V. Men moet getuigen van de waarheden over de verschillen tussen Gods oordeelswerk in de laatste dagen en Zijn verlossingswerk in het Tijdperk van Genade

V. Men moet getuigen van de waarheden over de verschillen tussen Gods oordeelswerk in de laatste dagen en Zijn verlossingswerk in het Tijdperk van Genade

2. Wat zijn de verschillen tussen de wijze waarop de Heer Jezus werkte in het Tijdperk van Genade en de wijze waarop Almachtige God werkt in het Tijdperk van het Koninkrijk?

Relevante woorden van God:

Tijdens Zijn eerste incarnatie moest God zieken genezen en duivels uitdrijven, omdat verlossing Zijn werk was. Om het hele menselijke ras te verlossen moest Hij barmhartig en vergevingsgezind zijn. Het werk dat Hij voor Zijn kruisiging deed was het genezen van zieken en het uitdrijven van duivels, waarmee Hij de redding van de mens van zonde en vuiligheid voorspelde. Omdat dit het Tijdperk van Genade was, was het noodzakelijk voor Hem om zieken te genezen en zo de tekenen en wonderen te laten zien die representatief waren voor de genade in dat tijdperk. Het Tijdperk van Genade draaide namelijk om het schenken van genade, waarvoor vrede, geluk en tastbare zegeningen symbool stonden – allemaal blijken van het geloof van de mensen in Jezus.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het werk dat Jezus verrichtte, was afgestemd op de noden van de mensheid in dit nieuwe tijdperk. Het was Zijn taak het menselijke geslacht te verlossen door vergeving van zonden. Zijn gezindheid was geheel en al nederigheid, geduld, liefde, vroomheid, verdraagzaamheid, genade, en goedertierenheid. Hij zegende de mensheid rijkelijk, bracht hen genade in overvloed en gaf hun alle dingen waaruit zij plezier en vreugde konden putten. Hij schonk de mensen het genot van vrede en geluk, alsmede Zijn verdraagzaamheid, liefde, genade en goedertierenheid. In die dagen werden de mensen overstelpt met een overvloed aan genietingen: In hun harten heersten vrede en geborgenheid, zij ontvingen troost voor hun geest, en werden ondersteund door hun Verlosser Jezus. Dat zij deze schatten konden ontvangen, vloeide voort uit het tijdperk waarin zij leefden. In het Tijdperk van Genade had de mens reeds blootgestaan aan al het verderf van Satan. Om die reden vereiste het verlossingswerk voor heel de mensheid een overvloedigheid aan genade, oneindige verdraagzaamheid en geduld, nog belangrijker, een offer afdoende voor de verzoening van de zonden van alle mensen. Wat de mensheid in het Tijdperk van Genade zag, was slechts mijn offer tot verzoening van de zonden van alle mensen, namelijk Jezus. Het enige wat zij wisten, was dat God genadig en verdraagzaam kon zijn; En wat zij alleen zagen, was de genade en goedertierenheid van Jezus. Dit was geheel mogelijk omdat zij in het Tijdperk van Genade leefden. En dus, voordat zij verlost konden worden, was het noodzakelijk dat zij zich konden verheugen in de vele vormen van genade die Jezus hen in overvloed schonk. Alleen dit was heilzaam voor de mens. Op deze wijze – door te leven in genade – konden al hun zonden worden vergeven. Bovendien werd zo voor hen de mogelijkheid geopend om te worden verlost door te leven in Jezus’ verdraagzaamheid en geduld. Alleen door Zijn verdraagzaamheid en geduld verwierven zij het recht op vergiffenis en mochten zij zich verheugen in de overvloed van genade die zij te danken hadden aan Jezus. Dit alles in overstemming met Jezus’ woorden: Ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen maar de zondaars te verlossen, maar om zondaars vergeving te schenken en hen te verlossen. Als Jezus vlees was geworden met de gezindheid om te oordelen, te vervloeken en onverdraagzaam te zijn jegens de overtredingen van de mensen, zouden mensen nooit de kans hebben gehad te worden verlost. Dan zouden zij tot in eeuwigheid zondaars zijn gebleven. Als het zo was geweest, zou het zesduizendjarige managementplan al in het Tijdperk van de Wet tot stilstand zijn gebracht. In dat geval zou het Tijdperk van de Wet verlengd zijn met zesduizend jaar. De zonden van de mens zouden dan steeds talrijker en verderfelijker zijn geworden; dan zou de schepping van de mens voor niets zijn geweest. De mens had dan alleen Jehova onder Zijn Wet kunnen dienen, maar hun zonden zouden die van de eerst geschapen mensen verre overtreffen. Hoe meer Jezus de mensen liefhad, hen hun zonden vergaf en hen voldoende genade bracht en goedertierenheid, des te meer de mensheid in staat werd gesteld te worden verlost, om ‘afgedwaalde schapen’ te worden genoemd die Jezus tegen een hoge prijs terugkocht. Satan was niet bij machte dit werk te verstoren, omdat Jezus Zijn volgelingen behandelde zoals een liefdevolle moeder haar baby aan haar borst. Hij werd niet boos op hen, Hij verachtte hen evenmin; Hij was vervuld van troostrijk mededogen. Ook ontstak Hij nooit in toorn, te midden van hen; Hij verdroeg hun zonden en zag hun onwetendheid en dwaasheid over het hoofd, zelfs ging hij zo ver dat hij zei: “Vergeef uw naasten zeventig maal zeven maal.” Aldus transformeerde Zijn hart de harten van anderen. Zo werd de mensheid door Zijn verdraagzaamheid vergeving van zonden geschonken.

