138 God in het vlees is erg beminnenswaardig

138 God in het vlees is erg beminnenswaardig

1 Nadat God vlees was geworden, nadat Hij persoonlijk het leven onder de mensheid en het menselijk leven had ervaren, en nadat hij de verdorvenheid van de mensheid en de toestand van het menselijk leven had gezien, God in het vlees dieper voelde hoe hulpeloos, betreurenswaardig en meelijwekkend de mensheid is. God kreeg meer mededogen met de menselijke toestand dankzij Zijn menselijkheid in de tijd dat Hij in het vlees leefde, dankzij Zijn instincten in het vlees. Dit bracht Hem ertoe zich meer zorgen te maken over Zijn volgelingen.

2 In Zijn hart is de mensheid die Hij wil managen en redden het allerbelangrijkst en Hij waardeert deze mensheid boven alles. Ondanks het feit dat Hij een hoge prijs voor hen heeft betaald en ondanks het feit dat zij Hem continu pijn doen en ongehoorzaam zijn, geeft Hij ze nooit op en gaat onvermoeibaar door met Zijn werk, zonder klacht of spijt. Dit is omdat Hij weet dat de mensen op een dag, vroeg of laat, zijn oproep zullen horen, wakker zullen worden en geroerd door Zijn woorden zullen erkennen dat Hij de Heer van de schepping is, en aan zijn zijde zullen terugkeren …

Naar ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

138 God in het vlees is erg beminnenswaardig