Hoofdstuk 6 Verschillende vormen van onderscheiding die je zou moeten bezitten in je geloof in God

Hoofdstuk 6 Verschillende vormen van onderscheiding die je zou moeten bezitten in je geloof in God

4. Hoe kun je het verschil zien tussen de ware en valse wegen, en de ware en valse kerken?

Relevante woorden van God:

Wat is het meest fundamentele principe in het zoeken naar de ware weg? Je moet nagaan of er sprake is van het werk van de Heilige Geest, of deze woorden wel of niet de waarheid uitdrukken, van wie er wordt getuigd en wat je eraan hebt. Om onderscheid te maken tussen de ware weg en de verkeerde weg zijn diverse aspecten van basiskennis vereist, het meest fundamentele daarvan is onderscheid kunnen maken of het werk van de Heilige Geest er wel of niet is. De kern van het geloof van de mens in God is het geloof in de Geest van God. Zelfs zijn geloof in de vleesgeworden God is er omdat dit vlees de belichaming is van de Geest van God, een dergelijk geloof is dus nog steeds het geloof in de Geest. Er zijn verschillen tussen de Geest en het vlees, maar dit vlees komt van de Geest en is het vleesgeworden Woord, dus waar de mens in gelooft, is nog steeds het inherente wezen van God. En dus moet je in het onderscheiden of het de ware weg is vooral nagaan of er al dan niet sprake is van het werk van de Heilige Geest. Daarna moet je nagaan of de waarheid in die weg is of niet. Deze waarheid is de levensgezindheid van de normale menselijkheid, dat wil zeggen dat wat van de mens werd vereist toen God hem in het begin schiep, namelijk, al wat bij de normale menselijkheid hoort (zoals de menselijke rede, inzicht, wijsheid en de basiskennis van het mens-zijn). Je moet dus nagaan of deze weg de mens tot een leven van normale menselijkheid leidt of niet, of de genoemde waarheid vereist is volgens de werkelijkheid van de normale menselijkheid of niet, of deze waarheid praktisch en echt is of niet, en of die uiterst actueel is of niet. Als er sprake is van de waarheid, kan het de mens naar normale en echte ervaringen leiden. De mens wordt dan bovendien steeds normaler, de menselijke rede wordt steeds vollediger, het leven van de mens in het vlees en het geestelijke leven worden steeds ordelijker, en de emoties van de mens worden steeds normaler. Dit is het tweede principe. Er is nog één ander principe, namelijk of de mens steeds meer kennis van God krijgt of niet, of de ervaring van dit werk en deze waarheid liefde voor God in hem kunnen opwekken of niet en hem steeds dichter bij God brengen. Daarin kun je nagaan of er sprake is van de ware weg of niet. Het gaat er in de kern om of deze weg realistisch is en niet bovennatuurlijk, en of deze weg in het leven van de mens kan voorzien of niet. Als aan deze principes wordt voldaan, kun je de conclusie trekken dat deze weg de ware weg is. Ik zeg deze woorden niet om jullie andere wegen te laten aanvaarden in jullie toekomstige ervaringen en ook niet als een voorspelling dat er sprake zal zijn van het werk van een ander nieuw tijdperk in de toekomst. … Als er sprake is van het werk van de Heilige Geest, wordt de mens steeds normaler en zijn menselijkheid wordt dan ook steeds normaler. De mens krijgt steeds meer inzicht in zijn satanische, verdorven gezindheid, en van het wezen van de mens. Bovendien verlangt hij steeds meer naar de waarheid. Dat wil zeggen: het leven van de mens blijft zich ontwikkelen en de verdorven gezindheid van de mens kan steeds meer veranderen. Dat is allemaal de betekenis van God die het leven van de mens wordt. Als een weg die dingen die het wezen van de mens uitmaken niet kan openbaren, de gezindheid van de mens niet kan veranderen, hem bovendien niet voor Gods aangezicht kan brengen of hem werkelijk begrip van God kan geven, en er zelfs voor zorgt dat zijn menselijkheid steeds verder afzakt en zijn verstand steeds abnormaler wordt, dan kan deze weg niet de ware weg zijn, maar kan er sprake zijn van het werk van een boze geest of de oude weg. Kortom, het kan niet het huidige werk van de Heilige Geest zijn.

