912 Wanneer God de troon in het hart van de mens bestijgt

912 Wanneer God de troon in het hart van de mens bestijgt

1 De gezindheid van normale mensen kent geen valsheid of bedrog. Die mensen hebben een normale relatie met elkaar, ze staan er niet alleen voor en hun leven is niet middelmatig of decadent. Ook is God onder allen verheven. Zijn woorden vinden hun weg onder de mensen, mensen leven in vrede met elkaar en onder de zorg en bescherming van God, de aarde is vervuld van harmonie, zonder de bemoeienis van Satan, en de heerlijkheid van God is van het grootste belang onder de mensen. Zulke mensen zijn als engelen. Ze zijn puur, levendig, klagen nooit over God en wijden al hun inspanningen alleen aan Gods heerlijkheid op aarde.

2 “Wanneer ik de troon in het hart van de mens bestijg, is dat wanneer mijn zonen en volk over de aarde regeren”, verwijst Hij naar wanneer de engelen op aarde de zegeningen van dienstbaarheid aan God in de hemel genieten. De mens is de uitdrukking van de geesten van engelen. Daarom zegt God dat voor de mens het verblijf op aarde als het verblijf in de hemel is, dat op aarde zijn dienst aan God als de dienst van de engelen direct aan God in de hemel is. Zo geniet de mens gedurende zijn dagen op aarde de zegeningen van de derde hemel. Dat wordt er eigenlijk in deze woorden gezegd.

Naar ‘Hoofdstuk 16’ van ‘Interpretaties van de mysteriën van Gods woorden aan het gehele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

912 Wanneer God de troon in het hart van de mens bestijgt