II. Men moet getuigen van waarheden over de drie fases van Gods reddingswerk

II. Men moet getuigen van waarheden over de drie fases van Gods reddingswerk

Relevante woorden van God:

Van het werk van Jehova tot dat van Jezus, en van het werk van Jezus tot dat van deze huidige fase; deze drie fasen vormen een rode draad door de volledige omvang van Gods management, en allemaal zijn ze het werk van één Geest. Sinds de schepping van de wereld is God altijd bezig geweest met het beheer van de mensheid. Hij is het begin en het einde, Hij is de eerste en de laatste, en Hij is degene die een tijdperk begint en tot een einde brengt. De drie fasen van het werk, in verschillende tijdperken en op verschillende locaties, zijn onmiskenbaar het werk van één Geest. Iedereen die deze drie fasen van elkaar scheidt, staat lijnrecht tegenover God. Nu is het jouw verantwoordelijkheid om in te zien dat al het werk vanaf de eerste fase tot aan vandaag het werk is van één God, het werk van één Geest. Hierover kan geen twijfel bestaan.

uit ‘De visie van Gods werk (3)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De drie werkfases werden door één God verricht. Dit is de grootste visie en de enige weg naar het kennen van God. De drie werkfases konden alleen door God Zelf worden verricht en geen mens kon zo’n werk namens Hem verrichten. Dat wil zeggen dat alleen God Zelf Zijn eigen werk vanaf het begin tot nu toe gedaan kan hebben. Hoewel de drie werkfases van God zijn uitgevoerd in verschillende tijdperken en op verschillende locaties, en hoewel het werk van elk anders is, is het allemaal het werk van één God. Van alle visies is dit de grootste visie waar de mens kennis van moet hebben en als deze volledig kan worden begrepen door de mens, dan zal hij kunnen standhouden.

