VIII. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de verschillen tussen het werk van God en het werk van de mens

VIII. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de verschillen tussen het werk van God en het werk van de mens

2. Wat zijn de verschillen tussen het werk van degenen die door God worden gebruikt en het werk van religieuze leiders?

Bijbelverzen ter referentie:

“En Hij zei … mijn dienaar Mozes is niet zo, die is in mijn hele huis trouw” (Num. 12:6–7).

Daarop zei ​Jezus​ tegen hem: … En ik zeg je: jij bent ​Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de ​poorten​ van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het ​koninkrijk van de hemel​ geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mat. 16:17–19).

Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de kudde weiden? Jullie eten het vet, jullie kleden je met de wol en jullie slachten de vetgemeste dieren, maar de kudde weiden jullie niet. De zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, de zieke dieren niet genezen, de gewonde dieren niet verbonden, de verjaagde dieren niet teruggebracht en de afgedwaalde dieren niet gezocht, maar jullie hebben ze hardhandig en wreed behandeld. Zonder ​herder​ raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, 6ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat” (Ez. 34:2-6).

Wee jullie, ​schriftgeleerden​ en ​farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het ​koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er ​willen binnengaan niet toe. Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over jullie zal strenger worden geoordeeld dan over anderen. Wee jullie, ​schriftgeleerden​ en ​farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele ​proseliet​ te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat” (Mat. 23:13-15).

Relevante woorden van God:

Het werk dat uitgevoerd wordt door degene die gebruikt wordt door God draagt bij aan het werk van Christus of de Heilige Geest. God heeft deze mens doen opstaan onder de mensen; hij is hier om alle uitverkorenen van God te leiden en God heeft hem ook op doen staan om het werk van de menselijke samenwerking uit te voeren. Met zo iemand, die het werk van de menselijke samenwerking kan uitvoeren, kunnen meer eisen van God tegenover de mens en het werk dat de Heilige Geest onder de mensen uit moet voeren via hem verwezenlijkt worden. Een andere manier om dit te zeggen is: Gods doel bij het gebruiken van deze mens is dat alle mensen die God volgen Gods wil beter kunnen begrijpen en meer van Gods vereisten kunnen verwezenlijken. God heeft iemand op doen staan, die wordt gebruikt om zulk werk uit te voeren, omdat de mens niet in staat is om Gods woorden of Gods wil meteen te begrijpen. Deze persoon die gebruikt wordt door God kan ook worden beschreven als een medium waarmee God de mens begeleid, als de ‘vertaler’ die communiceert tussen God en de mens. … Wat betreft het wezen van zijn werk en de achtergrond van het gebruikt worden, laat God de mens die door Hem gebruikt wordt opstaan. Hij wordt door God voorbereid op Gods werk en doet mee aan het werk van God Zelf. Geen enkele persoon zou zijn werk over kunnen nemen, het is de menselijke samenwerking die een integraal deel vormt van het goddelijke werk. … Hij die door God gebruikt wordt, is echter iemand die door God is voorbereid en die een zeker kaliber bezit en menselijkheid heeft. Hij is van tevoren voorbereid en volmaakt gemaakt door de Heilige Geest en wordt volledig geleid door de Heilige Geest en vooral als het om zijn werk gaat, wordt hij geleid en geïnstrueerd door de Heilige Geest, als gevolg daarvan wijkt hij niet af van het pad van het leiden van de uitverkorenen van God, want God neemt zeker verantwoordelijkheid voor Zijn eigen werk en doet altijd Zijn eigen werk.

