Klassieke woorden over het kennen van God Zelf, de Unieke

Klassieke woorden over het kennen van God Zelf, de Unieke

(IV) Woorden over God als de levensbron voor alle dingen

46. Sinds God alle dingen geschapen heeft, is alles op basis van de door Hem vastgestelde wetten werkzaam geweest en in gedurige ontwikkeling gebleven. Onder Zijn alziend oog, onder Zijn heerschappij, hebben alle dingen zich gedurig ontwikkeld naast de overleving van mensen. Niets kan deze wetten veranderen en niets kan deze wetten tenietdoen. Dankzij Gods heerschappij kunnen alle wezens zich vermenigvuldigen. Dankzij Zijn heerschappij en management kunnen alle wezens overleven. Dat wil zeggen dat onder Gods heerschappij alle wezens op ordelijke wijze ontstaan, gedijen, verdwijnen en reïncarneren. In het voorjaar brengt motregen dat lentegevoel met zich mee en wordt de aarde bevochtigd. De grond ontdooit, het gras ontkiemt en vindt zijn weg omhoog door de aarde en de bomen worden stilaan groen. Al dit leven verleent de aarde een frisse vitaliteit. Zo zien het ontstaan en gedijen van alle wezens eruit. Allerlei dieren komen uit hun schuilplaats om de warmte van het voorjaar te voelen en een nieuw jaar te beginnen. Alle wezens baden in de hitte tijdens de zomer en genieten van de warmte die het seizoen met zich meebrengt. Ze groeien snel. Bomen, gras en allerlei soorten planten groeien heel erg snel. Daarna staan ze in bloei en dragen ze vrucht. Alle wezens hebben het in de zomer erg druk. Dat geldt ook voor mensen. In de herfst zorgt de regen voor najaarskoelte. Alle vormen van leven beginnen het oogstseizoen te ervaren. Alle wezens brengen vrucht voort en mensen beginnen ook van alles te oogsten dankzij de herfstproductie van al deze wezens, zodat ze voedsel voor de winter hebben. In de winter beginnen alle wezens langzaamaan te rusten in de koelte. Ze worden stil en mensen lassen in dat seizoen ook een pauze in. Deze overgangen tussen lente, zomer, herfst en winter – deze veranderingen treden allemaal op volgens de wetten die God heeft ingesteld. Hij leidt alle wezens en mensen op basis van deze wetten. Voor de mensheid heeft Hij een rijke en kleurige wijze van leven tot stand gebracht, om een omgeving voor overleving voor te bereiden, die verschillende temperaturen en seizoenen heeft. In deze ordelijke omgevingen voor overleving kunnen mensen ook overleven en zich op ordelijke wijze vermenigvuldigen. Mensen kunnen deze wetten niet veranderen en niets of niemand kan ze breken. Wat er ook aan radicale veranderingen in de wereld optreden, deze wetten blijven bestaan. Ze bestaan omdat God bestaat. Dat komt door Gods heerschappij en Zijn management. Met dit soort ordelijke, grotere omgeving gaat het leven van mensen voorwaarts binnen deze wetten en regels. Deze wetten hebben generatie na generatie mensen gecultiveerd en generatie na generatie hebben mensen binnen deze wetten weten te overleven. Mensen hebben generatie na generatie genoten van de door God geschapen wezens en deze ordelijke omgeving om te overleven. Ook al hebben mensen het gevoel dat dit soort wetten ingebakken zijn, ook al wuiven ze die helemaal weg en ook al kunnen ze niet voelen dat God deze wetten orkestreert, dat God over deze wetten heerst, God is, hoe dan ook, altijd betrokken bij dit onveranderlijke werk. Zijn doel in dit onveranderlijke werk is de overleving van de mensheid, zodat mensen voort kunnen gaan.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