uit ‘Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Na het werk van Jehova, is Jezus vlees geworden om Zijn werk onder de mensen te verrichten. Zijn werk stond niet op zichzelf, maar bouwde voort op het werk van Jehova. Het was het werk van een nieuw tijdperk: God had het Tijdperk van de Wet afgesloten. Zo zette God Zijn werk, nadat het werk van Jezus was voleindigd, voort in het tijdperk dat daarna kwam omdat het hele management van God voortdurend verder gaat. Als het oude tijdperk verstrijkt, wordt dit vervangen door een nieuw tijdperk en nadat het oude werk is voltooid zal een nieuw werk het management van God voortzetten. Deze vleeswording is de tweede vleeswording van God, die volgt op de voltooiing van Jezus’ werk. Natuurlijk staat deze vleeswording niet op zichzelf: het is de derde fase in het werk na het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade. Elke nieuwe fase in het werk van God brengt altijd een nieuw begin en een nieuw tijdperk met zich mee. Er vinden dus ook bijbehorende veranderingen plaats in de gezindheid van God, in Zijn werkwijze, in de plaats van Zijn werk en in Zijn Naam. Het is dan ook geen wonder dat de mens het werk van God in het nieuwe tijdperk moeilijk kan aanvaarden. Maar hoe Hij ook wordt tegengewerkt door de mens, toch doet God altijd Zijn werk en leidt Hij de gehele mensheid verder. Toen Jezus in de wereld kwam, bracht Hij het Tijdperk van Genade en maakte Hij een einde aan het Tijdperk van de Wet. In de laatste dagen werd God nogmaals vlees. Toen Hij dit keer vlees werd, maakte Hij een einde aan het Tijdperk van Genade en bracht Hij het Tijdperk van het Koninkrijk. Allen die de tweede vleeswording van God aanvaarden, worden in het Tijdperk van het Koninkrijk ingeleid en kunnen de leiding van God persoonlijk aanvaarden. Jezus deed veel werk onder de mens, maar voltooide alleen de verlossing van alle mensen en werd het zondoffer van de mens. Hij ontdeed de mens niet van heel zijn verdorven gezindheid. Om de mens volledig van de invloed van Satan te redden, was het niet alleen vereist dat Jezus de zonden van de mensheid als zondoffer op Zich nam, maar ook dat God nog belangrijker werk uitvoerde om de mens volledig te ontdoen van zijn gezindheid die door Satan was verdorven. Daarom keerde God nadat de zonden van de mensen waren vergeven terug in het vlees om de mens naar een nieuw tijdperk te leiden. Hij begon het werk van tuchtiging en oordeel, waardoor de mens in een hogere sfeer terechtkwam. Iedereen die zich aan Zijn heerschappij onderwerpt, zal een hogere waarheid genieten en een rijkere zegen ontvangen. Ze zullen echt in het licht leven en de waarheid, de weg en het leven verkrijgen.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het zesduizendjarige managementplan is verdeeld in drie werkfases. Geen enkele fase kan op zichzelf het werk van de drie tijdperken vertegenwoordigen; ze vertegenwoordigt maar één deel van het geheel. De naam Jehova kan Gods hele gezindheid niet vertegenwoordigen. Het feit dat Hij Zijn werk in het Tijdperk van de Wet heeft uitgevoerd, is geen bewijs dat God alleen maar onder de wet God kan zijn. Jehova heeft wetten voor de mens ingesteld en hem de geboden gegeven met de vraag om de tempel en de altaren te bouwen. Het werk dat Hij deed, vertegenwoordigt alleen het Tijdperk van de Wet. Dit werk dat Hij deed, is geen bewijs dat God alleen maar een God is die aan de mens vraagt om zich aan de wet te houden, of dat Hij de God in de tempel is, of dat Hij de God vóór het altaar is. Het zou onwaar zijn om dit te zeggen. Het werk dat onder de wet wordt gedaan, kan slechts één tijdperk vertegenwoordigen. Daarom, als God alleen het werk heeft verricht in het Tijdperk van de Wet, zou de mens God beperken tot de volgende definitie, die zegt: “God is de God in de tempel en om God te dienen moeten we priesterlijke gewaden dragen en de tempel binnengaan.” Indien het werk in het Tijdperk van Genade nooit was uitgevoerd en het Tijdperk van de Wet was verdergegaan tot op de huidige dag, dan zou de mens niet weten dat God ook genadig en liefdevol is. Indien het werk in het Tijdperk van de Wet niet was gedaan en alleen maar het werk in het Tijdperk van Genade, dan zou de mens alleen maar weten dat God de mens kan verlossen en hem zijn zonden kan vergeven. De mens zou alleen maar weten dat Hij heilig is en onschuldig, en dat Hij omwille van de mens in staat is om zichzelf op te offeren en te laten kruisigen. De mens zou alleen deze dingen weten maar al het andere niet begrijpen. En dus vertegenwoordigt elk tijdperk een deel van Gods gezindheid. Pas wanneer alle drie de fases tot één geheel zijn samengevoegd – de aspecten van Gods gezindheid vertegenwoordigd in het Tijdperk van de Wet, de aspecten in het Tijdperk van Genade en de aspecten in de huidige fase – kunnen ze de totaliteit van Gods gezindheid openbaren. Pas wanneer de mens alle drie de fases heeft leren kennen, kan hij het volledig begrijpen. Geen van de drie fases kan worden weggelaten. Je zult de eigenlijke gezindheid van God pas in zijn geheel zien na het leren kennen van deze drie werkfases. Het feit dat God Zijn werk in het Tijdperk van de Wet heeft voltooid, bewijst niet dat Hij alleen de God onder de wet is en het feit dat Hij Zijn werk van de verlossing heeft voltooid, wil niet zeggen dat God de mensheid altijd zal verlossen. Dit zijn allemaal conclusies die door de mens worden getrokken. Met het einde van het tijdperk van Genade kun je niet zeggen dat God alleen aan het kruis hoort en dat alleen het kruis de redding van God vertegenwoordigt. Door dit te doen, zou je God beperken. In de huidige fase doet God voornamelijk het werk van het woord, maar je kunt daarmee niet zeggen dat God de mens nooit genadig is geweest en dat Hij alleen maar tuchtiging en oordeel heeft gebracht. Het werk in de laatste dagen legt het werk van Jehova en Jezus bloot, en alle mysteries die niet door de mens begrepen zijn om zodoende de bestemming en de uitkomst van de mensheid te openbaren, en het gehele reddingswerk voor de mensheid te beëindigen. Deze werkfase in de laatste dagen brengt alles tot een einde. Alle mysteries die niet door de mens zijn begrepen, moeten worden ontrafeld, zodat de mens deze kan doorgronden en in zijn hart een volledig en duidelijk begrip verkrijgt. Pas dan kan het menselijke ras naar zijn soort worden onderverdeeld. Pas nadat het zesduizendjarige managementplan is voltooid, zal de mens de gezindheid van God in haar totaliteit begrijpen, want Zijn management zal dan tot een einde gekomen zijn.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het werk dat op dit moment gedaan wordt, heeft het werk van het Tijdperk van Genade verder gebracht; dat wil zeggen dat het werk van het hele zesduizendjarige managementplan voortgegaan is. Hoewel het Tijdperk van Genade nu voorbij is, heeft het werk van God voortgang geboekt. Waarom zeg ik steeds weer dat dit stadium van het werk bouwt op het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet? Dit houdt in dat het huidige werk een voortzetting is van het werk dat in het Tijdperk van Genade is gedaan en een vooruitgang ten opzichte van het werk in het Tijdperk van de Wet. De drie stadia zijn nauw verweven en iedere schakel in de keten is nauw verbonden met de volgende. Waarom zeg ik ook dat dit stadium van het werk voortborduurt op het werk van Jezus? Stel dat dit stadium niet op het werk van Jezus zou voortborduren. Dan zou er in dit stadium opnieuw een kruisiging moeten plaats vinden, en zou het verlossingswerk van het vorige stadium helemaal overgedaan moeten worden. Dat zou zinloos zijn. Het is dus niet zo dat het werk helemaal klaar is, maar het tijdperk is verder gegaan en het werk is naar een nog hoger niveau getild dan voorheen. Je kunt zeggen dat dit stadium van het werk op het fundament van het Tijdperk van de Wet en op de rots van het werk van Jezus is gebouwd. Het werk wordt stadium voor stadium opgebouwd, en dit stadium is geen nieuw begin. Alleen de combinatie van de drie stadia van het werk kunnen als het zesduizendjarige managementplan worden beschouwd.