uit ‘Over het gebruik door God van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Waarom zegt men dat de praktijk van mensen in de religieuze kerken achterhaald is? Dat komt omdat wat ze in praktijk brengen, losstaat van het huidige werk. … Het werk van de Heilige Geest gaat altijd voorwaarts en allen die in de stroom van de Heilige Geest zijn, behoren ook dieper voort te gaan en te veranderen, stap voor stap. Ze moeten niet stoppen bij een bepaalde fase. Alleen mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, zouden bij Zijn oorspronkelijke werk blijven en het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden. Alleen mensen die ongehoorzaam zijn, zouden niet in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Als de praktijk van de mens geen gelijke tred houdt met het nieuwe werk van de Heilige Geest, is de praktijk van de mens zeker afgesneden van het huidige werk en strookt die zeker niet met het huidige werk. Zulke ouderwetse mensen zijn simpelweg niet in staat om Gods wil te volbrengen en kunnen al helemaal niet die laatste mensen worden die over God zullen getuigen. Het gehele managementwerk kon bovendien niet afgesloten worden te midden van een dergelijke groep mensen. Voor mensen die zich eens aan de wet van Jehova hielden en voor mensen die eens voor het kruis leden, geldt dat als zij de fase van het werk in de laatste dagen niet kunnen aanvaarden, alles wat ze deden dan voor niets en nutteloos geweest zal zijn. De duidelijkste expressie van het werk van de Heilige Geest ligt in het omarmen van het hier en nu, niet het vastklampen aan het verleden. Mensen die geen gelijke tred hebben gehouden met het huidige werk en die zijn afgesneden van de praktijk van vandaag, zijn mensen die het werk van de Heilige Geest tegenwerken en niet aanvaarden. Zulke mensen tarten het huidige werk van God.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Werk in het verstand van de mens wordt te gemakkelijk bereikt door de mens. Pastors en leiders in de religieuze wereld, bijvoorbeeld, vertrouwen op hun gaven en posities om hun werk te doen. Mensen die hen een lange tijd volgen, zullen worden geïnfecteerd door hun gaven en zullen worden beïnvloed door delen van wat zij zijn. Zij richten zich op de gaven, vaardigheden en kennis van mensen en ze geven aandacht aan sommige bovennatuurlijke dingen en vele diepgaande onrealistische doctrines (deze diepgaande doctrines zijn natuurlijk onbereikbaar). Ze richten zich niet op veranderingen aan de gezindheid van de mens, maar richten zich liever op het trainen van het preken, de werkvaardigheden en de kennis van de mens en rijke religieuze doctrines. Zij richten zich niet op hoezeer de gezindheid van mensen wordt veranderd, of hoezeer mensen de waarheid begrijpen. Ze geven geen aandacht aan de substantie van mensen, en proberen nog minder de normale en abnormale toestanden van de mens te kennen. Ze gaan niet in tegen de opvattingen van de mens, openbaren deze niet en herstellen hun tekortkomingen of corruptie al helemaal niet. De meeste mensen die hen volgen, dienen met hun natuurlijke gaven en wat zij uitdrukken is kennis en vage religieuze waarheid, die de realiteit uit het oog zijn verloren en absoluut niet in staat zijn mensen van leven te voorzien. In werkelijkheid is de substantie van hun werk het koesteren van talent, het voeden van een persoon die niets heeft tot een afgestudeerd seminarist die later doorgaat in het werk en leiding gaat geven.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Je dient God met je natuurlijke karakter en volgens je persoonlijke voorkeuren, sterker nog, je blijft maar denken dat God zich verheugt in alles wat je maar wilt doen en alles haat wat je niet wilt doen, en je wordt in je werk geheel geleid door je eigen voorkeuren. Kan dit God dienen worden genoemd? Uiteindelijk zal de gezindheid van je leven er geen jota mee veranderen; in tegendeel, je zult nog koppiger worden omdat je God hebt gediend, en hierdoor raakt je verdorven gezindheid nog dieper geworteld. Op deze manier zul je van binnen regels over het dienen van God ontwikkelen die hoofdzakelijk zijn gebaseerd op je eigen karakter en de ervaring die je opdoet met het dienen volgens je eigen gezindheid. Deze les kan worden getrokken uit de menselijke ervaring. Het is de levensfilosofie van de mens. Zulke mensen behoren tot de Farizeeën en de religieuze functionarissen. Wanneer zij niet op een gegeven moment wakker worden en berouw tonen, zullen zij uiteindelijk de valse Christussen worden die in de laatste dagen zullen verschijnen, en ze zullen de bedriegers van de mensen worden. De valse Christussen en bedriegers waarover is gesproken zullen voortkomen uit dit soort mensen. Als degenen die God dienen hun eigen karakter volgen en naar hun eigen wil handelen, zullen ze op elk moment het gevaar lopen uitgedreven te worden. Degenen die de ervaring van vele jaren dienst doen aan God gebruiken om de harten van anderen te veroveren, hen neerbuigend de les te lezen en hen te beteugelen, en degenen die nooit berouw tonen, hun zonden nooit opbiechten, nooit de voordelen van hun positie opgeven, zullen allen voor God ten val komen. Deze mensen zijn van hetzelfde type als Paulus, mensen die zich voorstaan op hun senioriteit en pronken met hun kwalificaties. God zal zulke mensen niet tot volmaaktheid brengen. Dit soort dienst hindert het werk van God.

