41. Wat zijn slechte daden? Wat zijn de manifestaties van slechte daden?

41. Wat zijn slechte daden? Wat zijn de manifestaties van slechte daden?

Relevante woorden van God:

Wat is de standaard die wordt gebruikt om de daden van een mens te evalueren als goed of kwaad? Het hangt ervan af of je, in je gedachten, uitdrukkingen en acties, wel of niet beschikt over het getuigenis van het in de praktijk brengen van de waarheid en van het uitleven van de werkelijkheid van de waarheid. Als je deze werkelijkheid niet bezit of deze niet uitleeft, dan ben je zonder twijfel een boosdoener.

uit ‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Als je altijd naar het vlees leeft, altijd je eigen egoïstische verlangens bevredigt, dan bezit je de werkelijkheid van de waarheid niet. Dit is het teken van iemand die God te schande brengt. Je zegt: “Ik heb niets gedaan, hoe heb ik God dan te schande gebracht?” Met je gedachten en ideeën, met de bedoelingen, doelen en beweegredenen achter je handelingen, en met de gevolgen van wat je hebt gedaan – je bevredigt Satan op elke mogelijke manier, je bent het mikpunt van zijn spot en laat toe dat hij belastend materiaal over je in handen krijgt. Je bezit in de verste verte niet het getuigenis dat je als christen zou moeten hebben. Je onteert Gods naam in alle dingen en je bezit geen waar getuigenis. Zal God de dingen die je hebt gedaan onthouden? Welke conclusie zal God uiteindelijk trekken over je handelingen en de plicht die je hebt uitgevoerd? Moet dat niet ergens toe leiden, een vorm van verklaring? In de Bijbel zegt de Heer Jezus: “Velen zullen op die dag tot mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivelen uitgeworpen? En in uw naam vele wonderlijke werken gedaan?’ En dan zal ik hun verklaren: ‘Ik heb u nooit gekend. Ga weg van mij, u die zonde begaat.’” Waarom zei de Heer Jezus dit? Waarom zijn degenen die in de naam van de Heer zieken hebben genezen en duivels hebben uitgeworpen, die reizen om in de naam van de Heer te prediken, boosdoeners geworden? Wie zijn deze boosdoeners? Zijn het degenen die niet in God geloven? Ze geloven allen in God en volgen God. Ze geven ook dingen voor God op, putten zichzelf uit voor God en voeren hun plicht uit. Bij het uitvoeren van hun plicht ontbreekt het hen echter aan devotie en getuigenis, daarom is het het doen van het boze geworden. Dit is de reden dat de Heer Jezus zei: “Ga weg van mij, u die zonde begaa.”

uit ‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Veel mensen zullen knielen om genade en vergeving, omdat de zeven donderslagen luiden. Maar dit zal niet langer het Tijdperk van Genade zijn: het zal de tijd voor toorn zijn. Wat betreft alle mensen die kwaad doen (zij die ontucht plegen, er dubieuze geldpraktijken op nahouden, onduidelijke grenzen tussen mannen en vrouwen hanteren, die mijn management verstoren of aantasten, wier geest geblokkeerd is, die door boze geesten bezeten zijn enzovoort – allen behalve mijn uitverkorenen), niemand van hen zal de dans ontspringen of vergeven worden, maar ze zullen allemaal in het dodenrijk worden geworpen en voor altijd omkomen!

uit ‘Hoofdstuk 94’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Nu zie je al die daden van God, toch verzet je je nog, en ben je opstandig en onderwerp je je niet. Je koestert veel dingen in jezelf en doet wat je wil. Je volgt je eigen lusten en voorkeuren – dat is opstandigheid, dat is verzet. Geloof in God dat wordt uitgevoerd voor het vlees, voor de eigen lusten en voorkeuren, voor de wereld en voor Satan zijn immers vuil; het betekent verzet en opstandigheid. Er zijn tegenwoordig allerlei soorten geloof: sommigen zoeken bescherming tegen rampen, anderen willen graag gezegend worden, en terwijl sommigen de mysteries willen begrijpen zijn er weer anderen die geld proberen te verdienen. Dit zijn allemaal vormen van verzet, het is allemaal blasfemie! Als je zegt dat je je verzet of opstandig bent – verwijs je dan niet daarnaar? Velen mopperen of klagen nu, of oordelen. Dat zijn allemaal dingen die de goddelozen doen; het is menselijk verzet en opstandigheid. Die mensen zijn bezeten en bezet door Satan.