47. God is de Meester van de regels die het universum beheersen, Hij beheerst de regels die gaan over het voortbestaan van alle dingen, en Hij bestuurt ook het universum en alle dingen zodanig dat ze samen kunnen leven; Hij zorgt ervoor dat ze niet uitsterven of verdwijnen zodat de mensheid kan blijven bestaan, de mens kan in zo’n omgeving leven door Gods leiderschap. Deze regels die alle dingen regeren staan onder de heerschappij van God, en de mens kan niet ingrijpen en kan ze niet veranderen; alleen God Zelf kent deze regels en alleen Hijzelf beheert ze. Wanneer de bomen zullen ontkiemen, wanneer het zal regenen, hoeveel water en hoeveel voedingsstoffen de aarde de planten zal geven, in welk seizoen de bladeren zullen vallen, in welk seizoen de bomen vrucht zullen dragen, hoeveel energie het zonlicht de bomen zal geven, wat de bomen zullen uitademen van de energie die ze krijgen van het zonlicht − dit zijn allemaal dingen die God al had geregeld toen Hij het universum schiep en het zijn wetten die niet door de mens kunnen worden veranderd. De dingen die door God zijn geschapen − of ze nu leven of dat mensen denken dat ze niet leven − zijn allemaal in Gods handen en vallen onder Zijn heerschappij. Geen enkel mens kan deze regel veranderen of doorbreken. Dat wil zeggen, toen God alle dingen schiep, formuleerde Hij hoe ze zouden moeten zijn. De boom kon niet wortelen, ontspruiten en groeien zonder de aarde. Als de aarde geen bomen had, zou ze uitdrogen. De boom is ook de behuizing van de zangvogels, het is een plaats waar ze beschutting zoeken tegen de wind. Zou het goed zijn als de boom het zonder zonlicht moest stellen? (Dat zou niet goed zijn.) Als de boom alleen de aarde had, zou dat niet werken. Dit alles is voor de mensheid en voor het voortbestaan van de mensheid. De mens krijgt frisse lucht van de boom en leeft op de aarde die door de boom wordt beschermd. De mens kan niet leven zonder zonlicht, de mens kan niet leven zonder alle verschillende levende wezens. Hoewel de relaties tussen deze dingen complex zijn, moet je goed onthouden dat God de regels heeft geschapen die alle dingen regeren, zodat ze kunnen bestaan in onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid. Elk ding dat Hij heeft geschapen, heeft waarde en betekenis. Als God iets zonder betekenis zou scheppen, zou God het laten verdwijnen. Dit is een van de methoden die Hij gebruikte bij het voorzien in alle dingen.

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

48. Dat God voorziet in het universum heeft een zeer brede betekenis en toepassing. God voorziet mensen niet alleen van hun dagelijkse behoeften aan eten en drinken, Hij voorziet de mens van alles wat hij nodig heeft, inclusief alles wat mensen zien en dingen die niet kunnen worden gezien. God handhaaft, beheert en regeert de leefomgeving die de mens nodig heeft. Welke omgeving de mensheid ook nodig heeft in welk seizoen dan ook, God heeft het voorbereid. Welke atmosfeer of temperatuur dan ook geschikt is voor het menselijk bestaan, staat ook onder Gods controle en geen van deze regels verschijnen uit zichzelf of willekeurig; ze zijn het resultaat van Gods heerschappij en Zijn daden. God Zelf is de bron van al deze regels en Hij is de bron van leven voor alle dingen. Dit is een gevestigd en onaantastbaar feit of je het gelooft of niet, of je het nu wel of niet kunt zien of dat je het wel of niet kunt begrijpen.

