X Klassieke woorden over de grondwet, de bestuurlijke decreten en de geboden van het Tijdperk van het Koninkrijk

X Klassieke woorden over de grondwet, de bestuurlijke decreten en de geboden van het Tijdperk van het Koninkrijk

1. Het werk dat ik heb gepland, blijft onophoudelijk voorwaarts gaan. Het Tijdperk van het Koninkrijk is aangebroken en ik heb jullie als mijn volk in mijn koninkrijk gebracht. Nu stel ik andere eisen aan jullie, dat wil zeggen: ik ga de constitutie afkondigen op basis waarvan ik dit tijdperk ga besturen.

Jullie zijn mijn volk, dus jullie moeten in staat zijn om mijn naam te verheerlijken, oftewel te getuigen te midden van beproevingen. Als iemand probeert mij te misleiden en de waarheid voor mij te verhullen, of achter mijn rug om onbetamelijk handelt, zal hij of zij zonder uitzondering weggejaagd worden, uit mijn huis worden gezet en met een snelle berechting te maken krijgen. Zij die mij in het verleden ontrouw en ongehoorzaam zijn geweest, en zich nu openlijk tegen mij keren, zullen eveneens uit mijn huis worden weggejaagd. Mijn volk moet steeds zorgdragen voor mijn last en mijn woorden leren kennen. Alleen zulke mensen zal ik verlichten. Zij zullen zeker onder mijn leiding en verlichting leven en geen tuchtiging ondergaan. Er zijn er die mijn last veronachtzamen en zich op de planning van hun eigen toekomst richten. Zij zijn niet bezig om mijn hart te behagen maar willen alleen een graantje meepikken. Ik weiger absoluut om die bedelaars te gebruiken, want vanaf het moment van hun geboorte weten ze totaal niet hoe ze voor mijn last moeten zorgdragen. Zulke mensen zijn niet goed bij hun hoofd, ze lijden aan ‘ondervoeding’ van de hersenen en moeten naar huis om ‘aan te sterken’. Aan dergelijke mensen heb ik niets. Iedereen onder mijn volk wordt geacht mij te kennen, tot aan het einde toe, zoals ook niemand bijvoorbeeld geen moment vergeet te eten, zich te kleden en te slapen. Uiteindelijk wordt mij kennen dan een vertrouwde vaardigheid zoals eten, iets wat je moeiteloos, met bedreven hand doet. En de woorden die ik spreek? Die moeten allemaal met de grootste zekerheid worden aangenomen en volledig worden geassimileerd. Van oppervlakkige halve maatregelen kan er geen sprake zijn. Iedereen die geen acht slaat op mijn woorden weerstaat mij in mijn ogen. Iedereen die mijn woorden niet eet of ze niet wil leren kennen, schenkt geen aandacht aan mij en zal meteen buiten de deur van mijn huis worden gezet. Want, ik heb het al eerder gezegd, ik wil niet heel veel mensen, maar een select groepje. Als er uit honderd mensen maar één in staat is om mij door mijn woorden te leren kennen, zou ik bereid zijn om alle anderen weg te doen, zodat ik deze ene gericht kan verlichten en illumineren. Zo zie je dat het niet per se zo is dat alleen grotere aantallen mij kunnen manifesteren, naar mijn voorbeeld kunnen leven. Ik wil de tarwe (ook al zijn de korrels niet helemaal volgroeid) en niet het onkruid (ook al zijn de korrels volgroeid genoeg om bewondering te oogsten). Wat betreft degenen die niet willen zoeken, maar zich lui gedragen: zij behoren uit zichzelf weg te gaan. Ik wil ze niet meer zien, opdat ze mijn naam niet te schande maken.