uit ‘De twee incarnaties voltooien de betekenis van de incarnatie’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het geheel van Gods gezindheid is geopenbaard in de loop van het zesduizendjarige managementplan. Het is niet alleen geopenbaard in het Tijdperk van Genade, noch alleen in het Tijdperk van de Wet en zelfs nog minder alleen in deze periode van de laatste dagen. Het werk van de laatste dagen vertegenwoordigt oordeel, toorn en tuchtiging. Het werk dat in de laatste dagen wordt verricht is geen vervanging voor het werk van het Tijdperk van de Wet of voor het Tijdperk van Genade. De drie werkfases vormen echter samen één entiteit en ze zijn allemaal het werk van één God. De uitvoering van dit werk is vanzelfsprekend verdeeld in afzonderlijke tijdperken. Het werk dat in de laatste dagen wordt verricht brengt alles tot een einde; het werk dat in het Tijdperk van de Wet wordt verricht is het werk van de aanvang; en het werk in het Tijdperk van Genade is het werk van verlossing. Wat betreft de visies van het werk van dit gehele zesduizendjarige managementplan is niemand in staat om inzicht of begrip te verwerven en blijven deze visies raadsels. In de laatste dagen wordt alleen het werk van het woord verricht om het Tijdperk van het Koninkrijk aan te kondigen, maar het is niet representatief voor alle tijdperken. De laatste dagen zijn niet meer dan de laatste dagen en niet meer dan het Tijdperk van het Koninkrijk, die het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet niet vertegenwoordigen. Het is eenvoudigweg gedurende de laatste dagen dat al het werk van het zesduizendjarige managementplan aan jullie geopenbaard wordt. Dit is de onthulling van het mysterie.