uit ‘Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

In elke fase van Gods werk zijn er ook bijbehorende eisen aan de mens. Allen in de stroom van de Heilige Geest bezitten de tegenwoordigheid en discipline van de Heilige Geest; mensen die niet in de stroom van de Heilige Geest zijn, bevinden zich onder het bevel van Satan en zijn van elk werk van de Heilige Geest verstoken. Mensen in de stroom van de Heilige Geest aanvaarden het nieuw werk van God en werken mee in het nieuwe werk van God. Als de mensen in deze stroom niet in staat zijn om mee te werken en de waarheid niet in praktijk kunnen brengen zoals God dat in deze tijd vereist, zullen ze gedisciplineerd worden en in het ergste geval door de Heilige Geest verlaten worden. Mensen die het nieuwe werk van de Heilige Geest aanvaarden, zullen in de stroom van de Heilige Geest leven en de zorg en bescherming van de Heilige Geest genieten. Mensen die bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest verlicht; mensen die niet bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest gedisciplineerd en mogelijk zelfs bestraft. Wat voor persoon ze ook zijn, als ze zich in de stroom van de Heilige Geest bevinden, zal God de verantwoording nemen voor allen die Zijn nieuwe werk aanvaarden omwille van Zijn naam. Mensen die Zijn naam verheerlijken en bereid zijn om Zijn woorden in praktijk te brengen, zullen Zijn zegeningen ontvangen; mensen die Hem ongehoorzaam zijn en Zijn woorden niet in praktijk brengen, zullen Zijn bestraffing ondergaan. Mensen in de stroom van de Heilige Geest aanvaarden het nieuwe werk en omdat ze het nieuwe werk hebben aanvaard, behoren ze op gepaste wijze met God mee te werken en niet opstandig te handelen door hun plicht niet te vervullen. Dit is Gods enige eis aan de mens. Dat geldt niet voor de mensen die het nieuwe werk niet aanvaarden. Zij bevinden zich buiten de stroom van de Heilige Geest en de discipline en terechtwijzing van de Heilige Geest zijn niet op hen van toepassing. Deze mensen leven de hele dag in het vlees, ze leven volgens hun eigen gedachten; alles wat ze doen, is overeenkomstig de leer die voortkomt uit de analyse en het onderzoek van hun eigen brein. Dit zijn niet de eisen van het nieuwe werk van de Heilige Geest en er is al helemaal geen sprake van meewerken met God. Mensen die het nieuwe werk van God niet aanvaarden, ontberen de nabijheid van God en moeten het bovendien zonder de zegeningen en bescherming van God stellen. In hun woorden en daden houden ze veelal vast aan de vroegere eisen van het werk van de Heilige Geest; daarbij gaat het om leerstellingen, niet om waarheid. Zulke leerstellingen en regels bewijzen afdoende dat religie het enige is dat hen samenbrengt; ze zijn niet de uitverkorenen of het voorwerp van Gods werk. De vergadering van allen onder hen kan men wel een groot religieus congres, maar geen kerk noemen. Dit is een onveranderlijk feit.