uit ‘Hoofdstuk 5’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

2. Hierbij spreek ik de bestuurlijke decreten van mijn koninkrijk uit: alles valt binnen mijn oordeel, alles valt binnen mijn rechtvaardigheid, alles valt binnen mijn majesteit, en rechtvaardigheid wordt op allen toegepast. Wie zeggen dat zij in mij geloven, maar mij in hun hart tegenspreken, of wier harten mij hebben verlaten, zullen eruit worden gegooid, maar dat alles gebeurt op een moment dat ik kies. Wie sarcastisch over mij spreken, maar dan op zo’n manier dat het mensen niet opvalt, zullen onmiddellijk sterven (hun geest, lichaam en ziel zal sterven). Over wie degenen die ik liefheb onderdrukken of buitensluiten zal mijn toorn onmiddellijk oordelen. Dat wil zeggen dat wie jaloers zijn op degenen die ik liefheb en menen dat ik niet rechtvaardig ben, overgedragen zullen worden aan degenen die ik liefheb, opdat zij over hen oordelen. Al wie zich goed gedragen en eenvoudig en oprecht zijn (inclusief degenen die wijsheid ontberen) en wie vastberaden oprecht jegens mij zijn, zullen in mijn koninkrijk blijven. Zij die geen training hebben gehad, dat wil zeggen oprechte mensen die wijsheid en inzicht ontberen, zullen macht hebben in mijn koninkrijk. En toch zullen ook zij behandeld en gebroken zijn. Dat zij geen training hebben doorgemaakt, is niet absoluut, het is eerder dat ik via deze zaken iedereen mijn almacht en mijn wijsheid zal tonen. Wie nog steeds aan mij twijfelt, zal ik eruit trappen, niet één van hen wil ik hebben (ik walg van iedereen die in een tijd als deze nog steeds aan mij twijfelt). Door de daden die ik in heel het universum verricht, zal ik eerlijke mensen de wonderbaarlijkheid tonen van mijn handelingen, waardoor hun wijsheid, inzicht en onderscheidingsvermogen zullen groeien, en ik zal ervoor zorgen dat leugenachtige mensen in een ogenblik worden vernietigd door mijn wonderbaarlijke daden. Alle eerstgeboren zonen die als eersten mijn naam aanvaardden (dat wil zeggen: die heilige, smetteloze, eerlijke mensen) zullen als eersten het koninkrijk binnengaan en samen met mij over alle landen en alle volkeren heersen als koningen in het koninkrijk, en samen zullen zij oordelen over alle landen en volkeren (dat wil zeggen, alle eerstgeboren zonen in het koninkrijk en niemand anders). Diegenen onder alle landen en alle volkeren die zijn veroordeeld en berouw hebben getoond, zullen mijn koninkrijk betreden en mijn volk worden, en diegenen die koppig zijn en geen berouw tonen, zullen in de bodemloze put worden gegooid (om voor eeuwig weg te teren). Het oordeel in het koninkrijk zal de laatste maal zijn en het zal mijn grondig zuiveren van de wereld zijn. Dan zullen er geen onrechtvaardigheid, geen verdriet, geen tranen, geen zuchten meer zijn, sterker nog, er zal geen wereld meer zijn. Alles zal de manifestatie van Christus zijn, alles zal het koninkrijk van Christus zijn. Welk een glorie! Welk een glorie!

uit ‘Hoofdstuk 79’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

3. Nu maak ik jullie mijn bestuurlijke decreten bekend (ingaand op de dag van hun bekendmaking, waarbij ik verschillende mensen verschillende tuchtigingen toewijs):

ik houd mijn beloften en alles is in mijn handen: ieder die twijfelt zal zeker omkomen. Er is geen ruimte voor verzachtende omstandigheden. Ze zullen onmiddellijk uitgeroeid worden, zodat de haat uit mijn hart zal verdwijnen. (Waardoor bevestigd wordt dat ieder die gedood wordt geen onderdaan van mijn koninkrijk kan zijn, maar een nakomeling van Satan is).

