van de mensheid. Tijdens het uitvoeren van dit werk heeft God beetje bij beetje, zonder voorbehoud verteld over Zijn harde werk, wat Hij heeft en is, over Zijn wijsheid en almacht en over elk aspect van zijn gezindheid. Hij onthult dit alles zonder voorbehoud beetje bij beetje aan de mensheid, waarbij Hij deze dingen openbaart en uitdrukt zoals Hij dat nog nooit eerder heeft gedaan. Er zijn dus nog nooit in het gehele universum schepsels geweest die zo dicht bij God staan, die zo'n intieme relatie met Hem hebben, als de mensen die God wil managen en redden. In Zijn hart is de mensheid die Hij wil managen en redden het allerbelangrijkst en Hij waardeert deze mensheid boven alles. Ondanks het feit dat Hij een hoge prijs voor hen heeft betaald en ondanks het feit dat zij Hem continu pijn doen en ongehoorzaam zijn, geeft Hij ze nooit op en gaat onvermoeibaar door met Zijn werk, zonder klacht of spijt. Dit is omdat Hij weet dat de mensen op een dag, vroeg of laat, zijn oproep zullen horen, wakker zullen worden en geroerd door Zijn woorden zullen erkennen dat Hij de Heer van de schepping is, en aan zijn zijde zullen terugkeren …

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

134. Iedereen die de Bijbel heeft gelezen weet dat er vele dingen gebeurde toen de Heer Jezus werd geboren. De belangrijkste gebeurtenis was dat Jezus werd vervolgd door de koning der duivels, waarbij het zelfs zover kwam dat alle kinderen die twee jaar of jonger waren in dat gebied werden vermoord. Het is duidelijk dat God een groot risico nam door vlees onder de mensen te worden en de enorme prijs die Hij betaalde voor het voltooien van Zijn management van het redden van de mensheid is ook overduidelijk. De grote hoop die God had voor Zijn werk in het vlees onder de mensheid is ook duidelijk. Toen Gods vlees in staat was het werk onder de mensheid op Zich te nemen, hoe voelde Hij Zich toen? Mensen zouden dat een beetje moeten kunnen begrijpen, nietwaar? Op z'n minst was God blij dat Hij kon beginnen met het ontplooien van Zijn nieuwe werk onder de mensheid. Toen de Heer Jezus was gedoopt en officieel met Zijn werk van het vervullen van Zijn bediening begon, werd Gods hart overstelpt door vreugde omdat Hij, na zoveel jaren wachten en voorbereiding, eindelijk het vlees van een gemiddeld mens op Zich kon nemen en kon beginnen met Zijn nieuwe werk in de vorm van een mens van vlees en bloed die mensen konden zien en aanraken. Hij kon eindelijk van aangezicht tot aangezicht en van hart tot hart met mensen spreken door middel van de identiteit van een mens. God kon eindelijk van aangezicht tot aangezicht, in menselijke taal en op een menselijke manier met de mensheid spreken. Hij kon de mensheid onderhouden en door menselijke taal te gebruiken hen verlichten en helpen. Hij kon aan dezelfde tafel met hen eten en met hen in dezelfde ruimte leven. Hij was ook in staat menselijke wezens te zien, dingen waar te nemen, alles te zien op de manier dat mensen het zagen en dat zelfs door hun eigen ogen. Voor God was dit reeds Zijn eerste overwinning van Zijn werk in het vlees. Er zou ook kunnen worden gezegd dat dit een voltooiing van een groot werk was – dit was uiteraard hetgene waar God het meest verheugd over was. Dat moment was de eerste keer dat God een soort van troost voelde in Zijn werk onder de mensheid. Al deze gebeurtenissen waren zo praktisch en zo natuurlijk, en de troost die God voelde was zo authentiek. Elke keer dat een nieuwe fase van Gods werk is voltooid en elke keer dat God Zich voldaan voelt, is dit een gelegenheid voor de mensheid om dichter bij God en verlossing te komen. Voor God is dit ook de aanvang van Zijn nieuwe werk, wanneer Zijn managementplan één stap verder komt en bovendien wanneer de volledige verwezenlijking van Zijn wil naderbij komt. Voor de mensheid is de komst van zo’n kans gelukkig en heel goed; voor al degenen die op Gods redding wachten is dit gedenkwaardig nieuws. Wanneer God een nieuwe fase van Zijn werk uitvoert, maakt Hij een nieuw begin. Wanneer dit nieuwe werk en nieuwe begin wordt gestart en onder de mensheid wordt geïntroduceerd, is de uitkomst van deze fase van het werk al bepaald, is het al volbracht en heeft God het uiteindelijke resultaat en de vruchten van het werk al gezien. Op dat moment voelt God Zich door dit resultaat ook voldaan en is Zijn hart, uiteraard, gelukkig. Omdat God in Zijn ogen reeds heeft gezien en vastgesteld wie de mensen zijn naar wie Hij op zoek is en Hij deze groep, een groep die in staat is Zijn werk succesvol te maken en Hem tevreden kan stellen, al heeft gewonnen, voelt God Zich gerustgesteld, zet Hij Zijn zorgen opzij en voelt Hij Zich gelukkig. Met andere woorden, wanneer het vlees van God in staat is onder de mensen te beginnen met nieuw werk, en Hij zonder belemmering begint met het werk dat Hij moet doen, en Hij voelt dat alles volbracht is, heeft Hij het einde reeds gezien. En vanwege dit einde is Hij tevreden en is Zijn hart blij. Hoe wordt Gods blijdschap uitgedrukt? Kunnen jullie je dat voorstellen? Zou God huilen? Kan God huilen? Kan God in Zijn handen klappen? Kan God dansen? Kan God zingen? Welk lied zou dat zijn? Natuurlijk zou God een prachtig, ontroerend lied kunnen zingen, een lied dat de vreugde en blijdschap in Zijn hart zou uitdrukken. Hij zou het voor de mensheid kunnen zingen, het voor Zichzelf kunnen zingen en het voor alle dingen kunnen zingen. Gods blijdschap kan op elke manier worden uitgedrukt – dit is allemaal normaal, God kent immers vreugde en verdriet en Zijn verschillende gevoelens kunnen op verschillende manieren worden uitgedrukt. Dit is Zijn recht en het is iets heel normaals. Jullie moeten er geen andere dingen bij denken en jullie moeten niet jullie eigen remmingen op God projecteren en Hem vertellen dat Hij dit of dat niet zou moeten doen, Hij niet op deze of die manier zou moeten handelen en Zijn vreugde of welk ander gevoel dat Hij heeft zou moeten beperken. In de harten van de mensen kan God niet gelukkig zijn, kan Hij geen tranen plengen, kan Hij niet huilen – Hij kan geen enkele emotie tonen. Ik geloof dat jullie door wat we deze twee keer hebben behandeld God niet langer op deze manier zien, maar God altijd enige vrijheid en bevrijding zullen gunnen. Dat is heel goed. In de toekomst, als jullie werkelijk Gods verdriet kunnen voelen wanneer jullie horen dat Hij verdrietig is, en jullie werkelijk Zijn blijdschap in je hart kunnen voelen wanneer jullie horen dat Hij blij is – zullen jullie op z'n minst in staat zijn om duidelijk te weten en te begrijpen wat God blij maakt en wat Hem verdrietig maakt – wanneer je je verdrietig kunt voelen omdat God verdrietig is en blij omdat God blij is, zal Hij je hart volledig hebben gewonnen en zal er geen enkele belemmering meer zijn tussen jou en Hem. Je zult niet langer proberen om God met menselijke voorstellingen, opvattingen en kennis aan banden te leggen. Op dat ogenblik zal God levend en intens in je hart zijn. Hij zal de God van je leven zijn en de Meester van alles wat je hebt. Hebben jullie dit soort aspiratie? Hebben jullie het vertrouwen dat jullie dit kunnen bereiken?