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Waarom zegt men dat de praktijk van mensen in de religieuze kerken achterhaald is? Dat komt omdat wat ze in praktijk brengen, losstaat van het huidige werk. In het Tijdperk van Genade was wat ze in praktijk brachten goed, maar het tijdperk is voorbij en Gods werk is veranderd, zodat hun praktijk gaandeweg achterhaald is geraakt. Het is achtergelaten door het nieuwe werk en het nieuwe licht. Op basis van het oorspronkelijke fundament is het werk van de Heilige Geest diverse stappen dieper gegaan. Toch blijven die mensen hangen in de oorspronkelijke fase van Gods werk en klampen ze zich nog steeds vast aan de oude praktijken en het oude licht. Gods werk kan in drie of vijf jaar tijd enorm veranderen, dus zouden er in de loop van 2000 jaar niet nog grotere transformaties optreden? Als de mens geen nieuw licht of nieuwe praktijk heeft, betekent dit dat hij geen gelijke tred met het werk van de Heilige Geest heeft gehouden. Dit is een gebrek van de mens; het bestaan van Gods nieuwe werk kan niet ontkend worden omdat mensen met het oorspronkelijke werk van de Heilige Geest zich vandaag nog steeds aan achterhaalde praktijken houden. Het werk van de Heilige Geest gaat altijd voorwaarts en allen die in de stroom van de Heilige Geest zijn, behoren ook dieper voort te gaan en te veranderen, stap voor stap. Ze moeten niet stoppen bij een bepaalde fase. Alleen mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, zouden bij Zijn oorspronkelijke werk blijven en het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden. Alleen mensen die ongehoorzaam zijn, zouden niet in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Als de praktijk van de mens geen gelijke tred houdt met het nieuwe werk van de Heilige Geest, is de praktijk van de mens zeker afgesneden van het huidige werk en strookt die zeker niet met het huidige werk. Zulke ouderwetse mensen zijn simpelweg niet in staat om Gods wil te volbrengen en kunnen al helemaal niet die laatste mensen worden die over God zullen getuigen. Het gehele managementwerk kon bovendien niet afgesloten worden te midden van een dergelijke groep mensen. Voor mensen die zich eens aan de wet van Jehova hielden en voor mensen die eens voor het kruis leden, geldt dat als zij de fase van het werk in de laatste dagen niet kunnen aanvaarden, alles wat ze deden dan voor niets en nutteloos geweest zal zijn. De duidelijkste expressie van het werk van de Heilige Geest ligt in het omarmen van het hier en nu, niet het vastklampen aan het verleden. Mensen die geen gelijke tred hebben gehouden met het huidige werk en die zijn afgesneden van de praktijk van vandaag, zijn mensen die het werk van de Heilige Geest tegenwerken en niet aanvaarden. Zulke mensen tarten het huidige werk van God. Hoewel ze vasthouden aan het licht uit het verleden, betekent dit niet dat men kan ontkennen dat ze het werk van de Heilige Geest niet kennen. … Als de mens in één fase blijft hangen, bewijst dit zijn onvermogen om gelijke tred te houden met Gods nieuwe werk en het nieuwe licht; het bewijst niet dat Gods managementplan niet veranderd is. Mensen buiten de stroom van de Heilige Geest denken altijd dat ze gelijk hebben, maar in feite is Gods werk in hen lang geleden opgehouden en is het werk van de Heilige Geest verre van hen. Het werk van God werd al lang geleden overgedragen aan een andere groep mensen, een groep met wie Hij Zijn nieuwe werk wil voltooien. Omdat mensen van religies niet in staat zijn om Gods nieuwe werk te aanvaarden en slechts vasthouden aan het oude werk van weleer, heeft God deze mensen verlaten en doet Hij Zijn nieuwe werk met de mensen die dit nieuwe aanvaarden. Dit zijn mensen die aan Zijn nieuwe werk meewerken en Zijn management kan alleen op deze manier tot stand gebracht worden.