uit ‘Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Degenen die te midden van broeders en zusters altijd hun negativiteit uiten zijn de lakeien van Satan en zij verstoren de kerk. Deze mensen moeten op een dag weggestuurd en verbannen worden. In hun manier van in God geloven zullen mensen die geen godvrezend hart hebben, of geen hart dat God gehoorzaam is, niet alleen niet staat zijn om enig werk voor God te doen, maar juist het tegenovergestelde, ze zullen mensen worden die Gods werk verstoren en die God weerstaan. Het is de grootste schande voor een gelovige, wanneer iemand die in God gelooft, God niet gehoorzaamt of God vereert, maar in plaats daarvan Hem weerstaan. Als het woord en gedrag van een gelovige altijd even nonchalant en onbeheerst zijn als van een ongelovige, dan is deze gelovige zelfs nog kwaadaardiger dan de ongelovige; ze zijn een typische demon. Degenen in de kerk, die hun giftige praat uiten, die onder broeders en zusters geruchten verspreiden, onenigheid aanwakkeren en kliekjes vormen, hadden uit de kerk gezet moeten worden. Maar omdat het nu een afwijkend tijdperk van Gods werk is, zijn deze mensen ingeperkt, want ze zijn gedoemd om onderwerp van verbanning te zijn. Degenen die verdorven zijn gemaakt door Satan hebben allemaal een verdorven gezindheid. Maar terwijl sommige mensen slechts een verdorven gezindheid hebben, zijn er anderen die niet zo zijn, omdat ze niet alleen verdorven satanische gezindheid hebben, maar hun natuur is ook uiterst kwaadaardig. Alles wat dit type persoon doet en zegt, zijn niet alleen uitingen van hun verdorven satanische gezindheid, maar zij zijn zelf de echte duivel Satan.

uit ‘Een waarschuwing aan degenen die de waarheid niet in praktijk brengen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Elke kerk heeft mensen die de kerk verstoren, mensen die Gods werk onderbreken. Deze mensen zijn allemaal Satan, vermomd in Gods familie. Dit type mens is vooral erg goed om zich anders voor te doen, zich respectvol aan mij te tonen, te knikken en te buigen, zich te gedragen als schurftige honden, hun ‘alles’ toe te wijden om hun eigen doelen te bereiken, maar hun lelijke gezicht te tonen aan broeders en zusters. Wanneer ze iemand de waarheid in praktijk zien brengen, vallen ze hen aan en sluiten ze hen buiten en wanneer ze mensen zien die geduchter is dan zijzelf, vleien ze hen en duiken ze op hen af, terwijl ze handelen als tirannen binnen de kerk. Het is zo dat de meerderheid van kerken dit soort ‘lokale vileine slang’, dit type ‘schoothondje’ in zich heeft. Ze sluipen samen rond, knipogend en heimelijk seinend naar elkaar en geen van hen brengt de waarheid in praktijk. Degene die het meeste gif heeft, is de ‘hoofddemon’ en degene met de hoogste aanzien leidt hen, met hun vlag in de lucht. Deze mensen hebben de vrije loop in de kerk, verspreiden hun negativiteit, zaaien verderf, doen wat ze maar willen, zeggen wat ze maar willen, zonder dat iemand hen durft te stoppen, omdat ze vol satanische gezindheden zijn. Op het moment dat ze beginnen te zorgen voor verstoring, komt er een sfeer van verderf de kerk in. … Als er verschillende lokale vileine slangen in een kerk zijn, evenals een paar kleine ‘vliegen’ die hen volgen zonder enig onderscheidingsvermogen, als degenen van de kerk de greep en manipulatie van deze slangen nog steeds niet kunnen afhouden nadat ze de waarheid hebben gezien, dan zullen deze dwazen uiteindelijk worden vernietigd. Hoewel deze kleine vliegen misschien niets vreselijks hebben gedaan, zijn ze nog sluwer, nog gladder en ongrijpbaarder en iedereen die zo is zal worden vernietigd. Er zal niet één over zijn!