Als eerstgeboren zonen dienen jullie je eigen positie in acht te nemen en jullie eigen plichten goed te vervullen en moeten jullie geen nieuwsgierige mensen zijn. Jullie dienen jezelf op te offeren voor mijn managementplan, overal waar je gaat dienen jullie goede getuigenis van mij te geven en mijn naam te verheerlijken. Doe geen schandelijke dingen, maar wees een voorbeeld voor al mijn zonen en heel mijn volk. Wees zelfs geen seconde ongeremd: jullie moeten altijd voor iedereen verschijnen met de identiteit van eerstgeboren zonen, niet onderdanig zijn, maar met opgeheven hoofd voortgaan. Ik vraag jullie om mijn naam te verheerlijken en mijn naam niet te schande te maken. Zij die eerstgeboren zonen zijn hebben ieder hun eigen functie, en kunnen niet alles doen. Dit is de verantwoordelijkheid die ik jullie gegeven heb, die niet ontlopen mag worden, en jullie dienen je met heel je hart, heel je verstand en al je kracht toe te leggen op de vervulling van wat ik jullie heb toevertrouwd.

Vanaf nu is aan mijn eerstgeboren zonen in heel het universum de taak toevertrouwd om al mijn zonen en heel mijn volk te hoeden, en ieder die het niet met heel zijn hart en heel zijn verstand kan vervullen, zal ik tuchtigen. Dit is mijn gerechtigheid – ik zal zelfs mijn eerstgeboren zonen niet sparen of ontzien.

Als er iemand onder mijn zonen of onder mijn volk is die een van mijn eerstgeboren zonen belachelijk maakt of beledigt, dan zal ik hem zwaar straffen want mijn eerstgeboren zonen vertegenwoordigen mijzelf, en wat iemand hen aandoet, doet hij ook mij aan. Dit is de zwaarste van mijn bestuurlijke decreten. Ik laat mijn eerstgeboren zonen naar hun eigen wensen mijn gerechtigheid toepassen jegens ieder onder mijn zonen en mijn volk die dit decreet overtreedt.

Geleidelijk aan verlaat ik ieder die mij op een lichtzinnige wijze beschouwt; zich alleen richt op mijn voedsel, kleding en slaap; alleen aan mijn uitwendige zaken aandacht besteedt en geen oog heeft voor mijn last; en geen aandacht schenkt aan de juiste uitoefening van zijn eigen functie. Dit is gericht tot allen die oren hebben.

Ieder die zijn dienst aan mij beëindigt, moet zich gehoorzaam terugtrekken en niet luidruchtig zijn. Pas op, anders reken ik met jullie af. (Dit is een bijkomstigheid).

Mijn eerstgeboren zonen zullen vanaf nu de ijzeren scepter oppakken en mijn gezag gaan uitoefenen om te heersen over alle landen en volken, om onder alle landen en volken te wandelen en om onder alle landen en volken mijn oordeel, gerechtigheid en majesteit uit te oefenen. Mijn zonen en mijn volk zullen zonder ophouden mij vrezen, mij loven, mij bejubelen en mij verheerlijken want mijn managementplan wordt vervuld en mijn eerstgeboren zonen kunnen met mij heersen.