uit ‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gedeelten uit preken en communicatie als referentie:

Als de hele religieuze gemeenschap niet vijandig en ertegen gekant was, zou dit niet de ware weg zijn. Denk eraan: de meeste mensen en zelfs de wereld zullen zeker tegen de ware weg gekant zijn. Toen de Heer Jezus eerst kwam werken en prediken, was het hele Judaïsme toen niet tegen Hem gekant? Telkens wanneer God nieuw werk begint, heeft de verdorven mensheid de grootste moeite om het te aanvaarden, want het werk van God staat haaks op en weerlegt de opvattingen van mensen; mensen ontberen de capaciteit om te begrijpen en zijn niet in staat om het spirituele rijk binnen te dringen, en zonder het werk van de Heilige Geest zouden zij niet in staat zijn om de ware weg te aanvaarden. Als men gelooft dat dit het werk van God is, maar de religieuze gemeenschap er niet tegen gekant is en er geen sprake is van de tegenstand en vijandigheid van de wereld, dan bewijst dit dat het werk van God vals is. Waarom is de mensheid niet in staat om de waarheid aan te nemen? Ten eerste is de mens van het vlees, hij is een fysiek wezen. Fysieke dingen zijn niet in staat om het spirituele rijk binnen te dringen. Wat betekent “niet in staat om het spirituele rijk binnen te dringen”? Het betekent niet in staat zijn om de geesten, de bezigheden van de geesten en het spirituele rijk te zien, niet kunnen zien wat God doet en zegt. Mensen zijn dan blind voor wat er in het spirituele rijk gebeurt. In de fysieke wereld kunnen mensen alleen materiële dingen zien. Je kunt niet zien welke geest welk werk doet in mensen of zien wat de Geest van God is komen doen en zeggen. Soms kun je Zijn stem horen, maar je weet niet waar die vandaan komt; je leest de woorden van God uit een boek, maar je weet nog steeds niet hoe of wanneer God deze woorden sprak of wat ze betekenen. Mensen zijn niet in staat om het spirituele rijk binnen te dringen of de bron van Gods woorden te vatten, dus hebben ze de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest nodig, plus het werk van de Heilige Geest, om de waarheid te begrijpen. Ten tweede is de mensheid te diep verdorven en is zijn binnenste vervuld met al het venijn van Satan en allerlei kennis; als hij alles evalueert op basis van diverse satanische filosofieën en kennis, zal hij nooit kunnen vaststellen wat de waarheid is. Zonder de verlichting en illuminatie van de Heilige Geest zou de mens niet in staat zijn om de waarheid te begrijpen. En dus is de ware weg onvermijdelijk onderworpen aan de vervolging en afwijzing door de mens. Waarom is het voor mensen makkelijk om de kennis en filosofieën van Satan aan te nemen? Ten eerste stroken ze met hun opvattingen en de interesses van hun vlees en komen ze hun vlees ten goede. Zij zeggen tegen zichzelf: “Zulke kennis aannemen helpt mij: ik krijg er promotie door, succes ligt zo aan mijn voeten en ik kan dingen er dingen door bereiken. Met zulke kennis zullen mensen naar mij opkijken.” Wat mensen bevoordeelt, strookt met hun opvattingen. … Met deze mate van verdorvenheid en het onvermogen om het spirituele rijk binnen te dringen, kunnen mensen zich alleen maar tegen God keren en dus heeft Gods werk met de afwijzing, tegenstand en veroordeling van de mens te maken gehad. Dit is normaal. Als Gods werk niet met de veroordeling en tegenstand van de wereld en de mensheid te maken had gehad, zou dit bewijzen dat het niet de waarheid is. Als alles wat God gesproken had, strookte met de opvattingen van mensen, zouden zij het dan veroordelen? Zouden zij ertegen gekant zijn? Zeker niet.

uit communicatie van boven

Een kerk bestaat uit mensen die waarlijk zijn voorbestemd en uitverkoren door God – zij bestaat uit mensen die de waarheid liefhebben, de waarheid nastreven en bezeten zijn door het werk van de Heilige Geest. Alleen wanneer deze mensen samenkomen om het woord van God te eten en te drinken, het leven van de kerk leiden, het werk van God ervaren en hun plicht uitvoeren als schepselen van God, kan er sprake zijn van een kerk. Als een stel mensen zegt dat zij waarlijk in God geloven, bidden en de woorden van God lezen, maar de waarheid niet liefhebben of nastreven, zonder het werk van de Heilige Geest zijn en religieuze ceremonies verricht, dan is er geen sprake van een kerk. Preciezer gezegd, kerken zonder het werk van de Heilige Geest zijn geen kerken; ze zijn slechts religieuze locaties en mensen die religieuze ceremonies verrichten. Zij zijn geen mensen die God werkelijk gehoorzamen en het werk van God ervaren.

Een kerk is een vergadering van mensen die waarlijk in God geloven en de waarheid nastreven en ze sluit de goddelozen absoluut niet in – zij behoren niet tot een kerk. Als een groep mensen bijeenkomt die niet de waarheid nastreefde en niets deed om de waarheid in praktijk te brengen, zou er geen sprake zijn van een kerk. Het zou een religieuze locatie of gewoon een stel mensen zijn. Een kerk moet bestaan uit mensen die waarlijk in God geloven en de waarheid nastreven, die de woorden van God eten en drinken, God aanbidden, hun plicht uitvoeren, het werk van God ervaren en het werk van de Heilige Geest hebben verworven. Alleen dit is een kerk. Wanneer je dus evalueert of er sprake is van een echte kerk, moet je eerst kijken uit wat voor soort mensen ze bestaat. Ten tweede moet je kijken of ze al dan niet het werk van de Heilige Geest hebben; als hun samenkomst zonder het werk van de Heilige Geest is, dan is er geen sprake van een kerk en als het geen vergadering is van mensen die de waarheid nastreven, dan is er geen sprake van een kerk. Als een kerk niemand heeft die de waarheid werkelijk nastreeft, dan is deze kerk zonder het werk van de Heilige Geest; als er iemand in die kerk is die de waarheid wil nastreven en in zo’n kerk blijft, dan kan die persoon niet worden gered. Hij dient die groep te verlaten en zo snel mogelijk een kerk op te zoeken. Als er in een kerk drie of vijf mensen zijn die de waarheid nastreven en er 30 of 50 mensen zijn die verder tot die groep behoren, dan dienen die drie of vijf mensen die waarlijk in God geloven en de waarheid nastreven samen te komen; als zij samenkomen, is hun vergadering wel degelijk een kerk, een kerk met heel weinig leden, maar die zuiver is.

