11. Wat zijn de verschillen tussen iemands plicht vervullen en dienstdoen?

11. Wat zijn de verschillen tussen iemands plicht vervullen en dienstdoen?

Relevante woorden van God:

Er bestaat geen verband tussen de plicht van de mens en of hij gezegend of vervloekt is. Zijn plicht is wat de mens hoort te vervullen; het is zijn gezworen plicht en zou niet afhankelijk moeten zijn van vergoeding, voorwaarden of redenen. Dan pas is er sprake van zijn plicht vervullen. Een mens die gezegend is, geniet goedheid als hij na het oordeel vervolmaakt wordt. Een mens die vervloekt is, krijgt straf als zijn gezindheid onveranderd blijft nadat hij getuchtigd en geoordeeld is, dat wil zeggen dat hij niet vervolmaakt is. Als schepsel hoort de mens zijn plicht te vervullen, hij moet doen wat hij hoort te doen, en wat hij kan doen, of hij nu gezegend of vervloekt zal worden. Dit is de fundamentele voorwaarde voor de mens, als iemand die op zoek is naar God. Je moet je plicht niet vervullen alleen om gezegend te worden en je moet niet weigeren iets te doen uit angst om vervloekt te worden. Laat me jullie dit ene ding vertellen: Als de mens in staat is om zijn plicht te vervullen, betekent het dat hij doet wat hij hoort te doen. Als de mens niet in staat is om zijn plicht te vervullen, laat het zien dat de mens opstandig is. Het is altijd door het proces van zijn plicht vervullen dat de mens gaandeweg veranderd wordt, en door dit proces toont hij zijn loyaliteit. Derhalve, hoe meer je in staat bent je plicht te vervullen, des te meer waarheden je zult ontvangen, en dan zal ook jouw uitdrukking echter worden. Zij die hun plicht alleen voor de vorm vervullen en niet op zoek zijn naar de waarheid, zullen uiteindelijk geëlimineerd worden, want zulke mensen vervullen hun plicht niet bij het praktiseren van de waarheid, ze praktiseren geen waarheid bij het vervullen van hun plicht. Zulke mensen blijven onveranderd en zullen worden vervloekt. Niet alleen is hun uitdrukking onzuiver, maar wat ze uitdrukken is niets anders dan verdorvenheid.

uit ‘Het verschil tussen de bediening van de vleesgeworden God en de plicht van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wat voor talenten, gaven of vaardigheden mensen ook hebben, ze gebruiken gewoon hun kracht om hun plicht te vervullen en dingen te doen. Wat ze ook doen, ze vertrouwen op hun voorstellingen, opvattingen of hun eigen instinct. Ze zoeken nooit de wil van God en hebben geen notie of behoeften in hun hart om te zeggen: “Ik vervul mijn plicht. Ik moet de waarheid in praktijk brengen.” Het enige uitgangspunt in hun gedachten is de taak goed doen en te voltooien. Is dit dus iemand die geheel en al leeft op basis van zijn gaven, talenten, vermogens en vaardigheden? Zulke mensen denken in hun geloof alleen aan het gebruiken van hun eigen kracht, aan het verkopen van hun eigen arbeid, aan het verkopen van hun eigen vaardigheden. Het is voornamelijk wanneer Gods huis ze algemene taken te doen geeft dat de meeste mensen dingen vanuit dit gezichtspunt benaderen. Alles wat ze doen, is zich inspannen. Soms betekent dat hun mond gebruiken, soms is het hun handen en fysieke kracht gebruiken, soms is het hun ogen gebruiken en soms betekent het van hot naar her rennen. Waarom zegt men dat leven op basis van die dingen het gebruiken van iemands kracht en niet de waarheid in praktijk brengen is? Mensen krijgen een taak van Gods huis, en het enige waar ze aan denken is hoe ze die taak zo snel mogelijk kunnen voltooien, zodat ze verslag aan de kerkleiders kunnen uitbrengen en hun lof in ontvangst nemen. Ze komen misschien met een stappenplan. Ze komen heel ernstig over, maar ze richten zich alleen maar op het voltooien van de taak omwille van de schone schijn, of wanneer ze die doen, stellen ze hun eigen norm voor zichzelf vast: hoe te werk te gaan zodat ze blij en tevreden zijn, en het niveau van perfectie bereiken waar ze naar streven. Wat voor plan of norm ze ook vaststellen, als er geen koppeling is met de waarheid, als ze geen actie ondernemen na het zoeken van de waarheid of na het begrijpen en bevestigen van wat God van hen vraagt, maar daarentegen blind en verbijsterd handelen, zijn ze alleen maar bezig zich in te spannen. Ze handelen op basis van hun eigen wensen, op basis van hun eigen verstand of gaven, of op basis van hun eigen vermogens en vaardigheden. En wat zijn de gevolgen als ze hun taak op deze manier doen? De taak kan dan wel uitgevoerd zijn, niemand heeft misschien enige fouten ontdekt en je bent er wellicht heel blij mee. Maar bij de uitvoering ervan had je ten eerste geen begrip van Gods bedoeling. Ten tweede deed je het niet met heel je hart, met heel je verstand en met heel je kracht – je hebt er niet je gehele hart in gelegd. Als je de principes van de waarheid had gezocht, als je de wil van God had gezocht, dan zou je 90% effectief zijn geweest in de uitvoering ervan, zou je ook in staat zijn geweest om de realiteit van de waarheid binnen te gaan, en zou je accuraat hebben begrepen dat wat je aan het doen was met Gods wil strookte. Maar als je achteloos en lukraak was, zou je – hoewel je de taak had voltooid – niet duidelijk weten in je hart hoe goed je die had uitgevoerd. Je zou geen maatstaf hebben, je zou niet weten of die strookte met Gods wil of niet, of die strookte met de waarheid of niet. Dus kan men plichten die in een dergelijke gesteldheid worden uitgevoerd met twee woorden aanduiden – jezelf inspannen.