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

135. Toen God vlees werd en lange tijd onder de mensen woonde, nadat Hij de verschillende levensstijlen van de mens had ervaren en geobserveerd, werden deze ervaringen Zijn handboek voor het transformeren van Zijn goddelijke taal in menselijke taal. Natuurlijk verrijkten deze dingen die Hij zag en hoorde in het leven ook de menselijke ervaring van de Mensenzoon. Wanneer Hij wilde dat mensen bepaalde waarheden zouden begrijpen, iets van Gods wil zouden bevatten, kon Hij gelijkenissen zoals de bovenstaanden gebruiken om mensen te vertellen over Gods wil en Zijn eisen aan de mensheid. Deze gelijkenissen hadden allemaal betrekking op het leven van de mensen; er was er geen enkele die niets te maken had met het menselijk leven. Toen de Heer Jezus met de mensheid leefde, zag Hij boeren hun akkers bewerken, Hij wist wat onkruid was en wat zuurdesem was. Hij begreep dat de mensen van schatten hielden, dus gebruikte Hij de metaforen van zowel de schat als de parel. Hij zag regelmatig vissers hun netten uitwerpen, enzovoort. De Heer Jezus zag deze activiteiten in de levens van de mensen, en Hij ervoer Zelf dat soort leven. Hij was hetzelfde als elk ander normaal mens, at drie maaltijden per dag en nam deel aan andere dagelijkse gewoontes van de mensen. Hij ervoer persoonlijk het leven van een gemiddeld mens en was getuige van het leven van anderen. Toen Hij dit alles zag en persoonlijk ervoer, dacht Hij er niet over na hoe Hij een goed leven zou kunnen leiden of hoe Hij vrijer, comfortabeler zou kunnen leven. Toen Hij een authentiek menselijk leven ervoer, zag de Heer Jezus de narigheid in het leven van de mensen, zag Hij de narigheid, de ellende en het verdriet van de mensen onder de verdorvenheid van Satan, levend onder het domein van Satan en levend in zonde. Terwijl Hij persoonlijk het menselijk leven ervoer, ervoer Hij ook hoe hulpeloos de mensen waren die te midden van verdorvenheid leefden en zag en ervoer Hij de ellende van degenen die in zonde leefden, die verloren waren in de marteling door Satan, door het kwaad. Toen de Heer Jezus deze dingen zag, zag Hij ze toen met Zijn goddelijkheid of met Zijn menselijkheid? Zijn menselijkheid bestond echt – zijn menselijkheid was springlevend – Hij kon dit alles ervaren en zien, en natuurlijk Zag Hij het ook in Zijn essentie, in Zijn goddelijkheid. Dat wil zeggen, Christus Zelf, de Heer Jezus de mens zag dit, en alles wat Hij zag deed Hem het belang en de noodzaak beseffen van het werk dat Hij tijdens deze periode in het vlees op zich had genomen. Hij wist Zelf dat de verantwoordelijkheid die Hij in het vlees op Zich moest nemen enorm was en Hij wist hoe gruwelijk de pijn zou zijn die Hij zou moeten lijden; toen Hij echter de mensheid hulpeloos in zonde zag leven, toen Hij de ellende van hun leven en hun zwakke inspanningen onder de wet zag, voelde Hij meer en meer verdriet en verlangde Hij er sterker en sterker naar de mensheid van de zonde te redden. Welk soort moeilijkheden Hij ook het hoofd zou moeten bieden, of welke pijn Hij ook zou moeten lijden, Zijn vastberadenheid de mensheid die in zonde leefde te verlossen werd sterker en sterker. Je zou kunnen zeggen dat de Heer Jezus tijdens dit proces steeds duidelijker het werk dat Hij moest doen en wat Hem was toevertrouwd begon te begrijpen. Hij was er ook steeds meer op gebrand het werk dat Hij op zich had genomen te voltooien – alle zonden van de mensheid op zich te nemen, boete te doen voor de mensheid zodat ze niet langer in zonde leefde en God in staat zou zijn de zonden van de mens te vergeten vanwege het zondoffer, zodat Hij Zijn werk van het redden van de mensheid kon bespoedigen. Er kan worden gezegd dat de Heer Jezus in Zijn hart bereid was Zichzelf aan te bieden voor de mensheid, Zichzelf op te offeren. Hij was ook bereid als zondoffer te dienen en aan het kruis genageld te worden. Hij was erop gebrand dit werk te voltooien. Toen Hij de ellendige omstandigheden van het leven van de mens zag, wilde Hij zelfs nog meer Zijn missie zo snel mogelijk vervullen, zonder ook maar een minuut of seconde vertraging. Toen Hij dit gevoel van urgentie had, dacht Hij niet na over Hoe verschrikkelijk Zijn eigen pijn zou zijn en dacht Hij ook niet langer na over hoeveel vernedering Hij zou moeten verduren – Hij koesterde slechts één overtuiging in Zijn hart: zolang Hij Zichzelf zou opofferen, zolang Hij aan het kruis zou worden genageld als zondoffer, zou Gods wil worden uitgevoerd en zou Hij in staat zijn nieuw werk te beginnen. De levens van de mensheid in zonde, hun gesteldheid van leven in zonde, zou compleet veranderd worden. Zijn overtuiging en wat Hij vastbesloten was te doen hadden betrekking op het redden van de mens. Hij had slechts één doel: Gods wil uit te voeren zodat Hij met succes kon beginnen met de volgende fase van Zijn werk. Dit was het dat de Heer Jezus in die periode in gedachte had.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

136. Wanneer God vlees wordt, een gemiddeld, normaal mens wordt en onder de mensheid leeft, zij aan zij met mensen leeft, kan Hij dan de levenswijzen, -wetten en -filosofieën van de mensen niet zien en ervaren? Hoe doen deze levenswijzen en -wetten Hem voelen? Voelt Hij afkeer in Zijn hart? Waarom zou Hij afkeer voelen? Wat zijn de levenswijzen en -wetten van de mensheid? In welke principes zijn ze geworteld? Waar zijn ze op gebaseerd? De levenswijzen, -wetten enzovoort van de mensheid zijn allemaal gebaseerd op Satans logica, kennis en filosofie. Mensen die onder dit soorten wetten leven hebben geen menselijkheid, geen waarheid – ze trotseren allen de waarheid en zijn vijandig naar God. Als we kijken naar Gods essentie, zien we dat Zijn essentie exact het tegenovergestelde is van Satans logica, kennis en filosofie. Zijn essentie is vervuld van rechtvaardigheid, waarheid en heiligheid, en andere realiteiten van alle positieve dingen. God, die deze essentie bezit en tegelijk onder zo’n mensheid leeft – wat voelt Hij in Zijn hart? Is het niet vervuld van pijn? Zijn hart doet pijn en deze pijn is iets dat geen mens kan begrijpen of realiseren. Omdat alles waar Hij mee wordt geconfronteerd, wat Hij tegenkomt, hoort, ziet en ervaart de verdorvenheid en het kwaad van de mensen en hun rebellie en verzet tegen de waarheid is. De bron van Zijn lijden is alles wat uit mensen voortkomt. Dat wil zeggen, omdat Zijn essentie niet dezelfde is als die van verdorven mensen, wordt het verderf van mensen de bron van Zijn grootste lijden. Wanneer God vlees wordt, is Hij dan in staat iemand te vinden die dezelfde taal spreekt als Hem? Dit kan niet worden gevonden onder de mensheid. Wanneer er niemand kan worden gevonden waarmee God kan communiceren, niemand met wie Hij dit gesprek kan hebben – welk gevoel geeft dit God dan volgens jou? De dingen die mensen bespreken, waar ze van houden, waar ze naar streven en verlangen, hebben allemaal met zonde en boosaardige tendensen te maken. Wanneer God met dit alles wordt geconfronteerd, is dat niet als een mes in Zijn hart? Kon Hij, geconfronteerd met deze dingen, blijdschap in Zijn hart hebben? Kon Hij troost vinden? Degenen die met Hem leven zijn mensen vervuld van rebellie en kwaad – hoe zou Zijn hart dan niet lijden? Hoe groot is dit lijden werkelijk en wie geeft erom? Wie schenkt er aandacht aan? En wie zou het kunnen waarderen? Mensen kunnen Gods hart niet begrijpen. Zijn lijden is iets dat mensen in het bijzonder niet kunnen begrijpen en de onverschilligheid en gevoelloosheid van de mensheid maakte Gods lijden zelfs nog dieper.

Sommige mensen sympathiseren vaak met het lot van Christus omdat er een vers in de Bijbel is dat zegt: “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.” Wanneer mensen dit horen, raakt het hen en ze geloven dat dit het grootste lijden is dat God verduurt en het grootse lijden dat Christus ondergaat. Welnu, kijkend vanuit het perspectief van de feiten, is dat het geval? God gelooft niet dat deze moeilijkheden lijden zijn. Hij verhief nooit Zijn stem tegen onrecht vanwege de moeilijkheden van het vlees en Hij heeft de mensen nooit iets terug laten betalen of Hem met iets laten belonen. Wanneer Hij echter getuige is van het alles van de mensheid, de verdorven levens en het kwaad van de verdorven mensen, wanneer Hij er getuige van is dat de mensheid in Satans greep is en door Satan gevangen is genomen en niet kan ontsnappen, dat mensen die in zonde leven niet weten wat de waarheid is – dan kan Hij al deze zonden niet verdragen. Zijn afkeer van mensen neemt met de dag toe, maar Hij verdraagt dit alles. Dit is Gods grote lijden. God kan zelfs niet volledig de stem van Zijn hart of Zijn emoties uitdrukken onder Zijn volgelingen, en niemand onder Zijn volgelingen kan Zijn lijden werkelijk begrijpen. Niemand probeert ook maar Zijn hart te begrijpen of te troosten – Zijn hart verdraagt dit lijden van dag tot dag, van jaar tot jaar, elke keer opnieuw. Wat maken jullie uit dit alles op? God vraagt van de mensen geen enkele tegenprestatie voor wat Hij heeft gegeven, maar vanwege Gods essentie kan Hij het kwaad, de verdorvenheid en de zonde van de mensheid absoluut niet tolereren en voelt extreme afkeer en haat. Dit leidt ertoe dat Gods hart en Zijn vlees oneindig lijden.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