uit ‘Het is cruciaal om te werken in overeenstemming met de vijf principes van kerkwerk’ in Preken en communicatie over het binnengaan in het leven VII

De leiders en pastors van de religieuze wereld hebben het werk van God niet ervaren of zijn niet vervolmaakt en opgebouwd door de Heilige Geest, maar zijn in plaats daarvan leiders en pastors geworden in de religieuze gemeenschap nadat ze aan een seminarie hebben gestudeerd en een diploma hebben gekregen. Zij zijn zonder het werk en de bevestiging van de Heilige Geest, zij hebben geen greintje ware kennis van God en hun mond kan alleen maar theologische kennis en theorieën spuien. Zij hebben niet werkelijk iets ervaren. Zulke mensen zijn totaal ongeschikt om door God te worden gebruikt; hoe kunnen zij de mens voor God leiden? Zij zwaaien met hun diploma van het seminarie als bewijs van hun kwalificaties, zij doen alles wat zij kunnen om met hun kennis van de Bijbel te pronken, zij zijn ondraaglijk arrogant – en hierom worden zij door God veroordeeld en door God verafschuwd, en zij zijn het werk van de Heilige Geest kwijtgeraakt. Daar bestaat geen twijfel over. Waarom de religieuze gemeenschap de dodelijke vijand van Christus is geworden, is een zeer diepzinnige vraag. Wat laat het zien dat het Judaïsme de Heer Jezus Christus in het Tijdperk van Genade aan het kruis nagelde? In het Tijdperk van het Koninkrijk van de laatste dagen is de religieuze gemeenschap verenigd en doet men alle moeite om Gods werk van de laatste dagen tegen te werken en te oordelen, men ontkent en verwerpt de vleesgeworden Christus van de laatste dagen, men heeft verschillende geruchten over de vleesgeworden God en de kerk van God verzonnen, de vleesgeworden God en de kerk van God aangevallen, verguisd en gelasterd, en men heeft de teruggekeerde Jezus, Christus van de laatste dagen, al lang geleden aan het kruis genageld. Hieruit blijkt dat de religieuze gemeenschap al lang is gedegenereerd tot machten van Satan die tegen God gekant zijn en tegen Hem in opstand komen. De religieuze gemeenschap wordt niet bestuurd door God en al helemaal niet bestuurd door de waarheid; zij wordt totaal bestuurd door de verdorven mensen en bovendien door antichristen.

Wanneer mensen in God geloven in een religieuze locatie zoals deze – die tot Satan behoort en wordt bestuurd en beheerst door demonen en antichristen – dan zijn zij alleen in staat om religieuze leerstellingen te begrijpen, dan kunnen zij alleen religieuze ceremonies en voorschriften volgen, zij zullen de waarheid nooit begrijpen, zullen het werk van God nooit ervaren en zijn totaal niet in staat om te worden gered. Want er is niets van het werk van de Heilige Geest in religieuze locaties en ze zijn plaatsen waar God van gruwt, die God verafschuwt en die Hij veroordeelt en vervloekt. God heeft religie nooit erkend en al helemaal nooit geprezen, en vanaf de tijd van de Heer Jezus heeft God de religieuze gemeenschap veroordeeld. Wanneer je dus in God geloofd, moet je op zoek gaan naar plaatsen waarin het werk van de Heilige Geest is; alleen deze zijn ware kerken en alleen in ware kerken zul je Gods stem kunnen horen en de voetafdrukken van Gods werk ontdekken. Dit is de manier om God te zoeken.

uit ‘Resultaten die te bereiken zijn door de waarheid echt te begrijpen’ in ‘Verzameling preken − voorziening voor het leven’

Hoofdstuk 6 Verschillende vormen van onderscheiding die je zou moeten bezitten in je geloof in God