XI. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de relatie tussen God en de Bijbel

XI. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de relatie tussen God en de Bijbel

1. De Bijbel is slechts een kroniek van Gods twee fases van het werk in het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade; het is geen kroniek van Gods gehele werk

Bijbelverzen ter referentie:

Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. De ​Geest​ van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat” (Joh. 16:12-13).

Want de leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag hij de boekrol met de zeven zegels openen” (Openb. 5:5).

“Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt” (Openb. 2:7).

Toen zag ik opnieuw een ​engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig ​evangelie​ dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke ​stam​ en taal” (Openb. 14:6).

“Die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft. … U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden” (1 Petr. 1:4-5).

Relevante woorden van God:

De hele Bijbel tekent het werk van twee tijdperken op: het werk van het Tijdperk van de Wet en het werk van het Tijdperk van Genade. In het Oude Testament staan Jehova’s woorden tot de Israëlieten en Zijn werk in Israël opgetekend; in het Nieuwe Testament staat Jezus’ werk in Judea opgetekend.

uit ‘De visie van Gods werk (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Je moet weten uit hoeveel delen de Bijbel bestaat: het Oude Testament bestaat uit Genesis, Exodus …, en ook zijn er de profetieboeken die de profeten schreven. Uiteindelijk eindigt het Oude Testament met het boek Maleachi. Het is een verslag van het Tijdperk van de Wet dat door Jehova werd geleid; van Genesis tot aan het boek Maleachi is het een allesomvattend verslag van al het werk van het Tijdperk van de Wet. Dit wil zeggen dat het Oude Testament alles vastlegde wat werd beleefd door de mensen die door Jehova werden geleid in het Tijdperk van de Wet. … In het Oude Testament staat voornamelijk geschreven over het werk van Jehova die Israël leidt, hoe Hij Mozes gebruikte om de Israëlieten uit Egypte te leiden, hen van de ketenen van de Farao bevrijdde en mee de wildernis in nam, waarna ze het land Kanaän binnengingen. Alles wat daarna volgde was hun leven in Kanaän. Behalve dit zijn er alleen verslagen van het werk van Jehova in heel Israël. Alles wat in het Oude Testament staat geschreven is het werk van Jehova in Israël, het is het werk dat Jehova deed in het land waarin Hij Adam en Eva heeft geschapen. Vanaf het moment na Noach, dat God de mensen op aarde officieel begon te leiden, is alles wat in het Oude Testament staat het werk van Israël. En waarom is er dan niets vastgelegd over enig werk buiten Israël? Omdat het land Israël de bakermat van de mensheid is. In het begin waren er geen andere landen dan Israël, en Jehova werkte nergens anders. Zo is wat er in de Bijbel staat uitsluitend het werk in Israël in die tijd. De woorden die door de profeten gesproken werden, door Jesaja, Daniël, Jeremia en Ezechiël … hun woorden voorspellen Zijn andere werk op aarde, ze voorspellen het werk van Jehova God Zelf. Dit kwam allemaal van God, het was het werk van de Heilige Geest en behalve deze boeken van de profeten is er alleen een verslag van de ervaringen van de mensen met Jehova’s werk in die tijd.

… Wat in het Oude Testament is vastgelegd is Jehova’s werk in Israël, en wat in het Nieuwe Testament is vastgelegd is Jezus’ werk tijdens het Tijdperk van Genade. Ze documenteren het werk van God in twee verschillende tijdperken. Het Oude Testament documenteert Gods werk gedurende het Tijdperk van de Wet en dus is het Oude Testament een historisch boek, terwijl het Nieuwe Testament het product is van het werk van het Tijdperk van Genade. Met de aanvang van het nieuwe werk raakte het verouderd. Het Nieuwe Testament is dus ook een historisch boek. Natuurlijk is het Nieuwe Testament minder systematisch dan het Oude Testament, er staat ook minder in. De vele woorden die Jehova uit het Oude Testament heeft gesproken zijn allemaal opgetekend in de Bijbel, terwijl slechts sommige van de woorden van Jezus in de vier evangeliën zijn vastgelegd. Jezus heeft natuurlijk ook veel werk verricht, maar dit is niet allemaal gedetailleerd opgetekend. Er is minder opgeschreven in het Nieuwe Testament vanwege de hoeveelheid werk die Jezus heeft gedaan; in de drieënhalf jaar die Hij op aarde was, deed Hij veel minder werk dan Jehova, en dat geldt ook voor Zijn apostelen. En dus zijn er minder boeken in het Nieuwe Testament dan in het Oude Testament.

