301 Al het werk dat God doet, is voor de mens

301 Al het werk dat God doet, is voor de mens

I

Gods werk van overwinning is niet om over je te heersen

door je lot of bestemming te gebruiken.

Het hoeft niet op deze manier.

Het doel van het werk van overwinning is om de mens

de plicht van een schepsel te laten vervullen en de Schepper te aanbidden,

en daarna kan hij de geweldige bestemming binnengaan.

Hoewel God de mens tuchtigt, is dat om hem te redden.

Als Hij de vleselijke hoop ontneemt, is dat om de mens te reinigen.

Deze reiniging is omwille van het bestaan van de mens.

Zijn oordeel is omwille van de mens.

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

II

Het lot van de mens wordt beheerst door de handen van God.

Hoewel je steeds druk bezig bent, kan je niet over jezelf heersen.

Als je je vooruitzichten kende, je lot kon beheersen,

zou je dan nog steeds een schepsel zijn?

Hoewel God de mens tuchtigt, is dat om hem te redden.

Als Hij de vleselijke hoop ontneemt, is dat om de mens te reinigen.

Deze reiniging is omwille van het bestaan van de mens.

Zijn oordeel is omwille van de mens.

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

III

Ongeacht hoe God werkt, het is allemaal omwille van de mens.

De schepping, de hemel, de aarde, het dient de mens allemaal.

De seizoenen, de maan, zon en sterren,

de dieren en de planten zijn omwille van het leven van de mens,

het is allemaal voor de mens.

Hoewel God de mens tuchtigt, is dat om hem te redden.

Als Hij de vleselijke hoop ontneemt, is dat om de mens te reinigen.

Deze reiniging is omwille van het bestaan van de mens.

Zijn oordeel is omwille van de mens.

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

Dus hoe kan de mens heersen over zichzelf

als zijn lot in de handen van de Schepper ligt?

uit 'Het Woord verschijnt in het vlees'

301 Al het werk dat God doet, is voor de mens