uit ‘Hoofdstuk 88’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

4. Vandaag de dag is het voor de mensen het allerbelangrijkst dat zij zich houden aan wat hieronder vermeld staat. Pleeg geen bedrog en verberg niets voor de God die voor je staat. Spreek geen onreine of hooghartige taal tegen de God die voor je staat. Bedrieg de God die voor je staat niet door mooie woorden en fraaie toespraken met het doel Zijn vertrouwen te winnen. Handel niet oneerbiedig voor Gods aangezicht. Gehoorzaam alle woorden die uit Gods mond komen en verzet je niet tegen Zijn woorden, ga er niet tegen in en betwist ze niet. Leg de woorden die uit Gods mond komen niet op de manier uit die je het best uitkomt. Houd je tong in bedwang, opdat je niet ten prooi valt aan de bedrieglijke plannen van de goddelozen. Let op waar je loopt, opdat je de grenzen die God voor jou heeft gesteld niet overschrijdt. Als je dat wel doet, zul je op een in Gods ogen verwaande en hoogdravende manier spreken en zal God een afkeer van je krijgen. Herhaal de door God gesproken woorden niet achteloos, anders zullen anderen je bespotten en zullen de duivels je voor de gek houden. Gehoorzaam al het werk dat door de God van vandaag gedaan wordt. Zelfs als je het niet begrijpt, moet je er geen oordeel over vellen; het enige wat je kunt doen is te streven en te communiceren. Niemand mag inbreuk maken op Gods oorspronkelijke positie. Het enige wat je kunt doen is de God van vandaag dienen vanuit de standplaats van de mensen. De God van vandaag kun je niet onderwijzen vanaf de plaats van de mensen; dat is misplaatst. Niemand mag op de plaats staan van de mens over wie God getuigenis heeft afgelegd; in je woorden, daden en diepste gedachten sta je op de standplaats van de mensen. Daar moet je je bij neerleggen, het is de verantwoordelijkheid van de mens, het kan door niemand veranderd worden, en als je dat wel zou doen, zou je inbreuk maken op de bestuursbesluiten. Iedereen moet dat onthouden.

uit ‘De geboden van het nieuwe tijdperk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

5

(Geselecteerde passage uit Gods woord)

De tien bestuurlijke decreten waaraan Gods uitverkoren volk moet gehoorzamen in het Tijdperk van het Koninkrijk

1) De mens moet zichzelf niet groter maken of verheerlijken. Hij moet God aanbidden en verheerlijken.

2) Je moet alles doen dat Gods werk ten goede komt, en alles laten dat de belangen van Gods werk schaadt. Je moet Gods naam, Gods getuigenis en Gods werk verdedigen.

3) Het geld, materiële objecten en alle eigendommen in Gods huishouden zijn offerandes die door de mens gegeven moeten worden. Niemand mag van deze offerandes genieten, behalve de priesters en God, want de offerandes van de mens zijn voor het genot van God, God deelt deze offerandes alleen met de priesters en niemand anders is bevoegd of heeft het recht om ook maar van enig deel te genieten. Alle offerandes van de mens (inclusief geld en materiële dingen waarvan genoten kan worden) zijn aan God geschonken, niet aan de mens. En dus zou de mens er niet van moeten genieten; als de mens dat zou doen, betekent het dat hij offerandes steelt. Ieder die dat doet, is een Judas, want behalve dat hij een verrader was, deed Judas ook een greep uit de geldbuidel.

4) De gezindheid van de mens is verdorven en bovendien is hij bezeten van emoties. Daarom is het absoluut verboden dat twee personen van verschillende geslachten samenwerken wanneer ze God dienen. Ieder die daarop wordt betrapt, zal zonder uitzondering worden verbannen, en niemand is gevrijwaard.

5) Je mag geen oordeel vellen over God, of zaken die met God te maken hebben terloops bespreken. Je moet doen wat de mens hoort te doen, en spreken zoals de mens hoort te spreken, je mag niet over je limiet heengaan of je grenzen overschrijden. Bewaak je eigen tong en wees voorzichtig waar je je voeten neerzet. Dit zal er allemaal voor zorgen dat je niets doet wat Gods gezindheid zal beledigen.

6) Je moet doen wat de mens hoort te doen en je verplichtingen nakomen, je verantwoordelijkheden nakomen en je aan je plicht houden. Omdat je in God gelooft, moet je een bijdrage leveren aan Gods werk; als je dat niet doet, ben je ongeschikt om de woorden van God te eten en te drinken, en ben je ongeschikt om in Gods huishouden te wonen.