uit ‘Het ware verhaal achter het werk van het Tijdperk van Verlossing’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De Heilige Geest werkt in overeenstemming met het tijdperk, zonder willekeur en zonder zich te houden aan vastgestelde regels. Het tijdperk is veranderd en een nieuw tijdperk brengt noodzakelijkerwijs nieuw werk met zich mee. Dit geldt voor iedere werkfase en Zijn werk wordt dus nooit herhaald. In het Tijdperk van Genade deed Jezus nogal wat van dat soort werk, zoals het genezen van ziekte, het uitdrijven van demonen, de mens Zijn handen opleggen om voor hem te bidden en hem te zegenen. Maar het zou zonder betekenis zijn om dat nu weer te doen. De Heilige Geest werkte toen op die manier, want het was het Tijdperk van Genade en er was voldoende genade voor de mens. Er werd geen enkele compensatie van welke aard dan ook van hem gevraagd en zolang hij geloofde, ontving hij genade. Iedereen werd zeer genadig behandeld. Nu is het tijdperk veranderd en het werk van God is doorgegaan. Door tuchtiging en oordeel worden de opstandigheid van de mens en de onreine dingen in de mens uitgedelgd. In die fase van verlossing betaamde het God om op die manier te werken en de mens blijk te geven van voldoende genade, zodat de mens kon worden verlost van zonde en deze door genade vergeven kon worden. Dit huidige tijdperk is bedoeld om de ongerechtigheid in de mens aan het licht te brengen door middel van tuchtiging, oordeel, het treffen met woorden en eveneens door middel van het disciplineren en de openbaring van woorden, zodat de mensheid daarna kan worden gered. Dit is werk gaat dieper dan de verlossing. De genade in het Tijdperk van Genade was voldoende voor de mens. Nu de mens deze genade al heeft ervaren, heeft hij deze niet meer nodig. Dit werk is nu verleden tijd en hoeft niet langer te worden verricht. Nu moet de mens worden gered door het oordeel van het woord. Nadat de mens is geoordeeld, getuchtigd en gelouterd, wordt zijn gezindheid daarmee veranderd. Is dit niet allemaal vanwege de woorden die ik heb gesproken?

