De transformatie van een gevallen mens

Door Tong Xin, provincie Fujian

Ik ben geboren op het platteland. Ik behoorde tot een familie van bescheiden boeren en onze familie was ook nog eens gering in aantal, waardoor we vaak werden getreiterd. Toen ik dertien was, werd er een kind geslagen door iemand van buiten het dorp. De dorpelingen beschuldigden mijn vader er onterecht van dat hij de aanstichter was en zeiden dat ze naar ons huis zouden komen en onze bezittingen zouden confisqueren, onze varkens zouden meenemen en mijn vader zelfs zouden slaan. Een andere keer pakte een andere dorpeling ons visnet af en behield dat. Toen mijn vader naar hem toeging om het weer op te halen, sloeg de dorpeling mijn vader, waarbij hij zich gesteund voelde door zijn macht en invloed. Mijn vader moest inbinden, hij had geen geld of macht. Mijn moeder zei tegen mijn broers en mij dat wij, in de toekomst voor onszelf moesten vechten om te voorkomen dat we eenzelfde leven van onderdrukking zouden moeten leiden. Ik was jong en vond de ongelijkheid in de samenleving verschrikkelijk, en daarom was ik vastbesloten om in de toekomst boven de grijze massa uit te steken, hun respect te verdienen en nooit meer onderdrukt te worden. En dus studeerde ik heel hard, maar ik was niet slim genoeg en kon op geen enkele universiteit terecht, waarna ik besloot om me in het leger verder te ontwikkelen, waar ik via connecties gemakkelijk terecht kon.

Toen ik er pas was, wilde ik alle moeilijke en smerige karweitjes opknappen en me proactief opstellen, waarmee ik indruk probeerde te maken op mijn leiders en in de toekomst kans wilde maken op promotie. Maar hoe ik ook mijn best deed, ik kwam zelfs niet in aanmerking voor de functie van sectieleider. Vanwege mijn sjofele kleding en zuinigheid werd ik ook voortdurend door mijn kameraden voor de gek gehouden en gepest, waardoor mijn verlangen om me te onderscheiden alleen maar groter werd. Later hoorde ik van een dorpsgenoot dat evaluaties en promotie in het leger niet gebaseerd waren op hard werken, maar op het uitdelen van geschenken. Ook al vond ik het een walgelijke methode, het was de enige weg naar promotie. Daarom besloot ik al mijn spaargeld te gebruiken voor geschenken voor mijn leiders en voor het aanknopen van relaties; en daarna werd ik eindelijk toegelaten tot de militaire academie. Maar nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik een aanstelling als kok in de kantine omdat ik niet genoeg geld had om geschenken uit te delen. Later werd ik benoemd tot kwartiermeester, maar alleen in naam. Na heel wat jaren in het leger had ik door dat bureaucraten nooit de mensen straffen die geschenken uitdelen en dat je nooit iets kon bereiken zonder hun hielen te likken. Als je een voet aan de grond wilde krijgen, moest je er alles aan doen om geld te verdienen en geschenken uit te delen, anders bereikte je niets, hoe goed je ook was. Om mijn ambities te verwezenlijken, ging ik geld verdienen en probeerde ik overal geld los te peuteren: ik gaf een te grote hoeveelheid op als ik voedsel bestelde, waardoor ik wat extra zwart geld kreeg, en toen ik een andere kwartiermeester rijst zag verkopen, verkocht ik in het geheim een legertruck vol rijst en verdiende daar een paar duizend yuan aan, en ga zo maar door. Omdat ik al van kinds af aan in Jezus had geloofd en omdat ik wist dat ik strafbaar bezig was, maakte ik me ook voortdurend zorgen dat ik op een dag zou worden betrapt en veroordeeld, maar het verlangen om promotie te maken zorgde ervoor dat ik dit soort dingen toch deed. Toen ik wat geld had gespaard, begon ik mijn leiders te paaien en gaf hun geschenken die bij hen pasten. Elke keer als een leider bij me kwam deed ik erg mijn best: ik ging iets met hem drinken of we gingen zingen, of ik zorgde voor prostituees … Ik deed alles om bij hen in de gunst te komen. Ik probeerde hen met van alles te paaien. Als de leiders hulp nodig hadden, bood ik meteen mijn diensten aan. Om een positieve aanbeveling te krijgen, probeerde ik dicht bij de mensen te komen die een goede verstandhouding met de leiders hadden. Door dit soort wereldse filosofie steeg ik in die jaren snel naar de functie van bataljonscommandant. Ik had me eindelijk onderscheiden en kon eervol naar huis terugkeren! Elke keer als ik daarna thuiskwam, dromden de dorpelingen om me heen, vleiden ze me en gaven me complimenten, waardoor mijn ijdelheid enorm werd gestreeld. Mijn ambities en mijn verlangens werden alleen maar groter. Zoals men zegt: ‘Sommige ambtenaren zorgen alleen maar voor zichzelf, niet voor het publiek’, ‘Gebruik macht wanneer je het hebt, want als ze eenmaal verdwenen is, kun je ze niet gebruiken’, en ‘Staatsambtenaren die niet corrupt zijn, bestaan niet’. Ik genoot steeds vaker van de privileges als beambte. Waar ik ook naartoe ging, ik kreeg van alles gratis, en als iemand mijn hulp nodig had, vroeg ik om geschenken en als ik die niet goed genoeg vond, hielp ik diegene niet. Ik begon me te interesseren voor verfijnd eten en luxe kleding en begon me arrogant te gedragen. Ik vertrouwde op het feit dat ik een soort ‘golden child’ was met belangrijke leiders zoals de commandant en politiek commissaris, en ik werd zelfs zo arrogant dat ik mensen koeioneerde door met mijn machtige connecties te pronken en in naam van deze leiders om geschenken vroeg van mijn onderdanen. Op die manier was ik van een eenvoudige christelijke plattelandsjongen veranderd in een hebberige, slinkse en arrogant iemand.