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

49. Toen God alle dingen schiep, gebruikte Hij allerlei methoden en manieren om ze in balans te brengen. Hij zorgde voor een balans in de leefomstandigheden voor de bergen en meren, voor een balans in de leefomstandigheden voor de planten en alle soorten dieren, vogels en insecten. Zijn doel was dat alle soorten levende wezens konden leven en zich voortplanten binnen de wetten die Hij had vastgesteld. Alle wezens kunnen niet buiten deze wetten treden en ze kunnen niet gebroken worden. Alleen binnen een dergelijke basisomgeving kunnen mensen veilig overleven en zich voortplanten, generatie na generatie. Als een levende soort over het aantal of de grens gaat die God heeft vastgesteld, of als deze de groei ratio, frequentie of het aantal overstijgt onder Zijn heerschappij, zou de omgeving voor overleving van de mensheid in uiteenlopende mate worden aangetast. … Als een of meer soorten levende wezens hun toegemeten aantal overschrijden, zal de lucht, temperatuur, vochtigheid en zelfs de inhoud van de lucht in de ruimte voor overleving van de mensheid worden vergiftigd en vernietigd in uiteenlopende mate. Evenzo, gaat er onder die omstandigheden voor de overleving en het lot van de mensen nog steeds de dreiging van dat type omgeving uit. Als mensen deze balans dus kwijtraken, wordt de lucht die ze inademen aangetast en het water dat ze drinken verontreinigd. Ook de temperaturen die ze nodig hebben, krijgen in verschillende mate met veranderingen en de gevolgen daarvan te maken. Als dat gebeurt, krijgt de natuurlijke omgeving voor overleving van de mensheid te maken met enorme gevolgen en uitdagingen. Welk lot en welke vooruitzichten zou de mensheid hebben onder degelijke omstandigheden waarbij hun basisomgeving voor overleving is vernietigd? Dat is een heel ernstig probleem! God weet wat alle dingen voor de mensheid betekenen, Hij kent de rol van alles wat Hij heeft geschapen, Hij weet wat voor invloed ze op mensen hebben en wat voor voordelen ze de mensheid brengen – daarom is er in Gods hart een plan voor dit alles en beheert Hij elk aspect van alle dingen die Hij heeft geschapen. Dus voor mensen is elk afzonderlijk ding wat Hij doet van groot belang – het is allemaal noodzakelijk. Wanneer je dus een of ander ecologisch verschijnsel ziet of bepaalde natuurwetten onder alle dingen, dan zul je niet meer twijfelen aan de noodzaak van elk afzonderlijk ding dat God heeft geschapen. Je zult in je onwetendheid geen woorden meer gebruiken om Gods regelingen van alle dingen en Zijn verschillende manieren om de mensheid te voorzien naar believen te veroordelen. Je zult ook geen willekeurige conclusies meer trekken over Gods wetten voor alle dingen die Hij heeft geschapen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

50. Alle door God geschapen wezens – of ze nu aan één plek zijn gebonden of kunnen ademen – allemaal hun wetten voor overleving hebben. Lang voordat God deze levende wezens schiep, had Hij voor hen hun eigen woonplaats, hun eigen omgeving voor overleving bereid. Deze levende wezens hadden hun eigen vaste omgeving voor overleving, hun eigen voedsel, hun eigen vaste woonplaats, hun eigen geschikte vaste plekken voor hun overleving, plekken met geschikte temperaturen voor hun overleving. Op die manier zouden ze niet ronddolen of de overleving van de mensheid ondermijnen of inbreuk maken op hun leven. Zo bestuurt God alle wezens. Hij zorgt zo voor de beste omgeving waarin de mensheid kan overleven. Alle levende wezens hebben hun eigen voedsel voor levensonderhoud in hun eigen omgeving voor overleving. Door dat voedsel zijn ze gebonden aan hun eigen natuurlijke omgeving voor overleving. In een dergelijke omgeving zijn ze nog steeds aan het overleven, vermenigvuldigen en voortbestaan overeenkomstig de wetten die God voor hen heeft vastgesteld. Dankzij dergelijke wetten, dankzij Gods voorbestemming, leven alle wezens in harmonie met de mens en zijn de mens en alle wezens van elkaar afhankelijk.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