uit ‘Het mysterie van de vleeswording (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

als God deze keer vlees wordt is het Zijn werk om Zijn gezindheid uit te drukken, in de eerste plaats door tuchtiging en oordeel. Met dit als basis brengt Hij meer waarheid tot de mens, laat Hij meer manieren zien om dingen in de praktijk te brengen, en zo bereikt Hij Zijn doel om de mens te overwinnen en te redden van zijn verdorven gezindheid. Dit is de achtergrond van het werk van God in het Tijdperk van het Koninkrijk.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wat ik nu zeg is dat het oordelen over de zonden en de onrechtvaardigheid van de mensen erop neerkomt, dat de opstandigheid van de mensen vervloekt wordt. Hun bedrog en oneerlijkheid, hun woorden en daden, over alles wat niet in overeenstemming is met Zijn wil zal geoordeeld worden, en de opstandigheid van de mensen wordt als zondig veroordeeld. Hij spreekt volgens de principes van het oordeel, en Hij openbaart Zijn rechtvaardige gezindheid door hun onrechtvaardigheid te oordelen, hun opstandigheid te vervloeken en al hun lelijke gezichten bloot te leggen.

uit ‘Hoe de tweede stap van het overwinningswerk vrucht draagt’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

God kent veel manieren om de mens te vervolmaken. Hij gebruikt allerlei soorten situaties om de verdorven gezindheid van de mens te behandelen en Hij gebruikt verschillende dingen om de mens bloot te leggen; in één opzicht behandelt Hij de mens, in een ander opzicht legt Hij de mens bloot en in een ander opzicht onthult Hij de mens, waarbij Hij de ‘mysteriën’ in de diepten van het hart van de mens opgraaft en onthult en de mens zijn natuur toont door veel van zijn gesteldheden te openbaren. God vervolmaakt de mens door vele methoden – door openbaring, behandeling, loutering en tuchtiging – zodat de mens zal weten dat God praktisch is.

uit ‘Alleen diegenen die zich richten op de praktijk kunnen vervolmaakt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Waardoor is Gods vervolmaking van de mens bereikt? Door Zijn rechtvaardige gezindheid. Gods gezindheid bestaat in de eerste plaats uit rechtvaardigheid, toorn, majesteit, oordeel en vloek en Zijn vervolmaking van de mens komt voornamelijk door oordeel. Sommige mensen begrijpen het niet en vragen waarom het is dat God alleen in staat is om de mens volmaakt te maken door oordeel en vloek. Ze zeggen: “Als God er was om de mens te vervloeken, zou de mens dan niet sterven? Als God de mens zou oordelen, zou de mens dan niet veroordeeld worden? Hoe kan hij dan nog steeds volmaakt worden gemaakt?” Dat zijn de woorden van mensen die het werk van God niet kennen. Wat God vervloekt is de ongehoorzaamheid van de mens en wat Hij oordeelt zijn de zonden van de mens. Hoewel Hij hard en zonder enige gevoeligheid spreekt, openbaart Hij alles wat zich in de mens bevindt en door deze strenge woorden openbaart Hij dat wat wezenlijk is in de mens, maar door een dergelijk oordeel geeft Hij de mens een diepgaande kennis van het wezenlijke van het vlees en aldus onderwerpt de mens zich aan gehoorzaamheid aan God. Het vlees van de mens is zondig en van Satan, het is ongehoorzaam en het onderwerp van Gods tuchtiging en dus, om de mens zichzelf te laten kennen, moeten de woorden van Gods oordeel hem overkomen en moet er elke vorm van loutering worden toegepast; alleen dan kan Gods werk effectief zijn.

uit ‘Alleen door pijnlijke beproevingen te ervaren, kun je de liefelijkheid van God kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