137. Er kan worden gezegd dat de serie dingen die de Heer Jezus zei en deed na zijn opstanding doordacht waren en werden gedaan met vriendelijke bedoelingen. Ze waren vol van de goedheid en liefde die God heeft voor de mensheid, en vol van de waardering en nauwgezette zorg die Hij had voor de intieme relatie die Hij had gevormd met de mensheid tijdens Zijn tijd in het vlees. Sterker nog, ze waren vol van de heimwee naar en de hoop die Hij had op het leven van eten en leven met Zijn volgelingen tijdens Zijn tijd in het vlees. God wilde dus niet dat mensen een afstand voelde tussen God en de mens, noch wilde Hij dat de mensheid afstand van God zou nemen. Sterker nog, Hij wilde niet dat de mensheid het gevoel had dat de Heer Jezus na Zijn opstanding niet langer de Heer was die zo intiem was met mensen, dat Hij niet langer met de mensheid was omdat Hij terug was gekeerd naar de spirituele wereld, terug was gekeerd naar de Vader die mensen nooit konden zien of bereiken. Hij wilde de mensen niet het gevoel geven dat er enig verschil in positie was tussen Hem en de mensheid. Wanneer God mensen ziet die Hem willen volgen maar Hem op respectvolle afstand houden, doet dat Zijn hart pijn omdat het betekent dat hun harten ver van Hem zijn. Het betekent dat het heel moeilijk voor Hem zal zijn hun harten te winnen. Als Hij dus aan de mensen was verschenen in een spiritueel lichaam dat ze niet konden zien of aanraken, zou dit opnieuw afstand hebben geschapen tussen de mens en God, en zou het de mensheid ten onrechte Christus na Zijn opstanding doen zien als iemand die verheven is, van een ander soort dan mensen, iemand die niet langer een tafel met de mens kon delen en samen eten omdat mensen zondig en vuil zijn en nooit dichtbij God kunnen komen. Om deze misverstanden van de kant van de mensheid weg te nemen, deed de Heer Jezus een aantal dingen die Hij ook regelmatig in het vlees deed, zoals vastgelegd in de Bijbel, “nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.” Hij legde ook de Schrift aan hen uit, zoals Hij dat gewoon was te doen. Alles wat de Heer Jezus deed liet iedereen die Hem zag voelen dat de Heer niet was veranderd, dat Hij nog steeds dezelfde Heer Jezus was. Hoewel Hij aan het kruis was genageld en de dood had ervaren, was Hij opgestaan en had Hij de mensheid niet verlaten. Hij was teruggekeerd om onder de mensen te zijn, en Zijn alles was niet veranderd. De Mensenzoon die voor de mensen stond was nog steeds dezelfde Heer Jezus. Zijn gedrag en Zijn gesprek met de mensen voelde zo vertrouwd aan. Hij was nog altijd vol goedertierenheid, genade en tolerantie – Hij was nog steeds die Heer Jezus die anderen liefhad als Zichzelf, die de mensheid zeventig maal zeven kon vergeven. Zoals altijd at Hij met mensen, besprak Hij de Schrift met hen en, nog belangrijker, was Hij net als voorheen van vlees en bloed en kon worden aangeraakt en gezien. Op deze manier liet de Mensenzoon mensen die intimiteit voelen, zich op hun gemak voelen en de vreugde voelen van iets terug te hebben gekregen dat was verloren. En ze voelden zich ook voldoende op hun gemak om moedig en vol vertrouwen te beginnen op Hem te vertrouwen en op te kijken naar deze Mensenzoon die de mensheid hun zonden kon vergeven. Ze begonnen ook zonder voorbehoud te bidden in de naam van de Heer Jezus, te bidden om Zijn genade en Zijn zegening, en te bidden om vrede en vreugde van Hem te ontvangen, om zorg en bescherming van Hem te krijgen. Ook begonnen ze genezingen te verrichten en demonen uit te drijven in de naam van de Heer Jezus.

Tijdens de periode dat de Heer Jezus in het vlees werkte waren veel van Zijn volgelingen niet in staat zijn identiteit en de dingen die Hij zei volledig te verifiëren. Toen Hij aan het kruis werd geheven was de houding van Zijn volgelingen er een van verwachting. Vanaf het moment dat Hij aan het kruis genageld hing helemaal tot aan het moment dat Hij in het graf werd gelegd was de houding van de mensen ten opzichte van Hem er een van teleurstelling. Tijdens deze periode had er in de harten van de mensen al een verschuiving plaatsgevonden van twijfel aan tot ontkenning van de dingen die de Heer Jezus in Zijn tijd in het vlees had gezegd. Toen Hij uit het graf wandelde en een voor een aan de mensen verscheen, had er bij de meerderheid van de mensen die Hem met hun eigen ogen hadden gezien of het nieuws van Zijn opstanding hadden gehoord geleidelijk een verschuiving plaatsgevonden van ontkenning naar scepticisme. Tegen de tijd dat de Heer Jezus Tomas zijn hand in Zijn zij had laten leggen, tegen de tijd dat de Heer Jezus het brood had gebroken en het ten overstaan van de menigte had opgegeten na Zijn opstanding, en nadat Hij ten overstaan van hen geroosterde vis had gegeten, pas toen accepteerden ze volledig het feit dat de Heer Jezus Christus in het vlees is. Jullie zouden kunnen zeggen dat het was alsof dit spirituele lichaam met vlees en bloed dat voor deze mensen stond ieder van hen deed ontwaken uit een droom. De Mensenzoon die voor hen stond was de Ene die sinds onheuglijke tijden had bestaan. Hij had een vorm, en vlees en botten, en Hij had reeds lange tijd met de mensen geleefd en gegeten … Op dit moment voelden de mensen dat Zijn bestaan zo echt, zo geweldig was en ze waren ook zo gelukkig en blij, en op hetzelfde moment vervuld van emotie. En Zijn herverschijning liet mensen ook werkelijk Zijn nederigheid zien, Zijn nabijheid voelen, en Zijn verlangen naar en gehechtheid aan de mensheid ervaren. Deze korte hereniging gaf de mensen die de Heer Jezus zagen het gevoel alsof er een mensenleven was verstreken. Hun verdwaalde, verwarde, angstige, bezorgde, verlangende en verdoofde harten vonden troost. Ze waren niet langer vol twijfel of teleurgesteld omdat ze voelden dat er nu hoop was en iets om op te vertrouwen. De Mensenzoon die tegenover hen stond zou tot in eeuwigheid achter hen staan, Hij zou hun sterke burcht zijn, hun toevluchtsoord voor altijd.

Hoewel de Heer Jezus was opgewekt, hadden Zijn hart en Zijn werk de mensheid niet verlaten. Hij vertelde mensen met Zijn verschijning, dat in wat voor vorm Hij ook bestond, Hij op elk moment en op elke plek de mensen zou vergezellen, met hen zou wandelen en bij hen zou zijn. En op elk moment en elke plek zou Hij voor de mensheid zorgen en hen weiden, hen toestaan Hem te zien en aan te raken, en er voor zorgen dat ze zich nooit meer hulpeloos zouden voelen. De Heer Jezus wilde ook dat de mensen dit zouden weten: ze leven niet alleen in deze wereld. God zorgt voor de mensheid, God is met hen, mensen kunnen altijd op God steunen, Hij is familie van elk van Zijn volgelingen. Met God om op te steunen zal de mensheid niet langer meer eenzaam en hulpeloos zijn, en degenen die Hem als hun zondoffer aanvaarden zullen niet langer zijn gebonden door de zonde. In de ogen van de mensen waren deze onderdelen van het werk die de Heer Jezus uitvoerde na Zijn opstanding heel kleine dingen, maar zoals ik het zie was elk ding zo betekenisvol en zo waardevol en waren ze allemaal zo belangrijk en gewichtig.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

138. God had de mens geminacht, omdat de mens vijandig tegenover Hem stond, maar in Zijn hart bleven Zijn zorg, aandacht en barmhartigheid voor de mens onveranderd. Zelfs toen Hij de mensheid vernietigde, bleef Zijn hart onveranderd. Toen de mensheid vol verdorvenheid en tot op zekere hoogte ongehoorzaam aan God was, moest God vanwege Zijn gezindheid en Zijn wezen en in overeenstemming met Zijn beginselen deze mensheid wel vernietigen. Maar vanwege Gods wezen had Hij nog steeds medelijden met de mensheid en wilde Hij de mensheid zelfs op verschillende manieren verlossen, zodat ze konden blijven leven. In plaats daarvan verzette de mens zich tegen God en bleef hij ongehoorzaam aan God en weigerde Gods redding te aanvaarden, dat wil zeggen dat hij weigerde Zijn goede bedoelingen te aanvaarden. Het maakte niet uit hoe God hem riep, hem op dingen wees, hem van dingen voorzag, hem hielp of Zich verdraagzaam tegenover hem opstelde, de mens begreep of besefte het niet en schonk er geen aandacht aan. In Zijn pijn vergat God nog steeds niet de mens Zijn maximale verdraagzaamheid te tonen, in afwachting van het moment dat de mens zich zou omkeren. Nadat Hij Zijn grens had bereikt, deed Hij zonder aarzeling wat Hij moest doen. Met andere woorden, er was een specifieke tijdsperiode en proces vanaf het moment dat God het plan opvatte om de mensheid te vernietigen, tot het moment dat Hij officieel begon met Zijn werk om de mensheid te vernietigen. Dit proces had tot doel de mens de gelegenheid te bieden om te keren, en dat was de laatste kans die God de mens gaf. Wat deed God in deze periode voordat Hij de mensheid vernietigde? God getroostte zich veel moeite om de mens op dingen te wijzen en hem aan te sporen. Hoeveel pijn en verdriet Gods hart ook ervoer, Hij bleef Zijn zorg, aandacht en overvloedige barmhartigheid aan de mensheid schenken. Welke conclusie kunnen we daaruit trekken? Ongetwijfeld dat God werkelijk liefde voor de mensheid heeft en dat Hij daar niet slechts lippendienst aan bewijst. Zijn liefde is feitelijk, tastbaar en waarneembaar, niet namaak, onecht, bedrieglijk of aanmatigend. God maakt nooit gebruik van bedrog en creëert nooit valse beelden om mensen te laten inzien dat Hij beminnelijk is. Hij maakt nooit gebruik van een valse getuigenis om mensen Zijn beminnelijkheid te tonen of om met Zijn beminnelijkheid en heiligheid te pronken. Zijn deze aspecten van Gods gezindheid niet de liefde van de mens waard? Zijn zij geen aanbidding waard? Zijn zij het niet waard om te worden gekoesterd? Nu wil ik jullie vragen: denken jullie, nadat jullie deze woorden hebben gehoord, dat Gods grootheid slechts bestaat uit woorden op een vel papier? Is Gods beminnelijkheid slechts een holle kreet? Nee! Absoluut niet! Gods suprematie, grootheid, heiligheid, verdraagzaamheid, liefde, enzovoorts – al deze verschillende aspecten van Gods gezindheid en wezen worden telkens wanneer Hij Zijn werk verricht, in praktijk gebracht; zij worden belichaamd in Zijn wil voor de mens en tevens vervuld en weerspiegeld ten aanzien van iedere persoon. Ongeacht of je dat ooit eerder hebt gevoeld, zorgt God op alle mogelijke manieren voor iedere persoon. Daarbij maakt Hij gebruik van Zijn oprechte hart, wijsheid en diverse methodes om het hart van iedere persoon te verwarmen en de geest van iedere persoon wakker te maken. Dat staat onomstotelijk vast.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