51. Als alle wezens hun eigen wetten verloren, zouden ze niet langer bestaan. Als de wetten van alle wezens verloren gingen, zouden de levende wezens onder alle wezens niet kunnen voortbestaan. Mensen zouden ook hun omgeving voor overleving kwijtraken waarvan ze voor hun overleving afhankelijk zijn. Als mensen dat allemaal kwijtraakten, zouden ze niet kunnen voortbestaan en zich generatie na generatie vermenigvuldigen. Mensen hebben tot nu toe kunnen overleven, omdat God de mensheid van alles heeft voorzien om ze te voeden, om de mensheid op verschillende manieren te voeden. De mensheid heeft alleen tot nu toe kunnen overleven omdat God mensen op verschillende manieren voedt. Daarom hebben ze tot op de dag van vandaag overleefd. Met een dergelijke vaste omgeving voor overleving die gunstig en ordelijk is, kunnen alle soorten mensen op aarde, allerlei rassen overleven in hun eigen voorgeschreven gebied. Niemand kan buiten deze gebieden of deze grenzen treden, want God heeft die afgebakend.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

52. Geen ding kan buiten Gods heerschappij komen te staan. Geen enkele persoon kan zich buiten Zijn heerschappij plaatsen. Zijn heerschappij kwijtraken en Zijn voorzieningen kwijtraken, zou betekenen dat het leven van mensen, het leven van mensen in het vlees, zou verdwijnen. Daarom is het belangrijk dat God omgevingen voor overleving van de mensheid instelt. Het doet er niet toe van welk ras je bent of op welk stuk land je woont, in het Westen of in het Oosten – je kunt jezelf niet buiten de omgeving voor overleving plaatsen die God heeft ingesteld voor de mensheid. Je kunt je ook niet plaatsen buiten de voeding en voorzieningen van de omgeving voor overleving die Hij heeft ingesteld voor de mensen. Waar je ook voor je levensonderhoud en je leven van afhankelijk bent, waar je ook je leven in het vlees mee in stand houdt, je kunt jezelf niet buiten Gods heerschappij en Zijn management plaatsen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

53. Gods voorzienigheid voor alle dingen is voldoende om te laten zien dat God de bron van leven is voor alle dingen, omdat Hij de bron van alles is die alle dingen in staat heeft gesteld tot bestaan, leven, voortbestaan en doorgaan. Buiten God is er geen ander. God voorziet in alle behoeften van alle dingen en alle behoeften van de mensheid, ongeacht of het de meest elementaire leefomgeving van de mensen is, datgene wat mensen dagelijks nodig hebben, of het schenken van de waarheid aan de menselijke geest. Als het gaat om Gods identiteit en Zijn status voor de mensheid, in alle opzichten, is alleen God Zelf de bron van leven voor alle dingen. Is dit juist? (Ja.) Dat wil zeggen dat God de Heerser, Meester en Leverancier is van deze materiële wereld die mensen met hun ogen kunnen zien, en voelen. Is dit voor de mensheid niet Gods identiteit? Dit is helemaal waar.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

54. De spirituele wereld is een belangrijke plaats, een die verschilt van de materiële wereld. En waarom zeg ik dat het belangrijk is? Dat gaan we tot in detail bespreken. Het bestaan van de spirituele wereld is onlosmakelijk verbonden met de materiële wereld van de mensheid. Het speelt een belangrijke rol in de cyclus van leven en dood van de mens in Gods heerschappij over alle dingen; dat is de rol van de spirituele wereld, en een van de redenen waarom haar bestaan van belang is. Omdat het een plek is die niet waarneembaar is voor de vijf zintuigen, kan niemand goed beoordelen of zij bestaat of niet. Het reilen en zeilen van de spirituele wereld is nauw verbonden met het bestaan van de mensheid, waardoor de levenswijze van de mens ook enorm wordt beïnvloed door de spirituele wereld. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit? Jazeker. Als ik dit zeg, begrijpen jullie meteen waarom ik dit onderwerp bespreek: Omdat het gaat om Gods soevereiniteit en Zijn bestuur. In een wereld als deze – één die onzichtbaar is voor mensen – overstijgt elk hemels bevel, decreet en bestuurlijk systeem de wetten en systemen van elk land in de materiële wereld, en geen wezen dat in deze wereld leeft, zou het lef hebben ze te overtreden of naar zich toe te trekken. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit en bestuur? In deze wereld bestaan duidelijke bestuurlijke decreten, duidelijke hemelse bevelen en duidelijke statuten. Op verschillende niveaus en op verschillende gebieden volgen opzichters strikt hun plicht en houden zich aan regels en voorschriften omdat ze de consequentie kennen van het overtreden van een hemels bevel, zijn ze zich heel erg bewust van hoe God het kwade bestraft en het goede beloont, en van hoe Hij alle dingen bestuurt, hoe Hij over alle dingen heerst, en bovendien zien ze heel goed hoe God Zijn hemelse bevelen en statuten uitvoert. Verschillen die van de materiële wereld, bewoond door de mens? Ze zijn totaal verschillend. Het is een totaal andere wereld dan de materiële wereld. Omdat er hemelse bevelen en statuten bestaan, gaat het over Gods soevereiniteit, bestuur en, bovendien, Gods gezindheid en wat Hij heeft en is.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