Ik was verdorven en gevallen en projecteerde mijn afschuwelijke natuur zelfs op anderen. Ik verdacht mijn prachtige vrouw, die voor een buitenlandse onderneming werkte, vaak zonder reden van overspel. Dat leidde tot nog meer conflicten tussen ons en tot toenemende vervreemding. In 2006 had mijn vrouw er genoeg van en vroeg ze echtscheiding aan. Ik ervoer dat als een enorme schande, dus ging ik er niet mee akkoord. ’s Avonds laat dacht ik vaak over mijn leven na. Ik dacht bij mezelf: ik ben sinds mijn jeugd vastbesloten geweest me te onderscheiden van anderen en mijn vrouw en ik hebben allebei een succesvolle carrière. De omstandigheden thuis zijn op alle gebieden goed en andere mensen zijn jaloers op ons, dus waarom ervaar ik zo’n pijn en hoe heeft het zover kunnen komen dat mijn vrouw van mij wil scheiden? Zelfs onze zoon heeft het moeilijk. Is mijn leven zoals ik het graag wil? Waar leef ik eigenlijk voor? Precies op het moment dat ik me verloren en verward voelde, accepteerde mijn vrouw de verlossing van Almachtige God in de laatste dagen. Via regelmatige bijeenkomsten en de communicatie met broeders en zusters werd ze steeds optimistischer. Ze maakte geen ruzie meer met mij en sprak nooit meer over scheiden. Ze was druk met het verkondigen van het evangelie en het vervullen van haar plicht. Later ging ik onder invloed van mijn vrouw en moeder ook in Almachtige God geloven.

Door het kerkelijk leven begreep ik dat God heilig en rechtvaardig is, en dat Hij een vreselijke hekel heeft aan de smerigheid en verdorvenheid van mensen. Ik dacht aan de smerige praktijken die ik in het leger had ontwikkeld, en dat ik onmogelijk door God gered kon worden als ik mijn oude gezindheid niet veranderde. Daarop begon ik hongerig Gods woord te lezen, in de hoop dat ik daar het antwoord zou vinden. Op een dag las ik de volgende woorden van God: “De mens, geboren in zo’n smerig land, is ernstig aangetast door de maatschappij. Hij is beïnvloed door een feodale ethiek en is geschoold in ‘instituten voor hoger onderwijs’. Het achterlijke denken, de verdorven moraliteit, de minderwaardige kijk op het leven, de verachtelijke filosofie, het uiterst waardeloze bestaan, en de verdorven levensstijl en gewoonten – al die dingen zijn diep het mensenhart binnengedrongen, en hebben zijn geweten ernstig ondermijnd en aangevallen. De mens raakt daardoor steeds verder van God verwijderd en keert zich steeds meer tegen Hem” (‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De woorden van God toonden mijn diepste geheimen en ik raakte helemaal overstuur. In de jaren in het leger had ik ongeschreven wereldse wetten toegepast om me te onderscheiden. Ik had veel dingen gedaan die me een naar gevoel gaven. Ik was rijk geworden via louche zaakjes en had een duister en verdorven leven geleid – ik had me voortdurend in zonde ondergedompeld, maar schaamde me daar niet voor. Door de woorden van God was ik niet alleen in staat goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, maar ook te begrijpen waar de oorsprong lag van mijn ondergang en mijn ontaarding. Deze plagen bleken afkomstig van Satan. Satan had dit land in een moeras van ellende en verderf gestort, waar machteloze eerlijke mensen werden onderdrukt en met moeite rond konden komen, terwijl machtige, invloedrijke en tirannieke mensen welvarend leefden. Onze maatschappij kende veel dwalingen van de leer en misvattingen zoals ‘Ieder voor zich en de duivel heeft het nakijken’, ‘Ambtenaren doen niet moeilijk als mensen cadeaus geven’, ‘Je kunt niets bereiken als je hun hielen niet likt’, en ‘Sommige ambtenaren zorgen alleen maar voor zichzelf, niet voor het publiek’, en ‘Gebruik macht wanneer je het hebt, want als ze eenmaal verdwenen is, kun je ze niet gebruiken’, en meer van dat soort uitspraken. Ik werd door deze akelige uitspraken beïnvloed en vanwege de onderdrukking om me heen raakte ik de weg kwijt, liet menselijke principes varen, streefde nietsontziend naar hoge functies en raakte verstrikt in een poel van verderf. Uiteindelijk was ik niets meer dan een duivels iemand die alleen uit was op rijkdom, zijn macht gebruikte om zichzelf te bevoordelen en publieke middelen verduisterde. In het oordeel van Gods woorden zag ik de intense razernij en heiligheid van God en ik begreep dat het niet was toegestaan Zijn rechtvaardige gezindheid te beledigen. Ik had spijt van mijn zondige daden en diep vanbinnen was ik bang. Ik voelde dat als God me niet op tijd gered had en me uit de poel van verderf had bevrijd, ik door God vervloekt en gestraft zou zijn voor wat ik had gedaan. Ik dank God omdat Hij me het licht weer heeft laten zien en menselijke principes liet begrijpen. Vanaf die tijd heb ik nooit meer iets gedaan wat Gods naam te schande zou kunnen maken.