Wat voor soort boek is de Bijbel? Het Oude Testament is het werk van God tijdens het Tijdperk van de Wet. Het Oude Testament van de Bijbel legt al het werk van Jehova vast tijdens het Tijdperk van de Wet en Zijn scheppingswerk. Het geheel is een verslag van het werk dat Jehova heeft uitgevoerd, en uiteindelijk beëindigt het de verhalen van Jehova’s werk met het boek Maleachi. In het Oude Testament staan twee delen van het werk dat God gedaan heeft: het ene is het scheppingswerk, het andere het uitvaardigen van de wet. Beiden waren het werk dat Jehova uitvoerde. Het Tijdperk van de Wet vertegenwoordigt Gods werk onder de naam Jehova; het is het geheel van het werk dat in de eerste plaats onder de naam Jehova is verricht. Het Oude Testament is dus een verslag van Jehova’s werk, en het Nieuwe Testament een verslag van Jezus’ werk dat in de eerste plaats onder de naam Jezus is verricht. Het grootste deel van het belang van de naam Jezus en het werk dat Hij deed staat in het Nieuwe Testament beschreven. Gedurende het Oude Testament in het Tijdperk van de Wet bouwde Jehova de tempel en het altaar in Israël, Hij leidde het leven op aarde van de Israëlieten, en bewees dat zij Zijn uitverkoren volk waren, de eerste groep mensen die Hij op aarde uitverkoos en die naar Zijn hart waren, de eerste groep die Hij persoonlijk leidde. Dit wil zeggen dat de twaalf stammen van Israël de eerste uitverkorenen van Jehova waren en dat Hij dus altijd in hen werkte tot het moment dat Jehova’s werk in het Tijdperk van de Wet ten einde was. De tweede fase van het werk was het werk van het Tijdperk van Genade in het Nieuwe Testament. Dit werd uitgevoerd in de stam van Juda, een van de twaalf stammen van Israël. Dat het werk minder ver reikte, kwam doordat Jezus de vleesgeworden God was. Jezus werkte slechts in heel het land Judea en dit slechts drieënhalf jaar. Zo kan wat in het Nieuwe Testament is opgetekend nooit de hoeveelheid werk in het Oude Testament overtreffen. Het werk van Jezus tijdens het Tijdperk van Genade is voornamelijk in de vier evangeliën vastgelegd. De mensen in het Tijdperk van Genade liepen vooral op het pad van de meest oppervlakkige verandering in hun levensgezindheid. Het grootste deel hiervan is in de brieven terug te vinden.