uit ‘Een waarschuwing aan degenen die de waarheid niet in praktijk brengen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Jullie bedrog, jullie arrogantie, jullie hebzucht, jullie extravagante verlangens, jullie verraad, jullie ongehoorzaamheid – welke van deze kon aan mijn opmerkzaamheid ontsnappen? Jullie dollen met mij, jullie houden me voor de gek, jullie beledigen mij, jullie misleiden mij, jullie persen me af, jullie buiten mij uit voor offers – hoe zou zo'n kwaadaardigheid mijn bestraffing kunnen ontgaan? Jullie kwade gedrag is een bewijs van jullie vijandschap tegen mij en is een bewijs dat jullie niet verenigbaar met mij zijn. … Jullie zijn in overvloedige mate arrogant, hebzuchtig en plichtmatig; de kunstjes waarmee jullie me voor de gek houden zijn al te vindingrijk en jullie hebben al te veel verachtelijke intenties en methoden. Jullie loyaliteit is te zwak, jullie oprechtheid is te schaars en jullie geweten ontbreekt nog meer. Er is teveel boosaardigheid in jullie hart en niemand is ervan vrijgesteld, zelfs ik niet. Jullie sluiten me buiten omwille van jullie kinderen, of jullie echtgenoten, of jullie eigen zelfbehoud. In plaats van om mij te geven, geven jullie om jullie familie, jullie kinderen, jullie status, jullie toekomst en jullie eigen voldoening. Wanneer hebben jullie ooit aan mij gedacht terwijl jullie spraken of handelden? Als het koud weer is, wenden jullie gedachten zich tot jullie kinderen, jullie echtgenoten of jullie ouders. Als het warm weer is, heb ik ook geen plaats in jullie gedachten. Wanneer je je plicht doet, denk je aan je eigen belangen, aan je eigen persoonlijke veiligheid, aan de leden van je gezin. Wat heb je ooit gedaan dat voor mij was? Wanneer heb je ooit aan mij gedacht? Wanneer ooit heb je jezelf, tegen elke prijs, toegewijd aan mij en mijn werk? Waar is het bewijs van je verenigbaarheid met mij? Waar is de realiteit van je trouw aan mij? Waar is de realiteit van je gehoorzaamheid aan mij? Wanneer zijn jouw intenties niet geweest om mijn zegeningen te verkrijgen? Jullie houden me voor de gek en bedriegen mij, jullie spelen met de waarheid en verhullen het bestaan van de waarheid en verraden de inhoud van de waarheid. Jullie plaatsen jezelf zo vijandig tegenover mij, dus wat staat jullie te wachten in de toekomst? Jullie zoeken alleen naar verenigbaarheid met een vage God en zoeken slechts een vaag geloof, maar toch zijn jullie niet verenigbaar met Christus. Zal jullie misdadigheid niet dezelfde vergelding ontvangen als die wat de goddelozen verdienen?

uit ‘Je zou de weg van verenigbaarheid met Christus moeten zoeken’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Misschien heb je gedurende je jaren van geloof in God nooit iemand vervloekt of nooit een slechte daad begaan, maar kun je, in je omgang met Christus, toch de waarheid niet spreken, niet eerlijk handelen, en niet het woord van Christus gehoorzamen; in dat geval zeg ik dat je de meest duistere en kwaadaardige persoon ter wereld bent. Misschien ben je uitzonderlijk hartelijk en toegewijd aan je familieleden, vrienden, vrouw (of man), zonen en dochters en ouders, en maak je nooit misbruik van anderen. Echter, als je niet verenigbaar en in harmonie met Christus bent – zelfs als je al het jouwe uitput om je naasten te helpen of zorgvuldig te zorgen voor je vader, moeder en gezinsleden – dan zeg ik dat je nog steeds slecht bent, en bovendien vol van sluwe listen. Denk niet dat je verenigbaar bent met Christus alleen omdat je goed met anderen omgaat en een paar goede daden doet. Denk je dat je met je liefdadige bedoeling een zegen van de hemel kunt ontfutselen? Denk je dat het doen van een paar goede daden je gehoorzaamheid kan vervangen?