Naarmate ik steeds meer van de waarheid begreep, ervoer ik een grotere en diepere verlossing door God. In 2009 had ik twintig jaar in het leger gediend. De wet bepaalde dat ik het recht had om te vertrekken en zelf een baan te zoeken. Ik besloot het kwaad af te zweren en goed te doen. Ik vertrok uit het leger en koos voor overplaatsing naar werk in de burgermaatschappij en legde hart en ziel in het werken voor God. Mijn leider probeerde me echter over te halen om te blijven en vroeg me er nog eens goed over na te denken. Een andere oudere leider op een hoge positie beloofde me dat ik, als ik hard genoeg bleef werken, gepromoveerd zou worden tot plaatsvervangend regimentscommandant. Ik aarzelde enigszins – dit was de kans waarop ik al zolang had gehoopt! De gedachte aan die functie bleef me achtervolgen, dus ik zocht hulp bij God en bad: “God, het is altijd mijn droom geweest om zo’n hoge positie te bekleden. Nu krijg ik die kans en weet ik niet waar ik voor moet kiezen. Wilt u mij het licht brengen en raad geven?” Later dacht ik aan Gods woorden: “Als je een hoge positie hebt of een eerbare reputatie, over veel kennis beschikt, veel bezittingen hebt, en gesteund wordt door veel mensen, maar deze dingen je niet weerhouden om God te benaderen om Zijn roeping en Zijn opdracht te accepteren, om te doen wat God van je vraagt, dan zal alles wat je doet van het grootste belang zijn op aarde en het meest rechtvaardige der mensheid. Als je de roeping van God verwerpt in het belang van status en je eigen doelen, dan zal alles wat je doet vervloekt zijn en zelfs veracht door God” (‘God beschikt over het lot van de gehele mensheid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Mensen komen naar de aarde en het is zeldzaam om mij te ontmoeten en het is ook zeldzaam om de gelegenheid te hebben de waarheid te zoeken en te vinden. Waarom zouden jullie deze mooie tijd niet als het juiste pad om te volgen in dit leven beschouwen?” (‘Woorden voor jong en oud’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Elk woord van God raakte me in mijn geweten en ik twijfelde niet meer. Ik had het voorrecht om met het werk op aarde van de geïncarneerde God in aanraking te komen en de fantastische gelegenheid om de waarheid te zoeken en voor God te werken. Wat een verheffing en goedertierenheid van God! Welke carrière kan belangrijker zijn dan werken voor de Schepper? Zelfs al bekleedde je de hoogste functie en was je de hoogste ambtenaar, als je God niet kende en geen verandering had aangebracht in je gezindheid, zou je uiteindelijk door God gestraft worden. Er waren heel veel mensen op prestigieuze posities door onheil overvallen en een vroegtijdige dood gestorven, en er waren heel veel hooggeplaatste functionarissen schandelijk ten val en akelig aan hun einde gekomen. Zelf had ik gevochten en wanhopig geprobeerd om me als ambtenaar te onderscheiden, waarmee ik mezelf zodanig te gronde had gericht dat ik me besmeurd en vies voelde, en het leven leefde van iemand die nauwelijks menselijk te noemen was. God had me toen van het verkeerde pad afgeleid en me duidelijk de weg laten zien voor een menselijk leven. Hoe kwam het dat ik nog steeds voor dergelijke risico’s wilde kiezen en wilde terugkeren naar mijn vroegere leven? De eerste helft van mijn leven stond in het teken van Satans bezoekingen en trucs en had me veel pijn bezorgd. Het kon niet zo zijn dat ik de tweede helft van mijn leven opnieuw tot slaaf van Satan gemaakt, door hem uitgebuit en verdorven zou worden. Ik moest mijn manier van leven veranderen, God standvastig volgen, het pad van het streven naar de waarheid bewandelen en een betekenisvol leven gaan leiden. Ik besloot resoluut om zelf een baan te zoeken en het leger helemaal te verlaten. Maar omdat mijn verdorvenheid door Satan zo diep zat, was het vergiftigde idee om me te onderscheiden en een belangrijk persoon te zijn, diepgeworteld in mij en dat belemmerde me vaak het rechte pad te kiezen. Om me naar het juiste levenspad te leiden, had God nog meer werk van oordeel en zuivering in mij uitgevoerd, en viel mij een nog grotere redding door God ten deel.