7) Bij het werk en kerkzaken moet je, naast aan God gehoorzamen, bij alles wat je doet de instructies opvolgen van de persoon die door de Heilige Geest gebruikt wordt. Zelfs de kleinste overtreding is onacceptabel. Je moet volkomen meegaand zijn en geen analyse maken van goed of fout; wat goed of fout is, heeft niets met jou te maken. Jij moet je alleen bezighouden met absolute gehoorzaamheid.

8) Mensen die in God geloven, moeten God gehoorzamen en Hem aanbidden. Je moet geen enkele persoon verheerlijken of naar hem opkijken; je moet niet God op de eerste plaats, de mensen naar wie je opkijkt op de tweede en jezelf op de derde plaats zetten. Geen enkele persoon zou een plaats in jouw hart moeten hebben en je moet niet denken dat mensen – vooral hen die je vereert – op gelijk niveau staan met God, dat ze Zijn gelijke zijn. Dit is voor God onverdraaglijk.

9) Jouw gedachten moeten gaan over het werk van de kerk. Je moet de vooruitzichten van jouw eigen vlees opzij zetten, je moet beslist zijn in familieaangelegenheden, je met heel je hart toewijden aan het werk van God, en Gods werk op de eerste plaats zetten en je eigen leven op de tweede. Dit is de betamelijkheid van een heilige.

10) Familieleden die niet gelovig zijn (jouw kinderen, echtgenoot of echtgenote, zussen, ouders, enzovoort) moeten niet de kerk in gedwongen worden. Gods huishouden komt geen leden tekort en het is zinloos om die aantallen te vergroten met mensen die nutteloos zijn. Al diegenen die niet van harte geloven, moeten niet in de kerk binnengeleid worden. Dit decreet is aan alle mensen gericht. Wat deze kwestie betreft, moeten jullie elkaar controleren, monitoren en herinneren, en niemand mag het overtreden. Zelfs wanneer familieleden die niet van het geloof zijn met tegenzin de kerk binnengaan, mogen ze geen boeken krijgen, of een nieuwe naam; zulke mensen horen niet bij Gods huishouden en hun toetreding tot de kerk moet met alle mogelijke middelen worden tegengehouden. Als de kerk in problemen komt vanwege een invasie van demonen, dan zul je zelf uitgebannen worden of zul je restricties opgelegd krijgen. Kortom, iedereen draagt hierin verantwoordelijkheid, maar je moet hier ook niet roekeloos mee omgaan, of het gebruiken om iemand iets op het persoonlijke vlak betaald te zetten.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

6. Mensen moeten zich houden aan de vele plichten die ze moeten vervullen. Daar moeten de mensen zich aan houden en die moeten zij uitvoeren. Laat de Heilige Geest doen wat door de Heilige Geest gedaan moet worden; mensen kunnen daar geen rol in spelen. Mensen moeten zich houden aan datgene wat mensen moeten doen; dat heeft geen betrekking op de Heilige Geest. Het gaat daarbij alleen om datgene wat mensen moeten doen en waar zij trouw aan moeten zijn als aan een gebod, net als trouw aan de wet van het Oude Testament. Hoewel het nu niet het Tijdperk van de Wet is, zijn er nog steeds vele woorden die gelijk zijn aan die in het Tijdperk van de Wet en waaraan onverkort vastgehouden moet worden, en zij worden niet alleen maar uitgevoerd door te vertrouwen op de aanraking door de Heilige Geest, maar ze moeten door mensen nageleefd worden. Bijvoorbeeld: vel geen oordeel over het werk van de praktische God; verzet je niet tegen de mens over wie God getuigenis heeft afgelegd; ken je plaats voor Gods aangezicht en wees niet losbandig; spreek met mate en laat je woorden en daden in overeenstemming zijn met de regelingen die de mens over wie God getuigenis heeft afgelegd, heeft ingesteld; heb ontzag voor de getuigenis van God; veronachtzaam het werk van God en de woorden uit Zijn mond niet; boots de toon en de bedoelingen van Gods uitspraken niet na; doe naar buiten toe niets wat duidelijk ingaat tegen de mens over wie God getuigenis heeft afgelegd. Dit, en nog meer, is waar iedereen zich aan dient te houden.