In het verleden was Zijn middel om redding te brengen de grootste liefde en barmhartigheid tonen, zodanig dat Hij Zich helemaal aan Satan gaf in ruil voor de hele mensheid. Vandaag staat haaks op het verleden. Vandaag komt jullie heil tot stand in de tijd van de laatste dagen, tijdens de classificatie van ieder naar zijn aard. Het middel om jullie heil te bewerkstelligen is niet liefde of barmhartigheid, maar wel tuchtiging en oordeel zodat de mens grondiger kan worden gered. Alles wat jullie krijgen, is dus tuchtiging, oordeel en genadeloze klappen, maar weet dat in deze harteloze klappen geen greintje straf schuilgaat, weet dat ongeacht de hardheid van mijn woorden jullie maar door een paar woorden worden getroffen die volslagen harteloos op jullie overkomen, en weet dat ongeacht de mate van mijn toorn jullie nog steeds worden geraakt met woorden van onderricht. Ik ben er geenszins op uit om jullie iets aan te doen of ter dood te brengen. Is dit niet allemaal een feit? Weet dat alles vandaag, van rechtvaardig oordeel tot harteloze loutering en tuchtiging, ten behoeve van het heil is. Of vandaag nu de classificatie van ieder naar zijn aard plaatsvindt of de categorieën mensen worden blootgelegd, alle woorden en het werk van God zijn bedoeld om degenen te redden die God werkelijk liefhebben. Een rechtvaardig oordeel dient om de mens te zuiveren, harteloze loutering dient om de mens te reinigen, harde woorden of kastijding dienen allemaal om te zuiveren en het heil tot stand te brengen. De methode van vandaag is dus anders dan in het verleden. Vandaag worden jullie gered door een rechtvaardig oordeel, wat een goed middel is om ieder van jullie te classificeren naar jullie aard, en meedogenloze tuchtiging levert jullie het hoogste heil op — wat hebben jullie dan tegen deze tuchtiging en dit oordeel in te brengen? Hebben jullie niet van begin tot eind het heil genoten? Jullie hebben zowel de vleesgeworden God gezien als Zijn almacht en wijsheid ingezien. Jullie hebben bovendien herhaaldelijk klappen en discipline ervaren. Maar hebben jullie ook niet de hoogste genade ontvangen? Zijn jullie zegeningen niet groter dan die van alle anderen? Jullie genade is overvloediger dan de luister en rijkdommen die Salomo genoot! Denk hierover na: als ik met mijn komst de bedoeling had om jullie te veroordelen en te straffen, en niet om jullie te redden, hadden jullie dagen dan zo lang kunnen duren? Hadden jullie, deze zondige wezens van vlees en bloed, dan tot vandaag toe kunnen overleven? Als ik jullie alleen maar had willen straffen, waarom zou ik dan vlees zijn geworden en aan zo’n grote onderneming zijn begonnen? Zou ik jullie armzalige stervelingen niet kunnen straffen in de tijd die het kost om één enkel woord te uiten? Zou ik nog steeds van plan zijn om jullie na jullie veroordeling te vernietigen? Geloven jullie deze woorden van mij nog steeds niet? Zou ik de mens alleen door liefde en barmhartigheid kunnen redden? Of zou ik alleen de kruisiging kunnen gebruiken om de mens te redden? Is mijn rechtvaardige gezindheid niet bevorderlijker om de mens volledig gehoorzaam te maken? Is die niet beter geschikt om de mens grondig te redden?

Mijn woorden zijn misschien wel streng, maar ze zijn allemaal gesproken met het oog op het heil van de mens, want ik spreek alleen woorden en straf het vlees van de mens niet. Deze woorden zorgen ervoor dat de mens in het licht kan leven, kan weten dat het licht bestaat, kan weten dat het licht kostbaar is, bovenal kan weten hoe weldadig deze woorden zijn voor de mens en kan weten dat God heil is. Ik heb weliswaar veel woorden van tuchtiging en oordeel gesproken, toch zijn ze niet daadwerkelijk op jullie toegepast. Ik ben gekomen om mijn werk te doen en om mijn woorden te spreken. Hoewel mijn woorden misschien streng zijn, worden ze gesproken als oordeel over jullie verdorvenheid en jullie opstandigheid. Ik blijf hiermee beogen om de mens uit Satans domein te bevrijden, om met mijn woorden de mens te redden. Mijn doel is niet om de mens iets aan te doen met mijn woorden. Mijn woorden zijn streng zodat mijn werk resultaten kan opleveren. Alleen door deze werkwijze kan de mens zichzelf leren kennen en breken met zijn opstandige gezindheid.

uit ‘Jullie moeten de zegeningen van status opzijzetten en Gods wil begrijpen voor het heil van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

V. Men moet getuigen van de waarheden over de verschillen tussen Gods oordeelswerk in de laatste dagen en Zijn verlossingswerk in het Tijdperk van Genade