Nadat ik een tijdlang mijn plicht in de kerk had vervuld, merkte ik op dat sommige kerkleiders vrij jong waren en dat een van hen mijn vriend was geweest, wat me een ongemakkelijk gevoel gaf. Ik dacht: geen van jullie had in de aardse wereld een functie die zo hoog was als de mijne, maar jullie functies in de kerk zijn wel hoger dan de mijne. Als jullie leiders kunnen zijn, dan kan ik dat zeker! Dus ging ik hard aan het werk om dat doel te bereiken. Ik stond elke ochtend om vijf uur op om Gods woord te lezen en stelde mezelf doelen: ik moest elke dag minstens twee uur naar preken en communicatie luisteren die over het binnengaan van het leven ging, elke week drie liederen leren en was van plan alle liederen van Gods woord te leren. Ik werkte nog harder om mijn plicht in de kerk te vervullen. Als er iets in de kerk moest gebeuren en ik kon erbij helpen, dan haastte ik me ernaartoe, hoe moeilijk of vermoeiend het karwei ook was. Tegenover mijn broeders en zusters schepte ik de hele tijd op over mijn ervaringen en de vaardigheden die ik in het leger had geleerd. Ik haalde mijn neus op voor de communicatie van de kerkleiders of kleineerde op een subtiele manier hoe ze kwesties benaderden en problemen behandelden. Ik ging er dus vol voor, deed mijn best om naam te maken en hoopte zo snel mogelijk een officiële positie in de kerk te bemachtigen. In 2011 werd ik eindelijk gekozen tot leider, zoals ik had verwacht. Ik was erg opgetogen en van plan me te onderscheiden van de anderen en grootse dingen te realiseren om indruk te maken. Mijn vrouw liet me echter herhaaldelijk weten, dat zij vond dat ik ongeschikt was om anderen te leiden en dat ik ervan af moest zien. Ik kon niet anders dan er mee stoppen en raadde een zuster als leider aan. Diep in mijn hart had ik daar echter geen vrede mee. Na een tijdje zag ik tekortkomingen bij haar manier van omgaan met problemen, en mijn ambities staken opnieuw de kop op. Indirect suggereerde ik dat zij de schuld van iets op zich moest nemen en beter kon terugtreden, waardoor ik de kans had om bij de volgende verkiezing verkozen te worden. De broeders en zusters die ervan hoorden, vonden echter dat ik te slinks en ambitieus te werk ging en dat ik altijd de leiding in de kerk wilde overnemen, dus ontsloegen ze me als groepsleider. Dat kon ik natuurlijk niet accepteren. Ik was zo’n kundig persoon, het kon niet zo zijn dat ik zelfs niet geschikt was als groepsleider! Maandenlang was ik ontevreden en niet gelukkig met mijn broeders en zusters, en daarom zei ik niet veel tijdens de bijeenkomsten. Mijn hoofd zat vol duistere gedachten en ik kon God niet vinden. In die pijn vroeg ik God om me uit de duisternis weg te leiden. En op een dag, las ik Gods woord: “In de ervaring van de mens slaat elke stap van Gods werk vandaag de dag terug op zijn opvattingen, en ze stijgen allemaal boven het intellect van de mens uit, en liggen buiten zijn verwachtingen. God verschaft alles wat de mens nodig heeft en in alle opzichten staat het haaks op zijn opvattingen. […] Doordat Hij terugslaat op je opvattingen, zorgt Hij ervoor dat je de aanpak van God accepteert; alleen op deze manier kun je jezelf ontdoen van je verdorvenheid” (‘Alleen zij die God kennen, kunnen een getuigenis van God afleggen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Als je nu niet gehoorzaamt, zul je uiteindelijk vervloekt zijn. Ben je dan soms blij? Je let niet op de weg des levens maar richt je alleen maar op je status en titel. Wat voor leven heb je? […] Je streeft niet naar een persoonlijke transformatie om binnen te gaan. Je richt je altijd maar op die extravagante verlangens en dingen die je liefde voor God beperken en die je beletten om dichtbij Hem te komen. Kunnen die dingen jou veranderen? Kunnen ze je in het koninkrijk brengen?” (‘Waarom ben je niet bereid om een contrast te zijn?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods strenge woorden van oordeel prikten in mijn hart. Mijn opstandige ik schaamde zich en voelde zich verward. Op dat moment besefte ik pas dat alles wat me kort daarvoor was overkomen, hoewel het niet was wat ik graag wilde, niet betekende dat mensen me wilden dwarszitten. Ze waren het rechtvaardige oordeel van mij via God en zorgden voor Zijn tijdige redding van mij. In die tijd was het de bedoeling dat Gods werk bestaande ideeën en verwachtingen bij de mensen zou veranderen en het werk moest hen ook beschermen tegen de invloed van Satan, waarna ze de waarheid en het leven van God zouden verkrijgen en een verlicht leven zouden kunnen leiden. Ik volgde niet het ware pad en zocht niet naar de waarheid als mijn leven, maar was op jacht naar status en roem. Ik haalde zelfs trucs uit en smeedde snode plannen, precies zoals ik dat had gedaan in mijn streven een hoge ambtenaar en een belangrijk persoon te worden. Handelde ik niet tegen Gods wil en Zijn werk om de mensheid te redden? Hoe kon ik de waarheid vinden en een betekenisvol leven leiden als ik voortdurend met dat soort dingen bezig was? Als ik niet was teruggekeerd, zou me dat dan niet geruïneerd hebben en me tot een doelwit gemaakt hebben voor de straf van God als Hij Zijn werk zou voltooien? Via de mensen om me heen beknotte God bepaalde aspecten van mij en hanteerde een uiterst harde aanpak: Hij nam me mijn status af en vernietigde mijn ambities en verlangens om te voorkomen dat ik het verkeerde pad op zou gaan, om mijn verkeerde ideeën over bezigheden te corrigeren en om me terug te laten keren. Toen begreep ik de rechtvaardige en heilige gezindheid van God en besefte ik dat mijn intenties, redenen en zelfs elke gedachte en actie door Hem werden geobserveerd. God zorgde voor mijn oprechte verlossing en Hij toonde tegelijkertijd Zijn verhevenheid. Nadat ik de genade van Gods redding inzag, verbood ik mezelf nog langer druk te maken over het verlies van een functie en had ik de wil om op zoek te gaan naar de waarheid. God hield zoveel van mij dat Hij probeerde mij te redden, dus wilde ik Hem niet teleurstellen. Ik moest gehoorzamen aan Gods maatregelen en het maakte niet uit of ik een leider of een leek was, ik moest op zoek naar de waarheid en mijn plicht zo goed mogelijk vervullen.