Als mensen bij het vervullen van een plicht niet de waarheid in praktijk brengen of niet de waarheid zoeken, als ze hun hart niet toewijden aan de waarheid, en als ze alleen hun hersenen gebruiken om iets uit het hoofd te leren, hun handen om te handelen en hun benen om te rennen, hebben ze Gods opdracht niet werkelijk vervuld, ook al hebben ze de taak voltooid. Er zijn normen voor de vervulling van Gods opdracht. De Heer Jezus heeft gezegd: “Heb de ​Heer, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw verstand.” God liefhebben is één aspect van wat God van mensen eist. Als God mensen een opdracht geeft, als ze hun plicht vervullen vanuit hun geloof, is dit in feite de norm die Hij van hen eist: met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand en met heel je kracht. Als je er zelf wel bent maar je hart niet, als je denkt aan taken met je hoofd en ze uit het hoofd leert, maar je er je hart niet inlegt, en als je dingen uitvoert op basis van je eigen vermogens, is dat dan Gods opdracht voltooien? Dus aan wat voor soort norm moet worden voldaan om je plicht op gepaste wijze uit te voeren, te doen wat God je heeft toevertrouwd en je plicht trouw te vervullen? Dat is je plicht doen met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand en met heel je kracht.

uit ‘De basis waarop mensen hebben geleefd’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’

Sommige mensen zoeken de waarheid niet als ze bij het vervullen van hun plicht een of andere kwestie tegenkomen, en handelen altijd naar hun eigen opvattingen, voorstellingen en verlangens. Ze bevredigen altijd hun eigen zelfzuchtige verlangens en hun verdorven gezindheid domineert altijd hun daden. Hoewel ze de aan hen toegewezen plicht misschien wel vervullen, doen ze geen enkele waarheid op. Dus waar verlaten deze personen zich op bij het vervullen van hun plicht? Ze verlaten zich niet op de waarheid en ze vertrouwen niet op God. Het beetje waarheid dat ze begrijpen, heeft zich niet in hun hart genesteld. Ze vertrouwen op hun eigen gaven en vermogens, op de kennis die ze hebben verworven en hun talenten, en ook op hun eigen wilskracht of goede intenties om deze plicht gedaan te krijgen. Hoewel je soms op je natuurlijke vermogens, voorstellingen, opvattingen, kennis en geleerdheid kunt vertrouwen bij het vervullen van je plicht, komen er geen principekwesties naar voren in de dingen die je doet. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof je niet de verkeerde weg hebt genomen, maar één ding kun je niet over het hoofd zien: Als je opvattingen, voorstellingen en persoonlijke verlangens nooit veranderen en nooit worden vervangen door de waarheid tijdens het hele proces van je plicht doen, als je handelingen en daden nooit in overeenstemming zijn met de principes van de waarheid, wat zal dan de uiteindelijke uitkomst zijn? Je zult een dienstdoener worden, en dit is precies wat er opgetekend staat in de Bijbel: “Velen zullen op die dag tot mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivelen uitgeworpen? En in uw naam vele wonderlijke werken gedaan?’ En dan zal ik hun verklaren: ‘Ik heb u nooit gekend. Ga weg van mij, u die zonde begaat.’”