uit ‘Degenen die onverenigbaar zijn met Christus zijn beslist tegenstanders van God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Ik zal niet meer genadig zijn voor hen die mij in het geheel niet trouw zijn in tijden van verdrukking, want mijn genade reikt maar zover. Bovendien kan ik geen sympathie opbrengen voor degenen die mij eens hebben verraden, nog minder wil ik geassocieerd worden met mensen die hun vrienden verraden. Dit is mijn gezindheid, wie de persoon ook maar mag zijn.

uit ‘Voor je bestemming moet je een toereikend aantal goede daden voorbereiden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Ieder van jullie is opgestegen naar de hoogste hoogten van de menigten; jullie zijn opgestegen om de voorouders van de menigten te zijn. Jullie zijn uiterst willekeurig en rennen als gaan als bezetenen tekeer tussen alle maden op zoek naar een vredige plek, terwijl jullie proberen de maden die kleiner zijn dan jullie te verslinden. In jullie hart zijn jullie kwaadaardig en duister en jullie overtreffen zelfs de geesten die naar de bodem van de zee zijn gezonken. Jullie bewonen de onderlaag van de mest, waarbij jullie de maden van boven tot onder in beroering brengen zodat ze geen rust krijgen, steeds even met elkaar vechten en dan weer kalmeren. Jullie kennen jullie eigen status niet, toch vechten jullie nog steeds met elkaar in de mest. Wat kan die strijd jullie opleveren? Hoe zouden jullie achter mijn rug met elkaar kunnen vechten als jullie hart echt vervuld was van eerbied voor mij? Hoe hoog je status ook is, ben je niet nog steeds een stinkende kleine worm in de mest? Kun je vleugels krijgen en een duif in de lucht worden? Jullie, stinkende kleine wormen die de offers stelen van mijn, Jehova's, altaar, kunnen jullie jullie verdorven, falende namen redden om het uitverkoren volk van Israël te worden? Jullie zijn schaamteloze ellendelingen!

uit ‘Wanneer de vallende bladeren terugkeren naar hun wortels zullen jullie spijt krijgen van al het kwaad dat jullie hebben gedaan’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gedeelten uit preken en communicatie als referentie:

Wat zijn de manifestaties van het doen van allerlei slechte daden? De eerste manifestatie in Gods huis vindt plaats wanneer iemand over God en Gods werk oordeelt. Het gaat vaak gepaard met het hebben van opvattingen over God en over de mens die gebruikt is door de Heilige Geest. Sommige mensen koesteren zelfs vijandigheid, ze verspreiden overal negativiteit en opvattingen over God, ze verspreiden geruchten over God en de mens die door de Heilige Geest is gebruikt om de door God uitverkoren mensen te bedriegen en het werk van Gods huis te verstoren. Deze dingen zijn de grootste kwaden. Dit zijn de dingen die het binnengaan van de door God uitverkoren mensen in het leven en het werk van Gods huis het meest hinderen en schade berokkenen. Dit is de reden waarom deze dingen de grootste kwaden zijn. Al degenen die in staat zijn dit soort slechte daden te doen, zijn degenen die allerlei slechte daden verrichten. De tweede manifestatie is dat sommige leiders in Gods huis geen rekening houden met Gods wil en het essentiële werk dat God hen toevertrouwt niet uitvoeren. In plaats daarvan werken ze om van zichzelf te getuigen en hun status hoog te houden. Ze regelen op alle niveaus van Gods huis leiderschapsposities voor assistenten en medestanders die ze vertrouwen. Dit soort mens is ook iemand die allerlei slechte daden verricht. Ze regelen niets voor degenen die de waarheid oprecht nastreven en het werk van de Heilige Geest bezitten, in plaats daarvan zetten ze hun handlangers, vertrouwde assistenten en pluimstrijkers op belangrijke posities. Is dit niet het plaatsen van obstakels en creëren van moeilijkheden op het pad dat leidt tot het binnengaan in het leven van de door God uitverkoren mensen? Zulke mensen behoren daarom ook tot degenen die allerlei slechte daden verrichten. Gods huis verheft ze en laat ze leiders zijn, maar toch getuigen ze van zichzelf, pronken ze met zichzelf en geven ze in het geheel geen getuigenis van God of van alles wat God heeft en is. Ze communiceren de waarheid van Gods woord niet en leiden de mensen niet de waarheid binnen. Ze zijn altijd bezig hun eigen status hoog te houden, ze spreken steeds maar weer omwille van hun eigen status en reputatie, ze houden hun eigen status hoog onder de door God uitverkoren mensen en in het hart van het leiderschap. Dit soort mens is een antichrist. Mensen die antichristen zijn, zijn degenen die allerlei slechte daden verrichten. De derde manifestatie is dat mensen hun plichten zonder enige devotie tot God doen, altijd laks zijn en hun vlees en persoonlijke smaak volgen wanneer ze dingen doen. Het gevolg is dat zij het werk van Gods huis veel problemen bezorgen en ze Gods huis grote financiële verliezen laten lijden. Dit soort mensen zijn mensen die allerlei slechte daden verrichten. De vierde manifestatie is dat al degenen die de waarheid niet nastreven, maar toch anderen hinderen in het nastreven van de waarheid, die altijd negativiteit verspreiden en die altijd de foutieve opvattingen van ongelovigen en religieuze mensen verspreiden om de door God uitverkoren mensen te hinderen, ook mensen zijn die allerlei slechte daden verrichten.