Een half jaar later zorgde de kerkleider ervoor dat ik mijn kerkelijk leven in een andere kerk kon voortzetten. De leiders van de kerken werden rond die tijd uitgekozen. Toen ik hoorde dat ik langer in God geloofde dan alle andere broeders en zusters was ik dolblij en ik dacht: dit wordt mijn kans. Eindelijk kan ik laten zien wat ik als leider waard ben. Tenslotte heb ik meer levenservaring en geloofde ik eerder in God dan zij. Ik ben het meest geschikt voor die functie. Terwijl ik me voorbereidde om mezelf goed aan hen te presenteren, werd een van de zusters van de vorige kerk naar ons overgeplaatst om deel te nemen aan de verkiezing. Ik was bang dat zij zou onthullen hoe slecht ik me had eerder gedragen om die functie te bemachtigen, waardoor ik me zeer genegeerd zou voelen, dus moest ik mijn oorspronkelijke plan opgeven. Ik besloot te proberen verkozen te worden als groepsleider, waarna ik me stap voor stap omhoog zou werken. Ik kon me niet voorstellen dat ik niet gekozen zou worden, maar dat gebeurde toch. In plaats daarvan moest ik onbelangrijke klussen uitvoeren, zoals de boeken met Gods woord bij mijn broeders en zusters afleveren. Ik, een gewaardeerde bataljonscommandant, werkte nu als loopjongen! Ik kon dat maar moeilijk accepteren. Nadat ik echter de tuchtiging en het oordeel van God had ondergaan, begreep ik dat dit afkomstig was van Gods heerschappij en Zijn maatregelen. God maakte korte metten met mijn verlangen naar status, dus ik verloochende mezelf en gehoorzaamde. Het duurde echter niet lang voordat de plaats waar de bijeenkomsten waren die ik bezocht door de politie ontdekt werd, maar daarna zorgde de kerk ervoor dat ik twee oudere zusters op een andere plaats kon ontmoeten. Wat de kerkleider betreft: omdat zij werd vervolgd door de Communistische Partij van China kon ze niet vaak komen om bij ons haar bewateringsplicht te vervullen. Toen trok ik het niet meer: Behalve dat ik onbeduidende klusjes moest opknappen, moest ik ook met ouderen van een lagere sociale klasse omgaan. Hoe was ik hier terechtgekomen? Hoe meer ik erover nadacht, hoe slechter ik me voelde. Ik had zelfs het gevoel dat het leven het niet waard was om geleefd te worden. Vol pijn bad ik tot God en vroeg Hem om Zijn verlichting. Op een dag las ik Gods woord. Er stond: “Wat is de beste manier om het pad van vandaag na te streven? Als wat voor iemand zou je jezelf moeten zien in je streven? Je moet kunnen omgaan met alles wat je nu overkomt, of het nu gaat om beproevingen of lijden, meedogenloze tuchtiging of vervloekingen. Over dit alles moet je goed nadenken” (‘Zijn zij die niet leren en weten, niet net als beesten?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Uit de woorden van God begreep ik dat ik gedreven werd door mijn arrogante, satanische natuur, me afkeerde van Gods wil en het verkeerde pad koos, bestaand uit het najagen van roem en functies. Het gevolg was dat ik alleen de taken met ‘officiële titels’ als belangrijk beschouwde en andere taken verafschuwde, en zelfs een hekel had aan de broeders en zusters van lage kaliber, omdat zij mij het gevoel gaven dat mijn status daalde omdat ik met hen omging. De status, roem en rijkdom waren me naar het hoofd gestegen. Ik wist echt niet dat in het huis van God alle taken even belangrijk waren en dat mijn broeders en zusters en ik allemaal schepsels met dezelfde status waren. Daar kon mijn hoge status in de aardse wereld niets aan veranderen. Toen ik daarover nadacht voelde ik een enorme opluchting. Ik wist echter ook dat roem en status mijn echt zwakke punten