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De drie werkfases vormen het hart van Gods algehele management en daarin wordt de gezindheid van God uitgedrukt en wat Hij is. Zij die de drie fases van Gods werk niet kennen, zijn niet in staat om zich te realiseren hoe God Zijn gezindheid uitdrukt, noch kennen zij de wijsheid van Gods werk en zij blijven onwetend over de vele manieren waarop Hij de mensheid redt en zij zullen Zijn wil voor de gehele mensheid niet kennen. De drie werkfases zijn de volledige uitdrukking van het werk van de redding van de mensheid. Zij die de drie werkfases niet kennen, zullen de diverse methoden en principes van het werk van de Heilige Geest niet kennen. Zij die rigide alleen vasthouden aan doctrine die is overgebleven uit één werkfase zijn mensen die God beperken tot doctrine en van wie het geloof in God vaag en onzeker is. Zulke mensen zullen Gods redding nooit ontvangen. Alleen de drie fases van Gods werk kunnen Gods algehele gezindheid, Gods intentie om de gehele mensheid te redden en het gehele proces van de redding van de mensheid volledig uitdrukken. Dit bewijst dat Hij Satan heeft verslagen en de mensheid heeft gewonnen. Het bewijst Gods overwinning en is de uitdrukking van Gods algehele gezindheid. Zij die slechts één van de drie fases van Gods werk begrijpen, kennen slechts een deel van Gods gezindheid. In de opvatting van de mens kan deze enkelvoudige werkfase makkelijk een doctrine worden. Het is waarschijnlijk dat de mens regels over God zal vaststellen en de mens gebruikt dit enkele onderdeel van Gods gezindheid als iets dat Gods algehele gezindheid voorstelt. Bovendien vindt er in de verbeelding van de mens een dusdanige vermenging plaats, dat hij de gezindheid, het wezen en de wijsheid van God op een rigide manier beperkt, en eveneens de principes van Gods werk afbakent in de overtuiging dat, als God eens zo was, Hij altijd dezelfde zal blijven en nooit ofte nimmer zal veranderen. Alleen zij die de drie werkfases kennen en waarderen kunnen God volledig en zuiver kennen. Zij zullen God allerminst definiëren als de God van de Israëlieten of de Joden en zullen Hem niet zien als een God die voor altijd genageld is aan het kruis omwille van de mens. Als je God alleen maar leert kennen vanuit één fase van Zijn werk, dan is je kennis veel te beperkt. Je kennis is maar een druppel in de oceaan. Als dat niet zo was, waarom zouden velen van de religieuze oude garde God dan levend aan het kruis nagelen? Is dat niet omdat de mens God afbakent binnen bepaalde parameters?

uit ‘Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De drie werkfases vormen een overzicht van het gehele werk van God. Ze zijn een overzicht van Gods redding van de mensheid en ze zijn niet denkbeeldig. Als jullie Gods gezindheid echt helemaal willen kennen, dan moeten jullie de drie werkfases die door God worden uitgevoerd kennen en, wat nog belangrijker is, jullie moeten geen fase weglaten. Dit is het minste dat door hen, die God willen kennen, gedaan moet worden. De mens kan vanuit zichzelf geen ware kennis over God bedenken. Het is niet iets dat de mens zichzelf kan inbeelden. Het is ook niet het gevolg van een speciale voorkeur van de Heilige Geest voor één persoon. Het is daarentegen een kennis die voortkomt uit het ervaren door de mens van het werk van God en het kennen van God dat alleen voortkomt na een ervaring te hebben gehad met de feiten van Gods werk. Een dergelijke kennis kan niet worden bereikt in een opwelling, noch is het iets dat kan worden onderwezen. Het heeft alles te maken met persoonlijke ervaring. Gods redding van de mensheid vormt de kern van deze drie werkfases. Maar het reddingswerk bevat verschillende werkmethoden en middelen die Gods gezindheid uitdrukken. Voor de mens is dit het moeilijkst om te signaleren en moeilijk om te begrijpen. De scheiding van de tijdperken, de veranderingen in Gods werk, de veranderingen in de locatie van het werk, de veranderingen in de ontvangers van dit werk, enzovoort; deze zijn allemaal inbegrepen in de drie werkfases. Met name het verschil in de manier waarop de Heilige Geest werkt, evenals veranderingen in Gods gezindheid, beeld, naam, identiteit en andere veranderingen maken allemaal deel uit van de drie werkfases. Eén werkfase kan maar één deel vertegenwoordigen en is beperkt binnen een bepaalde reikwijdte. Het betreft niet de scheiding van de tijdperken of veranderingen in Gods werk, nog veel minder de andere aspecten. Dit is een duidelijk feit. De drie werkfases zijn het geheel van Gods reddingswerk van de mensheid. Men moet Gods werk en Gods gezindheid in het reddingswerk kennen. Als dit niet het geval is, bestaat je kennis van God alleen maar uit lege woorden en is het niet meer dan belerend optreden van uit een leunstoel.