139. God heeft de mensheid geschapen; ongeacht of zij verdorven zijn geraakt of Hem volgen, God behandelt mensen als Zijn geliefden – of zoals mensen zouden zeggen, degenen die Hem het meest dierbaar zijn – en niet als Zijn speeltjes. God zegt dat Hij de Schepper is en dat de mens Zijn schepping is en dit klinkt misschien alsof er een klein verschil in rang is. In werkelijkheid gaat echter alles wat God voor de mensheid heeft gedaan, dit soort relatie ver te boven. God heeft de mensheid lief, zorgt voor de mensheid en bekommert Zich om de mensheid. Ook voorziet hij voortdurend en onophoudelijk in de behoeften van de mensheid. Nooit voelt Hij in Zijn hart dat dit extra werk is of iets wat veel lof verdient. Evenmin heeft Hij het gevoel dat Hij een enorme bijdrage aan de mensheid levert door de mensheid te redden, hun de nodige dingen te verschaffen en hun alles te geven. Hij zorgt eenvoudigweg in alle rust en stilte voor de mensheid, op Zijn eigen manier en via Zijn eigen wezen en wat Hij heeft en is. Hoeveel zorg en hoeveel hulp de mensheid ook van Hem krijgt, God denkt er nooit aan om met de eer te strijken en Hij doet daar ook geen pogingen toe. Dit wordt bepaald door het wezen van God en het is tevens precies een ware uitdrukking van Gods gezindheid. Daarom zien we nooit, ongeacht of dat in de Bijbel of andere boeken is, dat God Zijn gedachten uit, en we zien ook nooit dat God aan mensen beschrijft of verklaart waarom Hij deze dingen doet, of waarom Hij zoveel om de mensheid geeft, om ervoor te zorgen dat de mensheid Hem dankbaar is of Hem prijst. Zelfs wanneer Hij lijdt, wanneer Zijn hart extreme pijn ervaart, vergeet Hij nooit Zijn verantwoordelijkheid jegens de mensheid of Zijn zorg voor de mensheid, terwijl Hij dit lijden en deze pijn alleen in stilte draagt. Integendeel, God blijft in de behoeften van de mensheid voorzien zoals Hij altijd doet. Al komt het vaak voor dat de mensheid God prijst of van Hem getuigt, God vraagt niet om zulk gedrag. De reden hiervoor is dat het nooit Gods bedoeling is dat Hij dankbaarheid ontvangt voor de goede dingen die Hij voor de mensheid doet, of daarvoor wordt terugbetaald. Aan de andere kant ontvangen de mensen die God vrezen en het kwaad mijden, die God werkelijk volgen, naar Hem luisteren en loyaal aan Hem zijn, en degenen die Hem gehoorzamen dikwijls Gods zegeningen, en God zal deze zegeningen zonder voorbehoud schenken. Bovendien gaan de zegeningen die mensen van God ontvangen, vaak hun voorstellingsvermogen te boven en ook alles wat mensen kunnen terugdoen voor wat zij hebben gedaan of de prijs die zij hebben betaald.

uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

140. Het lot van de mens wordt bepaald door zijn houding ten opzichte van God

God is een levende God, en omdat mensen zich anders gedragen in verschillende situaties, verschilt Gods houding ten opzichte van dit gedrag. Hij is namelijk geen marionet, noch is Hij lege lucht. Het leren kennen van Gods houding is een waardig streven voor de mensheid. Mensen zouden moeten leren hoe ze, door Gods houding te kennen, Gods gezindheid kunnen kennen en Zijn hart, beetje bij beetje, kunnen leren begrijpen. Wanneer je Gods hart, beetje bij beetje, gaat begrijpen, zul je niet vinden dat het vrezen van God en het mijden van kwaad moeilijk is om te volbrengen. Daar komt nog bij, wanneer je God begrijpt, zul je waarschijnlijk geen conclusies over Hem trekken. Wanneer je stopt met het trekken van conclusies over God, zul je Hem waarschijnlijk niet beledigen, en zal God je onbewust leiden om kennis over Hem te verkrijgen, en daardoor zul je God vrezen in je hart. Je zult stoppen met het definiëren van God door middel van de doctrines, de letters en de theorieën die je hebt geleerd. Integendeel, door altijd Gods bedoelingen in alle dingen op te zoeken, word je onbewust een persoon naar Gods hart.

Gods werk is niet te zien en niet te voelen voor de mensheid, maar wat God betreft, zijn de daden van elk persoon, samen met hun houding tegenover Hem – niet alleen waarneembaar voor God, maar ook zichtbaar. Dit is iets dat iedereen moet herkennen en begrijpen. Je vraagt je misschien altijd af: “Weet God wat ik hier doe? Weet God waar ik nu aan denk? Misschien wel, misschien ook niet.” Als je dit soort gedachten hebt waarin je God volgt en je in Hem gelooft en toch aan Zijn werk en Zijn bestaan twijfelt, dan zal er vroeg of laat een dag komen waarop je Hem kwaad maakt, omdat je toch al balanceerde op het randje van de afgrond. Ik heb mensen gezien die al vele jaren in God geloven, maar nog steeds niet de echte waarheid hebben verkregen of zelfs maar Gods wil hebben begrepen. Hun levensgestalte toont geen enkele vooruitgang, maar houdt zich alleen vast aan de oppervlakkigste doctrines. Dit komt omdat deze mensen Gods woord nooit als hun eigen leven hebben opgenomen, en ze hebben nooit echt Zijn bestaan onder ogen gezien en geaccepteerd. Denk je dat God het leuk vindt als hij zulke mensen ziet? Troosten ze Hem? In dat geval wordt het lot van de mensen bepaald door de manier waarop ze in God geloven. Of het nu gaat om de vraag hoe je naar God zoekt of hoe je God behandelt, het is je eigen houding die het belangrijkste is. Verwaarloos God niet alsof Hij lege lucht is ergens achter in je hoofd. Denk er altijd aan dat de God in wie je gelooft een levende God, een echte God is. Hij zit niet daarboven in de derde hemel met niets omhanden. Integendeel, Hij kijkt voortdurend in ieders hart, Hij kijkt naar wat je aan het doen bent, naar het kleinste woord en de kleinste daad, naar hoe je je gedraagt en wat je houding tegenover God is. Of je bereid bent om jezelf aan God te geven of niet, je hele gedrag en je diepste gedachten en ideeën liggen voor God, en worden door Hem bekeken. En door je gedrag, daden, en je houding ten opzichte van God, verandert Zijn houding ten opzichte van jou, en Zijn mening over jou voortdurend. Ik zou graag advies willen geven aan degenen die zichzelf als een kleine baby in de handen van God zouden willen leggen, alsof Hij enorm gesteld op je zou moeten zijn, alsof Hij je nooit zou kunnen verlaten, alsof Zijn houding tegenover jou vaststaat en nooit kan veranderen: houd op met dromen! God is rechtvaardig in Zijn behandeling van ieder persoon. Hij benadert het werk van de overwinning en redding van de mensheid serieus. Dat is zijn management. Hij behandelt elk persoon serieus, niet als een huisdier om mee te spelen. Gods liefde voor de mens is niet van het verwennende of bedervende soort; Zijn genade en verdraagzaamheid jegens de mensheid is niet toegeeflijk of onnadenkend. Integendeel, Gods liefde voor de mensheid is het leven te koesteren, er medelijden mee te hebben en het te respecteren; Zijn genade en tolerantie brengen Zijn verwachtingen van de mens over; Zijn genade en tolerantie zijn wat de mensheid nodig heeft om te overleven. God leeft en God bestaat echt; Zijn houding ten opzichte van de mensheid is principieel, helemaal geen dogmatische regel, en deze kan veranderen. Zijn wil voor de mensheid verandert geleidelijk en transformeert in de loop van de tijd, al naargelang de omstandigheden en de houding van elk persoon. Dus je moet dit goed weten en begrijpen dat de essentie van God onveranderlijk is en dat Zijn gezindheid op verschillende tijdstippen en in een verschillende context naar voren zal komen. Je denkt misschien niet dat dit een serieus probleem is, en je gebruikt je eigen persoonlijke opvattingen om je voor te stellen hoe God dingen zou moeten doen. Maar er zijn tijden dat het totaal tegenovergestelde van jouw standpunt waar is, en dat je door jouw eigen persoonlijke opvattingen te gebruiken bij je pogingen om God te peilen, je Hem al boos hebt gemaakt. Dit komt omdat God niet werkt zoals jij denkt , en God zal deze zaak niet behandelen zoals jij zegt. En dus herinner ik je eraan voorzichtig en attent te zijn in je benadering van alles om je heen, en te leren hoe je het principe moet volgen om in alle situaties op Gods manier te werk te gaan – God vrezen en het kwaad mijden. Je moet een duidelijk begrip ontwikkelen over zaken van Gods wil en Gods houding; zoek verlichte mensen om het je uit te leggen en zoek serieus. Beschouw de God waar je in gelooft niet als een marionet – door willekeurig te oordelen en conclusies te trekken, en God niet te behandelen met het respect dat Hij verdient. Wanneer je door God gered wordt, wanneer Hij jouw uitkomst bepaalt, ongeacht of Hij je genade, of verdraagzaamheid, of oordeel en tuchtiging toekent, staat Zijn houding ten opzichte van jou niet vast. Die hangt af van jouw houding ten opzichte van God, en je begrip van God. Laat niet één aspect van je kennis of begrip van God Hem voor eeuwig definiëren. Geloof niet in een dode God; geloof in een levende God.

uit ‘Hoe Gods gezindheid te kennen en het resultaat van Zijn werk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