waren, dus bad ik tot God op zoek naar meer waarheid en om deze kwestie op te lossen. Later hoorde ik preken en communicatie over het binnengaan in het leven, wat als volgt ging: “Heeft het volgens jou zin voor mensen om posities te bekleden en ze te koesteren? Je zou duidelijk status en roem moeten onderscheiden en er onverschillig tegenover moeten staan. Ze zijn leeg en zonder betekenis. Een hoge positie garandeert geen zegeningen. Als je geen goede gezindheid hebt, kan een hoge positie je ongeluk brengen. Als je de waarheid niet nastreeft, zal die positie een bron van groot kwaad voor je zijn. Zonder de waarheid kun je de dingen niet duidelijk zien, en kun je makkelijk worden geruïneerd door posities. […] Je kunt geen leider zijn zonder de waarheid na te streven; het kan je alleen ruïneren. Als je de waarheid nastreeft, kan leiderschap je vervolmaken” (‘De differentiaties van en oplossingen voor de valse leiders, antichristen en de kwaadaardigen’ in ‘Preken en communicatie VII’). “Mensen lijken goed zolang ze geen macht hebben, maar zodra ze macht hebben, zullen ze hun ware kleuren laten zien. Hoe kan macht de waarheid in mensen ontmaskeren? Wanneer iemand een gewoon mens is, lijkt hij of zij fatsoenlijk, waardig en eerlijk. Zodra zo iemand enige macht verwerft, wordt hij of zij pervers. Wat voor soort probleem is dit? Mensen die door Satan verdorven zijn, hebben allemaal dezelfde natuur” (‘Hoe mensen moeten meewerken aan Gods werk van het vervolmaken van de mens’ in ‘Preken en communicatie over intrede in het leven III’). Die woorden openden mijn ogen en plotseling zag ik de leegte en nutteloosheid van het najagen van status. Grote waarde hechten aan status en niet de waarheid proberen te volgen kan alleen tot de ondergang van de mens leiden. Neem mijn voorbeeld uit het leger: toen ik soldaat was, had ik een bloedhekel aan die corrupte ambtenaren. Maar naarmate mijn eigen status groeide, werd ik ook zo’n door en door corrupte ambtenaar. Degene met hoge functies leken goede en eerlijke mensen wanneer ze geen hoge status hadden. Zodra ze echter macht bezaten, begonnen ze zich als een tiran te gedragen en begingen ze talloze misdaden. Dit waren voldoende feiten om duidelijk te maken dat mensen, zodra ze door Satan verdorven waren geraakt, zonder uitzondering ten prooi vielen aan zijn gesel en bedrog. Als ze niet op zoek gingen naar de waarheid en hun gezindheid veranderden, konden ze, vanaf het moment dat ze macht en status hadden, alleen nog maar ontaard raken en kwaad doen in de aardse wereld of in Gods huis; het eindresultaat was dat God hun een welverdiende straf gaf. Als ik daaraan dacht, voelde ik zowel angst als dankbaarheid. Blijkbaar waren mijn herhaaldelijke frustraties mijn redding geweest, verricht uit liefde voor mij! Omdat ik zoveel jaren had gevochten om in de wereld van ambtenarij op te klimmen, was ik bezoedeld met het gif van Satan. Eigenlijk was ik een combinatie van arrogantie, sluwheid, egoïsme en hebzucht. Na het geloof in God hechtte ik te veel waarde aan status en probeerde ik niet de waarheid te zoeken. Het gevolg was dat ik zelfs toen nog maar nauwelijks iets van de waarheid had gevonden en God niet echt vreesde. Als ik echt een hoge functie zou bekleden, zou ik net zo ambitieus worden en me net zo tiranniek gedragen als in het leger, en dan zou ik uiteindelijk gestraft worden, omdat ik Gods gezindheid had beledigd. Dankzij Gods verlichting zag ik duidelijk de essentie en de uitkomst van het najagen van roem en status, en bovendien zag ik het belang van het zoeken naar de waarheid.

