De originele mensen waren levende wezens met een ziel

De originele mensen waren levende wezens met een ziel

I

In het begin schiep God de mensheid.

Hij schiep de voorouder van de mensheid, Adam,

tastbaar, volledig gevormd en boordevol levenskracht.

Adam heeft Gods glorie rondom hem.

En toen schiep God de eerste vrouw, Eva.

Hij maakte haar uit de rib van Adam.

Zij is ook de voorouder van de hele mensheid.

En zo was de mens gevuld met Zijn adem en vol van Zijn glorie.

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Adam schiep.

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Eva schiep.

Ze waren de voorouders, haar pure en waardevolle schat.

Ze waren man en vrouw, levende wezens met een ziel.

II

God maakte Adam met de hand en vol van glorie en leven.

Een tastbare perfectie was hij, een wezen met een ziel,

een wezen met een adem, de representatie van Gods beeld.

Eva was de tweede met adem gemaakt door God,

vol van leven en bedeeld met Gods glorie,

gevormd uit Adam met hetzelfde beeld van God,

een levend wezen met botten, vlees en een ziel.

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Adam schiep.

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Eva schiep.

Ze waren de voorouders, haar pure en waardevolle schat.

Ze waren man en vrouw, levende wezens met een ziel.

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Adam schiep.

(toen God Adam schiep.)

Oh wat een heerlijke dag, wat een heerlijke dag,

wat een heerlijke dag, toen God Eva schiep (Eva schiep).

Ze waren de voorouders, haar pure en waardevolle schat.

Ze waren man en vrouw, levende wezens met een ziel.

uit 'Het Woord verschijnt in het vlees'

De originele mensen waren levende wezens met een ziel