141. Geloof in het lot is geen vervanging voor kennis over de soevereiniteit van de Schepper

Is er, na zoveel jaren volger te zijn geweest van God, een wezenlijk verschil tussen wat jullie van het lot weten en wat wereldlijke mensen weten? Hebben jullie de voorbestemming van de Schepper echt begrepen, en echt de soevereiniteit van de Schepper leren kennen? Sommige mensen hebben een diepzinnig en wezenlijk begrip van de zin “Zo is het lot”, maar geloven niet zelfs maar een klein beetje in Gods soevereiniteit, geloven niet dat het lot van de mens geregeld en georkestreerd wordt door God, en zijn niet bereid zich te onderwerpen aan Gods soevereiniteit. Die mensen zijn als een losgeslagen bootje, heen en weer geslingerd door de golven, met de stroming meedrijvend; ze hebben geen andere keuze dan passief af te wachten en zich bij het lot neer te leggen. Maar ze erkennen niet dat het lot van de mens ondergeschikt is aan Gods soevereiniteit; op eigen initiatief leren ze niet Gods soevereiniteit kennen, om zo kennis te verkrijgen van Gods gezag, zich te onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen, zich niet langer verzetten tegen het lot en onder Gods voorzienigheid, bescherming en leiding te leven. Met andere woorden, het lot accepteren is niet gelijk aan het zich onderwerpen aan Gods soevereiniteit. Geloof in het lot betekent niet dat men Gods soevereiniteit accepteert, erkent en kent. Geloof in het lot is slechts erkenning van dit feit en het fenomeen eromheen, wat iets anders is dan weten hoe de Schepper het lot van de mens regeert, iets anders dan erkennen dat de Schepper de heersende bron is van het lot van alle dingen en zeker iets anders dan het zich onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen van het lot van de mens. Als iemand alleen maar gelooft in het lot – er zelfs diepe gevoelens over koestert – maar daardoor niet in staat is de soevereiniteit van de Schepper over het lot van de mensheid te kennen, erkennen, zich eraan te onderwerpen en het te accepteren, dan zal zijn of haar leven evengoed tragisch zijn, een doelloos, leeg bestaan. Hij of zij zal dan nog steeds niet onderworpen kunnen worden aan de heerschappij van de Schepper, om een geschapen mens te worden in de meest ware zin van het woord en de goedkeuring van de Schepper te verkrijgen. Iemand die echt de soevereiniteit van de Schepper kent en ervaart, zou in een actieve, niet in een passieve, hulpeloze staat moeten zijn. Naast de acceptatie dat alles door het lot bepaald is, zou hij of zij een precieze definitie van het leven en het lot moeten bezitten: dat ieder leven onderworpen is aan Gods soevereiniteit. Als iemand terugkijkt op de weg die hij heeft bewandeld, als iemand herinneringen ophaalt over elke fase van zijn levensreis, of zijn pad nu moeizaam of soepel was, dan ziet iemand dat God hem bij elke stap op zijn pad begeleidde, dat Hij iemands pad aan het uitstippelen was. Gods minutieuze regelingen, zijn zorgzame planning waren het die iemand zonder het te weten naar vandaag hebben geleid. Om Gods soevereiniteit te kunnen accepteren, om Zijn verlossing te ontvangen – wat een groot geluk is dat! Als iemands houding tegenover het lot passief is, dan bewijst dit dat hij of zij zich tegen alles wat God voor hem of haar geregeld heeft verzet, dat hij of zij geen onderdanige houding aanneemt. Als iemands houding tegenover Gods soevereiniteit over het lot van de mens actief is en als iemand dan terugkijkt op zijn levensweg, als iemand daadwerkelijk vat krijgt op Gods soevereiniteit, zal iemand op een eerlijker manier verlangen zich te onderwerpen aan alles wat God geregeld heeft, zal iemand meer van die vastberadenheid en zelfverzekerdheid hebben om God zijn lot te laten regelen, om te stoppen met zijn opstandigheid tegen God. Want als iemand het lot niet begrijpt, als iemand Gods soevereiniteit niet begrijpt, als iemand moedwillig voor zich uit tast, aarzelend en wankelend door de mist, ziet hij dat de levensreis te moeilijk is, te hartverscheurend. Dus als mensen Gods soevereiniteit over het lot van de mens erkennen, kiezen de slimmen onder hen ervoor het te kennen en te accepteren, vaarwel te zeggen tegen de pijnlijke dagen toen ze eigenhandig een goed leven poogden op te bouwen, in plaats van te blijven vechten tegen het lot en hun zogenaamde levensdoelen op hun eigen manier na te streven. Als iemand geen God heeft, als hij Hem niet kan zien, als iemand Gods soevereiniteit niet duidelijk kan herkennen, dan is elke dag betekenisloos, waardeloos, ellendig. Waar iemand ook is, wat zijn werk ook is, zijn middelen van bestaan en het nastreven van zijn doelen brengen hem niets dan eindeloos hartzeer en uitzichtloos lijden, zo erg dat hij het niet verdragen kan om terug te kijken. Alleen als iemand de soevereiniteit van de Schepper accepteert, zich onderwerpt aan Zijn orkestraties en bepalingen en een waar mensenleven zoekt, zal iemand langzamerhand bevrijd worden van alle hartzeer en lijden en alle leegte van het leven van zich afschudden.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

142. Alleen diegenen die zich onderwerpen aan de soevereiniteit van de Schepper kunnen ware vrijheid bereiken

Omdat mensen Gods regelingen en Gods soevereiniteit niet erkennen, worden ze altijd geconfronteerd met het lot, tegendraads, met een opstandige houding. Ze willen altijd Gods gezag en soevereiniteit en de dingen die het lot voor hen in petto heeft, van zich afschudden tevergeefs hopend hun huidige omstandigheden en hun lot te veranderen. Maar ze kunnen nooit slagen; ze worden telkens weer gehinderd. Deze strijd, die zich diep in iemands ziel afspeelt, is pijnlijk; de pijn is onvergetelijk; en al die tijd verspilt diegene zijn leven. Wat is de oorzaak van deze pijn? Is het vanwege Gods soevereiniteit, of omdat iemand ongelukkig is geboren? Uiteraard is dat allebei niet waar. Uiteindelijk heeft dat te maken met de wegen die mensen bewandelen, met de manier waarop ze kiezen hun leven te leven. Sommige mensen hebben zich deze dingen misschien niet gerealiseerd. Maar als je echt weet, als je echt gaat inzien dat God soevereiniteit heeft over het menselijk lot, als je echt gaat begrijpen dat alles wat God voor je gepland en besloten heeft een groot voordeel is, een geweldige bescherming is, dan voel je je pijn geleidelijk aan lichter worden en wordt je hele persoon ontspannen, vrij, bevrijd. Te oordelen naar de staat waarin de meeste mensen verkeren, kunnen ze objectief gezien niet echt grip krijgen op de praktische waarde en betekenis van de soevereiniteit van de Schepper over het lot van de mens, hoewel ze op een subjectief niveau niet willen blijven leven zoals voorheen, en hoewel ze verlichting van hun pijn willen. Ze kunnen de soevereiniteit van de Schepper niet echt herkennen en zich eraan onderwerpen, laat staan weten hoe ze de orkestraties en regelingen van de Schepper moeten zoeken en accepteren. Dus als mensen niet echt kunnen erkennen dat de Schepper de soevereiniteit heeft over het lot van de mens en over alle dingen van de mens, als ze zich niet echt kunnen onderwerpen aan de heerschappij van de Schepper, dan zal het moeilijk voor hen zijn om niet te worden gedreven en gekluisterd door het idee dat ‘iemand zijn lot in eigen handen heeft’, zal het moeilijk voor hen zijn om de pijn kwijt te raken van hun intense strijd tegen het lot en het gezag van de Schepper. Het is overbodig te zeggen dat het dan ook moeilijk zal zijn om echt bevrijd te worden en vrij, om mensen te worden die God aanbidden. Er is een heel eenvoudige manier voor iemand om zich zelf uit deze staat te bevrijden: door afscheid te nemen van zijn vroegere manier van leven, van zijn vorige doelen in het leven, door zijn vorige levensstijl, levensvisie, bezigheden, verlangens en idealen samen te vatten en te analyseren en ze daarna te vergelijken met Gods wil en eisen voor de mens, en te zien of één daarvan in overeenstemming is met Gods wil en eisen, of één daarvan de juiste waarden van het leven oplevert, komt iemand tot een groter begrip van de waarheid en wordt het mogelijk voor iemand om te leven met menselijkheid en volgens de menselijke gelijkenis. Als je de verschillende levensdoelen die mensen nastreven en hun verschillende manieren van leven herhaaldelijk onderzoekt en zorgvuldig ontleedt, zul je merken dat geen daarvan past bij de oorspronkelijke intentie van de Schepper toen Hij de mensheid schiep. Ze trekken allemaal de mensen weg van de soevereiniteit en zorg van de Schepper; het zijn allemaal kuilen waarin de mensheid valt en die hen naar de hel leiden. Nadat je dit hebt onderkend, is het jouw taak om je (oude) kijk op het leven opzij te zetten, ver van de verschillende valkuilen vandaan te blijven. Laat God de leiding nemen over je leven en regelingen treffen voor jou. Probeer je alleen maar te onderwerpen aan Gods orkestraties en leiding, geen keus te hebben en iemand te worden die God aanbidt. Dit klinkt eenvoudig, maar is lastig om te doen. Sommige mensen kunnen de pijn verdragen, anderen niet. Sommigen zijn bereid hieraan te voldoen, anderen niet. Degenen die niet bereid zijn, ontbreekt het aan de wens en het verlangen om dit te doen. Ze zijn zich duidelijk bewust van Gods soevereiniteit, weten heel goed dat het God is die plannen maakt en het lot van de mens regelt, en toch komen ze in opstand en stribbelen ze tegen, toch hebben ze zich er nog steeds niet mee verzoend hun lot in Gods hand te leggen en zich te onderwerpen aan Gods soevereiniteit. Bovendien hebben ze een hekel aan Gods orkestraties en regelingen. Er zullen dus altijd mensen zijn die willen zien waar ze zelf toe in staat zijn; ze willen hun lot met hun eigen twee handen veranderen of geluk op eigen kracht bereiken, om te zien of ze de grenzen van Gods gezag kunnen overschrijden en boven Gods soevereiniteit kunnen uitstijgen. Het verdriet van de mens is niet dat de mens een gelukkig leven zoekt, niet dat hij roem en rijkdom najaagt of tegen zijn eigen lot worstelt door de mist, maar dat nadat hij het bestaan van de Schepper heeft gezien, nadat hij heeft geleerd dat de Schepper soevereiniteit heeft over het menselijk lot, hij er nog steeds niet in slaagt zich beter te gedragen, zijn voeten niet uit de drek kan halen, maar zijn hart verhardt en zijn fouten blijft maken. Hij wil liever in de modder blijven liggen, koppig tegen de soevereiniteit van de Schepper strijden, zich er tot aan het bittere einde tegen verzetten, zonder het geringste berouw, en pas als hij tot bloedens toe beschadigd is, besluit hij eindelijk op te geven en terug te keren. Dit is echt menselijk verdriet. Daarom zeg ik, degenen die ervoor kiezen om zich te onderwerpen zijn wijs en degenen die ervoor kiezen om te ontsnappen zijn koppig.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