55. God heeft verschillende hemelse edicten, decreten en systemen ingesteld in het spirituele rijk, en na het instellen van deze hemelse voorschriften, decreten en systemen worden ze strikt uitgevoerd, zoals God heeft vastgesteld, door wezens met verschillende officiële posities binnen de spirituele wereld, en niemand durft hen te schenden. En dus bestaan er in de cyclus van het leven en de dood van de mensheid in de mensenwereld of iemand gereïncarneerd is als een dier of als persoon, er bestaan wetten voor beide. Omdat deze wetten van God komen, durft niemand ze te overtreden, noch kunnen ze door wie dan ook overtreden worden. Het is alleen door de soevereiniteit van God en door het bestaan van zulke wetten dat de materiële wereld die mensen zien gestructureerd en ordelijk is; het is alleen door Gods soevereiniteit dat de mens vreedzaam kan bestaan naast de andere wereld, die volledig onzichtbaar is voor de mensheid, en dat de mens er in harmonie mee kan samenleven – dit alles is onlosmakelijk verbonden met Gods soevereiniteit. Nadat iemands vleselijke leven sterft, heeft de ziel nog steeds leven in zich, en wat zou er dus gebeuren zonder Gods bestuur? De ziel zou overal ronddwalen, overal binnendringen en de levende dingen in de wereld van de mensheid zelfs schade toebrengen. Die schade zou niet alleen de mensheid treffen, maar ook planten en dieren, maar de mens zou de eerste zijn die schade ondervindt. Als dit zou gebeuren – als zo'n ziel stuurloos was en mensen echt beschadigde, en echt slechte dingen deed – dan zou er ook op juiste wijze met deze ziel worden omgegaan in de spirituele wereld: als het echt ernstig was, zou het bestaan van de ziel snel ophouden, zij zou vernietigd worden; indien mogelijk zou zij ergens worden geplaatst en vervolgens gereïncarneerd. Dat wil zeggen, het bestuur van de spirituele wereld van verschillende soorten zielen wordt opgedragen en uitgevoerd volgens stappen en regels. Alleen door middel van een dergelijk bestuur is de materiële menselijke wereld niet in chaos vervallen, alleen daardoor kent de materiële menselijke wereld een normaal verstand, normale rationaliteit en een geordend vleselijk leven. Pas wanneer de mensheid zo'n normaal leven kent, zullen degenen die in het vlees leven door de generaties heen blijven bloeien en zich voortplanten.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