uit ‘Over de Bijbel (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De Bijbel wordt ook wel het Oude en het Nieuwe Testament genoemd. Weten jullie waar “testament” naar verwijst? Het woord “testament” in het Oude Testament komt van het verbond van Jehova met het volk van Israël, toen Hij de Egyptenaren had omgebracht en de Israëlieten had gered van de Farao. Het bewijs van dit verbond was natuurlijk het lamsbloed dat op de lateien was gestreken, waarmee God een verbond met de mens instelde. Een verbond waarin stond dat allen die lamsbloed op de deurposten en lateien hadden Israëlieten waren, Gods uitverkoren volk, en dat zij allen gespaard zouden blijven. Jehova stond immers op het punt alle eerstgeboren zonen van Egypte en de eerstgeborenen van de schapen en het vee om te brengen. Het verbond heeft betekenis op twee niveaus. Geen van de mensen of het vee van Egypte zou door Jehova worden verlost; Hij zou al hun eerstgeboren zonen en eerstgeboren schapen en runderen ombrengen. Zo werd in vele profetieboeken voorspeld dat de Egyptenaren streng getuchtigd zouden worden als gevolg van het verbond van Jehova. Dit was de betekenis van het eerste niveau van het verbond. Jehova bracht de eerstgeboren zonen van Egypte om, en al het eerstgeboren vee, en Hij spaarde alle Israëlieten, wat inhield dat allen die van het land Israël waren door Jehova werden gekoesterd en gespaard zouden blijven. Hij wenste werk op de lange termijn in hen te verrichten, en stelde een verbond met hen in door het lamsbloed. Vanaf dat moment zou Jehova de Israëlieten niet ombrengen en Hij zei dat zij voor altijd Zijn uitverkorenen zouden zijn. Onder de twaalf stammen van Israël zou Hij zijn werk voor het gehele Tijdperk van de Wet beginnen. Hij zou al Zijn wetten aan de Israëlieten openbaren en uit hun midden profeten en rechters kiezen. Zij zouden de spil van Zijn werk vormen. Jehova stelde een verbond met hen in: Tenzij het tijdperk veranderde, zou Hij slechts onder de uitverkorenen werken. Jehova’s verbond was onveranderbaar, want het was in bloed geschreven en met Zijn uitverkoren volk vastgesteld. Maar wat belangrijker is, Hij had voor het hele tijdperk een passend bereik en doel gekozen waarmee Hij aan Zijn werk kon beginnen. Daarom zagen de mensen het verbond als bijzonder belangrijk. Dit was de betekenis op het tweede niveau. Met uitzondering van Genesis, wat vóór de instelling van het verbond kwam, leggen alle andere boeken in het Oude Testament Gods werk onder de Israëlieten vast na de instelling van het verbond. Er komen natuurlijk af en toe ook verhalen over de heidenen in voor, maar in het algemeen is het Oude Testament de weerslag van Gods werk in Israël. Vanwege het verbond van Jehova met de Israëlieten worden de boeken die gedurende het Tijdperk van de Wet zijn geschreven het “Oude Testament” genoemd. Ze zijn naar Jehova’s verbond met de Israëlieten genoemd.

Het Nieuwe Testament is genoemd naar het bloed dat Jezus heeft vergoten aan het kruis en naar Zijn verbond met allen die in Hem geloofden. Het verbond van Jezus was als volgt: Door Zijn bloedvergieten hoefden mensen alleen maar in Hem te geloven en hun zonden werden vergeven, ze zouden zo gered worden en door Hem herboren, ze zouden geen zondaars meer zijn. Om zijn genade te ontvangen hoefden mensen alleen maar in Hem te golven, en dan zouden ze niet meer in de hel hoeven te lijden na hun dood. Alle boeken uit het Tijdperk van Genade zijn na de instelling van dit verbond geschreven en zij documenteren het werk en de uitspraken erin. Ze gaan niet verder dan de redding door de kruisiging van de Heer Jezus of het verbond; het zijn allemaal boeken die door de broeders in de Heer die ervaringen hadden, zijn geschreven. Daarom zijn deze boeken ook naar een verbond genoemd: ze worden het Nieuwe Testament genoemd. De twee testamenten omvatten slechts het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet en ze hebben geen betrekking op het laatste tijdperk.