143. Een leven vol zoeken naar roem en fortuin zal iemand duur komen te staan als hij voor de dood staat

Een eenzame ziel die met niets begon, verkrijgt vanwege de soevereiniteit en voorbestemming van de Schepper, ouders en een gezin, verkrijgt de kans om lid te worden van het menselijk ras, de kans om het menselijk leven te ervaren en de wereld te zien. Hij verkrijgt ook de kans om de soevereiniteit van de Schepper te ervaren, om de wonderbaarlijkheid van de schepping door de Schepper te leren kennen en vooral om het gezag van de Schepper te kennen en zich eraan te onderwerpen. Maar de meeste mensen grijpen deze zeldzame en vluchtige kans niet werkelijk met beide handen aan. Iemand put de energie van zijn leven uit door tegen het lot te vechten, brengt alle tijd door met proberen het gezin te voeden en wordt heen en weer geslingerd tussen rijkdom en status. Familie, geld en roem zijn de dingen die mensen koesteren; zij beschouwen deze als de meest waardevolle dingen in het leven. Alle mensen klagen over hun lot, maar toch verdringen ze de vragen die het belangrijkst zijn om te onderzoeken en te begrijpen: waarom de mens leeft, hoe de mens zou moeten leven, wat de waarde en betekenis van het leven is. Hun leven lang, hoeveel jaren dat ook mogen zijn, rennen ze maar rond om roem en rijkdom te zoeken, tot hun jeugd is gevlucht, tot ze grijs en gerimpeld worden, tot ze inzien dat roem en rijkdom iemands afglijden naar seniliteit niet kunnen stoppen, dat geld de leegte van het hart niet kan vullen, tot ze begrijpen dat niemand is vrijgesteld van de wet van geboorte, veroudering, ziekte en dood, dat niemand kan ontsnappen aan wat het lot voor ons in petto heeft. Alleen als ze worden gedwongen om het laatste moment van het leven onder ogen te zien, begrijpen ze echt dat zelfs als iemand miljoenen aan eigendommen bezit, zelfs als iemand bevoorrecht is en een hoge rang heeft, hij toch niet kan ontsnappen aan de dood. Elk persoon zal terugkeren naar zijn of haar oorspronkelijke positie: een eenzame ziel, met niets op zijn naam. Als iemand ouders heeft, gelooft hij dat zijn ouders alles zijn; als iemand onroerend goed heeft, denkt hij dat geld zijn steunpilaar is, dat het zijn vermogen voor het leven is; als mensen een status hebben, houden ze zich er stevig aan vast en zouden ze hun leven ervoor in gevaar brengen. Pas wanneer mensen op het punt staan deze wereld los te laten, realiseren ze zich dat de dingen die ze in hun leven hebben nagestreefd niets anders zijn dan vluchtige wolken, waarvan ze niets kunnen vasthouden, waarvan ze niets kunnen meenemen, die hen niet kunnen vrijstellen van de dood, waarvan niets kan zorgen voor gezelschap of troost voor een eenzame ziel op haar weg terug; en bovendien kan niets van die dingen een persoon redding kan geven, hem toestaan de dood te ontstijgen. Roem en fortuin geven winst in de materiële wereld, ze geven tijdelijke tevredenheid, passief plezier, een vals gevoel van gemak en zorgen ervoor dat iemand zijn weg kwijtraakt. En dus, terwijl ze zich een weg banen in de uitgestrekte zee van de mensheid, hunkeren naar vrede, troost en rust in hun hart, worden mensen steeds weer door de golven meegenomen. Wanneer mensen de vragen nog moeten uitdiepen die het meest cruciaal zijn om te begrijpen – waar ze vandaan komen, waarom ze leven, waar ze heen gaan, enzovoort, worden ze door roem en rijkdom verleid, misleid en beheerst, onherroepelijk verloren. De tijd vliegt, jaren gaan voorbij in een oogwenk. Voordat men het zich realiseert, heeft men afscheid genomen van de beste jaren van zijn leven. Wanneer iemand bijna de wereld verlaat, komt iemand tot het geleidelijke besef dat alles in de wereld wegdrijft, dat hij niet langer kan vasthouden aan de dingen die hij bezat; dan voelt hij echt dat hij nog helemaal niets bezit, zoals een huilend kind dat zojuist op de wereld is gezet. Op dit punt wordt iemand gedwongen om na te denken over wat hij in het leven heeft gedaan, wat in-leven-zijn waard is, wat het betekent, waarom hij in de wereld is gekomen; en op dit punt wil iemand steeds meer weten of er echt een volgend leven is, of de Hemel echt bestaat, of er echt vergelding is … Hoe dichter men bij de dood komt, hoe meer iemand wil begrijpen waar het leven werkelijk over gaat; hoe dichter men bij de dood komt, hoe meer het hart leeg lijkt; hoe dichter iemand bij de dood komt, hoe machtelozer hij zich voelt. En dus wordt de angst voor de dood met de dag groter. Er zijn twee redenen waarom mensen zich zo gedragen als ze de dood naderen: ten eerste staan ze op het punt de roem en rijkdom waarvan hun leven heeft afgehangen te verliezen, staan ze op het punt alles wat zichtbaar is in de wereld achter te laten. Ten tweede staan ze op het punt om, helemaal alleen, een onbekende wereld binnen te treden, een mysterieus, onbekend rijk die ze niet durven betreden, waar ze geen geliefden hebben en geen middelen om op te steunen. Om deze twee redenen voelt iedereen die met de dood wordt geconfronteerd zich ongemakkelijk, ervaart iedereen paniek en een gevoel van hulpeloosheid zoals hij nog nooit eerder heeft gekend. Pas als mensen dit punt daadwerkelijk bereiken, beseffen ze dat het eerste wat iemand moet begrijpen als hij voet zet op deze aarde, is waar mensen vandaan komen, waarom mensen leven, wie het menselijk lot dicteert, wie voorziet in en soevereiniteit heeft over het menselijk bestaan. Dit is het echte vermogen in het leven, de essentiële basis voor het menselijk overleven. Niet het leren hoe iemand zijn gezin onderhoudt of hoe hij roem en rijkdom bereikt, niet het leren hoe zich te onderscheiden in de menigte of hoe een welvarender leven te leiden en nog veel minder het leren hoe uit te blinken en met succes te concurreren met anderen. Hoewel de verschillende overlevingstechnieken die mensen in hun leven onder de knie proberen te krijgen een overvloed aan materiële veiligheid kunnen bieden, brengen ze nooit echte vrede en troost in iemands hart, maar in plaats daarvan zorgen ze ervoor dat mensen voortdurend hun richting verliezen, moeite hebben zichzelf te controleren, elke kans missen om de zin van het leven te leren; en ze creëren een onderstroom van problemen over hoe ze de dood goed het hoofd moeten bieden. Op deze manier zijn levens van mensen geruïneerd. De Schepper behandelt iedereen op een eerlijke manier en geeft iedereen een leven lang kansen om Zijn soevereiniteit te ervaren en te leren kennen, maar het is pas wanneer de dood nadert, wanneer het spook van de dood boven iemand hangt, dat men het licht begint te zien – en dan is het te laat.

Mensen spenderen hun leven op jacht naar geld en roem; ze grijpen zich vast aan deze strohalmen en denken dat deze hun enige middelen van bestaan zijn, alsof ze door het hebben van deze zaken kunnen doorleven en zich bevrijden van de dood. Maar pas als ze dicht bij het sterven zijn, realiseren ze zich hoe ver deze dingen van hen af liggen, hoe zwak ze zijn als de dood hen aankijkt, hoe gemakkelijk ze verpulveren, hoe eenzaam en hulpeloos ze zijn, zonder een plek om naartoe te gaan. Ze beseffen dat het leven niet met geld of roem kan worden gekocht, dat het niet uitmaakt hoe rijk iemand is, hoe verheven zijn of haar positie ook is. Alle mensen zijn even arm en onbelangrijk als zij oog in oog staan met de dood. Ze realiseren zich dat geld geen leven kan kopen, dat roem de dood niet kan uitwissen, dat geld noch roem iemands leven met een enkele minuut, een enkele seconde kan verlengen. Hoe meer mensen zich op deze manier voelen, hoe meer ze hunkeren om te blijven leven; hoe meer mensen zich op deze manier voelen, hoe meer ze de nadering van de dood vrezen. Pas op dit punt realiseren ze zich echt dat hun leven niet van hen is, dat ze hun leven niet de baas zijn en dat ze geen zeggenschap hebben over of ze leven of sterven, dat dit alles buiten hun controle ligt.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

