162 God zal de betekenis van Zijn schepping van de mens herstellen

162 God zal de betekenis van Zijn schepping van de mens herstellen

1 God schiep de mensheid, plaatste haar op aarde en Hij heeft haar geleid tot de dag van vandaag. Daarna redde Hij de mensheid en diende als zondoffer voor de mensheid. Aan het eind moet Hij alsnog de mensheid overwinnen, de mensheid volledig redden en haar in haar oorspronkelijke gelijkenis herstellen. Dit is het werk waarmee Hij van het begin tot het einde bezig is geweest – de mens terugbrengen naar zijn oorspronkelijke beeltenis en naar zijn oorspronkelijke gelijkenis. Hij zal Zijn koninkrijk vestigen en de oorspronkelijke gelijkenis van de mens herstellen, hetgeen betekent dat Hij Zijn gezag op aarde zal herstellen en dat Hij Zijn gezag onder de hele schepping zal herstellen.

2 De mens verloor zijn Godvrezende hart nadat hij verdorven was door Satan en hij verloor de functie die Gods schepselen zouden moeten hebben, en werd dus een ongehoorzame vijand van God. De mens leefde onder Satans domein en volgde Satans bevelen; dus God kreeg geen kans om werk te verrichten onder Zijn schepselen en al zeker niet om vrees van Zijn schepselen te verkrijgen. De mens is door God geschapen en zou God moeten aanbidden, maar de mens keerde juist God de rug toe en aanbad Satan. Satan werd de afgod in het hart van de mens. Zo verloor God Zijn positie in het hart van de mens, wat wil zeggen dat Hij de betekenis van Zijn schepping van de mens heeft verloren. Om dus de betekenis van Zijn schepping van de mens te herstellen, moet Hij de oorspronkelijke gelijkenis van de mens herstellen en de mens van zijn verdorven gezindheid verlossen.

3 Om de mens van Satan terug te winnen, moet Hij de mens van de zonde redden. Alleen op deze manier kan Hij de oorspronkelijke gelijkenis van de mens geleidelijk aan herstellen, de oorspronkelijke functie van de mens herstellen en uiteindelijk Zijn koninkrijk herstellen. De uiteindelijke vernietiging van de kinderen van ongehoorzaamheid zal ook worden uitgevoerd om de mens in staat te stellen God beter te aanbidden en beter op aarde te leven. Het koninkrijk dat Hij wenst te vestigen is Zijn eigen koninkrijk. De mensheid die Hij wenst is er een die Hem aanbidt, een die Hem volledig gehoorzaamt en Zijn glorie omvat.

Naar ‘God en de mens zullen gezamenlijk de rust ingaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

162 God zal de betekenis van Zijn schepping van de mens herstellen