uit ‘Over de Bijbel (2)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Niemand kent de realiteit van de Bijbel. Deze is namelijk slechts een geschiedkundig verslag van het werk van God, en een getuigenis van de vorige twee stadia van het werk van God. De Bijbel biedt je geen begrip van het doel van het werk van God. Iedereen die de Bijbel heeft gelezen weet dat deze de twee stadia van het werk van God documenteert tijdens het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade. Het Oude Testament is een kroniek van de geschiedenis van Israël en het werk van Jehova vanaf de schepping tot het einde van het Tijdperk van de Wet. Het Nieuwe Testament legt het werk van Jezus op aarde vast in de Vier Evangeliën, en daarnaast het werk van Paulus; dan is het toch een geschiedkundig verslag? … Op zijn best kan je door de Bijbel te lezen iets van de geschiedenis van Israël gaan begrijpen. Je zult leren over het leven van Abraham, van David en van Mozes. Je komt erachter hoe zij Jehova vereerden, hoe Jehova zijn tegenstanders verbrandde en hoe Hij de mensen uit die tijd toesprak. Je zult alleen leren over Gods werk in het verleden. De verslagen in de Bijbel verhalen over hoe het vroege volk van Israël God vereerde en onder de hoede van Jehova leefde. Omdat de Israëlieten Gods uitverkoren volk waren, kun je in het Oude Testament de loyaliteit aan Jehova zien van het volk van Israël en zie je hoe er werd gezorgd voor allen die Jehova gehoorzaamden en hoe Hij hen zegende. Je kunt te weten komen dat God zowel vol genade en liefde was toen Hij in Israël aan het werk was, als bezeten van verzengende vlammen, en dat alle Israëlieten van hoog tot laag Jehova vereerden en het hele land dus door God gezegend was. Dit is de geschiedenis van Israël zoals deze is vastgelegd in het Oude Testament.

uit ‘Over de Bijbel (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Als je het werk van het Tijdperk van de Wet wilt zien en wilt zien hoe de Israëlieten Jehova’s weg volgden, dan moet je het Oude Testament lezen. Als je het werk van het Tijdperk van Genade wilt begrijpen, dan moet je het Nieuwe Testament lezen. Maar hoe zie je het werk van de laatste dagen? Je moet het leiderschap van de hedendaagse God aanvaarden en het werk van vandaag binnengaan. Want dit is het nieuwe werk en het is voorheen door niemand in de Bijbel opgeschreven. God is nu vleesgeworden en heeft andere uitverkorenen aangewezen in China. God werkt in deze mensen, Hij zet Zijn werk op aarde voort, gaat door waar Hij bij het werk van het Tijdperk van Genade was gebleven. Het werk van vandaag is een pad waar niemand ooit op heeft gelopen, een weg die niemand nog ooit heeft gezien. Het is werk dat nooit eerder is gedaan – het is Gods meest recente werk op aarde. Werk dat nooit eerder is gedaan is dus geen geschiedenis, want nu is nu en moet nog verleden tijd worden. Mensen weten niet dat God grootser, nieuwer werk op aarde heeft verricht en buiten Israël, dat het werk allang buiten de grenzen van Israël is getreden en de voorspellingen van de profeten heeft overtroffen, dat het nieuw en wonderbaarlijk werk is buiten de profetieën om en nieuwer werk buiten Israël en werk dat mensen niet kunnen waarnemen of zich kunnen voorstellen. Hoe zou de Bijbel een uitvoerig verslag van dergelijk werk kunnen bevatten? Wie zou ieder detail van het hedendaagse werk vooraf kunnen vastleggen, zonder iets weg te laten? Wie zou dit machtigere, wijzere werk, dat de conventies in het oude stoffige boek trotseert, vast kunnen leggen? Het werk van vandaag is geen geschiedenis. Als je dus het nieuwe pad van vandaag wil begaan, moet je de Bijbel achter je laten, moet je verder gaan dan de profetieboeken of de geschiedenis in de Bijbel. Dan zul je pas het nieuwe pad juist weten te bewandelen, dan zul je pas het nieuwe rijk en het nieuwe werk binnen weten te gaan.

uit ‘Over de Bijbel (1)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl

XI. Men moet duidelijk communiceren over waarheden over de relatie tussen God en de Bijbel