252 Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw zijn niet meer te redden

252 Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw zijn niet meer te redden

I

Zij die slechts denken aan hun vlees en gemak,

wier geloof onzeker is,

zij die hekserij en magie beoefenen,

wellustig, gehavend en versleten zijn,

zij die stelen van God en offers wegnemen,

geld aanbidden, vergeefs van de hemel dromen,

arrogant en trots zijn, roem en rijkdom nastreven,

goddeloze woorden verspreiden,

zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

II

Godslasteraars, zij die God beschimpen

en een oordeel over Hem vormen,

zij die samenkomen om hun eigen groep te vormen,

zichzelf boven God verheffen,

die frivole jonge mannen en vrouwen,

zelfs ouderen met een tomeloos vleselijk verlangen,

zij die streven naar rijkdom en een hoge status

zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw,

zij zijn niet meer te redden.

zij zijn niet meer te redden.

zij zijn niet meer te redden.

uit 'Het Woord verschijnt in het vlees'

252 Zij die in zonde zijn gevangen zonder berouw zijn niet meer te redden