31 De betekenis van Gods verschijning

31 De betekenis van Gods verschijning

I

De verschijning van God verwijst naar Zijn persoonlijke aankomst

op aarde om Zijn werk te doen.

Met Zijn eigen gezindheid en identiteit, en op Zijn eigen manier,

daalt Hij neer tussen de mensen

om een tijdperk te beginnen en te eindigen.

Zo’n verschijning is geen teken of afbeelding.

Het is geen vorm van ceremonie.

Het is geen mirakel of een groot visioen.

Het is nog minder een soort van religieus proces.

Het is een echt en werkelijk feit dat tastbaar en zichtbaar is,

een feit dat tastbaar en zichtbaar is.

Zo’n verschijning is niet om een proces te volgen,

of voor een kortstondig ondernemen;

het is eerder voor een fase in het werk van Gods managementplan.

II

De verschijning van God is steeds betekenisvol,

en is altijd verbonden met Zijn managementplan.

Deze verschijning is totaal niet hetzelfde als

de verschijning van Gods leiden van de mens,

het leiden of verlichten van de mens,

God doet een fase van groots werk elke keer als Hij Zichzelf onthult.

Dit werk is anders dan dat van elk ander tijdperk,

onvoorstelbaar voor de mens, nooit ervaren door de mens.

Het is een werk dat een nieuw tijdperk start en het oude beëindigt,

een nieuw en verbeterd werk voor de verlossing van de mensheid,

en een werk om de mensheid naar het nieuwe tijdperk te brengen.

Het is de betekenis van de verschijning van God.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

31 De betekenis van Gods verschijning