Daarna concentreerde ik mijn inspanningen op Gods woorden. Ik verlangde er hevig naar om Gods woorden in mijn leven te hebben en schonk geen aandacht aan de taken met ‘officiële titels’, en ik deed nooit minachtend over andere taken. Ik begreep dat elke taak zijn eigen betekenis had, dat het allemaal bepaald en voorbestemd was door God, en dat mijn taak de verantwoordelijkheid was die ik moest dragen. Terwijl ik met heel mijn hart naar Gods woord verlangde en probeerde mijn plicht te vervullen, begon ik niet alleen veel waarheden te begrijpen die ik nooit eerder had begrepen, maar genoot ik ook regelmatig van Gods aanwezigheid. Ik ontving de verlichting en het leiderschap van de Heilige Geest, waardoor ik me sereen en onuitsprekelijk gelukkig voelde. Na een bepaalde tijd merkte ik dat ik me in de omgang met anderen bescheiden opstelde en ik niet langer opschepte over mijn voormalige legerfuncties, noch die gebruikte om ermee te ponken. En wie het ook was die mij op mijn tekortkomingen wees, ik gehoorzaamde eerst en ging daarna over tot zelfreflectie. Ik slaagde erin de laaggeschoolde broeders en zusters van een laag kaliber gelijk te behandelen, en ik voelde me niet langer beter dan zij. Voordat ik het wist was mijn mening over de jacht op succes danig veranderd en stond ik werkelijk onverschillig tegenover status en roem, waardoor ik daar niet meer door geremd en beheerst werd. Toen ik zag dat de broeders en zusters die veel korter in God geloofden dan ik tot kerkleiders werden gekozen, voelde ik een kleine beetje jaloezie, maar door gebeden wist ik dat gevoel kwijt te raken. Ik geneerde me voor het feit dat ik had gestreden voor roem en persoonlijk gewin; ik vond het nu laakbaar en onmenselijk. Tegenwoordig verrichten mijn vrouw en ik onze huishoudelijke taken samen. Hoewel dat geen belangrijke taken zijn, voel ik me tevreden en blij. Mijn zoon gelooft inmiddels ook in Almachtige God, waardoor wij een ware christelijke familie zijn waar het woord van God heerst. Wie het ook is die de waarheid vertelt, wij luisteren naar die persoon. Zelfs als er sprake is van openbaring van een verdorven gezindheid begrijpen, verdragen en vergeven wij elkaar, en onderzoeken onze motieven in overeenstemming met Gods woord, waardoor onze familie steeds gelukkiger wordt. Ik voel diep vanbinnen dat het Almachtige God is geweest die mij en mijn vrouw heeft veranderd, die mijn huwelijk en familie heeft gered en, nog belangrijker, mij heeft behoed voor extreme verdorvenheid en me heeft veranderd van een arrogante, slechte en vunzige zoeker van roem in een mens die het licht en rechtvaardigheid zoekt, en echt doelen in het leven heeft. Als ik deze woorden van God lees, wellen er allerlei gevoelens in me op: “Alles wat God in Zijn werk sinds de schepping van de wereld tot nu heeft gedaan, is liefde, zonder enige haat jegens de mens. Zelfs de tuchtiging en het oordeel die je zag, zijn eveneens liefde, een meer ware en wezenlijke liefde; deze liefde leidt mensen naar de juiste weg van menselijk leven. […] Al het werk dat Hij heeft gedaan, is bedoeld om de mensen naar de juiste weg van menselijk leven te leiden, zodat zij een normaal menselijk leven kunnen hebben, omdat de mens niet weet hoe hij zijn leven moet leiden. Zonder een dergelijke leiding zou je slechts in staat zijn een leeg leven te leiden, een waardeloos en zinloos leven en zou je niet weten hoe je een normaal mens kunt zijn” (‘De innerlijke waarheid van het overwinningswerk (4)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ja, zonder Gods redding zou ik niet het juiste levenspad hebben gekozen, zou ik meer en meer ontaard raken, en verachtelijk uitschot worden dat uiteindelijk door God vervloekt zou worden. Gods rechtvaardige oordeel heeft me gered en de nietsontziende loutering heeft me veranderd. Daardoor begrijp ik wat lelijk en wat heilig is en ook de grootheid, schoonheid en goedheid van God en de verachtelijkheid en slechtheid van Satan. Ik zal Satan nooit meer volgen en zal alleen met heel mijn hart op zoek gaan naar de waarheid, mijzelf ontdoen van Satans verdorvenheid en een humaan leven gaan leiden. Hoewel ik vele tuchtigingen en louteringen heb moeten doorstaan, heb ik het kostbaarste levenspad gevonden, waardoor ik herboren ben en een waarachtig pad in het leven ben ingeslagen.