uit ‘Hoe Gods woorden te ervaren in je plichten’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Petrus was vervolmaakt door de behandeling en loutering door te maken. Hij zei: “Ik moet altijd aan Gods verlangen voldoen. Met alles wat ik doe probeer ik slechts aan Gods verlangen te voldoen, en of ik nu getuchtigd of geoordeeld word, ik doe het toch graag.” Petrus gaf alles wat hij had aan God, en zijn werk, zijn woorden en zijn hele leven stonden geheel in het teken van zijn liefde voor God. Hij was iemand die op zoek was naar heiligheid en hoe meer hij meemaakte, hoe groter zijn liefde voor God diep in zijn hart was. Ondertussen deed Paulus slechts het werk aan de buitenkant. Hij werkte ook wel hard, maar zijn inspanningen stonden alleen maar in het teken van zijn werk naar behoren uitvoeren en daarvoor beloond worden. Als hij geweten had dat hij niet beloond zou worden, dan had hij zijn werk opgegeven. Petrus gaf om de ware liefde in zijn hart, en om wat praktisch en bereikbaar was. Een beloning maakte hem niet uit, het ging hem erom dat zijn gezindheid kon veranderen. Paulus gaf om nog harder werken, hij gaf om werk en toewijding aan de buitenkant en om de doctrine die gewone mensen niet ervoeren. Hij gaf niets om verandering diep binnenin hem en om een ware liefde voor God. De ervaringen van Petrus dienden om een ware liefde en een ware kennis te bereiken van God. Zijn ervaringen dienden om een hechtere relatie met God te krijgen, en een praktische naleving. Het werk van Paulus was om wat Jezus hem had toevertrouwd en om de dingen die hij verlangde te verkrijgen. Toch hadden ze geen betrekking op zijn kennis van zichzelf en van God. Zijn werk diende uitsluitend om aan tuchtiging en oordeel te ontkomen. Waar Petrus naar op zoek was, was pure liefde. Waar Paulus naar op zoek was, was de kroon van rechtvaardigheid. Petrus ervoer jarenlang het werk van de Heilige Geest en had zowel een praktische kennis van Christus als een diepgaande zelfkennis. En dus was zijn liefde voor God puur. Jarenlange loutering had zijn kennis van Jezus en het leven vergroot, en zijn liefde was een onvoorwaardelijke liefde, een spontane liefde, en hij vroeg daar niets voor terug en hoopte er ook niet beter van te worden. Paulus werkte vele jaren, maar bezat geen grote kennis van Christus en ook had hij beklagenswaardig weinig zelfkennis. Hij had simpelweg geen liefde voor Christus, en zijn werk en de weg die hij ging waren om uiteindelijk met lauweren gekroond te worden. Waar hij naar op zoek was, was de mooiste kroon, niet de puurste liefde. Hij was niet actief op zoek, maar passief. Hij voerde zijn plicht niet uit, maar was gedreven in zijn zoektocht nadat het werk van de Heilige Geest hem gegrepen had. Dus was zijn zoektocht geen bewijs dat hij een geschikt schepsel van God was; het was Petrus die een geschikt schepsel van God was, die zijn plicht vervulde.

uit ‘Succes of mislukking zijn afhankelijk van het pad dat de mens bewandelt’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het werk van Paulus gaat over het zorgen voor de kerken, en steun aan de kerken. Wat Petrus doorgemaakt heeft is de verandering in de gezindheid van zijn leven: hij heeft een liefde voor God ervaren. Nu dat je het verschil kent tussen het wezen van beiden, kun je zien wie uiteindelijk waarachtig in God geloofde en wie niet. Eén van beiden geloofde waarachtig in God, de ander geloofde niet waarachtig in God. Eén onderging verandering in zijn gezindheid, de ander niet. Eén diende nederig en viel niet snel op, de ander werd door de mensen aanbeden en had een grote naam. De een streefde naar heiligheid, de ander niet en hoewel hij niet onrein was, was hij niet vervuld van een zuivere liefde. Eén bezat ware menselijkheid, de ander niet. Eén bezat het verstand van een schepsel van God, en de ander niet. Dat zijn de verschillen in het wezen van Paulus en Petrus. Het pad dat Petrus bewandelde is het pad naar succes, en dit is ook het pad om de normale menselijkheid en de plicht van een schepsel van God terug te kunnen krijgen. Petrus staat voor allen die geslaagd zijn. Het pad dat Paulus is gegaan is het pad van de mislukking. Paulus staat voor allen die zich oppervlakkig onderwerpen en uitputten en God niet oprecht liefhebben. Paulus staat voor allen die de waarheid niet bezitten.

uit ‘Succes of mislukking zijn afhankelijk van het pad dat de mens bewandelt’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gedeelten uit preken en communicatie als referentie:

