Berouw

Berouw

I

Goede bedoelingen,

advies van de laatste dagen doet de mens ontwaken uit een diepe slaap.

Pijnlijke herinneringen en vuil bleven mijn geweten martelen.

In verwarring bid ik in angst. Hand op het hart, berouwvol.

U bent zo vriendelijk, maar ik heb u misleid met valse liefde.

Mijn kwade ziel kende geen spijt.

Levend in zonde, zonder angst. Niet gevend om hoe u zich voelde.

Alleen uw genade willend. In onbehagen en zelfmedelijden,

het spijt me maar ik kan niet stoppen. Zelfbedrog verberg je niet zomaar.

II

Niet wetend dat u trouw en rechtvaardig bent, zocht ik mijn weg naar buiten.

Als uw werk eenmaal is voltooid, wie kan u dan stoppen?

Alles wat rest is zuchten en spijt.

Levend in zonde, corruptie. Schuld zwelt op in mijn hart.

Ernstige woorden blijven mij bij. Ik haat hoe immoreel ik ben geweest.

Met lege handen, kom ik voor uw woorden. Te beschaamd om u te zien. Oh ...

--

Berouw