uit ‘Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De laatste werkfase staat niet op zichzelf maar is onderdeel van het geheel, samen met de twee vorige fases. Dat wil zeggen dat het onmogelijk is om het hele reddingswerk te voltooien door middel van slechts een van de drie werkfases. Hoewel de laatste werkfase in staat is om de mens volledig te redden, wil dit niet zeggen dat het alleen nodig is om deze ene fase uit te voeren en dat de twee vorige werkfases niet nodig zijn voor het redden van de mens uit de invloed van Satan. Geen enkele fase van de drie fases kan worden aangewezen als de enige visie die bij alle mensen bekend moet zijn, want de totaliteit van het reddingswerk is de drie werkfases, niet één enkele fase daarvan. Zolang het reddingswerk niet volbracht is, zal het management van God niet tot een volledig einde gebracht kunnen worden. Gods wezen, gezindheid en wijsheid worden uitgedrukt in de totaliteit van het reddingswerk en deze zijn niet helemaal aan het begin aan de mens geopenbaard. Ze zijn echter geleidelijk in het reddingswerk tot uitdrukking gekomen. Elke fase van het reddingswerk drukt een onderdeel uit van de gezindheid van God en een onderdeel van Zijn wezen. Niet elke werkfase kan de totaliteit van Gods wezen rechtstreeks en volledig uitdrukken. Als zodanig kan het reddingswerk alleen maar volledig worden afgesloten wanneer de drie werkfases zijn afgerond en de kennis van de mens van de totaliteit van God is dus onlosmakelijk verbonden met de drie fases van Gods werk. Wat de mens uit één werkfase haalt, is slechts de gezindheid van God die wordt uitgedrukt in één onderdeel van Zijn werk. Het kan de gezindheid en het wezen dat wordt uitgedrukt in de fases daarvoor of daarna niet vertegenwoordigen. Dat komt doordat het redden van de mensheid niet in één periode of op één locatie kan worden afgerond, maar het wordt langzamerhand dieper al naar gelang de mate waarin de mens zich op verschillende plaatsen en op verschillende tijden heeft ontwikkeld. Het gaat om werk dat gefaseerd wordt uitgevoerd en niet in één fase wordt afgerond. En Gods algehele wijsheid wordt dus veeleer in de drie werkfases uitgekristalliseerd, in plaats van gedurende één afzonderlijke fase. Zijn gehele wezen en gehele wijsheid komen in deze drie fases tot uitdrukking, en elke fase bevat Zijn wezen en is een verslag van de wijsheid van Zijn werk. De mens moet de volledige gezindheid van God kennen die in deze drie fases wordt uitgedrukt. Dit alles van Gods wezen is van het allergrootste belang voor de gehele mensheid en als mensen dit niet weten wanneer zij God aanbidden, dan zijn ze niet anders dan zij die Boeddha aanbidden. Gods werk te midden van de mensheid is niet verborgen voor de mens en moet bekend zijn bij allen die God aanbidden. Aangezien God de drie fases van het reddingswerk onder de mensheid heeft uitgevoerd, moet de mens de uitdrukking weten van wat Hij heeft en is tijdens deze drie werkfases. Dit is wat de mens moet doen. Wat God voor de mens verbergt, is wat de mens niet kan bereiken en niet moet weten, terwijl dat wat God aan de mens laat zien, hetgeen is wat de mens wel moet weten en moet bezitten. Elk van de drie werkfases wordt uitgevoerd op basis van de vorige fase. Die wordt niet onafhankelijk uitgevoerd, los van het reddingswerk. Hoewel er grote verschillen zijn in het tijdperk en het soort werk dat wordt verricht, gaat het in de kern telkens om de redding van de mensheid en elke fase van het reddingswerk gaat dieper dan de vorige.

uit ‘Het kennen van de drie fases van Gods werk is de weg naar het kennen van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

II. Men moet getuigen van waarheden over de drie fases van Gods reddingswerk