56. De dood van een levend wezen – de beëindiging van een fysiek leven – geeft aan dat het levende wezen is overgegaan van de materiële wereld naar de spirituele wereld, terwijl de geboorte van een nieuw fysiek leven aangeeft dat een levend wezen van de spirituele wereld is overgegaan naar de materiële wereld en is begonnen zijn rol op zich te nemen, zijn rol te spelen. Of het nu het vertrek of de aankomst van een wezen is, beide zijn onscheidbaar van het werk van de spirituele wereld. Wanneer iemand in de materiële wereld aankomt, heeft God in de spirituele wereld al passende regelingen getroffen en definities opgesteld wat betreft het gezin waar het wezen terecht komt, het gebied waar het zal aankomen, het uur waarop de aankomst zal plaatsvinden en de rol die iemand gaat spelen. Het hele leven van deze mens – de dingen die hij gaat doen, de wegen die hij zal gaan – voltrekt zich volgens de regelingen uit de spirituele wereld, zonder ook maar de geringste fout. Het moment waarop een fysiek leven eindigt en de manier en plaats waarop het eindigt zijn intussen ook duidelijk en herkenbaar voor de spirituele wereld. God regeert over de materiële wereld en Hij regeert over de spirituele wereld. Hij zal de normale cyclus van leven en dood van een ziel niet vertragen, noch kan Hij fouten begaan bij de regelingen met betrekking tot de cyclus van leven en dood van een ziel. Alle officiële wetsdienaars van de spirituele wereld voeren hun taken uit en doen dat wat ze moeten doen, volgens de instructies en regels van God. En zo, in de wereld van de mensheid, is elk materieel fenomeen dat door de mens wordt aanschouwd ordelijk en bevat geen chaos. Dit alles is vanwege Gods ordelijke heerschappij over alle dingen en omdat Gods gezag over alles heerst en alles waarover Hij heerst, omvat de materiële wereld waarin de mens leeft en bovendien de onzichtbare spirituele wereld achter de mensheid. En dus, als de mensheid een goed leven wil leiden en in een prettige omgeving wil leven, en daarnaast wil worden voorzien van de gehele zichtbare materiële wereld, dan dient de mens ook te worden voorzien van de spirituele wereld, die niemand kan zien en die namens de mensheid over elk levend wezen heerst en ordelijk is.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

57. God is die Ene die heerst over alle dingen en alle dingen bestuurt. Hij heeft alles wat er is geschapen, Hij bestuurt alles wat er is, heerst over alles wat er is en zorgt voor alles wat er is. Dit is de status van God en de identiteit van God. Voor alle dingen en alles wat er is, is Gods ware identiteit die van de Schepper en de Heerser over alle dingen. Dit is de identiteit die God bezit, en Hij is uniek onder alle dingen. Geen van Gods schepsels – of ze nu onder de mensheid leven of in de spirituele wereld – kan op enige manier Gods identiteit en status imiteren of er de plaats van innemen, noch er enig excuus voor aanvoeren dit te proberen te doen, want er is er slechts één onder alle dingen die deze identiteit, deze kracht, dit gezag en dit vermogen om over alle dingen te heersen bezit: onze unieke God Zelf. Hij leeft en beweegt zich onder alle dingen. Hij kan opstijgen tot de hoogste plaats, boven alle dingen, en Hij kan Zichzelf vernederen door een mens te worden, een van degenen van vlees en bloed te worden, van aangezicht tot aangezicht te komen met mensen en met hen wel en wee te delen. Tegelijkertijd beveelt Hij over alles wat er is, en bepaalt het lot van alles wat er is en in welke richting het beweegt. Bovendien stuurt Hij het lot van de mensheid en de richting van de mensheid. Een God als deze moet worden aanbeden, gehoorzaamd en gekend door alle levende wezens. En dus, ongeacht tot welke groep en welk type onder de mensheid je behoort, is geloven in God, God volgen, God vereren, Gods regering accepteren en Gods regelingen voor je lot aanvaarden, de enige keuze, en de noodzakelijke keuze, voor elk mens, voor elk levend wezen. In Gods uniciteit zien mensen dat Zijn gezag, Zijn rechtvaardige gezindheid, Zijn wezen en de middelen waarmee Hij voor alle dingen zorgt alle uniek zijn. Zijn uniciteit bepaalt de ware identiteit van God Zelf, en het stelt ook Zijn status vast. En als er dus onder alle schepsels enig levend wezen, in de spirituele wereld of onder de mensheid, Gods plaats zou willen innemen of Hem zou proberen te imiteren, dan zou dat onmogelijk zijn. Dit is een feit.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Klassieke woorden over het kennen van God Zelf, de Unieke