uit ‘Hoe God de uitkomst van ieder type persoon regelt’ in ‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven II’

De dertig slechte daden van het onderbreken en verstoren van Gods werk en het zich rechtstreeks tegen God verzetten:

1. Het je niet volledig focussen op het uitvoeren van je plicht in de kerk, maar je in plaats daarvan bezighouden met jaloerse geschillen en gevechten om status die tot chaos in het kerkelijk leven leiden, is een slechte daad.

2. Het zaaien van onenigheid, het vormen van kliekjes en veroorzaken van verstoringen die leiden tot schisma’s binnen de kerk en het werk van de kerk ernstig verstoren, is een slechte daad.

3. Het niet liefhebben van de waarheid, geneigd zijn onheil te stichten en conflicten en twisten tussen mensen te creëren en het kerkelijk leven te verstoren, is een slechte daad.

4. Het vertellen van leugens, het misleiden en bedriegen van mensen, het regelmatig verdraaien van de feiten en het verwarren van goed en kwaad om chaos te creëren, is een slechte daad.

5. Het verspreiden van misvattingen en ketterij om mensen te misleiden zodat ze niet in staat zijn om de waarheid na te streven, het hen aan een pad ontbreekt en ze zich hechten aan Satan en demonen, is een slechte daad.

6. Het verspreiden van negativiteit en dood, het verspreiden van opvattingen om mensen te misleiden en het kerkelijk leven te verstoren, en die er toe leiden dat mensen onverschillig worden en zich afwenden van God, is een slechte daad.

7. Wanneer je duidelijk weet dat je de werkelijkheid van de waarheid niet bezit, dat je niet de goede menselijkheid bezit en toch koppig naar leiderschapsposities streeft, en op deze manier chaos creëert, is dit een slechte daad.

8. Je op één manier gedragen wanneer mensen je zien, maar volkomen anders achter hun rug om, doen alsof je het met hen eens bent, maar je in werkelijkheid verzetten, zowel degenen boven als degenen onder je misleiden en huichelachtige tactieken gebruiken om anderen te misleiden, is slechte daad.

9. Het niet in staat zijn om over de waarheid te communiceren om problemen op te lossen, altijd op de zwakke punten van anderen wijzen om hen een lesje te leren, en anderen op neerbuigende wijzen berispen, is een slechte daad.

10. Het niet kunnen loslaten van de overtredingen van leiders en werkers, ze niet correct behandelen en zo hun normale werk beïnvloeden, is een slechte daad.

11. Wanneer men, bij de onderdrukking van valse leiders en werkers, hen laat lijden en probeert naar hun ondergang te sturen zonder hun de kans te geven zich te bekeren, en daarbij paniek veroorzaakt, is dat een slechte daad.

12. Het zijn van een onverantwoordelijke leider of werker en werkeloos toe te zien wanneer de goddelozen de kerk verstoren, en het werk van de kerk niet beschermen, is een slechte daad.