144. Kom onder de heerschappij van de Schepper en treed de dood kalm tegemoet

Op het moment dat een mens geboren wordt, begint een eenzame ziel haar ervaring van het leven op aarde, haar ervaring van het gezag van de Schepper die de Schepper haar heeft toebedeeld. Onnodig te zeggen dat dit voor de persoon, de ziel, een uitstekende gelegenheid is om kennis te vergaren over de soevereiniteit van de Schepper, om Zijn gezag te leren kennen en persoonlijk te ervaren. Mensen leven hun leven volgens de wetten van het lot dat door de Schepper voor hen is uitgestippeld en voor elk gewetensvol, rationeel persoon die de soevereiniteit van de Schepper gaat volgen en Zijn gezag in de loop van hun tientallen jaren op aarde kent, is dit niet moeilijk om te doen. Het zou daarom voor iedereen heel gemakkelijk moeten zijn om door zijn of haar eigen levenservaringen van de afgelopen decennia te erkennen dat alle menselijke lotgevallen voorbestemd zijn en om te begrijpen of samen te vatten wat het betekent om te leven. Terwijl iemand deze levenslessen omarmt, gaat hij geleidelijk aan begrijpen waar het leven vandaan komt, bevatten wat het hart werkelijk nodig heeft, wat hem naar het ware levenspad leidt, wat de opdracht en het doel van een menselijk leven zou moeten zijn. Iemand zal geleidelijk erkennen dat als hij de Schepper niet aanbidt, als hij niet onder Zijn heerschappij valt, hij dan de dood onder ogen ziet – waarbij de dood het punt is waarop zijn ziel de Schepper opnieuw tegemoet treedt – dan zal iemands hart gevuld zijn met grenzeloze angst en onbehagen. Als iemand al een paar decennia op de wereld is en nog niet weet waar het menselijk leven vandaan komt, nog niet erkent in wiens palm het menselijk lot rust, dan is het geen wonder dat hij of zij niet in staat zal zijn om de dood rustig onder ogen te zien. Iemand die de kennis van de soevereiniteit van de Schepper heeft verworven na het ervaren van tientallen jaren van zijn leven, is een persoon met een juiste waardering voor de zin en waarde van het leven. Een persoon met een diepe kennis van het doel van het leven, met echte ervaring en begrip van de soevereiniteit van de Schepper, en meer nog, een persoon die zich kan onderwerpen aan het gezag van de Schepper. Zo iemand begrijpt de betekenis van Gods schepping van de mensheid, zo iemand begrijpt dat de mens de Schepper zou moeten aanbidden, dat alles wat de mens bezit van de Schepper komt en op een dag, niet ver in de toekomst, naar Hem terug zal keren. Zo iemand begrijpt dat de Schepper de geboorte van de mens regelt en soevereiniteit heeft over de dood van de mens en dat zowel leven als dood voorbestemd zijn door het gezag van de Schepper. Dus wanneer iemand deze dingen echt begrijpt, zal hij natuurlijk in staat zijn om de dood rustig onder ogen te zien, om alle wereldse bezittingen rustig opzij te zetten, te aanvaarden en zich gelukkig te onderwerpen aan alles wat volgt en om het laatste levenskruispunt te verwelkomen die door de Schepper is beschikt, in plaats van er blindelings bang voor te zijn en ertegen te strijden. Als iemand het leven ziet als een kans om de soevereiniteit van de Schepper te ervaren en Zijn gezag te leren kennen, als iemand het leven ziet als een zeldzame kans om zijn plicht als geschapen mens te vervullen en zijn missie te vervullen, dan zal iemand noodzakelijkerwijs de juiste kijk op het leven hebben, een leven leiden dat gezegend en geleid wordt door de Schepper, wandelen in het licht van de Schepper, de soevereiniteit van de Schepper kennen, onder Zijn heerschappij vallen, getuige worden van Zijn wonderbaarlijke daden en van Zijn gezag. Onnodig te zeggen dat zo iemand noodzakelijkerwijs geliefd en geaccepteerd zal worden door de Schepper en alleen zo iemand kan een rustige houding ten opzichte van de dood hebben, en vreugdevol het laatste moment van het leven verwelkomen. Job had duidelijk een dergelijke houding ten opzichte van de dood; hij was in een positie om gelukkig het laatste kruispunt van het leven te accepteren. Nadat hij zijn levensreis tot een rustig einde had gebracht, ging hij terug naar zijn Schepper.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

145. Alleen door de soevereiniteit van de Schepper te accepteren, kan iemand terugkeren aan Zijn zijde

Als men geen duidelijke kennis en ervaring heeft van Gods soevereiniteit en van Zijn regelingen, zal zijn kennis van het lot en van de dood noodzakelijkerwijs onsamenhangend zijn. De mensen kunnen niet duidelijk zien dat dit alles in Gods handpalm ligt, beseffen niet dat God de controle en soevereiniteit over hen heeft, erkennen niet dat de mens zich niet kan afscheiden van of ontsnappen aan een dergelijke soevereiniteit; en dus wanneer ze geconfronteerd worden met de dood is er geen einde aan hun laatste woorden, zorgen en spijt. Ze zijn gebukt gegaan onder zoveel bagage, zoveel terughoudendheid, zoveel verwarring en dit alles doet hen vrezen voor de dood. Voor eenieder die in deze wereld geboren is, is zijn geboorte noodzakelijk en zijn dood onvermijdelijk en niemand kan deze koers veranderen. Als iemand pijnloos van deze wereld wil vertrekken, als iemand in staat is om het laatste moment van het leven onder ogen te zien zonder terughoudendheid of zorgen, kan dat alleen door geen spijt te hebben. En de enige manier om zonder spijt te vertrekken is de soevereiniteit van de Schepper te kennen, Zijn gezag te kennen en aan hen te onderwerpen. Alleen op deze manier kan iemand ver weg blijven van de menselijke strijd, van het kwaad, van Satans gebondenheid; alleen op deze manier kan iemand een leven als dat van Job leiden, geleid en gezegend door de Schepper, een leven dat vrij en bevrijd is, een leven met waarde en betekenis, een leven dat eerlijk en openhartig is. Alleen op die manier kan iemand, net als Job, zich onderwerpen aan de orkestraties en regelingen van de Schepper om door de Schepper te worden beproefd en beroofd; alleen op die manier kan iemand de Schepper zijn leven lang aanbidden en zijn aanprijzing winnen, zoals Job Hem zag verschijnen, en Zijn stem horen. Alleen op deze manier kan iemand gelukkig leven en sterven, zoals Job. Zonder pijn, zonder zorgen, zonder spijt. Alleen op deze manier kan iemand leven in licht, zoals Job, elk moment van het leven doorstaan in het licht, zijn reis in het licht soepel voltooien, met succes zijn missie volbrengen om de soevereiniteit van de Schepper te ervaren, te leren, en te leren kennen als een geschapen wezen – en te sterven in het licht en voor altijd naast de Schepper te staan als een geschapen mens, door Hem aangeprezen.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

146. volgens de normale wetten van het menselijk bestaan, is het dus een heel lang proces van het onderwerp tegenkomen over het kennen van de soevereiniteit van de Schepper tot het feitelijk kunnen herkennen van de soevereiniteit van de Schepper en van dan tot het punt waarop men zich eraan kan onderwerpen. Als iemand de jaren telt, zijn er niet meer dan dertig of veertig waarin hij de kans heeft deze beloningen te krijgen. En vaak laten mensen zich meeslepen door hun verlangens en ambities om zegeningen te ontvangen; ze kunnen niet zien waar de essentie van het menselijk leven ligt, begrijpen niet hoe belangrijk het is om de soevereiniteit van de Schepper te kennen en koesteren zo deze kostbare kans om de menselijke wereld binnen te gaan niet om het mensenleven te ervaren, de soevereiniteit van de Schepper te ervaren en realiseren zich niet hoe waardevol het voor een geschapen wezen is om de persoonlijke leiding van de Schepper te ontvangen. Dus zeg ik, die mensen die willen dat Gods werk snel eindigt, die wensen dat God zo snel mogelijk het einde van de mens regelt, zodat ze onmiddellijk Zijn werkelijke persoon kunnen aanschouwen en gezegend kunnen worden, zij maken zich schuldig aan de ergste vorm van ongehoorzaamheid en dwaasheid tot in het extreme. En zij die in hun beperkte tijd deze unieke gelegenheid willen aangrijpen om de soevereiniteit van de Schepper te kennen, zijn de wijze, de briljante mensen. Deze twee verschillende verlangens ontbloten twee sterk verschillende vooruitzichten en bezigheden: degenen die zegeningen zoeken zijn egoïstisch en heel laag; ze houden geen rekening met Gods wil, proberen nooit Gods soevereiniteit te kennen, willen zich er nooit aan onderwerpen, willen gewoon leven zoals ze willen. Zij zijn blije ontaarden; ze zijn de categorie die wordt vernietigd. Degenen die God willen kennen, zijn in staat om hun verlangens opzij te zetten, zijn bereid om zich te onderwerpen aan Gods soevereiniteit en Gods regelingen; ze proberen het soort mensen te zijn die onderworpen is aan Gods gezag en voldoet aan Gods verlangens. Zulke mensen leven in licht, leven te midden van Gods zegeningen. Ze zullen zeker geprezen worden door God. Wat er ook gebeurt, menselijke keuze is nutteloos, mensen hebben geen zeggenschap over hoe lang Gods werk zal duren. Het is beter voor mensen om zich over te leveren aan de genade van God, om zich te onderwerpen aan Zijn soevereiniteit. Als je je niet aan Zijn genade onderwerpt, wat kun je dan doen? Zal God een verlies lijden? Als je niet overgeleverd bent aan Zijn genade, als je probeert de baas te zijn, dan maak je een dwaze keus. Uiteindelijk ben jij de enige die verlies zal lijden. Alleen als mensen zo snel mogelijk met God samenwerken, alleen als ze haast maken om Zijn regelingen te accepteren, Zijn gezag te kennen en alles te begrijpen wat Hij voor hen heeft gedaan, zullen ze hoop hebben, zal hun leven niet tevergeefs zijn geleefd, zullen zij verlossing bereiken.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

