647 Kennen jullie echt Gods werk?

647 Kennen jullie echt Gods werk?

1 Wie heeft de waarheid ooit aanvaard? Wie heeft God ooit met open armen verwelkomd? Wie heeft ooit blij uitgekeken naar de verschijning van God? Het gedrag van de mens is al heel lang verdorven en zijn onreinheid heeft de tempel van God al heel lang onherkenbaar achtergelaten. De mens zet zijn eigen werk intussen nog steeds voort en haalt zijn neus op voor God. Het is alsof zijn verzet tegen God in steen gebeiteld en onveranderlijk is, bijgevolg zou hij liever vervloekt worden dan dat hij nog meer mishandeling lijdt van zijn woorden en daden. Hoe kunnen zulke mensen God kennen? Hoe kunnen zij rust bij God vinden? En hoe kunnen zij geschikt zijn om voor God te verschijnen?

2 Er is zonder twijfel niets verkeerds aan het zichzelf toewijden aan Gods managementplan – maar waarom verdringen mensen Gods werk en Gods volledigheid naar de achtergrond, terwijl zij hun eigen bloed en tranen onzelfzuchtig toewijden? De geest van onzelfzuchtige toewijding van mensen is zonder twijfel kostbaar – maar hoe kunnen ze weten dat de ‘zijde’ die ze spinnen geheel en al ongeschikt is om te vertegenwoordigen wat God is? De goede intenties van mensen zijn zonder twijfel kostbaar en zeldzaam – maar hoe kunnen zij de ‘onbetaalbare schat’ slikken?

3 Jullie moeten allemaal over jullie verleden nadenken: waarom zijn jullie nooit los van jullie harteloze tuchtiging en vervloeking geweest? Waarom staan mensen altijd op zo’n ‘intieme voet’ met majestueuze woorden en rechtvaardig oordeel? Is God ze werkelijk aan het beproeven? Is God ze opzettelijk aan het louteren? En hoe treden mensen binnen te midden van loutering? Kennen ze Gods werk echt? Welke lering hebben mensen getrokken uit Gods werk en hun eigen intrede? Mogen mensen Gods aansporing niet vergeten, mogen zij inzicht hebben in Gods werk, er vast in geloven en hun eigen intrede naar behoren beheren.

Naar ‘Werk en intrede (9)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

647 Kennen jullie echt Gods werk?