uit ‘De geboden van het nieuwe tijdperk’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

7. Jullie moeten wat ik jullie vertel in jullie harten bewaren, jullie moeten mijn hart door mijn woorden begrijpen en rekening houden met mijn last. Hierdoor zullen jullie mijn almacht leren kennen en mijn persoon zien. Want mijn woorden zijn woorden van wijsheid en niemand kan de principes of wetten achter mijn woorden bevatten. Mensen denken dat ik bedrog en valsheid pleeg en kennen mij niet door mijn woorden, in tegendeel, ze lasteren mij zelfs. Ze zijn zo blind en onwetend! Het ontbreekt hen geheel aan de gave van onderscheiding. Elke zin die ik uitspreek draagt gezag en oordeel en niemand kan dat veranderen. Zodra mijn woorden worden uitgesproken, zullen de dingen worden volbracht volgens mijn woorden. Dit is mijn gezindheid. Mijn woorden hebben gezag en wie ze aanpast beledigt mijn tuchtiging en diegene zal ik neer moeten slaan. In ernstige gevallen brengen ze verwoesting over hun eigen leven en gaan ze naar het dodenrijk of de put van de afgrond. Dit is de enige manier waarop ik met de mensheid omga en de mens kan dit op geen enkele wijze veranderen – dit is mijn bestuurlijk decreet. Onthoud dit! Niemand is het toegestaan mijn decreet te beledigen, dit moet allemaal worden uitgevoerd volgens mijn wil! In het verleden was ik te toegeeflijk met jullie en werden jullie alleen met mijn woorden geconfronteerd. De woorden die ik sprak over het neerslaan van mensen zijn nog geen werkelijkheid geworden. Maar vanaf dit moment zullen al deze rampen (met betrekking tot mijn bestuurlijke decreten) zich de één na de ander voltrekken om degenen te straffen die niet gehoorzamen aan mijn wil. De feiten moeten zichtbaar worden, anders zouden mensen mijn toorn niet kunnen zien en zouden ze zich keer op keer overgeven aan bandeloosheid. Dit is een stap van mijn managementplan en het is de manier waarop ik de volgende stap van mijn werk zet. Ik vertel jullie dit vooraf zodat jullie kunnen voorkomen dat jullie overtredingen begaan en voor eeuwig verdoemd worden. Dat wil zeggen, vanaf dit moment zal ik ervoor zorgen dat alle mensen, met uitzondering van mijn eerstgeborenen, hun juiste plaatsen in overeenstemming met mijn wil innemen, en zal ik ze één voor één tuchtigen. Ik zal er zelfs niet één laten ontsnappen. Waag het eens jullie nogmaals over te geven aan bandeloosheid! Waag het eens nogmaals te rebelleren! Ik heb jullie eerder gezegd dat ik rechtvaardig ben tegenover allen, zonder ook maar het minste beetje sentiment, en dit dient om te laten zien dat mijn gezindheid niet moet worden beledigd. Dit is mijn persoon. Niemand kan dit veranderen. Alle mensen horen mijn woorden en alle mensen zien mijn glorieuze aangezicht. Alle mensen moeten mij volledig en absoluut gehoorzamen – dit is mijn bestuurlijk decreet. Alle mensen aan de uiteinden van het universum zullen mij prijzen en verheerlijken, want ik ben de unieke God Zelf, want ik ben de persoon van God. Niemand kan mijn woorden en uitspraken veranderen, noch mijn spraak en houding, want dit zijn dingen die alleen mij aangaan, dingen die ik eeuwig heb bezeten en die tot in eeuwigheid zullen blijven bestaan.

uit ‘Hoofdstuk 100’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

8. Ieder van jullie moet oog hebben voor mijn bestuurlijke decreten. Zo niet, dan zullen jullie geen enkele angst kennen en zullen jullie zorgeloos voor mij staan; dan zullen jullie niet weten wat ik wil vervolmaken, wat ik compleet wil maken, welke winst ik wil boeken of aan wat voor soort personen mijn koninkrijk behoefte heeft.