147. God als je enige Meester accepteren is de eerste stap in het bereiken van verlossing

De waarheden over Gods gezag zijn waarheden die iedere persoon met het hart serieus moet overwegen, ervaren en begrijpen. Deze waarheden drukken een stempel op ieders leven, op ieders verleden, heden en toekomst, op die cruciale kruispunten in het leven die ieder persoon moet passeren, op de kennis die men heeft van Gods soevereiniteit en de houding waarmee men tegenover Gods gezag staat en natuurlijk op ieders uiteindelijke bestemming. Er is dus levenslange energie voor nodig om ze te kennen en begrijpen. Als je Gods gezag serieus neemt, je Gods soevereiniteit accepteert, dan zul je langzamerhand beseffen en begrijpen dat Gods gezag daadwerkelijk bestaat. Maar als je Gods gezag nooit erkent, Zijn soevereiniteit nooit accepteert, dan maakt het niet uit hoe lang je leeft, je zult niets van Gods soevereiniteit begrijpen, zelfs niet maar een klein beetje. Als je niet daadwerkelijk Gods gezag kent en begrijpt, heb je niets om te laten zien aangaande je leven als je aan het einde van de rit bent, zelfs al heb je decennia in God geloofd. Uiteindelijk is wat je weet van Gods soevereiniteit over het lot van de mens nihil. Is dat niet vreselijk verdrietig? Dus het maakt niet uit hoe ver je al op je levenspad hebt gelopen, hoe oud je nu bent, hoe lang de rest van je reis is, erken Gods gezag eerst en neem het serieus, accepteer het feit dat God je enige Meester is. Duidelijke, precieze kennis en begrip verkrijgen over deze waarheden aangaande Gods soevereiniteit over het lot van de mens is voor iedereen een verplichte les. Het is de sleutel tot het kennen van het mensenleven en de waarheid verkrijgen, het is het leven en de basisles, van het kennen van God, waar iedereen elke dag mee te maken heeft, iets wat niemand kan ontwijken. Als sommigen van jullie tussendoorweggetjes willen nemen om dat doel te bereiken, dan zeg ik je dat dit onmogelijk is! Als sommigen van jullie aan Gods soevereiniteit willen ontsnappen, dan is dat zelfs nog onmogelijker! De enige Heer van de mens is God, God is de enige Meester van het lot van de mens en dus is het onmogelijk voor iemand om zijn eigen lot voor te schrijven, onmogelijk om het te overstijgen. Hoe groots iemands capaciteiten ook zijn, het lot van anderen kan men niet beïnvloeden, laat staan orkestreren, regelen, besturen, of veranderen. Alleen de unieke God Zelf schrijft alle dingen voor de mens voor, want alleen Hij bezit het unieke gezag dat soevereiniteit heeft over het lot van de mens; en op die manier is alleen de Schepper de unieke Meester van de mens. Gods gezag maakt dat Hij niet alleen soeverein is over de geschapen mensheid, maar ook over de niet geschapen wezens die mensen niet kunnen zien, over de sterren, de kosmos. Dit is een onbetwistbaar feit, een feit dat waarlijk bestaat en dat geen mens of ding kan veranderen. Als een van jullie nog steeds ontevreden is met de dingen zoals ze zijn, en gelooft dat je enige speciale vaardigheid of bekwaamheid hebt en nog steeds denkt dat je het geluk kunt hebben om je huidige omstandigheden te veranderen of anders eraan te ontsnappen; als je je eigen lot door menselijke inspanning probeert te veranderen en daarmee opvalt bij anderen en er faam en fortuin mee wint, dan zeg ik je dat je het jezelf moeilijk maakt, je vraagt om problemen, je graaft je eigen graf! Op een dag, vroeg of laat, zul je ontdekken dat je een verkeerde keuze hebt gemaakt en dat het verspilde moeite was. Je ambitie en verlangen met het lot te worstelen en je eigen vreselijke gedrag zullen je op een pad leiden waarvan je niet meer terug kunt keren en daarvoor zul je een bittere prijs betalen. Nu zie je de zwaarte van de consequenties nog niet, maar als je de waarheid dat God de Meester van het lot van de mens is meer en meer diepgaander waardeert en ervaart, zul je er langzamerhand achter komen waar ik het vandaag over heb en wat de echte gevolgen daarvan zijn. Of je daadwerkelijk een hart en geest hebt en iemand bent die de waarheid liefheeft hangt af van je houding ten opzichte van Gods soevereiniteit en de waarheid. Dit bepaalt natuurlijk ook of je Gods gezag ook echt kunt kennen en begrijpen. Als je nog nooit in je leven Gods soevereiniteit en Zijn regelingen bemerkt hebt, laat staan Gods gezag erkent en accepteert, dan ben je volkomen waardeloos en zul je ongetwijfeld Gods verachting en afwijzing over je afroepen, dankzij het pad dat je hebt gekozen en de keuze die je hebt gemaakt. Maar zij die, in Gods werk, Zijn beproeving en Zijn soevereiniteit kunnen accepteren en zich kunnen onderwerpen aan Zijn gezag en langzamerhand Zijn woorden echt gaan ervaren, zij zullen daadwerkelijke kennis van Gods gezag en daadwerkelijk begrip van Zijn soevereiniteit verkrijgen en zij zullen daadwerkelijk onderworpen zijn aan de Schepper. Alleen zulke mensen zullen daadwerkelijk gered zijn. Omdat zij Gods soevereiniteit hebben gekend, omdat zij die hebben geaccepteerd, is hun waardering van en onderwerping aan het feit van Gods soevereiniteit over het lot van de mens echt en nauwkeurig. Wanneer zij met de dood geconfronteerd worden, zullen zij in staat zijn om, net als Job, een onverschrokken gedachte te hebben ten aanzien van de dood, zich te onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen in alle dingen, zonder enige individuele keuze, met geen enkel individueel verlangen. Alleen zo een persoon zal terug kunnen keren naast de Schepper als een echt geschapen mens.

uit ‘God Zelf, de unieke III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

148. Het grootste verschil tussen God en de mensheid is dat God over alle dingen heerst en in alle dingen voorziet. God is de bron van alles, en de mensheid geniet van alle dingen terwijl God voor hen zorgt. Dat wil zeggen, de mens geniet van alle dingen wanneer hij het leven aanvaardt dat God aan alle dingen schenkt. De mensheid geniet van de resultaten van Gods schepping van alle dingen, terwijl God de Meester is. Wat is dan vanuit het perspectief van alle dingen het verschil tussen God en de mensheid? God kan duidelijk de groeipatronen van alle dingen zien, en beheerst en beheert de groeipatronen van alle dingen. Dat wil zeggen, alle dingen worden door God gezien en vallen binnen de reikwijdte van Zijn inspectie. Kan de mensheid alles zien? Wat de mensheid ziet, is beperkt – het is alleen wat ze voor hun ogen zien. Als je deze berg beklimt, zie je deze berg. Je kunt niet zien wat aan de andere kant van de berg is. Als je naar het strand gaat, kun je deze kant van de oceaan zien, maar je weet niet hoe de andere kant van de oceaan eruit ziet. Als je in dit bos aankomt, kun je de planten voor je ogen en om je heen zien, maar je kunt niet zien wat er verderop is. Mensen kunnen geen plaatsen zien die hoger, verder en dieper zijn. Alles wat ze kunnen zien is wat voor hun ogen is en binnen hun gezichtsveld valt. Zelfs als mensen het patroon van vier seizoenen in een jaar kennen en de groeipatronen van alle dingen, dan zijn ze nog niet in staat om alle dingen te beheersen of te beheren. Daarentegen is de manier waarop God alle dingen ziet als de manier waarop God een machine zou zien die Hij persoonlijk heeft gebouwd. Hij zou elk onderdeel buitengewoon goed kennen. Wat de principes zijn, wat de patronen zijn en wat het doel ervan is. God kent al deze dingen zonder meer en duidelijk. Daarom is God God, en de mens is de mens! Zelfs als de mens onderzoek blijft doen naar de wetenschap en de wetten van alle dingen, is het slechts binnen een beperkt bereik, terwijl God alles beheerst. Voor de mens is dat oneindig. Als de mens iets heel kleins onderzoekt wat God deed, dan zouden ze hun hele leven kunnen zoeken zonder echte resultaten te bereiken. Dat is de reden waarom als je kennis gebruikt en wat je hebt geleerd om God te bestuderen, nooit in staat zult zijn God te kennen of te begrijpen. Maar als je de manier van het zoeken van de waarheid gebruikt en God zoekt, en naar God kijkt vanuit het oogpunt om God echt te leren kennen, dan zul je op een dag erkennen dat Gods daden en wijsheid overal zijn, en je zult ook precies weten waarom God de Meester van alle dingen en de bron van leven voor alle dingen wordt genoemd. Hoe meer van zulke kennis je hebt, des te meer zul je begrijpen waarom God de Meester van alle dingen wordt genoemd. Alle dingen en alles, inclusief jij, ontvangen voortdurend Gods gestadige voorziening. Je zult ook duidelijk kunnen voelen dat er in deze wereld, en onder ons mensen, niemand buiten God is die zo’n kracht en zo’n essentie kan hebben om het bestaan van alle dingen te beheersen, te beheren en te handhaven. Wanneer je dit duidelijk wordt, zul je echt erkennen dat God jouw God is. Wanneer je dit punt bereikt, heb je God echt geaccepteerd en laat je Hem jouw God en je Meester zijn. Wanneer je dit begrijpt en je leven zo’n punt bereikt, zal God je niet langer meer testen en oordelen, noch zal Hij eisen stellen aan jou, omdat je God begrijpt, Zijn hart kent en God echt in je hart hebt aangenomen. Dit is een belangrijke reden om over deze onderwerpen te communiceren, namelijk over Gods heerschappij en het beheer van alle dingen. Het is om mensen meer kennis en begrip te geven; niet alleen om je dit te laten toegeven, maar om je meer praktische kennis en begrip van Gods daden te geven.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

XI Klassieke woorden over het binnengaan van de werkelijkheid van de waarheid