13. Het niet in overeenstemming met werkregelingen uitvoeren van je taak om praktische problemen op te lossen en de goddelozen in staat te stellen de kerk te verstoren, is een slechte daad.

14. Het ernstig overtreden van de werkregelingen en dingen op eigen houtje doen, koppig tot het einde toe tegen de waarheid ingaan en schade toebrengen aan de door God uitverkoren mensen, is een slechte daad.

15. Wanneer leiders en werkers de waarheid niet beoefenen, maar herrie schoppen en de supervisie en kritiek van de door God uitverkoren mensen niet aanvaarden, is dit een slechte daad.

16. Wanneer leiders en werkers doen wat ze willen en degenen selecteren en gebruiken die het aan de werkelijkheid van de waarheid ontbreekt en niet in staat zijn praktisch werk te verrichten, wat tot verschrikkelijke gevolgen leidt, is dit een slechte daad.

17. Altijd maar met je opdracht aanknoeien zonder dat dit enig effect sorteert, en zelfs meer kwaad dan goed doet en daarmee het werk van de kerk ernstig beïnvloeden, is een slechte daad.

18. Niet alleen zelf de waarheid niet beoefenen, maar ook uithalen naar anderen en hen belemmeren hun plicht te doen en goede daden te verrichten, is een slechte daad.

19. Het weigeren te accepteren te worden behandeld en gesnoeid, niet in het minst gehoorzaam zijn, de kerk verstoren door je als een tiran te gedragen en zonder terughoudendheid te doen wat je wilt, is een slechte daad.

20. Het consistent zichzelf verheffen en getuigenis afleggen van zichzelf, het geven van een vals getuigenis, en opscheppen om door anderen te worden bewonderd, wordt geclassificeerd als het misleiden van mensen en is een slechte daad.

21. Het altijd contact hebben en samenspannen met goddelozen, het altijd opnemen voor hun belangen en het werk van de kerk verstoren, is een slechte daad.

22. Het samenwerken met de goddelozen om blindelings problemen te veroorzaken, het werk van de kerk te verstoren en het kerkelijk leven te beïnvloeden, en daarvoor tot het einde toe geen berouw te tonen, is een slechte daad.

23. Het altijd koesteren van ambities en streven naar status, het vaak verspreiden van opvattingen om anderen te misleiden en het op verschillende manieren wedijveren om macht, is een slechte daad.

24. Het gebruik maken van smerige trucjes om het evangelie te verspreiden, Gods naam onteren, een verschrikkelijke invloed uitoefenen en de afkeer van anderen opwekken, is een slechte daad.

25. Wanneer men niet zorgt voor degenen die via evangelisatie zijn bereikt, totaal onverantwoordelijk is en grote negatieve invloed uitoefent op het evangelisatiewerk is dat een slechte daad.

26. Het stelen van offergaven, het inhalig zwelgen in luxe, het niet verrichten van praktisch werk en het serieus ophouden van het werk van de kerk, is een slechte daad.

27. Het verduisteren van de liefdadigheids- en hulpfondsen van de kerk, het gewetenloos gebruiken van het geld van Gods huis, en verdorven en gedegenereerd zijn en zo een verschrikkelijke invloed uitoefenen, is een slechte daad.

28. Het onverantwoord zijn bij het beschermen van de offergaven van Gods huis en het overhandigen van offergaven aan valse leiders, antichristen en de grote rode draak, is een slechte daad.

29. Het bedriegen van de kerk, het bedriegen van broeders en zusters, het aanbieden van diensten aan Satan en het controleren en volgen van leiders en werkers vormen een slechte daad.

30. Constant losbandig en zondig zijn, je overgeven aan heteroseksuele promiscuïteit of homoseksuele activiteit, waarbij het kerkelijk leven wordt verstoord en daar een vreselijke invloed op hebben, is een slechte daad.

uit ‘Goede daden, slechte daden en misvattingen die Gods uitverkoren volk duidelijk moet onderscheiden’ in ‘Geselecteerde annalen van de werkregelingen van De Kerk van Almachtige God’

41. Wat zijn slechte daden? Wat zijn de manifestaties van slechte daden?