Dit jaar ging ik terug naar mijn vroegere werkkring om nog een paar procedurele zaken af te handelen. Ik zag dat mijn voormalige collega’s en leiders allemaal promotie hadden gemaakt. Toen mijn ex-collega’s me zagen, zeiden ze: “Als je niet uit het leger was vertrokken, had je nu ook je promotie gehad.” Ik bleef er onbewogen onder en dacht: waar is een hoge functie goed voor? Als je zonder doel, richting of betekenis leeft en je alleen wentelt in die poel van verderf, is dat dan niet de allerslechtste manier om te leven? Dan ben je toch alleen maar de slaaf, het speeltje van Satan? Uiteindelijk krijg je te maken met Gods straf en vergelding! Hoewel ik geen hoge functie bekleed, heb ik nooit spijt gehad van mijn keuze, want daardoor heb ik echte vrede en rust gevonden in mijn hart, wat gelijkstaat aan waar geluk. Je kunt alleen een humaan leven leiden door het schepsel te zijn die je moet zijn, God te gehoorzamen en te aanbidden; alleen op die manier kun je een stralende toekomst tegemoetzien!

Gerelateerde media

  • Van start gaan op het pad van het geloof in God

    Door Rongguang, provincie Heilongjiang In 1991 begon ik door Gods genade Almachtige God te volgen, vanwege een ziekte. In die tijd wist ik nog niets o…

  • Een wedergeboorte

    Ik ben geboren in een arme familie op het platteland die achterbleven was in haar manier van denken. Vanaf een jonge leeftijd was ik ijdel en mijn verlangen naar status was bijzonder groot. Na verloop van tijd, door de sociale invloed en een traditionele opvoeding, nam ik allerlei overlevingsregels van Satan op in mijn hart. Allerlei misvattingen voedden mijn verlangen naar een faam en status, zoals het bouwen van een mooi vaderland met je twee eigen handen, roem zal je onsterfelijk maken, mensen hebben hun gezicht nodig zoals een boom zijn bast, vooruitkomen en aan de top staan, men moet zijn voorouders eer aandoen, enz.

  • Enkel de liefde van God is echt

    God zei: “Het Chinese volk, dat al duizenden jaren is verdorven, is blijven bestaan tot nu toe. Allerlei ‘virussen’ blijven zich uitbreiden en verspreiden zich als de pest overal naartoe; alleen al door te kijken naar de relaties van mensen kunnen we zien hoeveel virussen er in mensen zitten. Het is ontzettend moeilijk voor God om Zijn werk te ontwikkelen in een zo’n gesloten en door virussen geïnfecteerde omgeving. De persoonlijkheid van mensen, hun gewoonten, de manier waarop zij dingen doen, alles wat zij in hun leven laten zien en hun interpersoonlijke relaties zijn allemaal in onvoorstelbare mate gebroken [...]” (‘Het pad … (6)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

  • Je kunt je plicht alleen goed uitvoeren wanneer je die niet langer plichtmatig doet

    Gewoonlijk besteedde ik tijdens bijeenkomsten of wanneer ik mijn spirituele devoties deed niet veel aandacht aan mijn eigen intrede, hoewel ik vaak de woorden van God las die betrekking hadden op het blootleggen van de plichtmatigheid van de mensen. In mijn hart geloofde ik niet dat dit bij mij een belangrijk probleem was. Daarom zocht ik zelden naar de waarheid om het probleem van het plichtmatig uitvoeren van mijn plicht te verhelpen. Dat was totdat mijn eigen plichtmatigheid tot grote problemen in mijn werk leidden. Toen deze plichtmatigheid schade toebracht aan het evangelisatiewerk van de kerk, was het slechts door middel van het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden dat ik enige kennis verwierf over de manifestaties en de oorsprong van mijn eigen plichtmatigheid bij het uitvoeren van mijn plicht. Ik zag in dat, als mijn probleem van plichtmatigheid niet zou worden opgelost, het de haat en verachting van God zou oproepen, en dat Hij me vroeg of laat zou ontmaskeren en elimineren. Daarna begon ik me te focussen op het nastreven van de waarheid om het probleem van plichtmatigheid op te lossen zodat ik mijn plicht op adequate wijze zou kunnen uitvoeren.