Al degenen die het juiste pad van geloof in God niet hebben betreden, van wie de levensgezindheid geen enkele verandering heeft ondergaan en die niet het kleinste beetje van de waarheid begrijpen, kunnen, zolang ze vertrouwen op hun enthousiasme en op hun motivatie om zegeningen te ontvangen, en bereid zijn een beetje inspanning te verrichten, dienstdoen. Zodra iemand enige waarheden begrijpt, waar geloof in God heeft, niet langer ook maar enige twijfel over God koestert, begrip heeft van Gods werk, ziet dat het doel van Gods werk volledig het redden en vervolmaken van de mens is, kan zien dat Gods liefde voor de mens werkelijk groot is, een hart heeft ontwikkeld dat God liefheeft en een hart dat de liefde die God ons geeft teruggeeft, kan gezegd worden dat de plichten die zo'n soort mens vervult goede daden zijn. De plichten die deze mens vervult kunnen officieel worden beschouwd als plichten die zijn vervuld door een van Gods schepsels, en niet als dienstdoen. Het voldoen aan plichten betekent dat je bereid bent je plichten te vervullen als een manier om Gods liefde terug te betalen. Dit is het verschil tussen het vervullen van plichten en dienstdoen. Het motief is niet hetzelfde. De gesteldheid en toestand binnen in het hart zijn niet gelijk. Dienstdoen is het uitvoeren van een plicht terwijl je wordt beheerst door de motivatie zegeningen te verkrijgen en je enthousiasme. Het werkelijk vervullen van je plicht wordt gedaan op basis van een begrip van de waarheid. Het is gebaseerd op het begrip dat schepsels hun plichten vervullen de wet van de hemel is, en het is op basis van het kennen van de liefde van God en de wens deze liefde te beantwoorden dat de wens om je plichten te vervullen opkomt. Dit is wat het betekent om werkelijk en op de juiste wijze je plichten te vervullen.

uit ‘Voor je bestemming moet je een toereikend aantal goede daden voorbereiden’ in ‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven II’

Alle mensen die zich op leven richten en er naar streven tot Gods volk te behoren zijn in staat hun plicht uit te voeren als een verantwoordelijkheid waar men zich niet aan kan onttrekken. Ze doen dit om Gods liefde terug te betalen. Ze marchanderen niet over beloningen bij het uitvoeren van hun plicht en stellen geen eisen. Alles wat ze doen kan het uitvoeren van hun plicht worden genoemd. De categorie die dienstdoeners wordt genoemd spant zich hoogstens een beetje in om God te paaien zodat ze misschien gezegend worden. Hun geloof is verziekt. Ze hebben geweten noch verstand, laat staan dat ze streven naar de waarheid of leven. Omdat ze weten hoe slecht ze van nature zijn en dat ze onmogelijk deel kunnen worden van Gods volk, geven ze hun streven op om tot Gods volk te behoren en leven ze altijd in een gesteldheid van negativiteit. Daarom is alles wat ze doen beperkt tot het verlenen van dienst, omdat ze zijn gebonden aan hun eigen verwrongen concept van Gods wil. Het pad dat een mens neemt, bepaalt of wat hij doet het uitvoeren van zijn plicht of dienstdoen is. Als hij de waarheid nastreeft en focust op leven, zijn plicht goed uitvoert om Gods liefde terug te betalen en God tevreden te stellen en hard werkt aan het doel deel uit te gaan maken van Gods volk, als hij door een dergelijke visie wordt ondersteund, dan is wat hij doet zeker het uitvoeren van zijn plicht. Al degenen die het aan de waarheid ontbreekt, die wanhopig zijn en in een gesteldheid van negativiteit leven en zich alleen maar een beetje inspannen om God te paaien en te misleiden, behoren tot het soort mensen dat slechts dienst doet. Het is duidelijk dat alle dienstdoeners werkelijk mensen zijn zonder geweten of verstand, en dat ze mensen zijn die de waarheid niet nastreven en geen leven bezitten. Hieruit blijkt duidelijk dat degenen die niet vastbesloten zijn, die de waarheid niet nastreven en zich niet op leven focussen, het misschien niet eens verdienen om dienstdoeners te zijn. Zij hebben een verschrikkelijke natuur, ze weigeren de waarheid te aanvaarden en geloven niet in God. Ze koesteren zelfs twijfels ten aanzien van Gods woorden. Het is precies hun eigen bedrog dat hen de das omdoet. Wanneer iemand werkelijk een dienstdoener is, dient hij nog altijd zijn dienst goed uit te voeren en niet oppervlakkig of laks. Alleen hiermee kan hij zich kwalificeren als een dienstdoener die overblijft, iets dat hem heel gelukkig zou maken. Werkelijk een dienstdoener worden is geen eenvoudige zaak.

uit ‘communicatie van boven’

Sommige bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

11. Wat zijn de verschillen tussen iemands plicht vervullen en dienstdoen?