Dit zijn mijn bestuurlijke decreten:

1) Wie je ook bent: als je mij tegenspreekt in je hart, zul je worden geoordeeld.

2) Wat de mensen betreft die ik heb verkozen: ze zullen onmiddellijk worden gedisciplineerd als ze er verkeerde ideeën op nahouden.

3) Ik zal de mensen die niet in mij geloven aan één kant plaatsen. Ik zal hen zorgeloos laten spreken en handelen tot het einde toe; dan zal ik hen grondig straffen en hen ervan langs geven.

4) Wat de mensen betreft die in mij geloven: ik zal op hen letten en hen voortdurend beschermen. Voortdurend zal ik hen van leven voorzien, waarbij ik gebruik maak van de weg van de redding. Deze mensen zullen mijn liefde bezitten en zeker niet ten val komen of verdwaald raken. Elke zwakte die ze hebben zal die tijdelijk zijn; ik zal die zeker niet gedenken.

5) Wat de mensen betreft die lijken te geloven maar dat niet echt doen (oftewel de mensen die wel geloven dat er een God is, maar die niet naar Christus zoeken, maar ook geen weerstand bieden): dergelijke mensen zijn het meest beklagenswaardig, en dat zal ik hun door mijn daden duidelijk laten zien. Door mijn daden zal ik dergelijke mensen redden en hen terugbrengen.

6) De eerstgeboren zonen die de eersten waren om mijn naam te aanvaarden, zullen gezegend zijn! Ik zal jullie zeker de beste zegeningen toekennen, en jullie zullen een vreugde voelen die jullie hart tevreden stelt; niemand zal dat durven verhinderen. Alles is voor jullie geheel in gereedheid gebracht, want dit is mijn bestuurlijke decreet.

uit ‘Hoofdstuk 56’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

9 Mijn oordeel komt over iedereen, mijn bestuurlijke decreten raken iedereen en mijn woorden en mijn persoon worden aan iedereen geopenbaard. Dit is de tijd voor het grote werk van mijn Geest (op dit moment worden al degenen die zullen worden gezegend en degenen die zullen lijden onderscheiden). Zodra mijn woorden weerklinken heb ik onderscheid gemaakt tussen degenen die zullen worden gezegend en degenen die zullen lijden. Het is allemaal kristalhelder en ik kan het in een oogopslag zien. (Dit wordt gezegd in relatie tot mijn menselijkheid, het is dus niet in tegenspraak met mijn uitverkiezing en selectie.) Ik zwerf rond door de bergen, langs rivieren en alle dingen, door de ruimte van het universum. Ik observeer elke plek en reinig elke plek, zodat deze onreine plekken en deze overspelige landen allemaal ophouden te bestaan en tot niets zullen worden verbrand vanwege mijn woorden. Voor mij is alles eenvoudig. Als het nu de tijd zou zijn die ik heb vastgesteld om de wereld te vernietigen, zou ik deze met een woord kunnen inslikken, maar het is nu niet de tijd. Alles moet gereed zijn voor ik dit werk zal doen, zodat mijn plan niet wordt gehinderd en mijn management niet wordt onderbroken. Ik weet hoe ik het redelijkerwijs kan doen: ik heb mijn wijsheid en ik heb mijn eigen ordening. Mensen moeten geen vinger uitsteken – zorg ervoor dat jullie niet door mijn hand worden gedood. Dit raakt reeds aan mijn bestuurlijke decreten. Hieruit kan men de strengheid van mijn bestuurlijke decreten aflezen en kan men de principes van mijn bestuurlijke decreten zien, waaronder de volgende twee aspecten: aan de ene kant dood ik allen die niet overeenstemmen met mijn wil en die mijn bestuurlijke decreten beledigen, aan de andere kant vervloek ik in mijn toorn allen die mijn bestuurlijke decreten beledigen. Deze twee aspecten zijn onmisbaar en zijn de uitvoerende principes van mijn bestuurlijke decreten. Iedereen wordt behandeld volgens deze twee principes, zonder emoties, hoe trouw de mensen ook zijn. Dit is voldoende om mijn rechtvaardigheid te tonen en mijn majesteit en toorn te demonstreren, die alle dingen zullen verbranden, alle wereldlijke dingen en alle dingen die niet overeenkomen met mijn wil. Mijn woorden bevatten verborgen mysteries en mijn woorden bevatten ook geopenbaarde mysteries. Volgens de menselijke opvatting, volgens de menselijke geest, zijn mijn woorden daarom voor altijd onbegrijpelijk en is mijn hart voor altijd ondoorgrondelijk. Met andere woorden, ik moet de mensen hun opvattingen en denkwijze laten verwerpen. Dit is het belangrijkste onderdeel van mijn managementplan. Ik moet het op deze manier doen om mijn eerstgeboren zonen te winnen en om de dingen te volbrengen die ik wil doen.