uit ‘De religieuze manier van dienen moet worden verboden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Kijk maar naar de leiders van elke denominatie. Allemaal zijn ze arrogant en zelfgenoegzaam. Ze interpreteren de Bijbel buiten de context en volgens hun eigen verbeelding. Ze rekenen allemaal op gaven en belezenheid om hun werk te doen. Als zij niet in staat waren om over iets te preken, zouden die mensen hen dan volgen? Want het is waar dat ze wat kennis hebben, dat ze over sommige doctrines kunnen spreken, of dat ze weten hoe ze anderen voor zich kunnen winnen en gebruik kunnen maken van kunstgrepen. Ze gebruiken deze om mensen naar zich toe te trekken en te misleiden. Deze mensen geloven symbolisch in God, maar in werkelijkheid volgen ze hun leiders. Als ze iemand tegenkomen die de ware weg preekt, dan zouden sommigen van hen zeggen: “We moeten onze leider raadplegen over ons geloof.” Hun geloof moet via een mens gaan. Is dat niet een probleem? Wat is er dan van deze leiders terechtgekomen? Zijn ze niet farizeeërs, valse herders, antichristen en struikelblokken geworden voor mensen in de aanvaarding van de ware weg?

uit ‘Alleen het najagen van de waarheid is het ware geloof in God’ in ‘Verslagen van de gesprekken met Christus’

Als je al vele jaren in Hem hebt gelooft, maar Hem desalniettemin nooit hebt gehoorzaamd of al Zijn woorden hebt aanvaard, maar in plaats daarvan God hebt gevraagd Zich aan jou te onderwerpen en te handelen in overeenstemming met jouw opvattingen, dan ben je de meest opstandige van alle mensen en ben je een ongelovige. Hoe is zo iemand in staat om te gehoorzamen aan het werk en de woorden van God die niet in overeenstemming zijn met de opvattingen van de mens? De meest opstandige mens is degene die opzettelijk God weerstaat en zich tegen Hem verzet. Deze is de vijand van God en is de antichrist. Zo’n persoon heeft continu een vijandige houding tegenover het nieuwe werk van God en heeft nooit het minste voornemen tot onderwerpen getoond en heeft nooit van harte onderwerping getoond of zichzelf nederig opgesteld. Hij stelt zichzelf boven anderen en toont nooit onderwerping aan wie dan ook. Voor God beschouwt hij zichzelf als het meest bekwaam in het prediken van het woord en het meest vakkundig in het inwerken op anderen. Hij verwerpt nooit de ‘schatten’ die hij reeds in zijn bezit heeft, maar behandelt ze als familie-erfgoed om te vereren, om tegen anderen over te preken en gebruikt ze om de dwazen die hem verafgoden te instrueren. Er zijn inderdaad een aantal mensen als dit in de kerk. Het kan gezegd worden dat zij ‘ontembare helden’ zijn, generatie op generatie verblijven zij in het huis van God. Ze gaan ervan uit dat de prediking van het woord (doctrine) hun hoogste plicht is. Jaar na jaar en generatie op generatie gaan ze door met het krachtdadig afdwingen van hun ‘heilige en onaantastbare’ plicht. Niemand durft hen aan te raken en geen enkel persoon durft hen openlijk te berispen. Ze worden ‘koningen’ in het huis van God, ongebreideld tiranniseren ze anderen, van het ene tijdperk in het andere. Deze groep demonen probeert de handen ineen te slaan en mijn werk te vernietigen; hoe kan ik deze levende duivels toestaan te bestaan voor mijn ogen?

uit ‘die God met een oprecht hart gehoorzamen, zullen zeker door God worden gewonnen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Degenen die de Bijbel lezen in majestueuze kerken reciteren de Bijbel elke dag, maar toch begrijpt geen van hen het doel van Gods werk. Niemand van hen kent God en niemand leeft in overeenstemming met Gods hart. Ze zijn allemaal waardeloze, verachtelijke mensen, die alle vanuit de hoogte God onderwijzen. Hoewel ze met de naam van God schermen, verzetten ze zich moedwillig tegen Hem. Hoewel ze zichzelf gelovigen van God noemen, zijn ze degene die het vlees van de mens eten en zijn bloed drinken. Zulke mensen zijn allemaal duivels die de ziel van de mens verslinden, hoofd-demonen die doelbewust degenen die op het rechte pad willen wandelen voor de voeten lopen, struikelblokken die het pad van degenen die God zoeken moeilijker begaanbaar maken. En hoewel ze van ‘stevig vlees’ zijn, hoe kunnen hun volgelingen weten dat ze antichristen zijn die de mens leiden in zijn verzet tegen God? Hoe kunnen zij weten dat ze levende duivels zijn die er in het bijzonder op uit zijn hun zielen te verslinden?

uit ‘Allen die God niet kennen, zijn degenen die zich tegen God verzetten’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

VIII. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de verschillen tussen het werk van God en het werk van de mens