Er zijn voorwaarden om aan te voldoen als je vervolmaakt wilt worden. Dankzij je vastberadenheid, je doorzettingsvermogen, je geweten en je streven zul je in staat zijn om het leven te ervaren en Gods wil te vervullen. Dat is je intreding en daarmee voldoe je aan de vereisten op het pad naar volmaaktheid. Het werk van vervolmaking kan op alle mensen worden toegepast. Ieder die God zoekt, kan vervolmaakt worden en heeft de kans en kwalificaties om vervolmaakt te worden. Er geldt in dit opzicht geen vaste regel. Of iemand kan worden vervolmaakt, hangt vooral af van waar hij naar streeft. Mensen die de waarheid liefhebben en in staat zijn om naar de waarheid te leven, kunnen zeker worden vervolmaakt. Mensen die de waarheid niet liefhebben en niet door God worden geprezen, leiden niet een leven dat God vereist. Deze mensen kunnen niet worden vervolmaakt. Het werk van vervolmaking is alleen bedoeld om mensen door God te laten winnen, niet een stap in het bestrijden van Satan. Het overwinningswerk is alleen bedoeld om Satan te bestrijden, oftewel het overwinnen van de mens dient om Satan te verslaan. Dit laatste is het belangrijkste werk, het nieuwste werk dat in alle tijden nooit is gedaan. Je zou kunnen zeggen dat het doel van dit stadium van het werk vooral is alle mensen te overwinnen om Satan zo te verslaan. Het werk om mensen te vervolmaken, is geen nieuw werk. Al het werk in de periode waarin God in het vlees werkzaam is, heeft als voornaamste doel mensen te overwinnen. Dit is als in het Tijdperk van Genade. De verlossing van de gehele mensheid door de kruisiging was het voornaamste werk. “Mensen door God laten winnen” was aanvullend op het werk in het vlees en gebeurde pas na de kruisiging. Toen Jezus kwam en Zijn werk deed, was Zijn hoofddoel om met Zijn kruisiging over de banden van de dood en Hades te zegevieren, om over Satans invloed te zegevieren, oftewel om Satan te verslaan. Petrus begaf zich pas na de kruisiging van Jezus stap voor stap op het pad naar volmaaktheid. Hij bevond zich uiteraard onder hen die Jezus volgden toen Jezus Zijn werk deed, maar hij werd in die tijd niet vervolmaakt. Petrus kreeg pas nadat Jezus Zijn werk had volbracht steeds meer begrip van de waarheid en werd toen vervolmaakt. De vleesgeworden God komt alleen naar de aarde om een belangrijk, cruciaal stadium van het werk in een korte tijdsperiode te voltooien, niet om langdurig onder de mensen op aarde te leven en hen doelbewust te vervolmaken. Dat werk doet hij niet. Hij wacht niet tot de tijd wanneer de mens volkomen vervolmaakt is om zijn werk te voltooien. Dat is niet het doel en de betekenis van Zijn vleeswording. Hij komt alleen voor het kortstondige werk om de mensheid te redden, niet voor het werk op de zeer lange termijn om de mensheid te vervolmaken. Het werk om de mensheid te redden, is representatief. Het kan een nieuw tijdperk inluiden en in korte tijd worden voltooid. Maar de mensheid vervolmaken, vereist dat de mens op een bepaald niveau komt. Dat werk vergt veel tijd en moet door de Geest van God worden gedaan. Het vindt plaats op het fundament van de waarheid die Hij spreekt tijdens Zijn werk in het vlees. Of Hij wekt ook de apostelen op om hen het herderlijke werk voor de lange termijn te laten doen, zodat Hij Zijn doel kan verwezenlijken om de mensheid te vervolmaken. De vleesgeworden God doet dit werk niet. Hij spreekt alleen over de weg van het leven zodat mensen het begrijpen. Hij geeft de mensheid alleen de waarheid en begeleidt de mensen niet voortdurend om de waarheid in praktijk te brengen, want dat valt niet onder Zijn bediening. Hij begeleidt de mens dus niet tot deze de waarheid volledig begrijpt en de waarheid volledig verkrijgt. Zijn werk in het vlees eindigt wanneer de mens het juiste pad van de waarheid van het leven formeel betreedt, wanneer de mens zich op het juiste pad van vervolmaking begeeft. Dan heeft Hij uiteraard ook Satan geheel en al verslagen en over de wereld gezegevierd. Het maakt Hem niet uit of de mens op dat moment de waarheid is binnengegaan. Het maakt Hem ook niet uit of het leven van de mens veel of weinig voorstelt. Niets daarvan is wat Hij dient te beheren in het vlees. Niets daarvan valt onder de bediening van de vleesgeworden God. Zodra Hij Zijn beoogde werk voltooit, besluit Hij Zijn werk in het vlees. Het werk dat de vleesgeworden God dus doet, is alleen het werk dat Gods Geest niet rechtstreeks kan doen. Het is bovendien het kortstondige reddingswerk, niet het werk op de lange termijn op aarde.

uit ‘Alleen de vervolmaakten kunnen een zinvol leven leiden’