673 Niemand kent de geïncarneerde God

673 Niemand kent de geïncarneerde God

1 De mens heeft mij nooit in het licht herkend, maar heeft mij alleen in de duistere wereld gezien. Zijn jullie vandaag niet in precies dezelfde situatie? Op het hoogtepunt van het tekeergaan van de grote rode draak ben ik formeel geïncarneerd om mijn werk te doen. Het was toen de grote rode draak zijn ware vorm onthulde de eerste keer dat ik getuigde van mijn naam. Toen ik rondliep over de wegen van de mensheid, werd niet één wezen, niet één persoon, wakker geschud. Dus toen ik geïncarneerd was in de menselijke wereld, wist niemand dat. Maar toen ik in mijn geïncarneerde vlees begon met mijn werk, toen ontwaakte de mensheid, ze schrok op uit haar dromen door mijn donderende stem en begon vanaf dat moment aan het leven onder mijn leiding.

2 Het is niet alleen dat de mens mij niet in mijn vlees kent; erger nog, hij heeft gefaald zijn eigen ik te begrijpen die zich in een vleselijk lichaam bevindt. Hoeveel jaar gaat dit al zo? Al die tijd hebben mensen mij bedrogen en behandeld als een gast van buitenaf. Hoe vaak hebben zij de deur van hun huis voor mij gesloten? Hoe vaak hebben zij, als ze voor mij stonden, geen aandacht aan mij geschonken? Hoe vaak hebben zij mij te midden van andere mensen verloochend? Hoe vaak hebben ze mij ten overstaan van de duivel verloochend? En hoe vaak hebben ze mij aangevallen met hun kibbelende monden? Toch houd ik geen boekhouding bij van de zwakheden van de mens, noch eis ik tand om tand vanwege zijn ongehoorzaamheid. Het enige wat ik heb gedaan is medicijnen geven voor zijn kwalen, zijn ongeneeslijke ziekten genezen, en daardoor zijn gezondheid te herstellen, zodat hij me eindelijk kan leren kennen.

Naar ‘Hoofdstuk 12’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

673 Niemand kent de geïncarneerde God