uit ‘Hoofdstuk 103’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

10. Maar zolang de oude wereld blijft bestaan, zal ik mijn woede uitstorten over de naties, mijn bestuurlijke decreten openlijk afkondigen in het hele universum en eenieder die deze overtreedt tuchtigen:

Als ik mijn gezicht naar het universum wend om te spreken, hoort de hele mensheid mijn stem, en ziet vervolgens alle werken die ik heb volbracht in het hele universum. Zij die zich verzetten tegen mijn wil, dat wil zeggen, zij die zich met de daden van de mens tegen mij verzetten, zullen door mijn tuchtiging worden geveld. Ik neem de talrijke sterren in de hemel en vernieuw ze, en dankzij mij worden zon en maan vernieuwd – het firmament zal niet meer zijn zoals het was; de talloze dingen op aarde zullen vernieuwd zijn. Door mijn woorden wordt alles voltooid. De vele naties in het universum zullen opnieuw worden ingedeeld en door mijn natie worden vervangen, zodat de naties op aarde voor altijd verdwijnen en één natie vormen die mij aanbidt; alle naties op aarde zullen vernietigd worden en ophouden te bestaan. Van alle mensen in het universum zullen zij die aan de duivel toebehoren uitgeroeid worden; allen die Satan aanbidden zullen verslagen worden door mijn brandend vuur – dat wil zeggen: behalve zij die zich nu in de stroom bevinden, de anderen zullen in as veranderen. Als ik de vele volkeren tuchtig, zullen zij die in de religieuze wereld leven, in verschillende gradaties, tot mijn koninkrijk terugkeren, overwonnen door mijn werken, omdat zij de komst van de Heilige die op een witte wolk rijdt hebben aanschouwd. De hele mensheid volgt haar eigen soort en ontvangt tuchtiging naar gelang haar daden. Zij die tegen mij stelling hebben genomen zullen omkomen. Als de daden van mensen op aarde geen betrekking hebben gehad op mij, zullen deze mensen, gezien de manier waarop zij zich van hun taak hebben gekweten, blijven voortbestaan op aarde onder heerschappij van mijn zonen en mijn volk. Ik zal mijzelf aan de talloze volken en de talloze naties openbaren, en mijn eigen stem laten klinken op aarde om de voltooiing te verkondigen van mijn grote werk zodat alle mensen het met hun eigen ogen kunnen aanschouwen.

uit ‘Hoofdstuk 26’ van Gods woorden aan het hele universum in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

X Klassieke woorden over de grondwet, de bestuurlijke decreten en de geboden van het Tijdperk van het Koninkrijk